Vrijdag 01/07/2022

InterviewAnne-Sophie Ooghe (High Hi)

‘Ik ben al eens een ‘diva’ genoemd, gewoon omdat ik backstage graag een ruimte apart had om me om te kleden’

‘PJ Harvey stond daar in haar beha cool te wezen met haar gitaar. Ik dacht: hoe vet is dát!’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘PJ Harvey stond daar in haar beha cool te wezen met haar gitaar. Ik dacht: hoe vet is dát!’Beeld Charlie De Keersmaecker

In 2014 greep het Leuvense trio High Hi naast een podiumplaats in Humo’s Rock Rally, maar zes jaar later nam het op glorieuze wijze revanche met Firepool - de plaat met ‘Daggers’ en andere voltreffers. Bezielster Anne-Sophie Ooghe: ‘Nu ik 28 ben, verwacht de maatschappij van alles van me, maar ik voel vooral dat ik muziek moet maken.’

Katia Vlerick

Op 1 mei stond je op het podium van Ancienne Belgique op om samen met je levenspartner Dieter Beerten (zang, drums) en Koen Weverbergh (bas) om jullie nieuwe plaat Return to Dust voor te stellen. Wordt het jullie eerste show in de grote zaal sinds de Rock Rally van 2014?

Anne-Sophie Ooghe: “Nee, ook ten tijde van ‘Firepool’ hebben we er gespeeld. Door de coronamaatregelen was dat wel voor een zittend publiek van vierhonderd mensen. Dit keer wordt het een staand publiek: niemand hoeft mondmaskers te dragen, iedereen mag bewegen. Spannend!

“De AB is een bijzondere zaal voor ons. Door Humo’s Rock Rally, waarmee het allemaal begonnen is. Ik krijg nog altijd een warm gevoel als ik eraan terugdenk. Toen we de mail kregen met de boodschap dat we geselecteerd waren, heb ik zo luid geschreeuwd dat de buren gedacht moeten hebben: o, haar huis staat in brand! (lacht)

Was de teleurstelling groot toen jullie buiten de top drie vielen?

Ooghe: “Nee. We waren al superblij dat we bij de laatste tien waren. Joost Zweegers, die toen in de jury zat, is ons achteraf komen vertellen dat er veel discussie overheen was gegaan: ‘Laten we High Hi nu als derde eindigen of niet?’ Dan ga je natuurlijk wel denken: wat áls?

“We hebben er wat langer over gedaan om te raken waar we nu staan, maar intussen kan ik achteromkijken en zeggen: we hebben veel geleerd, in de luwte. Het was een tof parcours.”

Na die finale vroeg Joost Zweegers jullie ook om het voorprogramma van Novastar te verzorgen in OLT Rivierenhof.

Ooghe: “En uiteindelijk vroeg hij ons om de hele tournee te doen, door België en Nederland. We hebben toen keiveel geleerd, ook van Joost zelf. Vooral over hoe we meer op onze strepen moesten staan. Toen ‘Calm Down Sir’, onze eerste single, in 2015 niet werd gedraaid op de radio, zei hij: ‘Je moet meer dit doen, en meer dat.’ ‘Euh, allemaal goed en wel, Joost, maar ze draaien die single niet, hè. Veel kunnen we daar niet aan veranderen’ (lacht).

“Nu, ‘Calm Down Sir’ was natuurlijk ook een instrumental: het was een beetje om problemen vrágen.”

HEEL FOUT

Dieter, Koen en jij kennen elkaar al van school. Wanneer heb jij voor het eerst een elektrische gitaar omgord?

Ooghe: “Ik ben begonnen met viool toen ik 5, 6 jaar oud was, maar ik ben daar nooit echt goed in geworden. Ik heb ook altijd gezongen in koren. Op mijn 15de begon ik met akoestische gitaar, maar dat vond ik niks. Mijn vingers deden er pijn van en ik werd ook niet echt blij van dat geluid – ik weet zelf niet waarom. Ik luister graag naar akoestische gitaren, maar ik heb nooit het geduld gehad om de techniek ervoor te leren.

“Rond mijn 17de schafte mijn zus een elektrische gitaar aan, en eigenlijk heb ik die gewoon ingepikt (lacht). Dat instrument vond ik meteen leuk: je kon het inpluggen en op de versterker van alles instellen, je zat niet vastgekluisterd aan één geluid. Er ging ook een hele wereld voor me open van effecten, pedalen…

“Nadat ik een lokaal muziekwedstrijdje had gewonnen, kreeg ik een bon van een muziekwinkel: daar heb ik mijn eerste gitaar gekocht. Een Hagstrom, véél te zwaar voor mij (lacht). Niet lang daarna vormde ik een eerste bandje met Koen en Dieter. Ik had nog nooit in een band gespeeld, maar zij wel. Ik voelde meteen: dat werkt hier.”

Had je voorbeelden als gitarist?

Ooghe: “Niet echt, nee. Rond die tijd zag ik wel een live-opname van PJ Harvey die indruk maakte: ze stond daar in haar beha cool te wezen met haar gitaar. Ik dacht: hoe vet is dát! Ervoor, zo rond mijn 12de, vond ik de commerciëlere rockchicks cool: Gwen Stefani, Avril Lavigne en zo, meer om hoe ze eruitzagen dan om hun muziek. En Ashlee Simpson, de wat wildere zus van Jessica Simpson – heel fout, maar daar was ik als kind zot van. Koen en Dieter zaten toen overigens nog volop in hun Green Day-fase (lacht).

“Zodra ik die elektrische gitaar had, ben ik – vooral dankzij Dieter – beginnen te luisteren naar alternatieve muziek: St. Vincent, Feist, Cat Power.”

Toen je deelnam aan de Rock Rally – je was intussen 20 – hoorde de jury veel ninetiesinvloeden in jullie energieke, melodieuze gitaarrock.

Ooghe: “We werden toen wel vaker vergeleken met groepen waar we nooit naar hadden geluisterd. Maar die liefde voor melodie en energie moet natuurlijk érgens vandaan komen. Ik heb veel naar Fleetwood Mac geluisterd, die groep is er thuis altijd geweest – door mijn ouders. Misschien is het dat?”

Na de Rock Rally heb je je studie logopedische wetenschappen afgerond. Je werkt nog altijd als logopedist.

Ooghe: “Ja, zeker nu, met de crisis. Het over twee verschillende persoonlijkheden hebben is misschien overdreven, maar zo’n job is in zekere zin toch een keurslijf. Dat kan ik ’s avonds helemaal afschudden op het podium. Daar ben ik volledig mezelf. Soms is het een beetje schipperen tussen die twee polen.”

Ben je graag de frontpersoon?

Ooghe (glunderend): “Ja! In het echt ben ik verlegen en gereserveerd, maar als frontvrouw mag en kan ik het hoge woord nemen. Ik zou nooit soloartiest willen zijn, ik heb de back-up van mijn groep nodig.

“We zijn ook een echte groep. Ik kan niet zonder Koen en Dieter, dat zijn dé twee mensen bij wie ik geen negentig maar honderd procent mezelf kan zijn. We zijn als familie. Dieter en ik zijn bovendien een koppel. We wonen samen en maken samen muziek.”

Zie je dat als een voordeel, of wil je ook weleens helemaal weg van de muziek?

Ooghe: “Ik vind het alleen maar leuk. Muziekmaken is nu eenmaal wat Dieter en ik het liefste doen, maar wees gerust: we praten thuis ook over andere dingen (lacht).

“In de groep zijn er natuurlijk wel momenten dat we méér op elkaars kap zitten dan we als ‘gewone’ bandleden gedaan zouden hebben – je permitteert je net iets meer, op dat vlak. Maar hij en ik vormen een goed team. Als de ene het geloof in High Hi soms wat verloor, de voorbije jaren, was de andere er weer om te zeggen: ‘Komaan, we doen voort! We zetten gewoon de volgende stap.’”

KIM & JUSTINE

Klopt het dat jullie voor de release van Firepool in 2020 aan stoppen hebben gedacht?

Ooghe: “Nee, dat nooit. We hebben wel even getwijfeld of we onszelf moesten heruitvinden met een nieuw geluid en een nieuwe naam. Wat achteraf gezien een beetje een stom idee was, die naamsverandering.

“Aan Firepool hebben we ook bewust samengewerkt met iemand die we niet kenden: producer Daan Schepers (bekend van Warhola, Bazart, Eefje de Visser, red.) heeft een frisse wind laten waaien. We zijn wat breder gegaan, ons geluid is elektronischer geworden, en Dieter en ik zijn ons meer op samenzang gaan focussen.

“En ja, misschien dachten we toen ook wel: het zou kut zijn als geen enkel nieuw nummer opgepikt wordt. Niet dat we dan gestopt waren, maar dat zou hard geweest zijn.”

Firepool verscheen vlak voor de lockdown, maar dat draaide wonderwel uit: ‘Daggers’ werd een hit op Studio Brussel en Willy. Het kantelpunt was het grote livestreamconcert dat StuBru organiseerde onder de vlag #IkLuisterBelgisch.

Ooghe: “‘Daggers’ was toen al drie maanden oud, en ineens wilde Studio Brussel die single wél draaien. Nu, we zijn daar alleen maar dankbaar voor: we hebben in de eerste coronazomer véél kunnen spelen.

“Soms is het wel vervelend als andere muzikanten beweren: ‘High Hi heeft alles aan corona te danken.’ Of opmerkingen maken à la: ‘Jullie hebben veel kunnen spelen in die moeilijke zomer.’ Ja, da’s waar. Ik vraag me zelf ook af waarom ons dat gegund was en andere goeie groepjes niet. Maar ideaal waren die shows, vanwege de maatregelen, ook niet altijd.”

Mag ik uit die opmerkingen afleiden dat het Belgische muzikantenmilieu behoorlijk competitief is?

Ooghe: “Goh, dat zou ik niet durven te zeggen. Voor ik me op de elektrische gitaar stortte, heb ik fanatiek getennist – net niet op topniveau. Justine Henin en Kim Clijsters waren mijn grote voorbeelden. En ik kan je verzekeren: in de sport is het véél erger. Voor elke wedstrijd werd me ingeprent: ‘Je staat tegenover de vijand!’ Daarom ben ik er op mijn 16de ook mee gestopt. Op mentaal vlak was die wereld veel te heftig voor me.”

Tom Barman van dEUS squashte toen hij jong was en heeft dat competitieve, naar eigen zeggen, meegenomen toen hij in de muziek stapte. Geldt dat ook voor jou?

Ooghe: “Misschien wel, ja. Als ik zie dat een bepaalde band iets kan of doet, denk ik: dat moeten wij ook kunnen, daar moeten wij volgend jaar ook staan. Dat drijft mij, en ik vind dat niet slecht. Verder heb ik met iedereen het beste voor (lacht).

“We waren deze zomer geboekt voor iets heel groots, het was allemaal in kannen en kruiken, en toch zijn we op het laatste nippertje geschrapt. Zonder echte reden. Wel, dan ben ik kwaad en teleurgesteld tegelijkertijd.”

In 2019 stonden jullie in het voorprogramma van dEUS in Trix. Hoe was dat?

Ooghe: “Ik was daar wel een beetje bang voor, want ik ben een grote dEUS-fan. Maar alles verliep heel chill. Tom Barman kwam achteraf ook zeggen dat het een goeie show geweest was, en vroeg of we iets wilden drinken.

“Vorig jaar stonden we op het Bruis Festival in Maastricht, waar dEUS headlinede. Wij moesten op een klein podium een soort aftershow spelen. Niet ideaal, want soundchecken tijdens hun set was onbegonnen werk: ons kleine podium lag vlak tegenover het grote podium. We verwachtten ook niet al te veel volk. Maar we waren amper begonnen of het publiek stroomde al massaal toe. Keiveel ambiance!”

UITHALEN À LA WHITNEY

Hoog tijd voor de nieuwe plaat! Titelsong en eerste single Return to Dust is opzwepend, maar met een morbide kantje. Ook het artwork – een kerkhof vol zerken – spreekt boekdelen.

Ooghe: “De hele plaat gaat over leven en dood, sowieso. Maar ook over de verschillende stadia in een mensenleven, waaraan telkens andere stereotype verwachtingen zijn gekoppeld, en hoe ik aan die verwachtingen wil ontsnappen. Ik vind 28 een goeie leeftijd: je draagt al verantwoordelijkheden, maar de héél grote dingen liggen nog niet vast. Ergens wordt nu van me verwacht dat ik me settel. Dat ik trouw, kindjes krijg en een huis koop. Dat laatste heb ik al gedurfd: Dieter en ik hebben onlangs een huis gekocht in Antwerpen, waar we al zeven jaar wonen. Maar verder voel ik nu vooral: ik moet doen wat ik graag doe. En dat is muziekmaken en verder niet te veel nadenken.

“Ik merk ook wel dat mijn vriendinnen van vroeger, of toch de meerderheid, niet meer mee zijn als ik over muziek praat. Als je jong bent, heb je dezelfde interesses, maar op een gegeven moment groei je uit elkaar. That’s life.”

Heb je ervaring met de dood? Heb je zelf al mensen verloren?

Ooghe: “Helaas wel. In 2009 heb ik mijn nicht verloren. Ze was twee jaar ouder dan ik en mijn beste vriendin. Op een kerstfeest bij ons thuis kreeg ze opeens maagpijn. Ze bleek kanker te hebben. Ze was pas 18 toen ze stierf.

“Sinds haar dood is het voor een deel van de familie te moeilijk om nog bij ons thuis kerstmis te vieren. Ik begrijp dat. Ik weet nu ook: iedereen verwerkt een verlies op zijn of haar manier. Het brengt mensen niet noodzakelijk dichter bij elkaar.”

Terwijl je om je nicht rouwde, zette je je eerste stappen als muzikant.

Ooghe: “Ik heb veel nummers voor haar gemaakt. De meeste, eigenlijk, nu ik erbij stilsta.

“Mijn nicht speelde geen muziek maar kende er wel veel van. En ze danste graag, vooral op foute boybands. Ze was een grote fan van Blue (lacht). En van Coldplay, een groep waar ik niet per se iets mee heb, en waar ik sinds haar dood ook moeilijk naar kan luisteren: op haar begrafenis hebben we hun muziek gespeeld.

“Ik geloof ook wel dat ze meekijkt, nu. Die gedachte zorgt voor een zekere rust.”

null Beeld Charlie De Keersmaecker
Beeld Charlie De Keersmaecker

‘Due Date’ is, om terug naar de plaat te gaan, onvervalste jaren 80-synthpop. Vocaal horen we je voor het eerst lekker uithalen: een nieuwe, erg poppy kant van High Hi.

Ooghe: “Wij luisteren even graag naar Talking Heads als naar Whitney Houston. Bij ‘Due Date’ dacht ik: mag ik dat nu gewoon eens proberen, de Whitney-kant opgaan en uithalen? En het was zo leuk! Ten tijde van Hindrance, ons debuut uit 2017, zou ik daar niet eens aan gedacht hebben. Maar op een plaat over escapisme moet dat kunnen.”

CHOCOLA & CAMERA

Zou je graag gaan toeren in het buitenland?

Ooghe (glundert wéér): “Ja! Da’s wat ik écht wil doen: in kleine clubs spelen, als support, zonder al te veel verwachtingen. Ik haal al mijn energie uit spelen, of het nu in zo’n onooglijke club is of straks op Pukkelpop. Het podium is mijn natuurlijke habitat.

“In een stinkend busje slapen schrikt me totaal niet af. We hebben al eens twee weken door Polen, Tsjechië en Duitsland getoerd met Shylips, ook een Rock Rally-groepje. Met negen man in zo’n busje zitten: ik vond dat de max.”

Hoe letterlijk moeten we die ‘man’ nemen? Mis je soms geen vrouwen in de muziek?

Ooghe: “Er wordt wat afgelachen op tournee, maar soms waren er wel avonden dat ik dacht: ik ga slapen, doe maar wat jullie moeten doen. Het zou wel fijn zijn om wat meer vrouwen in de muziekwereld te zien rondlopen, ja.”

Heb je al direct seksisme ervaren in die wereld?

Ooghe: “Ik háát het als me gevraagd wordt: ‘Hoe is het om als vrouw in een band te zitten?’ Dat is een seksistische vraag, en toch blijven journalisten ze stellen. Er wordt ook vaak getwijfeld aan je technisch inzicht. Eén keer werkte iets niet tijdens een soundcheck en vroeg een technicus me: ‘Heb je de kabel wel ingeplugd?’ Van de weeromstuit begon ik daar zélf aan te twijfelen. Het is misschien niet altijd slecht bedoeld, maar het gebeurt vaak. Zo vaak dat het me lange tijd niet opgevallen is – tot je er wél op begint te letten, natuurlijk.

“Ik ben ook al eens een ‘diva’ genoemd, gewoon omdat ik backstage graag een ruimte apart had om me om te kleden. Terwijl ik net heel gemakkelijk ben: ik hou van chocolade op de rider en zo’n oldskool wegwerpcameraatje, that’s it.”

Dat is toch een gewoonte uit de nineties, Anne-Sophie: in de tijd voor de smartphone zetten bands graag zulke camera’s op hun verlanglijst om aan het eind van de show het publiek mee te kunnen fotograferen.

Ooghe: “Ja, en nadien moet je die foto’s ook nog ouderwets laten ontwikkelen. Vaak lijken ze nergens naar, ik weet het wel. Maar dat is net het coole.”

High Hi speelt o.a. op 18 augustus op Pukkelpop. Return to Dust is uit bij Warner.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234