Woensdag 17/08/2022

ExpositiePhallus. Norm & Vorm

Expo over de penis bij UGent: waarom nog veel mannen twijfelend omlaag kijken

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

Kan de man vandaag nog centraal staan? Het Gents Universiteitsmuseum vindt van wel. Toch als het over een 19e-eeuwse anatomische mannequin gaat, die zijn eigen lid onderzoekt. ‘Kijkt hij vol trots of vol twijfel?’

Yannick Verberckmoes

Laten we hem de man van Auzoux noemen. De Franse arts Louis Auzoux maakte in de negentiende eeuw meerdere modellen, om studenten over de anatomie van het menselijk lichaam te leren. Dit exemplaar van papier-maché bestaat uit 150 onderdelen, die de studenten uit elkaar konden halen.

De omhooggerichte penis van deze man trekt de aandacht. Zijn hoofd is gebogen. Hij staart zijn eigen piemel aan. “De blik in zijn ogen vind ik fascinerend”, zegt museumdirecteur Marjan Doom. “Omdat je hem verschillend kan interpreteren: kijkt hij vol trots of net vol twijfel?”

Het is geen toeval dat dit model in het middelpunt staat van de nieuwe tentoonstelling over de fallus in het Gents Universiteitsmuseum GUM. In de westerse wetenschap stond de fallus namelijk ook behoorlijk centraal. Maar door nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen gaan wetenschappers stilaan anders naar het mannelijke lid kijken.

Omgekeerd zijn het nieuwe wetenschappelijke inzichten die ons denken over geslachtsdelen en over gender hebben veranderd. De expo heeft als titel Norm & Vorm: het zijn de traditionele normen en vormen die wetenschappers vandaag in vraag stellen. Daarom begint de tentoonstelling met een gendertest.

Met een lichte aarzeling stapt Doom met ons een hokje binnen. In de donkere ruimte staat een computer die de bezoeker vragen voorlegt. Om ons te tonen wat de wetenschap in het hokje van de bezoekers wil, tikt ze alle antwoorden in over haar genderidentiteit, tot wie ze zich aangetrokken voelt, en met welke biologische geslachten ze al gemeenschap heeft gehad. “Ik voel me wel wat exposed”, zegt Doom. “Moet ik nu mijn, euh...”

Natuurlijk zullen we zedig de antwoorden voor onszelf houden.

De test is opgezet door enkele bekende namen van de UGent: uroloog Piet Hoebeke, die vermaard is om zijn geslachtsoperaties, endocrinoloog Guy T’Sjoen en anderen. Door de enquête in te vullen doen de bezoekers precies wat het museum van hen wil: even nadenken over zichzelf. Maar ze helpen er ook wetenschappers mee vooruit, want dit kadert in een onderzoek naar seksuele identiteit.

“Ik ben hier wel trots op”, zegt Doom. “We tonen dus heel wat wetenschappelijk onderzoek in het museum. Maar bezoekers kunnen er in dat hokje zelf aan meewerken. Als de bezoekers ertoe bereid zijn, zullen de wetenschappers hen later nog contacteren voor een diepgaand interview.”

Piemels meten

Enkele objecten die Hoebeke naar de tentoonstelling heeft meegebracht, tonen enerzijds hoe onze kijk op geslachtsdelen is geëvolueerd. Anderzijds hoe normen en vormen nog steeds voor onzekerheid zorgen. Er zijn vandaag nog veel mannen die twijfelend omlaag kijken. Net als de man van Auzoux. Zo krijgt Hoebeke nog heel vaak heren over de vloer die vinden dat hun penis niet lang genoeg is.

De wetenschap speelt hier zelfs een kwalijke rol in, want onderzoekers maken er een sport van om piemels op te meten en te vergelijken. In de expo verwijst Hoebeke naar de site worlddata.info, waar we lezen dat Belgische piemels een gemiddelde lengte hebben van 14,77 centimeter. De langste slungels behoren tot de Ecuadorianen die beweren dat ze een gemiddelde noteren van 17,61 centimeter. Het kortste gemiddelde is dat van Cambodja (10,04).

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

“Er is ongelofelijk veel onderzoek over”, zegt Doom. “Maar het is ook ongelofelijk irrelevant, omdat de methodieken verschillen. De onderzoekers vragen vaak aan mannen om het thuis te doen. Maar hoe weet je dan dat iedereen vanaf hetzelfde punt meet? Op basis van die onbetrouwbare data worden vervolgens gemiddelden bepaald. Maar zinnig is dat dus niet. Toch komt er op basis van die gemiddelden een beeld tot stand van de ‘normale’ lengte.”

Dat beeld voedt dan weer de onzekerheid bij sommige mannen. Als zij bij Hoebeke op consultatie komen, moet hij in vrijwel 99 procent van de gevallen zeggen dat er met hun penis niets mis is. Een ander object dat Hoebeke aan de tentoonstelling uitleende, is een diacollectie van geslachtsdelen uit de jaren 80, die hij als student zelf nog onder ogen kreeg. Wat je er eigenlijk goed op ziet is hoe bij iedereen het geslachtsdeel op dezelfde manier ontstaat – of er nu XX of XY in de chromosomen staat geschreven.

“Het begint bij de genitale knobbel die zich naargelang de chromosomen tot een biologisch vrouwelijk of mannelijk geslachtsdeel ontwikkelt”, legt Doom uit. “Maar soms heb je variaties, die er een beetje tussenin zitten. Als kinderen vroeger geboren werden met een micropenis of een vergrote clitoris, dan was de reflex meteen om ze te laten opereren. Daarom toonde men er dia’s van aan studenten.”

“De medische wetenschap is er ondertussen wat van afgestapt. Als er problemen zijn bij het plassen, omdat de plasbuis niet op een goede plaats zit, dan grijpen artsen meteen in. Maar anders wachten ze tot die persoon oud genoeg is, zodat ze een gesprek kunnen hebben. Veel patiënten vertellen dan dat ze best oké zijn met hun geslachtsdelen. Zij zeggen: ‘Laat die vergrote clitoris maar zitten.’”

Operaties

In een filmpje legt Hoebeke nog uit hoe zijn eigen kijk erop veranderd is. Als hij terugdenkt aan sommige geslachtsoperaties die hij in het verleden heeft uitgevoerd, dan zou hij die vandaag misschien niet meer doen.

Nochtans zitten die traditionele normen en vormen er bij elk van ons ingeprent. Tijdens het bezoek gaan onze gedachten automatisch terug naar de handboeken biologie, die we in het middelbaar moesten bestuderen. Die toonden afbeeldingen van de ‘normale man’ en de ‘normale vrouw’.

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

Twee plastieken modellen, respectievelijk van penis en vagina, pikken erop in. Zij komen nota bene uit de wachtzaal van Hoebeke. “Natuurlijk kijken wetenschappers er vandaag niet op dezelfde manier naar”, zegt Doom. “Hoebeke gaat niet zeggen: ‘Kijk dit is normaal.’ Maar hij gebruikt de modellen wel om uit te leggen wat hij bij een operatie gaat doen.”

In het verleden waren die variaties een bron van vermaak. De expo toont enkele oude zwarte boxen uit het 19e-eeuwse Duitsland, die op kermissen te zien waren. Links in de opstelling: een doos met wat men toen zag als een normale penis, de andere boxen bevatten afgietsels van ‘afwijkende modellen’. De foorkramers gingen toen van kermis naar kermis, zodat toeschouwers er de spot mee konden drijven.

Vlak naast de zwarte dozen is een video te zien van ontwerper Murielle Scherre. Zij toont beelden van verschillende mensen die haar genderneutrale lingerie dragen. Dat sluit aan bij de missie van het museum om kunstenaars met de objecten in dialoog te laten gaan.

De inspiratie voor deze expo vond Doom in het atelier van kunstenares Sofie Muller. Zij creëerde met papier-maché en epoxy paddenstoelen, die eigenlijk fallische symbolen waren. Doom wist meteen dat ze het onderwerp te pakken had voor de eerste tijdelijke tentoonstelling in het museum, dat pas sinds vorig jaar open is.

“We zochten naar een onderwerp dat een zekere frictie zou veroorzaken”, zegt Doom. “Zonder dat het plat zou worden. De fallus is dan ideaal omdat je het onderwerp vanuit zoveel verschillende invalshoeken kan benaderen. Medici, historici, psychologen en biologen hebben zich ermee beziggehouden.”

Clitoracy

Een belangrijke vraag die Doom wil aansnijden is gericht aan de huidige wetenschappelijke gemeenschap: waarom gebeurt er nog steeds meer onderzoek naar mannelijke dan naar vrouwelijke geslachtsdelen?

Verbazingwekkend genoeg is de eerste volledige anatomische studie over de clitoris pas in 1998 verschenen. Maar nu academici meer over de clitoris weten, komen ze tot het besef dat die best veel gemeen heeft met een penis: zo zwellen ze alle twee op als er sprake is van opwinding. Twee 3D-modellen in de expo tonen aan dat ze er ook heel gelijkaardig uitzien.

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

Een industrie die wel vaart bij die wetenschappelijke inzichten is die van de seksspeeltjes. Die konden dus niet in de expo ontbreken. Doom was naar eigen zeggen zelf verbaasd door de wetenschappelijkheid die de industrie aan de dag legt. “In zulke bedrijven zitten medici, seksuologen en product designers samen om aan nieuwe speeltjes te werken”, zegt Doom. “Voor deze expo hebben we hen ook gesproken. Dat waren hele leuke gesprekken.

Het Duitse bedrijf Fun Factory stuurde voor de tentoonstelling een prototype op van de Delight. Een S-vormige vibrator, waaraan de ontwerpers ter hoogte van de clitoris nog een uitstulping hebben toegevoegd voor extra stimulatie.

Of bezoekers in de museumwinkel dan ook zulke snufjes mogen verwachten? Dat niet. Maar ze kunnen wel een 3D-model van de clitoris meenemen voor wat thuisstudie. “UGent-onderzoekers produceren ze om de clitoracy te promoten”, zegt Doom. “Je kon natuurlijk heel zot gaan met objecten die bij de tentoonstelling zouden passen. Welke de selectie uiteindelijk niet hebben gehaald? Dat zal ik je besparen.”

Phallus. Norm & Vorm, van 24 maart tot en met 8 januari in het GUM (Gents Universiteitsmuseum).

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234