Dinsdag 18/01/2022

InterviewBoeken

Heleen Debruyne: ‘Mijn grootmoeder had geen zin om moeder te zijn’

Heleen Debruyne: ‘Ik wilde van dit boek niet het grote trauma- of pedofilieverhaal maken.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Heleen Debruyne: ‘Ik wilde van dit boek niet het grote trauma- of pedofilieverhaal maken.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Heleen Debruyne (33) was zwanger toen ze het dagboek van haar opa las. Zijn relaas over het beknellende gezinsleven van de jaren 60 roept vragen op, zoals: waarom lieten haar grootouders hun zoon bij een rijke pedofiel logeren?

Lotte Beckers

“Mijn grootmoeder was een slechte moeder”, zegt Heleen Debruyne. Het is een oordeel dat haar als feministe moeilijk valt: we zijn al zo streng voor moeders, die moeten werken alsof ze thuis geen kinderen grootbrengen, en moederen alsof ze niet werken. En liefst vanop die roze wolk. “Maar ze was geen goede moeder, en als je zelf zwanger bent, dan denk je weleens: was ze een sociopaat? En is dat erfelijk? Die angst, die was er wel.”

BIO • geboren in 1988, opgegroeid in Roeselare • werkt bij Klara en schrijft over kunst en cultuur • maakte met Anaïs Van Ertvelde een podcast en een boek over seks, Vuile lakens • was ‘chef vrouwenzaken’ bij Van Gils & gasten • romandebuut De plantrekkers (2016) • woont in Oostende met de Nederlandse schrijver Idwer de la Parra en hun zoon

Ter geruststelling: het zoontje van Debruyne is bijna 2 en het gaat prima. Maar net toen zij zich voor het ouderschap opmaakte, las ze de dagboeken van haar overleden grootvader, een hoge ambtenaar uit Roeselare. Die inspireerden haar tot een persoonlijk, maar deels gefictionaliseerd familierelaas, De huisvriend.

Die vriend, die heet in het boek Albert. Hij is een gefortuneerde, alleenstaande man die het rijkelijke leven van haar grootouders financierde. Een man ook over wie mensen fluisterden dat ze hun kinderen nooit bij hem alleen zouden laten. De grootouders van Debruyne deden dat wel, en vaak: Koen, in het boek de vader van Debruyne (maar niet zijn echte naam), werd regelmatig op logement gestuurd naar het Oostendse appartement van Albert.

Was Koen voor haar grootouders part of the deal, vraagt Debruyne zich af in haar boek: hun zoon in ruil voor bourgondische diners en luxueuze reisjes? En wat zegt dat dan over het moederschap, en het burgerlijke West-Vlaanderen in de late jaren 60?

“Ik heb altijd geweten dat mijn grootmoeder niet zo’n lieve, toegewijde moeder was. Als kind voelde ik die afstand ook. Ze had wel aandacht voor mij, maar dat was eerder omdat ze met mij kon pronken bij haar vriendinnen. Later, toen mijn feministisch bewustzijn zich ontwikkelde, dacht ik dat dat kwam omdat ze als huisvrouw erg gefrustreerd was: ze was een intelligente vrouw die best aan de universiteit had kunnen studeren, maar in die tijd was dat not done. Ze was ook niet al te knap, zowat het enige vrouwelijke kapitaal in die tijd. Haar enige optie was om in een huwelijk terecht te komen waarin ze eigenlijk niet gelukkig was, en om die rol van moeder op te nemen, waar ze ook al niet zoveel zin in had.

“Ik had van haar een slachtoffer van het systeem gemaakt. En terecht: in die tijd werden vrouwen enorm beperkt. Maar als je op het individu gaat inzoomen, in dit geval mijn grootmoeder, dan blijkt dat er toch ook moreel het een en ander op haar handelen af te dingen valt.”

Toch had ze het best goed voor elkaar. ‘Meester van haar eigen domein’, schrijft u.

“In die wereld had ze voor zichzelf een comfortabel, rijkelijk leven geregeld. Ergens is dat ook bewonderenswaardig: ze was een huisvrouw wier man geld verdiende, maar niet genoeg voor de levensstijl die ze ambieerde. En dan kreeg ze het voor elkaar om van een huisvriend geld te krijgen voor dure reizen, en van een tante een chique auto waarmee ze kon wegrijden wanneer ze daar zin in had. Dat maakt van haar een interessant en moreel ambigu figuur.

“Ik ben het helemaal eens met de sociologische, historische en economische analyses over achtergestelde groepen en over intersectionaliteit: dat je als, bijvoorbeeld, zwarte, lesbische vrouw meer last zal hebben van onderdrukking en discriminatie dan een witte man van 50. Maar ik heb het gevoel dat die slachtoffers te makkelijk als moreel zuiver worden gezien. Terwijl ze dat niet per se zijn, die dingen kunnen naast elkaar bestaan. Je kunt het slachtoffer zijn van een systeem omdat je toevallig in een bepaald lichaam wordt geboren, én je kunt bedenkelijk zijn.”

Uw grootvader was evengoed een slachtoffer van de patriarchale normen, ontdekte u.

“Uit zijn dagboeken blijkt dat hij is opgevoed met de idee dat hij als pater familias zijn gezin moet onderhouden. De man heeft dat wel gedaan, maar hij werd er doodongelukkig van. In die zin is hij ook een tragisch figuur.”

Denkt u dat uw grootouders eigenlijk wel een kind wilden?

“Ik heb me dat ook vaak afgevraagd. Nu wordt daar veel over nagedacht, maar toen deden mensen dat gewoon, het hoorde erbij als je trouwde. En misschien was mijn grootmoeder in andere omstandigheden een betere moeder geweest. Wat als ze wel in een goed huwelijk zat, wat als ze toen met baby’s omgingen zoals wij nu?

‘Ik merk bij mijn generatie een verlangen om hun ziel om te wroeten, en hun trauma’s 
op sociale media te etaleren.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ik merk bij mijn generatie een verlangen om hun ziel om te wroeten, en hun trauma’s op sociale media te etaleren.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik heb me ook afgevraagd waarom ze niet zijn gescheiden. Als je zo ongelukkig bent in een systeem, dan kun je daar toch uitstappen? Aan de andere kant mag je niet onderschatten dat een sociale omgeving zo dwingend kan zijn, dat mensen er zelfs niet opkomen om te vertrekken. Nu klinkt het alsof ik het dorpse West-Vlaanderen als een sekte omschrijf, maar ergens is het misschien wel een beetje zo.” (lacht)

Wat ook opvalt, is de afwezigheid van trauma. Wat er gebeurd is met Albert, lijkt uw vader niet al te zwaar te belasten.

“Ik weet niet precies wat er gebeurd is, en ik vind het mijn taak niet om daar in te gaan graven, of om het groter te maken dan het voor mijn vader is. Ik wilde van dit boek niet het grote trauma- of pedofilieverhaal maken. Als je naar de cijfers van die generatie kijkt, dan waren incest en pedofilie veel voorkomende fenomenen. Ik wil dat zeker niet minimaliseren, maar voor velen was het een moeilijke periode, maar niet iets dat hun hele leven of persoonlijkheid hoefde te bepalen of definiëren.”

Vandaag associëren wij seksueel grensover­schrijdend gedrag wel uitdrukkelijk met trauma. Doen we dat te snel?

“Er is alleszins iets veranderd. Ik heb, net als elke vrouw, onaangename dingen meegemaakt, maar die hebben niet zo’n impact gehad. Daar heb ik geluk mee. Maar ik merk bij mijn generatie een groot verlangen om hun ziel om te wroeten, alles bloot te leggen en hun trauma’s op sociale media te etaleren. Het narratief lijkt nu dat grensoverschrijdend gedrag sowieso tot een groot trauma leidt. Voor mensen die het zo ervaren, is dat ongetwijfeld nuttig, zodat ze bijvoorbeeld hulp en lotgenoten kunnen zoeken.

“Die oudere generatie ging gewoon anders met dat soort gebeurtenissen om. Ik vel daar geen oordeel over: of hun leven daardoor uiteindelijk beter of slechter is, wie zal het zeggen?”

U begon aan het boek in een poging om te begrijpen waarom uw grootmoeder haar zoon bij een pedofiel liet logeren. Bent u daar iets wijzer geworden?

“Nee, ik kan het niet begrijpen. Haar omstandigheden zijn geen excuus. Ik heb van haar geen ego-documenten, maar ik denk dat ze goed was in zichzelf dingen wijsmaken, en dat ze wegkeek als er iets onprettigs gebeurde. Maar ze was ook niet de enige verantwoordelijke: dat ik dat lang zo ervaren heb, zegt natuurlijk veel over hoe we hebben geleerd naar moeders te kijken.”

Toch werd ze gewaarschuwd. Mensen zeiden dat zij hun kinderen niet bij Albert zouden achterlaten.

“Dat vind ik ook weer zo typisch. De hele omgeving wist dat Albert een pedofiel was, en toch deed niemand iets. Ze lieten hun kinderen niet met hem alleen, maar dat was het dan ook, voorts kon hij zijn gang gaan. Die hele seksuele moraal van toen vind ik toch heel bedenkelijk.

“Mijn vader heeft het boek nog niet gelezen, dus dat is spannend, ja. Natuurlijk heb ik me bedacht dat mensen hem daar misschien over zullen aanspreken. Maar aan de andere kant: neem er maar eens verantwoordelijkheid voor, als omgeving. Mijn vader heeft dit allemaal niet laten gebeuren, zijn omgeving wel. De meeste betrokkenen zijn helaas dood. Maar ik hoop wel dat het doet nadenken: bij misbruik is ook de omgeving die het ziet gebeuren, schuldig. Zij moeten zich schamen, niet het slachtoffer.”

Dit verhaal speelt zich af midden in de seksuele revolutie van de jaren 60. Maar die lijkt niet door te dringen tot een provinciaal gat als Roeselare. Tegelijk worstelt uw grootvader ook met zijn seksuele verlangens.

“Dat bewijst toch dat de seksuele moraal heel moeilijk verandert. Het is ook niet helemaal waar dat die revolutie volledig aan hem voorbijging: mijn grootvader keek ook tv, ging naar de cinema, las Engelse en Franse tijdschriften, hij wist wat er in de wereld gaande was. Al die vragen en verlangens komen ook bij hem naar boven, maar de heersende seksuele moraal was te diep geworteld om daar iets mee te doen.

‘Was mijn grootmoeder een sociopaat? En is dat erfelijk? Die angst, die was er wel toen ik zwanger was.’
 Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Was mijn grootmoeder een sociopaat? En is dat erfelijk? Die angst, die was er wel toen ik zwanger was.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Zulke evoluties gaan altijd in twee snelheden. Terwijl sommige kringen vandaag heftig debatteren over deadnames en mannelijke of vrouwelijke voornaamwoorden, is er in de Vlaamse velden nog weinig veranderd. Ik heb met Vuile lakens (het boek dat ze samen met Anaïs Van Ertvelde schreef over seksuele normen, red.) veel lezingen gegeven op scholen. Wie informatie of gelijkgestemden zoekt, vindt dat makkelijk op internet. Maar seksuele moraal wordt nog altijd in groepsverband gemaakt, en ik heb vaak genoeg gehoord: ‘Als mijn beste vriend homo is, dan zou hij mijn beste vriend niet meer zijn’. Je ziet dan wel andere leerlingen, zeker de meisjes, kijken: what the fuck zeg jij nu? Maar het is niet dat ze daar dan tegenin gaan, want dan zijn zij de pineut.”

Tegenover de beklemmende moraal van de jaren 60 zet u het keurslijf van vandaag: we kunnen alles worden wat we willen, als we maar ons best doen.

“Soms ben ik jaloers op de feministen van de vorige golven: de wetten moesten aangepast worden, want we waren niet gelijk aan mannen. Dat is een moeilijke en pijnlijke strijd geweest, maar het was wel helder. Nu is de norm onzichtbaar: je moet de beste versie van jezelf zijn. Je moet een goeie moeder zijn, en een sexy echtgenote. De man moet een lieve papa zijn, maar toch ook mannelijk blijven. Dat zijn allemaal heel geïnternaliseerde normen die we van onszelf verwachten, en waar ook een hele industrie achter zit.”

Het is best moeilijk om dat aan oudere generaties uit te leggen: waar hebben we nu eigenlijk last van, en wie legt ons dat allemaal op?

“Precies. En we hebben toch de vrije keuze? Hoe jij en je partner de zorg van de kinderen verdelen, dat bepaal je toch zelf? Ja, dat zou je denken, maar zo simpel is het niet.

“Die druk die we voelen is veel diffuser, en wordt ook vaak als empowerment verkocht: je wordt een krachtige vrouw als je dit en dat doet. Of je moet onderhandelingstechnieken leren zodat je evenveel kan verdienen als een man. Terwijl ik me afvraag: moet die hele arbeidsmarkt niet hervormd worden? Maar nee, we leren dan maar strategieën om erin mee te draaien.”

Of hoe we in al die drukte tot rust moeten komen.

“Ja, de wellnessindustrie, nog zoiets. Dat is een miljardenindustrie, met supplementen en pillen, massages en reiki, lifecoaches en opruimcoaches. En het is zo moeilijk te ontmantelen.”

Omdat er in al die methodes wel een kern van waarheid zit.

“Ja, natuurlijk. Het ís ook goed om rustig te worden en even met jezelf bezig te zijn. Maar het wordt je als een alternatief aangeboden omdat we over de rest van de wereld geen controle hebben. Maar dat kleine domein, daar kun je grip op krijgen.

“Het lastige van onze moraal van nu is dat we op een bepaalde manier wel bevrijd zijn – we hebben andere verwachtingen van onze relaties en partners – maar je kunt nog niet goed zien waar wij vastgedraaid zitten. Daar zal meer tijd over moeten gaan.”

De bel gaat: een koerier levert een kinderwagen af. We grappen over de dertigersclichés die ook Debruyne inmiddels kan afvinken: een vaste partner, check. Een huis dat overhoop staat door verbouwingen, check. Een kind, check. Nochtans kwamen we ter voorbereiding van dit interview stellige uitspraken tegen over polyamorie en het gebrek aan een kinderwens.

“Of ik over veel dingen van gedachten veranderd ben? Ik weet het niet. Ik heb een tijdje gedacht dat de seksuele bevrijding voor vrouwen erin bestond om precies het omgekeerde te doen van wat de maatschappij van ons verwacht. Maar ik heb inmiddels door dat die losbandige seksualiteit, waar ik verder geen oordeel over heb, voor mij meer een tegenreactie was dan een oprechte bevrijding.

“Ik denk dat ik die fase – lekker het tegenovergestelde doen – wel nodig had. Ik wilde weg van de idee dat je een kind neemt omdat dat nu eenmaal is wat mensen doen, of dat het moederschap de vrouw tot vrouw maakt. En ik geloof dat nog altijd: je moet niet per se een kind hebben om een rijk en vol leven te leiden.

“Maar wat is er gebeurd? Voor het eerst ben ik iemand tegengekomen met wie het gewoon niet te stoppen was. Een drang die ik daarvoor nooit had gevoeld. En om mezelf dat dan niet toe te staan, enkel omdat ik vroeger allerlei bedenkingen heb geuit over het kerngezin, dat is me ook te dogmatisch.

“Ik merk dat onze relatie en de manier waarop wij het aanpakken, helemaal niet beperkend aanvoelt. We delen de zorg en dat lukt heel goed. Daar zie ik veel vrouwen wel mee sukkelen. Maar we hebben er ook voor gekozen om niet in een dure stad als Gent maar in Oostende te wonen, waardoor we een lage hypotheek hebben en minder vast zitten in die ratrace.”

Ik las een column waarin u schreef dat het moederschap goed gaat, maar u leek het met enige schroom te melden.

“Ik besef dat ik geluk heb gehad: ik had een goede zwangerschap en bevalling thuis. De band met m’n kind was er meteen, mijn lief is fantastisch. Dat is allemaal geluk, en dan voelt het alsof je dat niet te luid mag zeggen. Aan de andere kant, vrouwen van mijn leeftijd die schrijven of ander creatief werk hebben, zitten met die angst: hoe moet dat met een kind? Je hoort zo veel doemverhalen waardoor het bijna iets wordt waaraan je niet durft te beginnen. Dan vind ik het wel belangrijk om ook het tegennarratief te brengen: het kan ook meevallen.”

Heeft de zwangerschap en het moederschap u anders doen nadenken over vrouw zijn?

“Ik vond het een interessante ervaring, zwanger zijn. Ik vond ook dat er veel in samenkomt: hoe er naar vrouwenlijven gekeken wordt en hoe de medische wereld in elkaar zit. Er zijn sowieso al veel meningen over wat vrouwen met hun lichamen doen, en als er een baby komt, dan gaat dat maal tien: wat mag je eten, hoeveel echo’s moet je laten maken, wanneer word je ingeleid, borstvoeding of fles, gaat je kind naar de crèche of niet? Allemaal oordelen, terwijl iedereen daar zijn weg in moet vinden. Ik merkte wel dat ik daar redelijk makkelijk aan kon ontsnappen. Fuck it.

U hebt zich in opiniestukken wel een paar keer kwaad gemaakt op Johan Van Wiemeersch, voorzitter van de beroepsvereniging voor gynaecologen.

“O, maar die man maakt het toch echt te bont! Ik ben geen gek die vindt dat iedereen thuis moet bevallen omdat ik toevallig een goede thuisbevalling heb gehad, en ik snap dat de medische opvolging belangrijk is, maar hij praat over zwangere vrouwen alsof ze ontoerekeningsvatbaar zijn. Zijn toon verraadt al wat hij vindt van ‘die patiënten’ – dat zijn ze niet, een zwangerschap is geen ziekte. Maar hij vond bevallen met een mondmasker geen enkel probleem, ook al was dat helemaal niet nodig, en hij vindt dat een arts tijdens een bevalling beslissingen moet kunnen nemen, zelfs als de vrouw daar niet mee akkoord gaat.

“Ik denk: zolang ze niet bewusteloos is, is een vrouw toerekeningsvatbaar. Dat staat zo in het patiëntenrecht, en ik heb het opgezocht: ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt dat je ook in zo’n situatie zeggenschap hebt als vrouw. Maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet.

“Het lijkt alsof vrouwen daar niet boos genoeg over zijn. Ik begrijp dat ook: als je zo’n moeilijke bevalling hebt gehad, dan ben je waarschijnlijk gewoon blij dat het achter de rug is, dan wil je daar niet meer over strijden. Wellicht is er ook paniek: die baby móét er uit. Maar zo hebben we het ook geleerd, toch? Ik ga niet doen alsof het een prachtige ervaring is: een bevalling is heftig, plastisch en dierlijk. Maar het hoeft niet tot paniek te leiden, en zelfs als er een interventie nodig is, hoeft dat niet bot of zonder inspraak te gebeuren.”

U komt wel vaker wantrouwig en opstandig over.

“Niet tegenover mensen, wel tegenover instituten. Ik geloof in de wetenschap, maar instituten zijn mensenwerk. Dokters worden op een bepaalde manier opgeleid, er zijn financiële overwegingen waardoor ze niet genoeg tijd hebben voor een patiënt, mentaal welbevinden komt vaak niet op de eerste plaats… Dan vind ik het moeilijk om mij aan zo’n instituut over te leveren.

'Ik vond het een interessante ervaring, zwanger zijn. Ik vond ook dat er veel in samenkomt: hoe er naar vrouwenlijven gekeken wordt en hoe de medische wereld in elkaar zit.' Beeld Thomas Sweertvaegher
'Ik vond het een interessante ervaring, zwanger zijn. Ik vond ook dat er veel in samenkomt: hoe er naar vrouwenlijven gekeken wordt en hoe de medische wereld in elkaar zit.'Beeld Thomas Sweertvaegher

“Elk land heeft zijn bevallingscultuur: in Nederland bevallen meer vrouwen thuis, in België worden vrouwen veel vaker geknipt dan in Denemarken, in Brazilië zie je belachelijk veel keizersnedes. Die dokters doen allemaal alsof hun aanpak de juiste is en dat ze de waarheid in pacht hebben, maar die waarheid is overal anders. Als ik dat zie, dan krijg ik het heel benauwd. Net zoals ik opstandig werd toen ik hier een mondmasker moest dragen in een lege straat. Op drukke plekken, prima, maar in een lege straat? Daar werd ik helemaal gek van.”

Hebt u dat altijd gehad?

“Ja, en dat heeft ook tot een soort sociale onaangepastheid geleid die ik soms wel lastig vind. Ik denk soms: stel eens alles niet zo in vraag. Ik ben nodeloos veel bezig met dingen die andere mensen gewoon laten passeren. Met die zwangerschap was dat ook zo. Het was misschien rustiger verlopen als ik mij niet tot een halve vroedvrouw had omgeschoold. Maar aan de andere kant geeft mij dat ook een gevoel van veiligheid omdat ik denk dat ik het begrijp. Als je zo bent, dan kun je dat niet lossen.”

Tegelijk heeft u al vaker gezegd dat het u eigenlijk niet zoveel uitmaakt of uw boeken verkopen.

“Het is niet dat ik niet trots ben op mijn werk, maar er worden zoveel boeken gepubliceerd: het kan goed vallen, het kan slecht vallen... Ik neem dat niet persoonlijk. Misschien is het een overlevingsstrategie, maar dit is niet het belangrijkste in mijn leven. Wat ook verfrissend is: vorig jaar maakten we een radioprogramma over Marguerite Duras, en zij is pas in de herfst van haar leven echt bekend geworden. Daarvoor schreef ze voor een heel beperkt liefhebberspubliek.”

Nog tijd genoeg dus om te pieken.

“Ja, wat dat ook moge betekenen. Of ik een idee heb van wat een geslaagd leven is? Nee, jij wel? Ik vind het leven goed zoals het is. Natuurlijk zijn er altijd moeilijkheden, maar er hoeft niet per se nog iets groots te gebeuren. Al zou het fijn zijn als de verbouwing ooit afgeraakt.” (lacht)

Hebt u niet het gevoel dat dat toch een beetje moet, verlangen naar iets groots? Ook dat is zo’n ongrijpbare norm.

“Maar wat dan? Een soort vervulling? Wat betekent dan dan weer? Daar gaat mijn boek ook over: al dat zoeken en graven van mijn generatie tegenover dat makke van mijn grootouders, het is allebei niet ideaal.”

Heleen Debruyne, De huisvriend, De Bezige Bij, 192 p., 21,99 euro. Verschijnt op 14/10.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234