Woensdag 19/01/2022

AchtergrondBlack Sabbath

‘En plots heb je een albumhoes met twee neukende robots’: ‘Technical Ecstasy’ leidde tot vertrek van Ozzy Osbourne bij Black Sabbath

Black Sabbath. Beeld rv
Black Sabbath.Beeld rv

Robots die vloeistoffen uitwisselen op een roltrap, een ballad met violen en een zingende drummer: met Technical Ecstasy heeft Black Sabbath na 45 jaar misschien niet zijn beste maar in ieder geval zijn meest opvallende album heruitgebracht. ‘Het was het begin van het einde.’

Tom De Smet

In februari 1970 vormt het titelloze debuutalbum van Black Sabbath niet alleen de geboorte van de heavy metal maar ook het begin van een aantal uiterst succesvolle jaren voor de band uit het Britse Birmingham. In een periode van drie en een half jaar verschijnen liefst vijf albums, met hits als ‘Paranoid’, ‘Sweat Leaf’, ‘War Pigs’ en ‘Changes’. Telkens gevolgd door een uitgebreide tournee.

Maar dit verschroeiende tempo, gecombineerd met grote hoeveelheden drugs en alcohol, eist zijn tol. De bandleden zijn uitgeput. Ze troosten zich met dure auto’s en dito villa’s. Tot blijkt dat die niet hun eigendom zijn, maar van het management, dat ze slechts in bruikleen heeft gegeven. Jarenlang toeren en succesplaten uitbrengen heeft de vier bandleden slechts wat zakgeld opgeleverd. Bovendien blijken tal van belastingen niet betaald. Ze schakelen advocaten in, maar het resultaat is enkel dat ze nog meer geld verliezen. “Uiteindelijk hebben die advocaten ons meer opgelicht dan onze managers”, aldus bassist Geezer Butler met wat zin voor overdrijving.

Dino op je 26ste

Het is niet het enige probleem waarmee Black Sabbath in 1976 worstelt. Terwijl bands als Pink Floyd, Queen en Eagles grote hits scoren en de punk stevig aan de poort klopt, wordt de metal van Black Sabbath door critici en muziekliefhebbers als gedateerd beschouwd. Tot ontsteltenis van de bandleden. “We waren 26 en plots zei iedereen dat we dinosaurussen waren”, aldus Geezer Butler.

De bandleider, gitarist Tony Iommi, besluit het roer om te gooien. “Hij riep de hele tijd dat we als Queen en soortgelijke bands moesten klinken”, blikt zanger Ozzy Osbourne later terug. “Ik vond het gek dat we ons zouden laten beïnvloeden door groepen die wij nog niet zo lang geleden zelf hadden beïnvloed.” Om er een sneer naar Freddie Mercury aan te voegen: “Zie je me al in een roze maillot rondhuppelen?”

null Beeld rv
Beeld rv

Maar Iommi drukt zijn wil door. Hij haalt er met Gerald Woodroffe een toetsenist bij en begint te werken aan wat het album Technical Ecstasy zal worden. De groovy heavy metal maakt plaats voor een breder palet aan stijlen, iets wat al in gang gezet was op de voorganger, het eveneens onlangs heruitgebrachte Sabotage (1975), maar nu nog meer wordt doorgetrokken. Dat leidt tot nummers als het funky ‘All Moving Parts (Stand Still)’, het duidelijk door Queen (en ‘Bohemian Rhapsody’) geïnspireerde ‘Gipsy’, en twee zeemzoete ballads, waarvan er een - niet eens onverdienstelijk - gezongen wordt door drummer Bill Ward. Doe er nog wat violen en een kerkorgel bij en je hebt een behoorlijk atypisch Black Sabbath-album.

Pratend paard

Ook het artwork moet anders: weg met de donkere, vaak sinistere albumhoezen uit het verleden. De hippe Londense designstudio Hipgnosis, onder meer verantwoordelijk voor de iconische Pink Floyd-albumcovers, levert een tekening in lichte kleuren af van twee robots die elkaar kruisen op een roltrap en vloeistoffen uitwisselen. Of zoals Ozzy Osbourne het iets plastischer uitdrukte: “Het ene moment heb je een albumhoes waarop een kerel door demonen wordt aangevallen, en het volgende moment heb je er een waarop twee robots neuken op een fucking roltrap.”

Dat Osbourne niet blij is met de nieuwe koers van zijn band, is duidelijk. “We wisten niet meer wie we waren”, zou hij daar later over zeggen. “We waren de weg kwijt. En ik verloor daardoor mijn interesse. Ik begon in die tijd meer en meer na te denken over hoe het zou zijn om een solocarrière te hebben.”

Daarnaast heeft de zanger in die periode heel wat persoonlijke problemen. Zijn vader is terminaal, zijn huwelijk is op de klippen gelopen en zijn druggebruik loopt volledig uit de hand. “Op een ochtend ben ik tjokvol acid gaan wandelen. Ik kwam twee paarden in een wei tegen. Ik sprak hen aan. Plots zei het ene paard tegen het andere: ‘Jezus Christus, die kerel kan praten.’ Ik schrok me een ongeluk en begon te flippen.”

Technical Ecstasy verschijnt op 25 september 1976. Hoewel de plaat al bij al op goede recensies kan rekenen, volgt het publiek niet: het wordt het slechtst verkopende album uit de dan negenjarige geschiedenis van de band. “Ik denk dat het op nummer 301 in de Mongoolse hitlijst is binnengekomen”, grapt Osbourne in een interview.

Gevangenis?

Enkele maanden later gooit de zanger de handdoek in de ring. “Het breekpunt was een meeting met onze accountant. Het kwam erop neer dat we in de gevangenis zouden kunnen belanden als we onze belastingachterstallen niet snel zouden betalen. Ik dacht: wat is de zin van in deze band te zitten als ik me zorgen moet maken over geld en oplichters? Ik besloot Black Sabbath te verlaten.”

Osbourne zou nog enkele keren terugkeren, maar potten zou Black Sabbath niet meer breken. “Dat album was het begin van het einde”, aldus Geezer Butler. Al blijft Iommi het wel verdedigen: “We konden niet steeds hetzelfde blijven doen.”

Black Sabbath, Technical Ecstasy Super Deluxe, nu uit bij BMG. Naast het originele album bevat deze box ook onder meer tien niet eerder uitgebrachte livetracks die zijn opgenomen tijdens de Technical Ecstasy World Tour van 1976-’77.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234