Vrijdag 30/09/2022

Songfestival

"Eurovisie brengt mensen samen, een beetje zoals de Rode Duivels"

null Beeld Eurovision
Beeld Eurovision

Het Eurovisie Songfestival is dit jaar aan zijn 60ste editie toe. Enkele ex-deelnemers, commentatoren en andere kenners lijsten hun hoogte- en dieptepunten van de Europese liedjeswedstrijd op.

Annick Joossen

Nicole en Hugo, namen deel in 1973

"'Waterloo' is hét Songfestivalnummer bij uitstek"

Vlaanderens bekendste schlagerduo Nicole en Hugo mocht in 1973 België met het nummer 'Baby Baby' vertegenwoordigen op het Songfestival. Ze eindigden op de laatste plaats, maar toch kijken Nicole en Hugo positief terug op hun ervaring. "We waren nog heel jong toen we de kans kregen om ons land te vertegenwoordigen. We vonden dat fantastisch. Normaal zouden we in 1971 zijn gegaan met 'Goeiemorgen, morgen', maar toen kreeg Nicole geelzucht en konden we niet gaan."

Hun deelname aan het Songfestival legde hen, ondanks de laatste plaats, geen windeieren. Ze legden dankzij de wedstrijd contacten die hun latere carrière mee zouden bepalen. Spijt van hun deelname hebben ze dan ook niet. "Ik ben heel blij dat we hebben meegedaan", vertelt Hugo. "Negatieve reacties toen we thuiskwamen hebben we gerelativeerd. Het is een deel van je carrière. Als je wint is dat natuurlijk fantastisch. Maar Sandra Kim heeft wel gewonnen en zij was daar niet zo blij mee. Ik weet dat ze 'J'aime la vie' een hele tijd gehaat heeft."

Nicole en Hugo. Beeld PHOTO_NEWS
Nicole en Hugo.Beeld PHOTO_NEWS

Hun absolute hoogtepunt uit 60 edities Eurovisie is de overwinning van ABBA in 1974 met 'Waterloo'. "Voor ons is 'Waterloo' van ABBA nog altijd hét Songfestivalnummer bij uitstek", zegt Hugo. Dat het Songfestival de laatste jaren soms meer om het spektakel lijkt te draaien dan om de muziek vindt hij wel jammer. "De shows van nu kun je niet meer vergelijken met die van vroeger. Wij hadden alleen een decor en iedereen deed zijn ding, en that was it. Nu is het gewoon overdonderend, echte Vegas-toestanden. De beelden worden almaar belangrijker. Je kijkt naar een nummer, maar je luistert er niet meer naar."

Tegelijkertijd dragen net de spectaculaire shows mee bij tot het succes van het Songfestival, denkt Hugo. Nicole en hij volgen het Songfestival dan ook elk jaar van nabij. "Wij willen het niet missen. Het is toch plezant om naar te kijken? Puur entertainment, een gezellige avond met wat kitsch. Het is gewoon een avondje uit, ook al blijf je thuis."

Hij vindt dan ook dat Belgische artiesten wat meer hun nek zouden mogen uitsteken. Nederland stuurt al enkele jaren kleppers van formaat, en België mag daar best een voorbeeld aan nemen, vindt hij. "Grote Belgische artiesten durven meestal niet, omdat ze bang zijn om af te gaan. Jongens alstublieft, dat is toch maar één avond? Het is gewoon plezant om mee te doen."

Sandra Kim, won in 1986 met 'J'aime la vie'

"Het Songfestival kan me gestolen worden"

Hoewel Sandra Kim ons land in 1986 zijn enige overwinning bezorgde op het Songfestival, laat het hele gebeuren haar koud. "Ik ben geen fan van het Songfestival, of toch niet meer. Toen ik klein was keek ik elk jaar samen met mijn ouders. Toen was het echt een must, in de jaren 70 keek iedereen ernaar. Ik hield van de shows. Het was wel kitsch, maar het waren ook goede liedjes en het was aangenaam om naar te kijken."

"De laatste jaren is de show zijn geloofwaardigheid kwijt. Eurosong is, met al die oostelijke staten die voor elkaar stemmen, niet meer hetzelfde. Bovendien zijn het vaak slechte liedjes. Het draait helemaal niet meer rond de muziek, maar rond de landen zelf. Vroeger was er een liveband en deden er maximaal 25 landen mee. Nu zijn er halve finales en een finale. Ik heb gewoon geen zin meer om ernaar te kijken, het is een circus geworden."

Ook het feit dat dit jaar uitzonderlijk Australië mag meedoen, vindt Sandra Kim geen goede zaak. "Het Songfestival is iets van ons, het moet niet van de hele wereld worden. Muziek is gewoon niet overal gelijk, we luisteren nu eenmaal niet overal naar dezelfde nummers."

Kijken naar het Songfestival doet ze alleen omdat het moet. "Dankzij Eurosong heb ik veel kunnen reizen en daar ben ik erg dankbaar voor, maar ik kijk alleen nog omdat ik er een beetje toe verplicht ben. Elk jaar bellen ze me en vragen ze me dezelfde dingen. Het moet me dus wel interesseren, maar eigenlijk kan het me gestolen worden. Je m'en fou!"

Peter Van de Veire en Eva Daeleman, Songfestivalcommentatoren

"Eurovisie brengt mensen samen"

MNM-dj's Peter Van de Veire en Eva Daeleman zorgen net als vorig jaar voor het commentaar bij de uitzending van het Songfestival. Ze volgen het Songfestival al van kleins af aan. "Als kind mocht ik bij mijn grootouders met een kommetje chips naar het Songfestival kijken", vertelt Eva Daeleman. "Het hoogtepunt - naast de chips - was om zelf punten te kunnen geven. De overwinning van The Olsen Brothers was de eerste keer dat ik er met mijn voorspelling boenk op zat."

"Ik herinner me de overwinning van Sandra Kim nog heel goed", zegt Peter Van de Veire. "Maar een van de allerstrafste overwinningen ooit is voor mij toch Vicky Leandros met 'Après toi'. Een heel mooi liedje, en de manier waarop ze het bracht was ook zeer indrukwekkend. Iets recenter vind ik 'Euphoria' van Loreen een van de beste nummers dat ooit gewonnen heeft. Niet lang daarna hielden we bij MNM een radiomarathon, en dat was het nummer waar ik me aan op trok."

Peter Van de Veire en Eva Daeleman. Beeld VRT
Peter Van de Veire en Eva Daeleman.Beeld VRT

Dat het vroeger op het Songfestival allemaal beter was, is volgens Van de Veire onzin. "Vroeger was er ook veel bagger. Bijvoorbeeld Ping Pong, de Israëlische inzending in 2000. Dat waren meisjes in heel korte rokjes die vals zongen en dan ook nog eens met de Syrische vlag stonden te zwaaien. Dat was zo slecht dat het zelfs niet leuk meer was."

Voor Eva waren de oma's die Rusland in 2012 naar Azerbeidzjan stuurde het absolute dieptepunt. "Het ging toen niet meer over de muziek, maar alleen over het circus. Voor mij moet er nog altijd mooi gezongen worden." Tegelijk mag er best wel wat kitsch zijn, vinden Eva en Peter. "Het geeft letterlijk wat kleur aan het festival. Ik vind dat dat moet kunnen, zolang er maar goede nummers uit komen", zegt Peter. "Het leuke aan het Songfestival is ook dat het in bijna 99 procent van de gevallen om heel positieve liedjes gaat."

Dat er dan al eens een maatschappelijk statement wordt gemaakt, hoort erbij. "Het opent deuren op een minder serieuze manier, het geeft de mogelijkheid om op tafel te slaan met een positieve boodschap", vindt Eva. "Er wordt altijd veel commentaar gegeven op het Songfestival, maar iedereen kijkt er wel naar."

"Hoe de Zweden het Songfestival koesteren, daar zouden we allemaal een voorbeeld aan moeten nemen", stelt Peter. "We kunnen al maar om de twee jaar een kandidaat sturen, dus we zouden daar beter wat meer werk van maken. Ik vind het ook jammer dat we pas zo laat onze preselectie houden. Als we die al in september zouden doen, kun je de kandidaten beter voorbereiden op het festival in mei. We zouden veel sterker staan."

"Ik vind het heerlijk dat we toch altijd denken dat we gaan winnen", zegt Eva. "Uiteindelijk brengt het mensen samen, een beetje zoals de Rode Duivels."

Raf Van Bedts, hoofdredacteur van eurosong.be

"We voelen ons één dag per jaar echt Europeaan"

Het moment dat Raf Van Bedts altijd zal bijblijven is de overwinning van Sandra Kim in 1986. "Het was het moment waarop heel het land aan het wachten was. Dat België, precies dertig jaar na het begin van het Songfestival, zou kunnen winnen, was iets waar niemand nog echt in geloofde."

Ook het absolute dieptepunt van het Songfestival staat nog in zijn geheugen gegrift. "Voor mij persoonlijk was dat de overwinning van Marie N in 2002, de Letse die Europa met een flutverkleedact een rad voor de ogen had gedraaid en daardoor een bijzonder slecht nummer toch naar de overwinning heeft gezongen. Ik heb die collectieve vlaag van zinsverbijstering in Europa nooit begrepen."

"Op dat moment, na de onterechte overwinning van Estland en de bedenkelijke Olsen Brothers, is mijn persoonlijke engagement voor het Songfestival echt op de proef gesteld. Toen heb ik echt met het idee gespeeld om er compleet mee te kappen. Ik heb het uiteindelijk niet gedaan, maar de naam Marie N werkt bij mij nog altijd als een rode lap op een stier."

Raf Van Bedts. Beeld PHOTO_NEWS
Raf Van Bedts.Beeld PHOTO_NEWS

Dat het Songfestival er de laatste jaren op achteruit is gegaan, is volgens Van Bedts onzin. "Het spektakel primeert al van in de jaren 70. Het kantelpunt kwam er in 1974, toen met ABBA de popcultuur de bovenhand nam op het Songfestival. Tot dan waren het vooral Frankrijk en Luxemburg die met klassieke ballades de overwinningen aan elkaar regen. Tegelijk heeft ABBA ook de gimmick geïntroduceerd. Nicole en Hugo hadden het jaar voordien al een voorzichtige poging gedaan met hun paarse pakjes, maar de eerste echte gimmick was ABBA."

"Dat heeft altijd meegespeeld bij het Songfestival, elke winnaar had wel een gimmick. Je moet opvallen. Je krijgt drie minuten om gans Europa te overtuigen, en dat moet je doen met eyecatchers."

"Sinds de televoting in 1998 veralgemeend werd, zijn de meer extreme gevallen zich beginnen manifesteren. Omdat de kijker zelf een eindverdict moest geven, moest die overtuigd worden om naar zijn telefoon te grijpen en te stemmen. En ook de kritiek van vriendjespolitiek is pas begonnen toen de kijkers het zelf voor het zeggen kregen."

Sinds enkele jaren zijn de stemmen 50/50 verdeeld tussen het publiek en een vakjury, en dat is volgens Van Bedts een goede zaak. "De extreme gimmicks zullen daardoor het Songfestival niet meer winnen." Dat er vorig jaar dan toch een vrouw met een baard kon winnen, heeft volgens Van Bedts met meerdere factoren te maken. "Er waren muzikaal geen echte uitschieters, en dan heb je natuurlijk al een streepje voor. Ten tweede was er een enorme hype voor de figuur van Conchita Wurst vanuit de holebi-middens, en dat helpt voor de stemming. Ten slotte was er ook de hetze tegen de anti-homowetten van Rusland, en dan vinden al die kampen elkaar."

Dat het Songfestival gebruikt wordt om bepaalde statements te maken, vindt Van Bedts logisch. "Er is een verschil tussen een politiek en een maatschappelijk statement. Conchita heeft nooit een echt politiek statement gebracht, maar net een boodschap van tolerantie verspreid. Waar anders dan op het Songfestival kun je dat doen? Het is de geest van de wedstrijd, ze is ontstaan in 1955 vanuit de Europese eenmakingsgedachte. Het Songfestival heeft zijn doel waargemaakt, maar dan moet je niet verwonderd zijn dat sommige deelnemers dat ook gebruiken om hun boodschap te verkondigen."

"Die mix van politiek, maatschappelijk engagement en muziek heb je sowieso en dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In 1979 won Israël het Songfestival met het vredeslied 'Halleluja', net een week na de ondertekening van het vredesakkoord tussen Israël en Egypte. In 1982 won Nicole met 'Ein Bisschen Frieden', op het moment dat de Koude Oorlog op zijn hoogtepunt was." En het is net dat unieke karakter dat maakt dat het Songfestival al 60 jaar meegaat. "We voelen ons één dag per jaar echt Europa, en zo lang het Songfestival dat gevoel kan behouden, blijft het ook relevant."

Marcel Vanthilt, was jarenlang jurylid van Eurosong

"Het Songfestival zou een EK van liedjes moeten worden"

"Het Songfestival heeft zijn merite omdat het toch een groot aantal klassiekers uit de hedendaagse popmuziek heeft voortgebracht in een dal van heel veel miserie en vreselijke composities. Naast 'The Voice' en 'Idool' heeft het zeker zijn bestaansrecht. Bovendien zijn er al veel meer hits uit het Songfestival gekomen dan uit al die andere dingen samen."

"Er zijn heel veel Songfestivalliedjes waar ik nog altijd vrolijk van word, zoals 'Volare' van Domenico Modungo uit 1958. Dat is een evergreen geworden, heel de wereld kent dat liedje. Nog zo'n nummer is 'Puppet On A String' van Sandy Shaw. Onlangs hoorde ik nog 'Après Toi' van Vicky Leandros, een fantastisch liedje! En ook Conchita Wurst is toch een grote aanwinst voor onze hedendaagse cultuur. Een vrouw met een baard, het is toch geweldig dat dat bestaat? (lacht) Ze had ook een geweldig goede boodschap, en dat uit een zeer conservatief land als Oostenrijk. Ik ben echt fan."

Marcel Vanthilt. Beeld VRT Koen Bauters
Marcel Vanthilt.Beeld VRT Koen Bauters

"De laatste jaren is het Songfestival weer meer opgewaardeerd", vindt Vanthilt, die ook Nederland aanhaalt als goede voorbeeld. "Anouk is eigenlijk iemand die daar helemaal niet thuishoort, ze brengt helemaal geen kitsch, maar is een serieuze rockzangeres met street credibility."

"Het zou leuk zijn moest het evolueren naar een écht Europees Songfestival, met niet alleen debutanten maar ook gerenommeerde namen. Bij ons lukt het helaas niet om groepen als Hooverphonic te sturen, omdat ze denken dat ze er meer bij te verliezen dan bij te winnen hebben." Nochtans is een Europese liedjeswedstrijd als het Songfestival een prima manier om gratis reclame te maken, stelt Vanthilt. "Het zou fantastisch zijn mocht het Songfestival evolueren naar een wedstrijd waar Triggerfinger het opneemt tegen Coldplay. Een soort EK voor liedjes zeg maar."

"Veel kandidaten die een liedje insturen voor het Songfestival denken trouwens dat ze een liedje voor het Songfestival moeten maken. Het is een genre op zich geworden: niemand maakt Songfestivalmuziek, tenzij je meedoet. Artiesten die niet voor die algemene brij kiezen, vallen meteen op, zoals Ilse DeLange met haar countryrocknummer vorig jaar." Het mag voor Vanthilt dan ook een pak échter, met rockgroepen die echte rock brengen in plaats van de "musicalversie".

Het Songfestival zal wellicht altijd een kitscherig kantje blijven houden, maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten, vindt Vanthilt. "Je kunt een heleboel kitsch slikken, maar die show duurt wel twee uur. Op de duur word je misselijk. Landen als Kazachstan en Azerbeidzjan zullen nog wel lange tijd zo'n kitscherige acts blijven brengen, alleen zien zij dat niet zo. Zij menen het echt. (lacht) En dat maakt het net leuk."

"Als ik tijd heb, kijk ik er met plezier een paar uur naar. Ik vind dat eigenlijk heel gezellig. Het is ook leuk om te weten dat heel Europa op hetzelfde moment in de zetel naar die vreselijke liedjes op televisie aan het kijken is. Het is hetzelfde met voetbal: het interesseert mij niet heel erg, maar ik hou wel van dat belachelijke samenhorigheidsgevoel bij internationale wedstrijden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234