Zondag 02/10/2022

AchtergrondTreinfilms

De trein in de film: een niet te stoppen succesverhaal

‘Train To Busan’ (2016). Beeld rv
‘Train To Busan’ (2016).Beeld rv

‘Hey, this is kind of nice’, zegt het personage van Brad Pitt wanneer hij op de trein stapt in Bullet Train. De laatste 120 jaar zijn er veel filmmakers die dat hebben gedacht: of je nu voor horror, komedie, romance of spanning kiest, de trein blijkt een ideaal filmdecor. All aboard!

Ewoud Ceulemans

Aan het begin van Bullet Train, de nieuwe actiefilm van David Leitch met Brad Pitt in de hoofdrol, zit een conversatie tussen twee huurmoordenaars, vertolkt door Aaron Taylor-Johnson en Brian Tyree Henry. Ze zitten tegenover elkaar op een bullet train tussen Tokio en Kyoto, en ze hebben een discussie over hun codenamen: wie van hen is ‘Lemon’, en wie is ‘Tangerine’? Het hele gesprek is een knipoog naar een bekende scène uit Quentin Tarantino’s Reservoir Dogs (1992), waar zes dieven bikkelen om hun codenamen: de ene is Mr. White, de andere Mr. Orange, maar niemand wil Mr. Pink zijn.

Díe discussie is dan weer een referentie aan The Taking of Pelham One Two Three, een kraakfilm uit 1974 waarin gangsters een metro in New York kapen. De kapers heten Mr. Blue, Mr. Green, Mr. Grey en Mr. Brown. Of hoe twee gangsters in het kersverse Bullet Train op een spoor van knipogen en referenties terugreizen naar een 48 jaar oude heist movie die zich ook op een trein afspeelt. De filmgeschiedenis is soms gewoon als een elektrisch speelgoedtreintje dat zich op een eindeloos, cirkelvormig spoor bevindt: zoals een spelend kind er verhalen bij verzint, zo maken cineasten er films rond.

U hoort ons er niet over klagen. Films en treinen: het is een match made in heaven, iets wat de gebroeders Lumière al wisten toen ze de allereerste filmcamera opstelden in het station van La Ciotat, in de de buurt van het Marseille van 1895. L’arrivée d’un train en gare de La Ciotat duurt 50 seconden en staat te boek als een van de eerste ‘films’ ooit, maar bovenal is het experiment van Auguste en Louis Lumière het begin van een trein-en-filmromance die al bijna 130 jaar voortduurt.

De reden is simpel en kort samen te vatten: een trein is spannend. Dat is misschien niet uw persoonlijke indruk als u elke ochtend via dezelfde route op dezelfde trein naar uw werk pendelt en door het raam naar de troosteloze en weinig filmgenieke koterijen langs de Vlaamse rails staart, maar spanning is wel wat filmpersonages op een trein ervaren. Op een bioscoopscherm is een trein zelden een ordinair vervoersmiddel: het is een voertuig dat richting romance kart, het is een machine die op hol slaat, het is een metafoor voor de klassenmaatschappij, of het is simpelweg het laatste toevluchtsoord voor wie een zombiepandemie wil ontsnappen. Het is niet verwonderlijk dat filmmakers, van de gebroeders Lumière tot Alfred Hitchcock, zo graag aan boord stappen.

Mannelijke fantasie

De master of suspense nam de trein in de klassieke thriller Strangers on a Train (1951), waar twee vreemdelingen aan de moordzuchtige praat geraken, en Hitchcock was verder slim genoeg om in North By Northwest (1959) een trein aan te wenden om aan de censor te ontsnappen: wanneer Cary Grant en Eva Marie Saint in het absolute slot op het punt staan om in een treincoupé hun huwelijk te consummeren, cut Hitchcock naar een shot van diezelfde trein die een tunnel binnenrijdt. Hebt u ’m?

‘Compartment No. 6’ (2021). Beeld Juho Kuosmanen
‘Compartment No. 6’ (2021).Beeld Juho Kuosmanen

“Het is als een mannelijke fantasie”, zou Céline (Julie Delpy) 36 jaar later zeggen in Before Sunrise. “Ontmoet een Frans meisje op de trein, neuk haar, en zie haar nooit meer terug.” Enkel de eerste scène van Before Sunrise speelt zich af op de trein, waarna Céline zich door de Amerikaanse toerist Jesse (Ethan Hawke) laat overhalen om van de trein te stappen in Wenen. Het is het begin van de mooiste romance in de recente filmgeschiedenis. Aan het einde van de film stapt Céline weer op de trein, terwijl Jesse achterblijft in het station. Negen jaar later zien ze elkaar terug in Parijs in Before Sunset, waarna ze wél bij elkaar blijven.

De trein als koppelaar: het is een idee die ook terugkomt in Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004), waarin twee verloren zielen elkaar (opnieuw) ontmoeten op de trein, of in Compartment No. 6 (2021), de recente Finse film waarin een Finse studente en een Russische arbeider de coupé delen tijdens een tergend trage marathonrit van Moskou naar Moermansk. Het is een romance die enkel mogelijk is dankzij de trein: de twee hebben niets met elkaar gemeen, behalve het feit dat ze 2.000 kilometer lang in dezelfde treincoupé zitten.

Zolang je erop zit, dicteert de trein de tijd: ziedaar waarom filmmakers er zo graag mee reizen. Het is een update van wat in theater de huis clos wordt genoemd: personages zitten met elkaar opgesloten, zodra ze van het perron de trein opstappen, zodra het fluitsignaal van de conducteur weerklinkt, zodra de deuren dichtschuiven. Een nachtmerrie voor wie het adagium l’enfer, c’est les autres aanhangt, maar een zegen voor romantische zielen als Jesse uit Before Sunset of Clementine (Kate Winslet) in Eternal Sunshine of the Spotless Mind.

Het is ook wat het hoofdpersonage van Wes Andersons The Darjeeling Limited (2009) motiveert om zijn twee broers uit te nodigen op een treinreis doorheen India. Als ze lang genoeg aan boord blijven, is de redenering, kunnen ze hun leven weer op het juiste spoor krijgen. Al blijkt dat niet evident wanneer de trein verdwaalt in de woestijn. “Hoe kan een trein verdwalen?”, vraagt een van hen verwonderd, terwijl hij zich zwijgend afvraagt waar de levens van zijn broers een andere afslag hebben genomen.

Klassenmaatschappij

Het idee van de huis clos biedt ook mogelijkheden voor cineasten en schrijvers die van spanning zonder romantiek of zonder familiedrama houden. In de Koreaanse horrorfilm Train to Busan (2016) breekt een zombie-epidemie uit op de hogesnelheidslijn tussen Seoel en Busan. Thrillerauteur Agatha Christie liet haar Belgische superdetective Hercule Poirot dan weer op de trein stappen in Istanbul, om van daaruit terug naar Londen te reizen, maar wanneer een sneeuwstorm de trein doet stoppen in de Balkan, blijkt er een moord te zijn gepleegd. Murder on the Orient Express werd twee keer herwerkt tot een bioscoopfilm. In de meest recente kon een sterrencast met Penélope Cruz, Judi Dench, Willem Dafoe en regisseur Kenneth Branagh als Hercule Poirot echter niet verhinderen dat de film van de rails gaat.

Nee, dan staat de verfilming van Sidney Lumet uit 1974 veel hoger aangeschreven, ook al noemde de regisseur het zelf “die domme treinfilm”. In Lumets Murder on the Orient Express vat het personage van Martin Balsam de spannende aantrekkingskracht van de Orient Express perfect samen. “Drie dagen lang ontmoeten deze mensen, deze complete vreemden, elkaar in één trein waarvan de motor hun lot controleert.” De trein wordt een personage op zich, een personage dat het doen en laten van de anderen bepaalt, beperkt en aanstuurt.

Albert Finney als Hercule Poirot in ‘Murder on the Orient Express’ (1974). Beeld © Bettmann/CORBIS
Albert Finney als Hercule Poirot in ‘Murder on the Orient Express’ (1974).Beeld © Bettmann/CORBIS

De idee van “een trein waarvan de motor hun lot controleert” is in geen enkele film zó sterk aanwezig als in Snowpiercer (2013), van Parasite-regisseur Bong Joon-ho. De film speelt zich af in een dystopische toekomst, waarin een klimaatramp een nieuwe ijstijd heeft gecreëerd en zowat de hele mensheid heeft uitgewist. De enige overlevenden bevinden zich op de Snowpiercer, een trein die permanent de wereld rondrijdt: één rit duurt één jaar. Bong cut regelmatig tussen scènes in de trein en shots van het stalen gevaarte dat met hoge snelheid langs gletsjers en door ijsbergen dendert. Op die manier geeft de trein de film vaart, letterlijk en figuurlijk.

Snowpiercer is veel: het is een thriller, opgebouwd als een videospelletje, waarbij de protagonist Curtis (Chris Evans) level per level, wagon per wagon, de Grote Baas, de eigenaar van de trein (Ed Harris), probeert te bereiken. Maar in Bongs film, geïnspireerd op een Franse graphic novel, is de trein ook een metafoor voor een nieuwe klassenmaatschappij. In de hedendaagse wagons van de gemiddelde IC-trein van de NMBS is het verschil tussen eerste en tweede klasse niet al te groot, maar in Snowpiercer is het immens, en erg letterlijk te nemen.

“In den beginne”, vertelt eersteklassepassagier Mason (Tilda Swinton), “werd de orde bepaald door je ticket: eerste klasse, economy, en klaplopers als jullie. Eeuwige orde wordt voorgeschreven door de Heilige Motor: alles komt voort uit de Heilige Motor, alle dingen op hun plaats, alle passagiers in hun sectie.” Of, korter samengevat: “We moeten op deze trein van het leven allemaal in het aan ons toegewezen station blijven.” Hoe meer vooraan in de trein, hoe groter je status, en hoe groter de luxe waarin je vertoeft. In de achterste wagons zitten de sukkelaars, in lompen gekleed, die in armtierige barakken slapen en het met plakken kunstmatig voedsel moeten stellen.

Tilda Swinton in ‘Snowpiercer’. Beeld rv
Tilda Swinton in ‘Snowpiercer’.Beeld rv

IJzeren paard

In Snowpiercer is de trein het laatste restant van de beschaving, of wat daarvoor moet doorgaan. Op die manier keert Bong de traditionele symboliek om: ooit was de trein het symbool van de Industriële Revolutie, was het spoor de weg waarlangs de moderniteit zich over de wereld verspreidde. Het is de rol die treinen vaak vervullen in westerns. De plot van Once Upon a Time in the West (1968) draait grotendeels om de lucratieve aanleg van een spoorweg tussen de pioniersdorpen in het Wilde Westen, en werd deels geïnspireerd op John Fords western The Iron Horse (1924), een stille film over de aanleg van de Pacific Railway.

Er is waarschijnlijk geen enkel genre waarin treinen zo’n iconische rol hebben gespeeld als in de klassieke western. Zelfs in deze eeuw probeerden cowboys een trein te halen in 3:10 To Yuma (2007) – het vertrekuur van de trein zet de hele film onder spanning – of proberen outlaws een trein te beroven in The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (2007). Het is een erfenis van The Great Train Robbery (1903), een amper twaalf minuten durende film waarin plot en titel grotendeels samenvallen. De film was, deels door de dynamische actiescènes op de trein, zo’n immens succes dat hij een jaar later schaamteloos geplagieerd werd en regisseur Edwin S. Porter nadien zelf een pastiche draaide: in The Little Train Robbery (1905) stelen kinderen snoep van een speelgoedtreintje.

Een dikke twintig jaar later stond een trein centraal in wat de annalen is ingegaan als “het duurste shot uit de geschiedenis van de stille film”. The General (1926), het absolute meesterwerk van slapstickgenie Buster Keaton, eindigt met een locomotief die vanop een instortende brug in een rivier crasht. Het shot is niet getrukeerd, en zou zo’n 42.000 dollar hebben gekost – een absoluut monsterbedrag in die tijd.

The General was zo’n dure productie dat ze Keatons carrière deed ontsporen: toen de film er niet in slaagde zijn immense budget terug te verdienen, verloor The Great Stone Face de creatieve vrijheid die het mogelijk had gemaakt om een meesterwerk als The General te maken. De titel zelf verwijst naar de bijnaam van de stoomlocomotief die Keatons levensgezel is in de film, en de bron van heel wat komische stunts: Keaton neemt vol melancholie plaats op de bewegende drijfveren van de treinwielen, of probeert het spoor te herstellen terwijl de locomotief al komt aandenderen. The General is Keatons meest plotgedreven film, grotendeels doordat de nauwelijks te vertragen locomotief het verhaal onherroepelijk vooruitduwt.

Dat is ook wat de kogeltrein doet in Bullet Train. Brad Pitt vertolkt een van de vele huurmoordenaars die – zonder geldig ticket, nota bene! – aan boord stapt van een hogesnelheidstrein tussen Tokio en Kyoto. De Shinkansen, zoals de Japanse hogesnelheidslijn heet, staat bekend om zijn stiptheid en zijn veiligheid: in de ruim vijftig jaar dat het systeem operatief is, is er niet één passagier verwond geraakt door ontsporingen of botsingen. “Hey, this is kind of nice”, zegt Pitts personage wanneer hij door de schuifdeuren van het hypermoderne voertuig stapt.

Voor filmmakers als David Leitch is veiligheid echter niet zo interessant: de bullet train uit deze film is een transportmiddel dat zijn naam niet heeft gestolen, een trein waarop een zilveren geldkoffertje de belangrijkste lading is, en criminelen uit alle hoeken van de wereld elkaar de kop proberen in te slaan om die lading te bemachtigen. Pitts verwoede pogingen om van de trein te stappen voor die het maffiose eindstation bereikt, mislukken keer op keer. Ook in Bullet Train is het spoorvehikel het enige personage dat bepaalt waar de film naartoe gaat. Zo blijft de trein, een kleine 130 jaar nadat de Lumière-broers de aankomst van een locomotief filmden in Zuid-Frankrijk, het lot van filmpersonages én dat van het publiek controleren.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234