Dinsdag 18/01/2022

InterviewIris Nechelput (37)

‘Eén keer gingen we samen iets drinken en Otto-Jan waarschuwde me dat ik zéker niet verliefd op hem mocht worden’

‘Naar ‘De ideale wereld’ heb ik niet graag gekeken. Daarin leek Otto-Jan zo’n tafelspringer, terwijl hij in wezen onzeker en verlegen is.’ Beeld Johan Jacobs
‘Naar ‘De ideale wereld’ heb ik niet graag gekeken. Daarin leek Otto-Jan zo’n tafelspringer, terwijl hij in wezen onzeker en verlegen is.’Beeld Johan Jacobs

Otto-Jan Ham (42) oversteeg in september zichzelf op het WK tijdrijden, en in oktober vertrok hij met Jani Kazaltzis naar Griekenland voor Viva la feta, waarin ze acht BV’s de vakantie van hun leven willen bezorgen, zonder vooraf te weten wie het zijn. Maar hij is wel een uitdaging gewend: hij leeft samen met drie dochters en een vriendin, Iris Nechelput (37). Al ziet zij óók af: ‘Na Hotel Römantiek ben ik gecrasht: toen heb ik drie maanden thuisgezeten.’

Evelien Roels

De voorbereidingen op het WK tijdrijden konden we volgen in De tijd van ons leven, waarin we niet alleen Otto-Jan Ham en Élodie Ouédraogo zagen zwoegen, maar ook Iris Nechelput haar opwachting maakte.

Iris Nechelput: “Het was niet de eerste keer. In Hi My Name Is Jonny Polonsky was ik ook te zien (de documentaire van Otto-Jan Ham en Sjoerd Tanghe over een Amerikaanse rockster, red.), en ook in Over de oceaan (waarin Otto-Jan met vijf andere BV’s de Atlantische Oceaan overstak, red). Maar nu kwamen de kinderen en ik wel vaker in beeld.”

Heb je getwijfeld?

Nechelput: “Nee. Ik heb niet de brandende ambitie om in de media te komen, maar het stoort me niet als ze hier filmen. Dat heeft veel te maken met de ploeg. Voor Polonsky filmden Ot en Sjoerd zelf, het voelde heel ongedwongen aan. Ik heb ook veel vertrouwen in Woestijnvis, ik was er gerust in dat ze geen rare dingen zouden doen bij de montage.”

Heb je naar De tijd van ons leven gekeken?

Nechelput: “Ja, en ik was blij met het resultaat: we zijn erin te zien zoals we zijn. Ik ben vaak ongeschminkt in beeld gekomen, net uit bed en nog in pyjama. Het was hier niet altijd opgeruimd, en er is zelfs in de garage gefilmd, veruit het rommeligste deel van ons huis.”

Humo schreef over De tijd van ons leven en Otto-Jan Ham: ‘Het is lang geleden dat ik een BV nog eens zo schaamteloos zichzelf zag wezen in een primetimeprogramma.’

Nechelput: “Klopt helemaal. Naar De ideale wereld heb ik niet graag gekeken. Daarin speelde Otto-Jan een typetje. Ik begrijp dat: het programma moet humoristisch zijn, dus er moeten moppen getapt worden. Maar hij leek zo’n tafelspringer, terwijl hij in wezen onzeker en verlegen is.”

De tijd van ons leven was pittig voor hem, maar ook voor jou. Hij zei in Humo dat je net niet hebt gedreigd je koffers te pakken.

Nechelput (lacht): “Dat is misschien overdreven, ik heb hem altijd gesteund. Maar hij is wel heel zwart-wit ingesteld, en hij sloeg helemaal door als het over voeding ging. Hij hield zich minutieus aan de regels: lag er een gram te veel spaghetti op zijn bord, dan haalde hij er een sliert uit. Ik vond dat niet gezond. Ik las laatst in een artikel dat er door corona veel meer eetstoornissen zijn, en dat ze vaak voorkomen bij kinderen van rond de 10 jaar. Onze oudste is 8 en heel perfectionistisch van aard. Dan vind ik het akelig om zoveel nadruk op eten te leggen. Zo zijn we anders ook helemaal niet: we hebben geen weegschaal in huis. We eten wel gezond, maar er mogen ook eens koekjes en frietjes gegeten worden.

“Tijdens de voorbereiding voor De tijd van ons leven was hij heel egoïstisch. Dat is wellicht eigen aan de sportwereld. Ik ken geen topsporters, maar ik vermoed dat hun vrouwen zich wegcijferen, misschien met uitzondering van Kat Kerkhofs. Maar ik kon mijn leven niet plots zes maanden on hold zetten. Ik heb mijn job en we hebben kleine kinderen: ze slapen slecht, ze moeten op tijd op school zijn of worden ziek. Ot hielp me wel, maar ik voelde toch een zeker egoïsme: ik moet nú eten. Dat woog op den duur wel.”

Jullie zijn bijna twaalf jaar samen.

Nechelput: “We hebben elkaar leren kennen op StuBruPuntUit, de feestjes die Studio Brussel toen organiseerde in de Gentse Vooruit. Ik was er met een vriendin en ze stootte me aan: ‘Otto-Jan staat daar!’ Ik had geen idee wie hij was, ik luisterde niet naar Studio Brussel en ik keek niet naar MTV, de muziekzender waarop hij toen presenteerde. ‘Die met die krullen!’ Ik keek naar de vriend van Otto-Jan: die had ook krullen (lacht).

“Na dat feestje hadden we een soort onenightstand (lachje). Daarna stuurden we elkaar sporadisch een berichtje, of we kwamen elkaar tegen op feestjes of festivals, maar er gebeurde niks. Het kon niet: één keer gingen we samen iets drinken en Otto-Jan waarschuwde me dat ik zéker niet verliefd op hem mocht worden.”

Waarom?

Nechelput (lacht): “Ik weet het niet. Ik denk dat hij niet goed in zijn vel zat, en er geen relatie bij wilde nemen.”

Wat dacht jij toen? Dju?

Nechelput: “Als ze me zeggen dat ik echt niet verliefd mag worden, dan word ik niet verliefd. Een relatie beginnen met iemand die daar niet voor openstaat, heeft geen zin. Maar ik kan niet ontkennen dat ik iets voelde. Toen ik hem leerde kennen op dat feestje in de Vooruit, was ik nog samen met mijn voormalige lief, en die relatie heb ik vrij snel daarna beëindigd. Niet omdat ik zo verliefd was op Otto-Jan – ik had hem toen nog maar één keer gezien – maar het zegt toch wel iets, vind ik.”

Uiteindelijk heeft hij zelf zijn regel overschreden.

Nechelput (lacht): “Inderdaad. Twee jaar na dat feestje stuurde hij een bericht: of ik iets wilde gaan drinken. In dat café zei hij out of the blue: ‘Ik denk dat wij samen iets moeten beginnen.’ Bijna zakelijk (lacht). Het voelde in het begin wat ongemakkelijk aan – moet ik hem nu kussen? – maar sindsdien zijn we dus samen.

“Het leuke is trouwens dat mijn toenmalige lief nu één van de beste vrienden van Otto-Jan is. In het begin was het wat ongemakkelijk, maar de muziek heeft hen samengebracht. Hij woont in onze straat, hij is samen met een heel goeie vriendin van mij, en hij is de peter van onze jongste dochter, Gloria.”

‘Ik heb geweigerd om mee te gaan in het geklaag tijdens de lockdown. Ik heb elke dag een story op Instagram gepost over iets leuks dat we hadden gedaan.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik heb geweigerd om mee te gaan in het geklaag tijdens de lockdown. Ik heb elke dag een story op Instagram gepost over iets leuks dat we hadden gedaan.’Beeld Johan Jacobs

SURVIVALMODUS

Waar ben je op gevallen?

Nechelput: “Ik vond Otto-Jan aantrekkelijk, en ik hield meteen van zijn spontaniteit en zijn humor. Dat is voor mij heel belangrijk. Wat we ook goed konden en heel vaak deden, was op café zitten, zwaar feesten en dan met een kater wakker worden.”

Inclusief de diepe gesprekken in de vroege uurtjes?

Nechelput: “Die kan ik me moeilijk herinneren (lacht).

“Ik ben heel snel bij hem ingetrokken. Hij woonde in Ternat, en daar ben ik niet zo goed onthaald. Dat kan ik achteraf gezien wel begrijpen: ik kwam, samen met mijn vriendin Gwen, vanuit het niets binnen in café Manu: twee wilde vrouwen uit Halle die op de toog kwamen dansen en de mannen inpikken. De vrienden van Ot vonden het nog wel tof, de vrouwen iets minder. Ze hebben me wel moeten aanvaarden, want I was there to stay. Na een maand heb ik mijn appartement opgezegd en stelde ik voor om samen een hond te kopen. Ik ben nogal impulsief van aard (lacht).

“Intussen wonen we in Halle, we hebben dit huis gekocht en verbouwd. Ik woon hier heel graag. Onze beste vrienden wonen in de straat, de school van de kinderen is 200 meter verder, de crèche is op 500 meter, we hebben een toffe koffiebar en een paar leuke cafés. Ik kan alles met de fiets doen. Wat heb je meer nodig?”

Jij bent impulsief, maar Otto-Jan Ham liet in interviews al verstaan dat hij eerder voorzichtig is.

Nechelput: “O, ja. Toen ik een hond wilde, zei hij: ‘Hooow, rústig.’ Over kinderen heeft hij ook heel lang nagedacht. Hij raakte er maar niet uit of het wel verantwoord was om in deze tijd nog kinderen op de wereld te zetten. Voor mij was dat vanzelfsprekend: het zou wellicht een breekpunt geweest zijn als hij er geen had gewild.

“We zijn op veel gebieden elkaars tegengestelde. Hij is een gevoelsmens en ik ben eerder rationeel, al huilt hij nooit en ik héél veel. Het is mijn manier om blijheid, boosheid, frustratie, verdriet of wat dan ook te uiten. Ik ga niet snel discussies uit de weg en als iets me stoort, zeg ik het. Otto-Jan is rustiger, hij is een typische middle child: als zijn broer en zus een discussie hebben, probeert hij de gemoederen te bedaren. Ik ben een optimist, hij is eerder zwartgallig, ziet sneller de negatieve dingen of de mogelijke gevaren. Ook in zijn job. Toen hij het aanbod van Over de oceaan kreeg, zat hij alles af te wegen: wat als er een storm komt? Wat als ik overboord val? Terwijl ik dacht: je zult dolfijnen en misschien wel walvissen zien! Doen! Ik sta er nooit bij stil dat die boot kan zinken.”

Motiveer jij hem dan om het toch te doen?

Nechelput: “Altijd. Daarmee schiet ik mezelf soms wel in de voet, hoor. Dan is hij weken weg, en plots heb ik een lekke band, is er een waterlek in de badkamer, worden de kinderen ziek en is het druk op het werk. Dan moet ik het allemaal in mijn eentje zien te klaren. Maar dan nog wil ik niet degene zijn die in de weg staat. Ot krijgt nu al die geweldige kansen, ik zou niet willen dat hij die laat liggen. En eerlijk gezegd: soms is het voor mij makkelijker. Dan schiet ik in een survivalmodus. Het is na zo’n periode altijd wennen als hij weer thuis is.”

Nu zit hij met Jani Kazaltzis in Griekenland voor de opnames van Viva la feta.

Nechelput: “Voor vijf weken. Op dag twee kreeg ik al telefoon van de crèche: Gloria heeft koorts. Dan moet ik even op de tanden bijten, maar het lukt wel. Ik ben rustiger geworden. Vroeger wilde ik alles perfect doen, en in de periode van Hotel Römantiek ben ik zelfs gecrasht. Otto-Jan was vier weken weg voor opnames, en achteraf zat ik er compleet onderdoor: ik heb toen drie maanden thuisgezeten. Daarna heb ik geleerd de dingen los te laten. Als ik geen zin heb om te koken, eten we lasagne of een croque-monsieur. En het is hier niet altijd opgeruimd. Daar lig ik niet meer wakker van.

“Ik neem nog af en toe te veel hooi op mijn vork, maar ik ben me er nu sneller bewust van. Dan neem ik gas terug.”

Je werkt als productiechef bij webshop Veepee.

Nechelput (knikt): “Ik ben verantwoordelijk voor het departement dat de beschrijvingen opstelt, de vertalingen verzorgt, de producten online zet, de banners en foto’s maakt… Ik ben er begonnen als merchandiser, en nu leid ik een team van ongeveer tachtig mensen.

“Het is een pittige job: af en toe bots ik tegen mijn eigen grenzen, zeker als ik vermoeid ben of als de kinderen ziek zijn. Ot en ik hebben het al eens over een sabbatjaar gehad, maar dat zegt me weinig. Blijkbaar ben ik toch ambitieuzer dan ik wil toegeven.”

Je wilt niet stilvallen?

Nechelput: “Nee. Ik werk nu vier vijfde, op maandag ben ik thuis. Ik kan de kinderen op tijd van school halen en dan maken we samen het huiswerk, dat vind ik heel fijn. Maar altijd thuiszitten zou niets voor mij zijn. Ik zou er heel verdrietig van worden om de slaaf van mijn huis te zijn, ik moet iets omhanden hebben. En dan nog. Ik ben heel graag bezig met pottenbakken, ik heb zelfs mijn eigen draaitafel en oven. Het ontspant me om twee, drie uur met mijn handen in de klei te zitten. Maar ik zou het niet de hele dag willen doen. Als ik een bestelling zou krijgen om tien keer hetzelfde te maken, zou ik het al niet meer leuk vinden.”

Was het een droom om in de e-commerce te werken?

Nechelput: “Ik heb lang danslerares willen worden, als kind danste ik heel veel. Ik heb ook een tijdje dansles gegeven, maar na een slechte ervaring in de club waar ik in zat, ben ik ermee gestopt. En zelf een dansschool uit de grond stampen, daar ben ik niet ondernemend genoeg voor.

“Ik heb communicatie gestudeerd, een brede richting. Daarna heb ik als vertegenwoordiger gewerkt, maar dat vond ik verschrikkelijk. De hele dag alleen in de auto zitten en met producten gaan leuren in supermarkten: dat was niks voor mij. E-commerce ligt me beter. Maar is het een droomjob? Geen idee. Als ik mijn hart zou volgen, zou ik iets met kinderkleding doen, maar ik denk dat die markt verzadigd is. Ik zou ook niet snel risico’s durven te nemen. Ik krijg liever duidelijke richtlijnen, zodat ik niet alles zelf hoef te beslissen.”

RUST IN FRANKRIJK

Zou een job in de media iets voor jou zijn?

Nechelput: “Ot zegt dat ik een goeie producer zou zijn. Ik kan goed dingen regelen en duidelijk communiceren, en ik breng graag ergens een logische structuur in. Het zou dus wel iets voor mij kunnen zijn. Maar we hebben drie jonge kinderen: dan zouden we ons leven moeten reorganiseren en externe hulp moeten inschakelen. Dat wil ik niet. Ik werk graag, maar ik ben er ook graag voor mijn kinderen.”

Ze zijn 8, 6 en 1 jaar oud.

Nechelput: “Gloria is geboren in de coronaperiode, net op het moment dat er versoepelingen aangekondigd werden. Ik vond dat wel beangstigend. De mensen mochten weer naar buiten en bij elkaar op bezoek gaan, en de ouders en schoonouders hadden drie maanden hun kleinkinderen niet gezien. Ik vreesde dat iedereen onze baby zou willen zien, maar uiteindelijk viel het mee. In de kraamkliniek mocht er geen bezoek komen: alleen de papa’s mochten naar binnen.”

‘Otto-Jan is een gevoelsmens, maar hij huilt nooit. Ik huil héél veel: het is mijn manier om blijheid, boosheid of wat dan ook te uiten’ Beeld Johan Jacobs
‘Otto-Jan is een gevoelsmens, maar hij huilt nooit. Ik huil héél veel: het is mijn manier om blijheid, boosheid of wat dan ook te uiten’Beeld Johan Jacobs

Veel vrouwen vonden dat een voordeel.

Nechelput: “Ik ook, ik vond het zalig. Na mijn eerste bevalling stond er meteen veel volk in mijn kamer. Het was mijn eerste kind, en natuurlijk wilde ik haar aan iedereen tonen. Maar als je erover nadenkt, is het crazy: drie uur na de bevalling lig je gastvrouw te spelen. Nu was het heerlijk rustig.

“Drie weken na Gloria’s geboorte zijn we naar Frankrijk gegaan, we hebben daar een huisje. Er kwamen ginds wel vrienden langs, maar dat was veel minder zwaar dan thuis.”

Was je bang om besmet te raken?

Nechelput: “Nee, ik was vooral bang dat we te veel bezoek zouden krijgen. Toen de coronamaatregelen versoepeld werden, hadden veel mensen de neiging om te overcompenseren: we kunnen weer afspreken, dus we móéten afspreken. Misschien ben ik toch meer op rust gesteld dan ik zelf dacht.”

Viel het mee om zwanger te zijn tijdens de lockdown?

Nechelput: “Eigenlijk wel. De kinderen waren thuis, maar ze hebben elkaar beziggehouden. Ze kunnen af en toe flink ruziemaken, maar ze hebben ook veel aan elkaar. De opnames van de Campus Cup waren uitgesteld, dus Otto-Jan was ook veel thuis. Zelf vond ik het een groot voordeel dat ik kon thuiswerken. Ik stond vaak vroeg op om te werken, terwijl iedereen nog sliep. En niemand van de collega’s viel erover als ik een keer een halve dag inplande zonder meetings en ’s avonds doorwerkte. Iedereen zat in hetzelfde schuitje.

“Ik heb altijd geweigerd om mee te gaan in het geklaag. We moesten binnenblijven en we konden van alles niet doen, oké. Maar ik vond dat geen reden om negatief te zijn. Ik heb de hele lockdown lang, tot aan de geboorte van Gloria, elke dag een story op Instagram gepost over iets leuks: dat we die dag geknutseld hadden, of brood gebakken.

“Ik hou ook niet van die neiging naar realisme bij aanstaande moeders op Instagram: ‘Mijn huis is rommelig’ en ‘Ik kan ook huilen’. Daar heb ik geen behoefte aan. Je leven hoeft er niet perfect uit te zien, akkoord, maar het hoeft ook niet elke keer over ‘de last van het moederschap’ te gaan.”

In plaats van cadeautjes voor Gloria vroegen jullie mensen om aan Plan International te doneren. Jullie hebben meer dan 3.000 euro ingezameld.

Nechelput: “Voor onze twee andere kinderen hadden we een traditionele geboortelijst aangelegd en een rekening geopend. Nu wilden we iets anders. We dachten eerst aan Vluchtelingenwerk Vlaanderen, maar ik wilde graag iets voor meisjes doen. Ik ben zelf opgegroeid met het idee dat meisjes alles kunnen worden wat ze willen, en ik wil mijn dochters ook opvoeden tot mondige en verstandige vrouwen. Ze hebben het hier goed, en hebben zelfs meer dan hun hartje begeert. Maar de kloof tussen mannen en vrouwen bestaat nog altijd, en in ontwikkelingslanden is die veel groter dan hier. Daarom hebben we voor Plan International gekozen.”

Heb je je zelf ooit benadeeld gevoeld als vrouw?

Nechelput: “Nee. Wellicht lijkt het voor mij daarom evident om mannen en vrouwen gelijk te behandelen. Ik heb kunnen studeren wat ik wilde, ik heb alle kansen gekregen op mijn werk. Misschien verdien ik minder dan mijn mannelijke collega, dat weet ik niet. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik anders word behandeld omdat ik een vrouw ben. Maar ik weet dat het vaak gebeurt, en daarom hebben we voor dat goede doel gekozen.”

Heb je nog grote dromen?

Nechelput: “Ik kijk er hard naar uit om nog eens een verre reis te maken met de kinderen. Drie jaar geleden zijn we naar Zuid-Afrika gegaan, en dat was geweldig. De voorbije jaren zijn heel druk geweest, zeker voor Otto-Jan, en het zou zalig zijn om weer zoveel tijd samen door te brengen. En misschien wil ik nog eens een huis verbouwen.”

Echt? De meeste koppels zeggen na een renovatieproject: dat nooit meer.

Nechelput: “Op het moment zelf zeiden wij dat ook (lacht). Maar we hebben een toffe architecte, het is een plezier om met haar samen te werken. Ik sluit niet uit dat we het ooit nog een keer doen.”

© Humo

De redactie van De Morgen selecteert elke weekdag een uitzonderlijk artikel zoals dit in de ‘Verhaal van de dag’-nieuwsbrief. Vul hieronder uw mailadres in om voortaan ook deze e-mail te krijgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234