Dinsdag 25/01/2022

InterviewLieven Van Gils

‘Ik besef nu pas hoe gevaarlijk wielrennen is’: Lieven Van Gils over zijn nieuwe docureeks ‘Het Scheldepeloton’

Vanaf maandag is de nieuwe docureeks van Lieven Van Gils te zien op Canvas, later dit najaar gaat hij aan de slag als filmjournalist. Beeld Wouter Van Vooren
Vanaf maandag is de nieuwe docureeks van Lieven Van Gils te zien op Canvas, later dit najaar gaat hij aan de slag als filmjournalist.Beeld Wouter Van Vooren

Lieven Van Gils (57) is terug van weggeweest. Volgende week beleeft zijn nieuwe docureeks Het Scheldepeloton zijn vuurdoop. Daarna laat hij de sport voor wat het is om tot fulltime filmjournalist te vervellen. ‘Ik heb het geluk dat ik bij de VRT heel wat van mijn liefdes mag consumeren.’

Pieter Dumon

Wie zich afvroeg waar Lieven Van Gils zich na het einde van zijn naar hem genoemde talkshow zoal mee bezighield, moet maandagavond naar Canvas zappen. Daar is dan de eerste aflevering van Het Scheldepeloton te zien. Een docureeks die Van Gils maakte op basis van het boek De val van Matthias MR Declercq. In dat boek worden de levensverhalen van vijf renners – Iljo Keisse, Bert De Backer, Kurt Hovelijnck, Dimitri De Fauw en Wouter Weylandt – met elkaar verweven. Van Gils las het boek en zag meteen het televisiepotentieel.

Wat trok je zo aan in dat verhaal?

“Het feit dat het over veel meer gaat dan alleen maar koers. Het is het verhaal van vijf jongens. Gewone jongens, zoals jij en ik, maar allemaal met dezelfde droom: wielrenner worden. Ze komen elkaar tegen langs de Schelde tussen Gent en Oudenaarde waar ze samen trainen. Ze slagen erin om hun dromen waar te maken. Maar dan begint het pas. Vrienden van weleer worden plots concurrenten en dan komt het noodlot er ook nog een paar keer tussen fietsen. Dat soort verhalen – sport als uitvergroting van het leven – vind ik heel fascinerend. Toen het boek verscheen heb ik Matthias samen met Iljo Keisse uitgenodigd in Van Gils & gasten. Maar zoals het in zo’n dagelijkse talkshow gaat, had ik amper tien minuten om met hen te praten, terwijl ik toen al voelde dat er veel meer in zat. Toen het voorstel kwam om er een docureeks van te maken, heb ik geen moment getwijfeld.”

Het lijkt nochtans geen makkelijk verhaal om op televisie te vertellen. Al was het maar omdat twee van de vijf protagonisten helaas overleden zijn.

“Dat klopt, maar je kan gelukkig wel gaan praten met de mensen die heel dicht bij hen stonden. Daar hebben we – meer dan in het boek – op gefocust. Dat waren geen gemakkelijke gesprekken. Toen we voor het eerst voor de deur stonden bij Nele – de mama van Wouter Weylandt – zag ik haar denken: waar begin ik aan, waarom laat ik die mannen binnen. Van zodra het over Wouter ging, kwamen de tranen. Maar dan zie je na verloop van tijd toch een glimlach verschijnen, dan komen er plots foto’s boven en voel je dat die mensen ook wel blij zijn om nog eens over hun zoon te kunnen vertellen.

“Die verhalen van het thuisfront, van de mensen achter de renners, waren nieuw voor mij. Ze hebben me nog meer doen beseffen hoe gevaarlijk wielrennen is. Natuurlijk wist ik dat ergens wel. Ik heb ook renners op de grond zien liggen en in de Tour heb ik renners met allerhande verwondingen geïnterviewd. Maar nu heb ik voor het eerst de mensen die tijdens zo’n wedstrijd thuis achterblijven gehoord. Zij zien elke keer weer hun kind, man, lief of papa vertrekken en kunnen alleen maar de vingers kruisen in de hoop dat hij heelhuids thuiskomt. Daar stond ik voordien niet bij stil. Je bent gefocust op die koers, op resultaten. Je staat niet stil bij wat er op de achtergrond speelt.”

Kijk je na het maken van Het Scheldepeloton op een andere manier naar de koers?

“Ik betrap mezelf er op dat ik er niet goed meer tegen kan. Tijdens de voorbije Tour ben ik een paar keer – letterlijk – van voor het scherm weggelopen. Die eerste etappes leken op bepaalde momenten wel een horrorfilm. Overal zag je renners vallen. Ik ben daar veel gevoeliger voor geworden, omdat ik nu weet wat zo’n val ook met de mensen dichtbij zo’n renner doet. Aan de ene kant heb ik door het maken van deze reeks nog meer respect voor de renners gekregen en de manier waarop ze het lot tarten. Maar tegelijk maak ik me ook de bedenking: is het dat allemaal wel waard?”

Zou je met dat in het achterhoofd de interviews die je destijds tijdens de Tour deed nu anders aanpakken?

“Misschien wel. Dat hele Tour-circus is een gigantische cocon waarbinnen het maar om één ding draait: wie is het eerst aan de streep. Drie weken lang is die wedstrijd het enige wat telt. Mocht ik nu nog in die cocon rondlopen, dan zou ik dat af en toe proberen te doorprikken. Door wat meer afstand te nemen van de koers zelf en aandacht te besteden aan wat zo’n wedstrijd met een renner doet.”

Van Gils: 'Gelukkig is er tegenwoordig meer aandacht voor het psychisch welzijn van topsporters.’ Beeld Wouter Van Vooren
Van Gils: 'Gelukkig is er tegenwoordig meer aandacht voor het psychisch welzijn van topsporters.’Beeld Wouter Van Vooren

Hoe hard het wielrennen is, zien we in de reeks ook wanneer Frederiek Nolf overlijdt. Hoewel dat niet alleen een collega maar ook een goede vriend van Wouter Weylandt is, mag die van de ploegleiding niet naar de begrafenis. Er moet immers gekoerst worden. Anno 2021 zou dat toch niet meer kunnen?

“Gelukkig is er tegenwoordig meer aandacht voor het psychisch welzijn van topsporters. Ook al is het nog maar heel recent dat daar ook openlijk over gesproken wordt. Pas sinds absolute toppers als Naomi Osaka, Simone Biles of Nafi Thiam hebben verteld over de immense druk die ze voelen en hoe ze daarmee worstelen, is het min of meer gepermitteerd om als topsporter ook je kwetsbare kant te laten zien.

“Tot voor kort konden dat soort thema’s enkel binnenskamers besproken worden. Naar buiten toe mocht je niet laten zien dat het minder ging, of dat je twijfelde. Zo zou je immers munitie aan je tegenstanders geven. Dankzij mensen als Biles of Thiam is dat nu eindelijk aan het veranderen. Als zelfs zij – de allerbesten in hun sport – soms twijfelen dan mogen mindere goden dat ook.”

Had die aandacht voor wat er zich in het hoofd van topsporters afspeelt iemand als Dimitri De Fauw kunnen helpen?

“Mocht Dimi op dat vlak goed begeleid zijn, dan had het misschien anders kunnen lopen. Die jongen was een geweldig talent, had een geweldig lijf. Intrinsiek was die sneller dan Tom Boonen, dat geeft die laatste trouwens zelf toe. Dimi had echt het lijf om op de piste olympische medailles te halen. Maar zo sterk als zijn lijf was, zo broos was zijn geest. Dat maakte hem heel kwetsbaar. Hij kon die topsport in zijn hoofd gewoon niet aan en is uiteindelijk zelf uit het leven gestapt.”

“Maar niet alleen Dimi had het moeilijk met die druk. Ook Wouter zag het op een gegeven moment niet meer zitten. Via de ploeg kon hij gelukkig bij Jef Brouwers (sportpsycholoog, PD) terecht. Die heeft hem er weer bovenop geholpen. Dat soort problemen komt veel vaker voor dan we denken. Ook Iljo is depressief geweest. Toen hij beschuldigd werd van dopinggebruik lag hij dagen aan een stuk in bed, verstopte zich, durfde niet meer buitenkomen. Je mag ook niet onderschatten wat die gast heeft meegemaakt. Twee van zijn beste vrienden verloren aan zijn sport. En ondertussen zelf maar blijven fietsen.”

Ving je dat soort verhalen over mentale problemen ook op toen je zelf nog als journalist in het wielerpeloton rondliep?

“Neen, daar heerste – zeker toen – een cultuur van sterk zijn. Dat was trouwens niet alleen in het wielerpeloton het geval. Ik heb in mijn carrière heel wat topsporters geïnterviewd, diegene die zich kwetsbaar durfden tonen zijn op één hand te tellen. En als het dan toch gebeurde was dat meestal aan het eind van hun carrière. Frank Boeckx, ex-keeper van Anderlecht, heeft het bij mij in het programma ooit het woord depressie in de mond genomen. En ik herinner me nog een interview met wielrenner Jurgen Van Den Broeck, ergens hoog in de bergen aan een tafeltje, die toen toegaf dat het hem allemaal te veel werd. Maar dat zijn uitzonderingen. Meestal is het puur machismo en spierballengerol.”

Over machismo gesproken, hoe kijk jij als ex-Sporza-medewerker naar de seksistische uitspraken van Eddy Demarez over de Belgian Cats?

(twijfelt) “Ik kan daar veel over zeggen, maar dat ga ik niet doen. Het gaat tenslotte over collega’s. Het is gewoon heel jammer dat dat gebeurd is.”

Heb jij de Sporza-redactie ooit als een vrouwonvriendelijke plek ervaren?

“Niet vrouwonvriendelijker dan de andere omgevingen waar ik al gewerkt heb. Er zitten bij Sporza veel mannen bij elkaar, dat klopt. En overal waar dat zo is zullen er weleens dingen gezegd worden die niet door de beugel kunnen. Maar je mag ook niet de fout maken om nu alles op één hoop te gooien. Het hele verhaal maakt wel duidelijk dat er nood is aan verandering en dat er meer aandacht moet zijn voor de gevoeligheden van bepaalde mensen.”

Heb je het gevoel dat vrouwelijke topsport nog altijd stiefmoederlijk behandeld wordt?

“Dat wil ik niet gezegd hebben. Maar ik zie wel dat mannelijke topsport op een andere manier bekeken wordt. Er wordt opgekeken naar mannelijke sporters met een gespierd en uitgebouwd lichaam. Zien we hetzelfde bij vrouwelijke sporters dan krijgt dat een andere connotatie. Dat moet voor de sporters in kwestie heel moeilijk zijn.”

'Het hele Eddy Demarez-verhaal maakt duidelijk dat er nood is aan verandering en dat er meer aandacht moet zijn voor de gevoeligheden van bepaalde mensen.' Beeld Wouter Van Vooren
'Het hele Eddy Demarez-verhaal maakt duidelijk dat er nood is aan verandering en dat er meer aandacht moet zijn voor de gevoeligheden van bepaalde mensen.'Beeld Wouter Van Vooren

Kan je daar als sportjournalist verandering in brengen?

“Je moet niet meegaan in het verheerlijken van dat soort schoonheidsidealen. Als sportjournalist focus je op de sportieve prestaties en maak je geen opmerkingen over het uiterlijk van de sporters in kwestie. Punt.”

Vanaf dit najaar ga je aan de slag als filmjournalist voor de VRT-zenders. Mogen we dat een onverwachte stap vinden?

“Dat mag, maar eigenlijk is het dat niet. Toen ik zestien was, droomde ik van een carrière in de filmwereld. Liefst wou ik regisseur worden. Of filmjournalist. Ik heb jaren alle artikels van Patrick Duynslaegher (toen filmjournalist bij Knack, red.) bijgehouden in een knipselmap. Film is – net als sport – een van mijn liefdes en ik heb het geluk dat ik die bij de VRT allemaal mag consumeren.”

Je treedt als filmjournalist in de voetsporen van Ward Verrijcken die eind vorig jaar overleed. Hoe moeilijk is dat?

“In een ideale wereld was Ward er nog en had ik dit voorstel nooit gekregen. Voor ik er ‘ja’ op zei heb ik contact gezocht met zijn partner en met zijn familie. Ik wou hun zegen hebben. Nu heb ik er vrede mee. Het is ook helemaal niet mijn bedoeling om zijn schoenen te vullen of hem te doen vergeten. Integendeel, ik wil zijn werk voortzetten en ik heb het gevoel dat hij dat wel oké zou vinden.”

‘Het Scheldepeloton’, maandag om 21.20 uur op Canvas

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234