Vrijdag 01/07/2022

InterviewEric Goens

Eric Goens: ‘Je zegt niet plots dat je ouders ‘vuile nazi’s’ waren’

Eric Goens: ‘Al die ouders, dat zijn gigantische lafaards. Ze namen de benen naar Argentinië en ontliepen elke mogelijke verantwoordelijkheid.’ Beeld Wouter Van Vooren
Eric Goens: ‘Al die ouders, dat zijn gigantische lafaards. Ze namen de benen naar Argentinië en ontliepen elke mogelijke verantwoordelijkheid.’Beeld Wouter Van Vooren

Bariloche, is dat geen skidorp in Argentinië? Haast niemand weet dat collaborerende Vlamingen er na de oorlog hun adelaarsnest maakten. Eric Goens (53) ging voor een ­docureeks op zoek naar hun nazaten daar. ‘Met sommigen kreeg ik echt medelijden.’

Tine Peeters

Eric Goens doet zijn verhaal in zijn achtertuin, in de kantoren van zijn productiehuis. De vogels kwetteren, de wind ritselt in de bomen, een grasmaaier gromt in de verte. De bucolische omgeving contrasteert 100 procent met zijn donker verhaal over de oorlogsmisdadigers die de wijk namen naar Argentinië.

“Juan en Evita Péron dachten dat hun land zou boomen door het geld en het intellect van al die nazicollaborateurs. De Argentijnen ­ontvingen hen met open armen. Josef Mengele, Adolf Eichmann, Rudolf Hess en Erich Priebke zijn allemaal in Bariloche de berglucht gaan ­opsnuiven. Net zoals honderden Vlaamse ­collaborateurs.

BIO • studeerde politieke wetenschappen in Parijs en journalistiek in Tilburg • was journalist bij o.a. De Morgen, Panorama/De Post, Canal +, HUMO, Bonanza, Woestijnvis • werd in 2001 hoofdredacteur van de VTM-nieuwsmagazines, later hoofdredacteur nieuwsdienst en directeur informatie • is zaakvoerder van productiehuis Het Nieuwshuis • maakt(e) programma’s als Kroost, Het huis, Onze dochter heet Delphine, Molenbeek, Bargoens, De zomer van, Kantine (Play Sports), De Stig, Miguel (over keeper Miguel Van Damme)

“Mijn verwachting was dat ik er de nakomelingen zou aantreffen van de fine fleur van ­extreemrechts in Vlaanderen. Foute mensen met bakken geld, living la vida loca in dat Beieren aan de Andes. Maar daar had ik me toch schromelijk in vergist.

“Het is verbijsterend hoe verpauperd de ­families van die Vlaamse collaborateurs zijn. ­Zeker de tweede en derde generatie. De nazaten van Karel Sys – de Vlaamse bokser die zich voor de kar van de nazipropapaganda liet spannen – leven in een hutje in een favela. De zoon van Jetje ­Claessens, de leidster van de Dietsche Meisjesscharen (de jeugdorganisatie voor meisjes van het Vlaamsch Nationaal Verbond, red.), leeft net niet onder de armoedegrens.”

Hoe verklaart u dat?

“Hun ouders waren allemaal voorbij de 30 toen ze naar Argentinië trokken om hun straf in België te ontlopen. Ze moesten hun leven van nul af aan ­heropbouwen, en dat is de meesten niet gelukt. Zij hebben zich nooit ­geïntegreerd.

“In Vlaanderen werden zij intussen op handen gedragen door extreemrechtse Vlamingen die van de Turkse en Marokkaanse migranten wél eisten dat ze zich integreerden en zelfs assimileerden. ‘Aanpassen of opkrassen’ scandeerden hun volgelingen hier, terwijl die collaborateurs nooit de moeite hebben gedaan om in Argentinië te aarden. Zij klitten net enorm hard ­samen.”

Zijn hun kinderen nog doordrongen van de nazisympathieën van hun ­ouders?

“Ze zijn er volledig in ingekapseld, ze zitten echt opgesloten in die zelf opgelegde onwetendheid. Ze kennen nauwelijks de zwarte kant van de oorlog.”

In Kinderen van de collaboratie zie je wel hoe die zonen en dochters volledig breken met hun ouders.

“Ja, maar die nazaten groeiden niet op in een ideologisch getto. Bonne chance als je Reni of ­Pieter heet in het Argentinië van de jaren 1950 en je probeert je af te zetten tegen je ouders. Zij vierden 11 juli, zij vierden Vlaamse kermissen, zij hingen Vlaamse vlaggen uit.

“Veel kinderen volgden er les aan de Duitse school. Daar bleven ze Mein Kampf onderwijzen alsof in Europa de bevrijding nooit had plaatsgevonden. De facto werd die school ook bestuurd door Erich Priebke, de SS’er die betrokken was bij de moord op honderden Italiaanse burgers. In Argentinië was Priebke jarenlang de spilfiguur van het culturele en sociale leven van de collaborateurs. Er zijn foto’s waarop de hele kliek staat (maakt een halve, Romeinse groet), zingend en klinkend in het Duits.”

Kunt u die Vlamingen in Bariloche met een ­andere gemeenschap vergelijken?

“Het is een vreemde vergelijking, maar de meest gesloten joods-orthodoxe gemeenschap vertoont volgens mij gelijkaardige trekjes. Daar heerst ­dezelfde ideologische verstarring, hetzelfde ­gebrek aan openheid.”

Trouwden die Argentijnse Vlamingen ook ­alleen met andere Vlamingen?

“Zeker. De bruiden en bruidegommen waren wel beperkt in aantal en tijd. Twee groepen Vlamingen zijn zich dan ook gaan vermengen. Na de oorlog streek er een kolonie Oostendse vissers in Argentinië neer omdat de Noordzee vol mijnen lag en ze daar niet meer konden vissen. De kinderen van die vissers, die meestal geen collaboratieverleden hadden, en de kinderen van die foute Vlamingen zijn met elkaar in het huwelijksbootje gestapt. Allemaal blijven ze zich Vlaming of Belg noemen. Ze spreken Spaans, maar ook broken Flemish.”

Erkennen de nazaten van de collaborateurs de Holocaust?

“Ze beweren dat hun ouders er pas na de oorlog ‘iets’ over hoorden. Het typische collaboratie-excuus. Sommigen zeggen nog net niet dat de Holocaust een fabeltje is. Die kinderen hebben een totaal gebrek aan inzicht in wat hun ouders gedaan hebben. Niet verwonderlijk, want die ouders hebben zelf nooit enig schuldbesef gehad.

Het Argentijnse Bariloche werd na de Tweede Wereldoorlog een schuiloord voor oorlogsmisdadigers en collaborateurs uit Europa.  Beeld © VRT
Het Argentijnse Bariloche werd na de Tweede Wereldoorlog een schuiloord voor oorlogsmisdadigers en collaborateurs uit Europa.Beeld © VRT

“Er zit een scène in de documentaire met de dochter van een veroordeelde ­nazicollaborateur die echt bijna ­hysterisch wordt omdat wij blijven zeggen dat het niet klopt wat ze ­vertelt over haar ouders.

“Je mag ook niet verwachten dat die mensen ineens gaan zeggen dat hun ouders ‘vuile nazi’s’ zijn. ­Waarom zouden ze voor mijn ­camera een vader- of moedermoord plegen?”

Maar je wilt toch weten waar je vandaan komt?

“Jij misschien, en ik ook... Elk zijn afwijking, hè. (lacht) Ook in Vlaanderen willen veel mensen niet geconfronteerd worden met het zeer zwarte verleden van hun familie.

“Vlaanderen heeft die hele donkere episode – historicus Bruno De Wever zegt dat ook – nooit een plek kunnen geven in zijn geschiedenis. In Nederland zijn er vrij snel na de oorlog allerlei commissies en onderzoeken opgericht. Bij de Vlamingen is de hele nazi-ideologie op een vieze manier de Vlaamse Beweging binnengekropen. Al wie zich na de oorlog weer bezighield met de Vlaamse zaak, heeft die periode dus doodgezwegen. En dat ­onverwerkt verleden is blijven dooretteren en verzweren.”

Historicus Koen Aerts zegt in de documentaire: ‘Je kunt het niet niet weten’. Geef één zoekterm in op Wikipedia en die ­kinderen weten hoe fout hun ouders waren in de Tweede Wereldoorlog.

“Ja, maar ik ga niet de rechter spelen van die tweede of derde generatie. Die mensen hebben al genoeg miserie. Door onwil, door domheid of door moedwil – of een combinatie van die drie – zijn die kinderen onwetend over het oorlogs­verleden van hun ouders.”

Het valt op met hoeveel empathie u over deze nazaten spreekt.

“Met sommigen kreeg ik echt medelijden, ja. De Argentijnse historicus Uki Goñi, die de vluchtroutes van de nazicollaborateurs in kaart bracht, vat het mooi samen: ‘De empathie die deze oorlogscriminelen niet hadden in hun ideologie, hadden ze zelfs niet tegenover hun families.’ Die mensen hebben niks opgebouwd voor hun kinderen. Après moi le déluge, die houding.

“Ik heb me zo vaak afgevraagd: hoe kun je nu alles en iedereen achterlaten en er niet eens voor zorgen dat je directe nazaten een goed leven ­krijgen? Waarom ben je blijven zitten in je echokamer met gelijkgestemden? Waarom heb je in Argentinië niet harder gewerkt?”

Heeft dan echt geen enkele Vlaamse familie het daar gemaakt?

“De Viaenes – vader was oostfronter, moeder verpleegster bij het Duitse Rode Kruis, beiden veroordeeld tot jarenlange gevangenisstraffen in België – zijn de enigen die er geslaagd zijn in het leven. Niet dankzij de vader, die ging in Bariloche in een boekwinkeltje zitten vegeteren en sigaretten smoren. De moeder is er een weverij voor skipulls begonnen en is wel succesvol ­geworden.

“Al die ouders, al die collaborateurs, dat zijn gigantische lafaards. Ze namen de benen naar Argentinië en ontliepen elke mogelijke verantwoordelijkheid. Als je dan toch zo overtuigd bent van je idealen, heb dan tenminste de ballen om er na de oorlog publiekelijk voor uit te komen. Sla niet op de vlucht. Zit je straf uit. Minimaliseer en romantiseer je aandeel in die oorlog niet.

“In de jaren 50 zei de Belgische regering: ‘Keer terug, stel u ter beschikking van het gerecht en we fiksen wel wat.’ Bijna al die collaborateurs zijn dat blijven weigeren. Uit een gebrek aan schuldinzicht én een superioriteitsgevoel. Zij ­erkenden gewoon het Belgisch bewind na de oorlog niet. Voor hen was dat niet legitiem.

“Ook hun familieleden, die in België achterbleven, hebben ze hier met schande en schulden overladen. Martha Claessens, de zus van Jetje, heeft haar hele leven het vuur uit haar sloffen gelopen voor haar. Want Jetje deed mee met ‘den Duits’, Jetje zat in de bak, Jetje moest naar Argentinië. Die zus is zelfs net na de bevrijding – pas bevallen, baby op de arm – van deur tot deur gegaan om handtekeningen te sprokkelen om haar zus een lichtere straf te bezorgen. Je moet het maar doen, hè.

 Pieter Delaeter, de zoon van Jetje Claessens die hoofdleidster was van de 'Dietsche Meisjesscharen'. Beeld © VRT
Pieter Delaeter, de zoon van Jetje Claessens die hoofdleidster was van de 'Dietsche Meisjesscharen'.Beeld © VRT

“Toch heeft Jetje in haar hele leven Martha nooit echt bedankt. Behalve de laatste keer toen ze naar België kwam. Toen heeft ze haar zus vastgepakt op de luchthaven en haar bedankt. Heel stil.”

Hopen die kinderen daar nog op ­eerherstel?

“Vaak wel. De dochter van Camiel Baeck, de ­oorlogsburgemeester van Mechelen, is goddelijk verontwaardigd dat er geen buste van haar vader in het Mechelse stadhuis staat. Daar staan bustes van alle voorgangers van Bart Somers, maar niet van Baeck – zijn bijnaam was mini-­Hitler – omdat er na de oorlog een wet kwam die alle benoemingen uit de oorlog tenietdeed.”

Goens vertelt dat er onder al die oorlogsmisdadigers in Argentinië het waanzinnige plan rijpte om er een arische gemeenschap op te richten. Drie miljoen mensen wilden Pierre Daye en René Lagrou naar die plek lokken. Daye was een Franstalige Brusselaar en ex-minister van Sport onder Léon Degrelle, Lagrou de voormalig leider van SS Vlaanderen.

“De doorslaggevende rol van Pierre Daye voor de vlucht van duizenden nazi’s naar Argentinië bleef tot nu totaal onderbelicht. Hij was een ­charismatisch en gewiekst man die in de oorlog op de thee ging bij Von Ribbentrop (Joachim von Ribbentrop, minister van Buitenlandse Zaken ­onder Hitler, red.) en connecties had tot in het Vaticaan.

“In het diepst van zijn gedachten moet hij een soort God geweest zijn die alles in orde bracht voor de genese van dat nieuwe Duitse Rijk. Noch de Vlamingen, noch de Oostenrijkse of Duitse collaborateurs zaten ook maar enigszins in de buurt van president Péron. Daye vergaderde om de veertien dagen met hem en besliste welke ­collaborateurs er de overtocht zouden maken. Hij was de ultieme fixer.

“Duizenden nazi’s verdwenen na de oorlog in een zwart gat – pun intended – en kwamen eind jaren 40 weer boven in Argentinië. Daye was de diplomaat in het duister die hen de weg wees. Hij bereidde hun vluchtroutes of ‘rattenlijnen’ via Spanje voor.

“Overal kwam die man mee weg. In Buenos Aires raakte hij benoemd aan de universiteit. Na enkele maanden kreeg hij zijn ontslag om redenen waarvoor we nu een aparte hashtag hebben. Binnen de kortste keren ontving de universiteit echter een brief van de Argentijnse regering dat ze Daye ondanks die #MeToo-affaire weer in dienst moesten nemen. Daarna bleef hij als een spook door die gemeenschap waren.”

Hoe werd hij zo onaantastbaar?

I hate to say it, maar we weten het niet. Hij viel toen al tussen de plooien van de geschiedenis. De redactie van Bargoens (Goens’ productiehuis, red.) had zeventig jaar later de ambitie en de ­pretentie om hem van tussen die plooien te ­vissen, maar dat is ons maar deels gelukt. Wij hebben ons te pletter gezocht naar verwanten, maar niks gevonden. He was the poor lonesome cowboy who was nowhere to be seen maar alles voor elkaar kreeg.

“In Buenos Aires ligt Daye begraven in een ­gigantische, zwarte doos. Geen gewone grafzerk, het is een half huis. Ook dat heeft hij kunnen ­fiksen.”

Bent u eigenlijk al op zoek gegaan naar het oorlogsverleden van uw eigen familie?

“Ja, kort geleden. Mijn pa is geboren in 1940, maar heeft zijn eigen vader pas voor het eerst gezien in ’46. Toen ik tot de jaren van verstand kwam, vroeg ik soms: ‘Was pepe fout in de oorlog?’ Maar ik botste op een muur van stilte. Een week voor het overlijden van mijn vader –hij is onlangs gestorven – vroeg ik hem: ‘Zeg maat, hoe zit het nu met pepe?’ Zelfs toen kreeg ik eerst geen antwoord. Tot bleek dat hij niet zwart was, maar wel werd ingezet door ‘den Duits’ om op een militair vliegveld te werken.

Pablo Sys, kleinkind van de Oostendse bokser en nazi­propagandist Karel Sys. ­Pablo woont in een ­schamel hutje in een sloppenwijk. Beeld © VRT
Pablo Sys, kleinkind van de Oostendse bokser en nazi­propagandist Karel Sys. ­Pablo woont in een ­schamel hutje in een sloppenwijk.Beeld © VRT

“Mijn pepe is het daar afgebold omdat hij niet voor de Duitsers wilde werken en heeft lang ondergedoken gezeten in Frankrijk. Misschien heb ik dus nog ergens Franse halftantes of halfnonkels die mijn pepe in die jaren heeft verwekt. (lacht) Ik kom uit Koksijde, een buurgemeente van Oostduinkerke waar Irma Laplasse (die op 30 mei 1945 wegens verraad ter dood werd veroordeeld, red.) vandaan kwam. Dat blijft daar wit ­tegen zwart. Niet dat er gastjes van twaalf tegen hun buurjongen zeggen: jij komt van de zwarten. Maar ergens onder de poriën van die gemeenschap blijft dat wel zitten. En eigenlijk geldt dat voor tientallen gemeenten en honderden ­families heel Vlaanderen. Ni vu, ni connu.

In Het huis confronteerde u viroloog Marc Van Ranst met het foute oorlogsverleden van zijn grootoom, de kunstschilder Door Boerewaard.

“Ja. Hij was zijn liefde aan het belijden voor ­nonkel-schilder toen ik zei dat die in een heropvoedingskamp had gezeten. Hij had wel de openheid om erover te praten, maar ik denk dat er op honderd mensen geen twintig zijn die zullen zeggen: ‘Kom, we doen eens een klapke over pepe en meme.”

Heeft Vlaanderen dat nodig?

“Absoluut. In Argentinië is die pacto de silencio nog veel groter. Er was een onderzoekscommissie in de jaren 90, maar die heeft de boel nog meer toegedekt. Historicus Uki Goñi vertelde ons dat hij op zeker ogenblik na lang aandringen toestemming kreeg om cruciale dossiers in te kijken. Op weg naar het archiefgebouw zag hij vanuit zijn auto hoe er een rookpluim opsteeg uit de schoorsteen. Ze hadden alle belangrijke dossiers gewoon in de fik gestoken.

“Mocht ik een oprechte flamingant zijn, dan zou ik heel hard vloeken op mijn voorouders omdat ze mij voor eeuwig en twee dagen belast en bezoedeld hebben met die aangebrande ­erfenis. Stel u voor dat je de Vlaamse discussie had kunnen voeren zonder dat zwarte randje. Dan leefden we in een ander land. Die Vlaamse Beweging is voor decennia besmet en zal dat waarschijnlijk nog decennia zijn.

“Bruno De Wever, de oudere broer van Bart, heeft meegewerkt aan onze documentaire. Op een bepaald moment stuitten wij tijdens ons onderzoek op foto’s van een bijeenkomst waarop Jetje Claessens na de oorlog als een koningin wordt onthaald door een foute, naoorlogse ­vereniging. Wie stond daar met de vendel te zwaaien? De kleine Bruno. Hij is het mooiste ­bewijs dat je je door kennis kunt onttrekken aan het zwarte verleden van je familie.

“Ik denk wel dat de foute kant van het Vlaams-nationalisme weer aan het opleven is. Kijk naar de Dries Van Langenhoves van deze wereld die weer gaan vendelzwaaien aan de ­IJzertoren of opduiken op allerlei foute ­bijeenkomsten. En het Vlaams Belang bedekt dat allemaal maar met de mantel der liefde.”

Want dat levert stemmen op?

“Het Vlaams Belang denkt dat dit hen veel ­‘zwarte schaapjes’ oplevert, maar dat klopt ­volgens mij niet. Het zwart van vandaag heeft een heel andere kleurdimensie dan het zwart van de jaren 40.

“Voor het eerst heeft Tom Van Grieken nu wel afstand genomen van een Frank Creyelman omdat zijn gedweep met Poetin te gortig werd. Maar Driesje of Filip Dewinter die op een foute party opduiken? Enfin, een party, dat klinkt veel te vergoelijkend. Regulier rechts heeft dan wel afstand genomen van zijn aangebrande verleden, extreemrechts is daar duidelijk nog niet aan toe.”

Waarom denkt u dat net nu meerdere collaboratieromans en tv-programma’s verschijnen? Zoals Wil van Jeroen Olyslaegers, De draaischijf van Tom Lanoye, Kinderen van de collaboratie en uw documentaire?

“Misschien kunnen we die boeken nu pas schrijven, die documentaires nu pas draaien? In Vlaanderen is het echt heel dubbel: veel families hebben dat zwijgpact en tegelijk is er die interesse en die fascinatie... Als Canvas wat uitzendt over de oorlog, verdriedubbelen de kijkcijfers.”

En is het jaar van Canvas gered...

“Hohoho, dat heb jij gezegd. Dat zijn van die ­gevaarlijke tussenzinnetjes, daar ga je mij niet liggen hebben. Ik wil wel voor Canvas blijven werken.” (lacht luid)

Is het niet hallucinant hoe slecht wij onze ­geschiedenis kennen?

“Ja, nochtans banjerde Maurice De Wilde in mijn jeugd elke week al door de living. Die man heeft basically heel zijn leven opgeofferd om een oorlogstribunaal op te richten op de toenmalige BRT.

“Maar in onze schoolboeken staat er veel te weinig over dit akelige oorlogshoofdstuk. Vandaar de urgentie die ik ook voelde: tussen onze getuigen zaten er kraakskes van 70 of 80. Bij elke coronagolf die passeerde, dachten we: help, daar gaat onze geschiedschrijving. Dit is onze laatste kans om die geschiedenis van Bariloche zo goed mogelijk te reconstrueren.”

‘In onze schoolboeken staat er veel te weinig over dit akelige oorlogshoofdstuk. Vandaar de urgentie die ik ook voelde.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘In onze schoolboeken staat er veel te weinig over dit akelige oorlogshoofdstuk. Vandaar de urgentie die ik ook voelde.’Beeld Wouter Van Vooren

Goens duikt in zijn notities en diept het verhaal op van Antoon Maes. Voor de oorlog is hij hier een wannabe-schilder, in de oorlog vooral erg fout, na de oorlog groeit hij uit tot een gerenommeerd kunstenaar in Patagonië. Zijn naam verbastert hij tot Antonio Maez. Geen enkele Argentijn kent zijn oorlogsverleden.

In 1965 trekken koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek naar Argentinië. Goens: “En wie duikt er op aan hun zijde als hun officiële vertaler en gids? Antoon Maes! De Belgische veiligheidsdiensten moeten zijn oorlogsverleden wel gekend hebben, dat kan niet anders, maar vonden dat blijkbaar helemaal niet erg. Tussen haakjes: Boudewijn had natuurlijk ook niet de meest florissante antecedenten. Misschien kon hij met Maes praten over wat zijn vader, Leopold III, allemaal had uitgestoken in de oorlog?”

Na zijn dood wordt Maes wel ontmaskerd in het boek El Pintor de la Suiza Argentina van Esteban Buch. Dat maakt de Argentijnen zo woedend dat een hele menigte de galerie binnendringt waar er dan een retrospectieve voor Maes gehouden wordt. Toch vernietigt die verontwaardigde menigte zijn werk niet, het respect voor zijn kunst blijkt te groot. Ze halen zijn schilderijen enkel van de muur, zetten ze op de grond en draaien ze om.

Goens:“Karma is a bitch, dat bewijst Maes’ leven wel. Hij blijft aan het eind totaal berooid achter omdat zijn joodse vrouw met al zijn geld gaat lopen.”

Vraagt u zich ooit af: wat zou ik zelf hebben ­gedaan in de oorlog?

“Ik zou nooit gecollaboreerd hebben. Je moet toch wel echt fout zijn om de kant van de Duitsers te kiezen? Het is misschien een vreemde gedachtekronkel, maar ook nu kon je toch voorspellen wie er zich achter Poetin zou scharen? De Marine Le Pens van deze wereld, daar zal ik nooit bij zijn. Bij die mensen ontbreekt een soort van basismoraal. Ik denk, ik hoop dat ik wel over zo’n fond beschik die mij weerhoudt van elke collaboratie. Vaak gaat het ook helemaal niet om ideologie – hoe graag die collaborateurs en hun kinderen dat ook zeggen – maar om persoonlijke verrijking en macht.

“Ik stel me juist de tegenovergestelde vraag: ‘Hoe konden die Vlamingen beslissen: ik volg die mens met zijn snor?’ Dat is toch aberrant? Ik heb ook geen last van de Vlaamse zaak die mij mee in die richting duwt. Dus neen, die confessie ga je niet uit mij kunnen sleuren.” (lacht)

Bariloche, vanaf 12 mei om 21.20 u. op Canvas en VRT NU

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234