Zaterdag 02/07/2022

InterviewPinar Akbas

‘Ik was geen maagd meer toen ik trouwde. Ik moest kruipen om vergiffenis’: schrijfster Pinar Akbas over het Turkse rollenpatroon

‘Het ergste wat een vrouw kan doen, is de eer van de vader en broers besmeuren. Die eer- en schandecultuur is nog springlevend.’ Beeld Joris Casaer
‘Het ergste wat een vrouw kan doen, is de eer van de vader en broers besmeuren. Die eer- en schandecultuur is nog springlevend.’Beeld Joris Casaer

Ze schreef columns die haar bedreigingen opleverden, leerde het seksisme in de politiek kennen en publiceert nu een mokerslag van een roman. De Turks-Vlaamse Pinar Akbas (42) is kritisch voor de eigen gemeenschap: ‘Het gaat altijd over de eer van de mannen.’

Joël De Ceulaer

‘Ik ben nu 42 jaar oud”, zegt Pinar Akbas. “Maar ik kan pas sinds een jaar of vier zeggen dat ik echt een vrije vrouw ben. Zolang heeft het geduurd voor ik mij niets meer aantrok van wat de mensen over mij zouden zeggen of denken. Vroeger was ik daar voortdurend mee bezig, als ik ging dansen, bijvoorbeeld: er is toch nergens een Turk die mij kan zien en in de gemeenschap kan gaan roddelen over mij? Het is een eenzame strijd geweest. Ik heb altijd gedacht dat mijn enige taak erin bestond om anderen gelukkig te maken.”

BIO * geboren op 16 januari 1980 in Neerpelt * verpleegkundige * werkt momenteel in het Jessa Ziekenhuis (Hasselt) *- debuteert nu als romanschrijver, met Niran en ik

In haar confronterende debuutroman Niran en ik beschrijft Pinar Akbas – geboren uit Turkse ouders die in de jaren 1970 naar Limburg kwamen – hoe zij zich heeft bevrijd uit het benauwende rollenpatroon dat volgens haar bij Turkse Vlamingen nog springlevend is. Het boek is autobiografisch, maar bevat ook flarden fictie – het zijn verhalen uit een leven die tot literatuur werden gesmeed. In de kern vertoont het veel gelijkenissen met de bestseller Ik ga leven van de Turks-Nederlandse schrijfster Lale Gül.

“Ik begrijp de vergelijking”, zegt Akbas. “Wij schrijven allebei over het juk waarvan we ons hebben bevrijd. Maar mijn boek is in twee opzichten verschillend. Gül brak met haar familie, dat heb ik niet gedaan. En haar boek gaat over religie, zij kreeg een orthodox-islamitische opvoeding. Mijn boek gaat over de Turkse cultuur. Ik kom uit een vrijzinnig nest, van alevieten. Het alevitisme is een liberale stroming binnen de islam. Wij kennen geen geboden of verboden, doen niet mee aan de ramadan, bidden geen vijf keer per dag en gaan niet naar de moskee. Het principe is ook dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Maar dat is pure hypocrisie. Ik weet nu al dat er boze reacties zullen komen op dit interview, maar het is zo: dochters worden anders opgevoed dan zonen.”

Hoe worden dochters opgevoed?

“Om te koken, poetsen en kinderen op de wereld te zetten. Dat is hun taak. Veel autochtone Vlamingen denken allicht dat Turkse vrouwen die gestudeerd hebben en werken, geëmancipeerd zijn. Maar dat is niet zo. Dit boek is bestemd voor Vlamingen die dat emancipatieverhaal geloven. De meeste Turkse vrouwen in Vlaanderen zijn nog niet geestelijk onafhankelijk. Ze worden nog altijd voorbereid op traditionele rollen.”

Het boek is wel een monument voor uw moeder.

“Absoluut. Ik heb het ook geschreven uit dankbaarheid voor haar. Ik heb het geluk gehad dat mijn ouders naar mij luisterden. Mijn moeder ging mee in mijn emancipatiestrijd. Zij is de stuwende motor geweest die mij wilde bevrijden. Zij inspireert mij nog elke dag. Al is zij zelf nog niet bevrijd – zij is nu 66. Maar ze ziet dat ik het wel ben, en dat ze met een gerust hart kan sterven. Ik ben financieel en geestelijk onafhankelijk.”

U bent streng voor Turkse moeders, maar schrijft tegelijk dat ze zich opofferen.

“Dat is het lot van de vrouw: opoffering. Sommigen lijken dat zelfs te cultiveren. En het zijn vooral de vrouwen zélf die dat idee in stand houden, die hun dochters op dezelfde manier opvoeden als zij zelf zijn opgevoed. Het ergste wat een vrouw kan doen, is de eer van de vader en broers besmeuren. Die eer- en schandecultuur is nog springlevend. Het gaat altijd over de goede naam, over de eer van de mannen.”

Hoe kan een meisje die besmeuren?

“Door zich wat te vrij te bewegen in het publiek, door met een jongen uit de klas naar de bushalte te wandelen, door zich niet bescheiden te kleden, maar bijvoorbeeld een kort topje te dragen, door te luid te lachen in het bijzijn van andere mensen. Jongens worden vrij opgevoed, zonder compromissen. Maar als de dochter eens wil gaan dansen, kijkt de vader boos naar de moeder – dan moet zij haar dochter op het goede pad houden.”

Die cultuur, schrijft u, is van Turkije mee naar hier gekomen.

“De gastarbeiders hebben die mee naar hier gebracht. Ik ben geboren in Limburg, maar wel in de Turkse cultuur. Mijn ouders waren bewust naar Neerpelt verhuisd. Ze wilden niet in de mijncités wonen, omdat daar de sociale druk groot is. Maar die druk voelden ze tot in Neerpelt. Mijn moeder schrok toen ik haar confronteerde met de parallellen tussen wat zij als meisje in Anatolië had meegemaakt en ik als meisje in Limburg.”

In het Vlaanderen van de jaren 50 en 60 moesten sommige meisjes ook nog thuisblijven van school om te helpen in het huishouden.

“Dat argument hoor ik van veel autochtone Vlamingen. Over de rolpatronen in de jaren 50 en 60, en hoe mijnheer pastoor zich ook kwam bemoeien met het huishouden. Maar het verschil is immens, hoor. Ik ben van 1980. Toen ik acht was, werd ik de dienstmaagd. Ik moest strijken, de badkamer schrobben, bezoekers bedienen. Onze moeders wilden dat wij hard werkten en goede huisvrouwen werden. De vergelijking met het Vlaanderen van een halve eeuw geleden gaat volgens mij echt niet op.”

Maar gelden die rolpatronen nog in alle Turkse gezinnen?

“Toch in veruit de meeste. Absoluut.”

Maar uw moeder is wel onderneemster geworden, ze heeft een kebabzaak uitgebaat.

“Ja, eind jaren 80, toen de mijnen sloten en mijn vader zonder werk zat, is ze daarmee begonnen. Ze deed het om den brode, maar bloeide toen echt open. Vader werkte bij haar in de zaak. In die periode hebben veel Turkse vrouwen trouwens een baan gezocht. Mijn moeder had een erg succesvolle zaak. Dat is het punt niet. Je kunt buitenshuis werken en tegelijk toch leven in functie van huishouden en gezin.”

Toch wilde uw moeder een ander leven voor u.

“Zeker. Daar zat zij gewrongen. Tussen de traditie en haar wens dat ik een wereldwijze vrouw zou worden. Ze wilde ook wel dat ik trouwde, en bij voorkeur met een alevitische Turk. Wat ik dan ook gedaan heb. Ik was 21 toen ik in Turkije een vakantielief had. En voor ik het wist, was ik verloofd. Zo’n huwelijk is eigenlijk een financiële transactie: de bruid wordt door haar familie geschonken aan de familie van de bruidegom, in ruil voor goud. Ik ben daar toen in meegegaan om mijn ouders gelukkig te maken. Ik droeg zelfs het rode lint rond mijn middel op mijn huwelijk, wat in Vlaanderen nog altijd gebeurt.”

Een teken van maagdelijkheid.

“Juist. De vrouw wordt geacht voor het huwelijk geen seksuele betrekkingen te hebben gehad. Ik was geen maagd meer toen ik trouwde, en mijn ex-man wist dat, maar ik droeg het rode lint. Voor mijn ex-man moest ik bijna kruipen om vergiffenis te vragen, want ik had een fout gemaakt. Omdat ik niet op hem gewacht had. Dat is het eergevoel van de man. Ook mijn vader zou het niet overleefd hebben als hij geweten had dat ik geen maagd meer was. Terwijl jongens worden gestimuleerd om zo veel mogelijk vriendinnetjes te hebben, om te experimenteren.”

Na acht maanden was u gescheiden.

“Ja, acht maanden heeft de hel geduurd. Die man was totaal niet geïnteresseerd in mij als persoon. Hij bleek totaal het tegenovergestelde van hoe hij zich tijdens de verloving had voorgedaan. Hij wilde zelfs de huur niet betalen, dat moest mijn vader maar doen. En mijn ambitie interesseerde hem niets. Hij praatte zelfs niet met mij. Dat moet je eens meemaken. Stilte is erger dan ruzie. In een huis waar stilte heerst, wil je sterven.”

U schrijft dat u tijdens de huwelijksnacht werd verkracht.

“Dat moet ik nuanceren. Het boek is autobiografictie, zoals de uitgever het noemt. Niet alles komt een-op-een overeen met mijn eigen leven, er zitten ook verhalen van andere vrouwen in verwerkt. Maar niets in mijn boek is verzonnen. En ik kan wel zeggen dat mijn huwelijk een gevangenis was. Al wil ik benadrukken dat ik dus niet uitgehuwelijkt ben. Het was mijn eigen keuze. Maar de mogelijkheden waren beperkt, want het moest bij voorkeur een alevitische Turk zijn.”

U bent nu vrijgezel. Droomt u nog van een gelukkige relatie?

“Ik heb nog relaties gehad, maar vind het moeilijk om mensen te vertrouwen. Al blijf ik een romantische ziel, die gelooft in het bestaan van de eeuwige liefde. Ik had het wel gewild, maar voor mijzelf zal het volgens mij niet meer komen. Ik weet dat mijn vader nog altijd graag zou hebben dat ik een gelukkig huwelijk beleef met een Turkse man, maar dat is uitgesloten. Mijn moeder is blij dat ik als persoon ben opengebloeid.”

‘Ik ben van 1980. Toen ik acht was, werd ik de dienstmaagd. Ik moest strijken, de badkamer schrobben, bezoekers bedienen.’ Beeld Joris Casaer
‘Ik ben van 1980. Toen ik acht was, werd ik de dienstmaagd. Ik moest strijken, de badkamer schrobben, bezoekers bedienen.’Beeld Joris Casaer

U zei in het begin van dit gesprek dat u sinds een jaar of vier onafhankelijk bent. Op dat moment bent u ook gaan schrijven. U hebt jarenlang een column gehad op de website Doorbraak, toen die nog te pruimen was.

“Het was Karl Drabbe, die toen nog bij Doorbraak betrokken was en nu mijn uitgever is, die mij aanspoorde om te schrijven. Hij had mij ontdekt op Twitter, waar ik schreef over vrouwenrechten in Turkije, over president Erdogan en over de realiteit in België. Onder meer over de Grijze Wolven, de extreemrechtse nationalisten die ook in Vlaanderen goed ingeburgerd zijn.”

U hebt eens een heel sterke reeks gemaakt over hoe bijna alle politieke partijen bedenkelijke kandidaten op hun lijsten zetten, om stemmen te halen.

“Alle partijen doen dat, behalve Vlaams Belang. Ze zijn puur opportunistisch, en knijpen een oogje dicht voor banden die de kandidaten hebben met dubieuze organisaties: de Grijze Wolven, Diyanet, het orthodoxe islamisme en de politieke islam van Erdogan. Alle partijen hebben boter op hun hoofd. Ook de N-VA. Kopstukken bestrijden weliswaar het islamisme, maar hun voorzitter, die ook burgemeester is in Antwerpen (Bart De Wever, JDC), bezoekt wel moskeeën die de propaganda van Erdogan verspreiden.”

Wat verkondigt men dan in een Diyanet-moskee, bijvoorbeeld?

“Diyanet miskent het bestaan van homoseksuelen en negeert vrouwenrechten in Turkije, waar momenteel een ware femicide aan de gang is: er heerst systematisch geweld tegen vrouwen die op eigen benen willen staan. Vrouwen worden door mannen met gekrenkte ego’s, door prinsjes die altijd alles hebben gekregen, het ziekenhuis in geslagen, gedood of systematisch verkracht. Er zijn uiteraard intellectuelen en feministen in Turkije die zich daartegen verzetten. Maar de moskeeën niet, geloof me.”

Wordt het erger?

“Absoluut. Het is regelrecht islamisme: de islam wordt misbruikt om een bepaalde ideologie te verspreiden. Met alle gevolgen van dien. Het onderwijs gaat achteruit. Veel hoogopgeleide Turken verlaten het land. Mensen kunnen niet meer vrij bewegen.

“Als je nu in Turkije tijdens de ramadan over straat loopt met een flesje water in je hand, dan word je aangevallen. Je bent onveilig. Diyanet financiert ook de Moslimbroeders.”

En Milli Görüs is ook actief in ons land?

“Absoluut. En dat is de orthodox-islamitische, politieke stroming waar Erdogan zijn wortels heeft. In Genk wilden ze een school stichten. Daar zouden meisjes van zes jaar oud niet naar kindertekeningen met gezichten mogen kijken. Jongens en meisjes zouden er apart zitten. Dat is puur islamisme, politieke islam.”

Achter de poging tot staatsgreep van 2016 zaten zogezegd de gülenisten.

“Ik ben blij dat u het zegt: zogezegd. Veel journalisten geloven nog altijd dat Fethullah Gülen, die zich democratisch voorstelt maar zelf ook islamist is, die coup had beraamd. En dat was niet zo. Het was Erdogan zelf, die de nationale held wilde zijn om zijn macht nog meer te verankeren. Sindsdien verdwijnen er in Turkije duizenden mensen zonder proces in de gevangenis. Ook Koerden, uiteraard, die als minderheid zwaar te lijden hebben onder het bewind van Erdogan.”

In 2016 leidde die strijd tussen gülenisten en aanhangers van Erdogan tot grote spanningen in Beringen. Gaat dat al beter nu?

“Rellen zoals toen zijn er niet meer. Maar de gülenisten is het zwijgen opgelegd, zij worden geïntimideerd en je hoort hen dus niet meer. Ik merk dat wel, hoor. Ik ben een Turkse, dus ik moet Turks brood en Turkse kaas hebben, en dus ga ik nog naar Turkse winkels in Beringen en op andere plekken. En je merkt overal propaganda voor Diyanet, voor Erdogan, voor de Grijze Wolven. En overal hangt de Turkse vlag.”

Wat doet die vlag met u?

“Ik krijg de kriebels van zo veel nationalistische symboliek. Ik weet wel dat die vlag sterk werd gepromoot door Kemal Atatürk, die de lekenstaat heeft ingevoerd in Turkije. En die lekenstaat was prima: vrouwen kregen rechten, hoefden geen hoofddoek meer te dragen, en mochten gaan studeren. Maar ik ben ook kritisch voor het kemalisme: in naam van Atatürk werden ook de Koerden gebombardeerd. Nationalisme hoeft niet slecht te zijn, maar je moet altijd kritisch kunnen blijven.”

Dat heeft u al behoorlijk wat haat opgeleverd.

“Toen ik die reeks over bedenkelijke figuren bij Vlaamse partijen schreef, werd ik door jongetjes van 17 of 18 jaar bedreigd met verkrachting. Oudere mannen kwamen onder mijn raam ostentatief sigaretten roken en over mij praten, om mij te laten voelen dat ze wisten waar ik woon. Echt toxisch. Omdat ik hun religie, hun vlag en hun land had beledigd.”

Door het nu weer op te rakelen, riskeert u opnieuw belaagd te worden.

“Het kan mij niet meer schelen. Ik ben de verwensingen en bedreigingen gewend. Ze doen maar, ze blaffen maar. Vroeger werd ik wel goed opgevolgd door de politie en ik weet dat ze nu nog altijd een oogje in het zeil houden. Ik ben naar de politie gegaan toen ik foto’s kreeg doorgestuurd van Turkse mannen met kalasjnikovs.”

Het is vast een ongepaste grap, maar dat is nog iets anders dan een dickpic.

“Ik vind het geen ongepaste grap, ik wilde het net zelf zeggen: Vlamingen sturen een dickpic, Turken een kalasjnikov. (lacht) Ik neem aan dat u daar de titel van zult maken?”

Dat is niet mijn plan.

“Alle gekheid op een stokje: het is wel door die mannen dat ik niet meer naar Turkije kan. Ik sta daar op de lijst van landverraders. Ik heb screenshots van Turken die mij op Twitter bij de Turkse overheid signaleren. Maar ik laat dat mijn leven niet meer bepalen. Je kunt het ondergaan en bang worden, of je kunt zeggen: ik heb niets te verliezen.”

U bent niet bang meer?

“Nee. Sinds ik werk als verpleegkundige, ben ik nog maar zelden onder de indruk. Ik zie zo veel mensenleed, zo veel authentieke rauwe gevoelens, zoveel kwetsbaarheid en veerkracht. Die mannen die mij proberen te intimideren, belanden ooit misschien bij mij op een ziekenhuisbed, denk ik soms. En dan zal ik hen goed verzorgen, zoals het hoort. Dat raakt mij dus allemaal niet meer.”

Hebt u soms het gevoel dat u een andere, zwaardere strijd moet voeren dan autochtone feministes?

“Nee, absoluut niet. Ieder heeft zijn eigen strijd. Ik krijg wel kriebels van een nieuwe lichting jonge vrouwen die het woord feminisme verwerpen, die liever over sisterhood praten. Zij willen het concept feminisme wegduwen, alsof die geschiedenis nooit heeft plaatsgevonden. Voor hen gaat het niet over strijd, maar over solidariteit. Maar eerlijk gezegd: van vrouwelijke solidariteit heb ik in mijn leven nog maar weinig gemerkt.”

Is dat zo?

“Ziet u vrouwen die elkaar steunen? Ik niet. Toch niet in mijn generatie. Sisterhood is een concept dat werd gecreëerd door jonge vrouwen die in een bubbeltje leven. Het spijt me, hoor, maar het is dankzij het feminisme dat vrouwen mogen stemmen, werken en studeren. Sommigen vragen zich af of we nog altijd een Internationale Vrouwendag nodig hebben. Zeker en vast. We zijn er nog lang niet. Telkens als een jonge vrouw iets op sociale media lanceert, loopt ze het risico te worden afgemaakt.”

Het seksisme is een groot probleem, dat klopt.

“Toen Meyrem Almaci stopte als voorzitter van Groen, mede omdat ze te veel bagger over zich heen kreeg, kreeg ze – omdat ze dat zei – weer een heleboel bagger over zich heen. De liberale ex-voorzitter Gwendolyn Rutten zat een keer in De afspraak en alle commentaren gingen over haar bril. Bij vrouwen gaat het vaak over hun uiterlijk. Of over hoe ze zich gedragen. Almaci is afgerekend op hoe ze eruitziet, hoe ze praat, hoe ze zich kleedt – maar zelden op haar ideologie of op wat ze als politica doet.”

U hebt wel kritiek gehad op haar werk als politica. Toen ze een Diyanet-moskee bezocht.

“Absoluut. Zij heeft zelf niet gereageerd, nooit.”

‘Twee liberale toppers stuurden mij berichten die seksueel georiënteerd waren. Een feministe in de partij zei dat ik het maar moest ondergaan.’ Beeld Joris Casaer
‘Twee liberale toppers stuurden mij berichten die seksueel georiënteerd waren. Een feministe in de partij zei dat ik het maar moest ondergaan.’Beeld Joris Casaer

Ik vond het toen al merkwaardig dat uw reeks op Doorbraak niet meer aandacht kreeg in de reguliere pers.

“Ik vond het ook jammer dat die reeks geen aandacht kreeg. Ik heb toen geen enkel tegenargument gelezen, alleen maar dat ik een landverrader was – dat kreeg ik te horen van Turkse Vlamingen. Maar Almaci? Niets van gehoord. Terwijl het mij enorm stoort dat een vrouw die zelf geëmancipeerd is, het juk heeft afgeworpen, getrouwd is met een autochtone Belg – dat die nooit praat over de emancipatie van de Turkse vrouw. Zij heeft haar strijd gevoerd, waarom helpt ze andere vrouwen niet? In die moskee die ze heeft bezocht, krijgen meisjes van zes al te horen dat ze een hoofddoek moeten dragen, terwijl dat de vrije keuze van een volwassen vrouw zou moeten zijn.”

U maakt nu wel duidelijk uw punt, iedereen zal het gelezen hebben.

“Dan mogen die politici nu wel eens reageren. Ze zitten overal, denk ook aan Güler Turan die voor de toenmalige sp.a in het Vlaams Parlement heeft gezeteld. Waarom steken die Turks-Vlaamse vrouwen de koppen eens niet bij elkaar om te praten over hun lotgenotes in Vlaanderen? Laat ze maar eens vertellen wat de meeste van die lotgenotes elke dag doen? Ik zal het u zeggen: koken. Waar blijft de solidariteit van politici met mensen die dezelfde strijd moeten voeren als zij?”

Wat vindt u eigenlijk van het taaldebat? Is het een fout geweest om mensen met een migratieachtergrond niet sneller en beter Nederlands te leren?

“Als een kind goed omringd is en gestimuleerd wordt door de ouders, is er geen probleem. Een kind absorbeert alles. Ik ben in het Turks opgevoed, mijn ouders spreken nog altijd geen perfect Nederlands, maar ik heb op school snel en goed Nederlands geleerd. Mijn broer ook, trouwens. Ik ben het dus niet eens met mensen die vinden dat het beleid daar de voorbije decennia zware steken heeft laten vallen.”

Maar u bent erg intelligent. Wat met kinderen die wat minder snel leren, die thuis minder goed omringd worden?

“Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij het onderwijs, dat is juist. Maar ik mis wel de betrokkenheid van veel ouders, die veel aandacht hebben voor de religieuze opvoeding van hun kinderen, maar niet voor de schoolse opvoeding. Ik heb geluk gehad, andere kinderen hadden minder geluk. Ik ben het wel absoluut niet eens met pedagogen die ijveren voor les in de moedertaal. Daar geloof ik niet in.”

Waarom niet?

“Ik heb het meegemaakt, hoe dat werkte. In de jaren 80 kwamen er af en toe nieuwe kinderen uit Turkije aan, en dan moest ik in de klas vaak nieuwe kinderen helpen bij rekenen, bijvoorbeeld. Ik moest dan in het Turks uitleggen dat vijf plus vijf tien is. Ik moest alles vertalen. Dat is toch geen verantwoordelijkheid voor een kind van acht? Ik heb daardoor gelukkig zelf geen achterstand opgelopen, maar ik vind dat kinderen in het onderwijs zelf veel sneller en beter Nederlands moeten leren.”

Dan past u wel bij de N-VA, de partij waar u uw politieke parcours hebt beëindigd. Daar moeten we het nog even over hebben: uw tocht langs de Vlaamse partijen.

“Ik ben altijd politiek geïnteresseerd geweest en heb een voor mij logisch parcours afgelegd. Ik heb mij eerst geëngageerd bij de socialisten, dan bij de SLP, de Sociaal Liberale Partij van Geert Lambert, die nooit de kiesdrempel haalde. Toen ben ik bij de liberale partij terechtgekomen, via Hilde Vautmans, die mij had opgemerkt. Ik heb bij VLD nog in een werkgroep gezeten rond emancipatie. Maar daar is nooit iets mee gebeurd. En ik had last van het seksisme, dus ben ik gede­gouteerd vertrokken.”

Wat was er precies gebeurd?

“Ik ben nooit lichamelijk lastiggevallen, maar wel met woorden. Twee liberale toppers stuurden mij niet mis te verstane berichten die zeer seksueel georiënteerd waren. Over hun bedoelingen en wensen bestond niet de minste twijfel.”

Kreeg u ook liberale dickpics?

“Nee, dat niet. Ik weet niet of dat toen al gebruikelijk was.”

Hebt u het daar met liberale vrouwen over gehad, toen?

“Absoluut. Ik heb een paar van die berichten toen getoond aan een paar van de grote feministes in de partij. En eentje van hen zei dat ik het maar moest ondergaan, dat ik er niet te hard aan moest tillen, dat ik de dingen niet groter moest maken dan ze waren. Toen was voor mij de maat vol: dat ik alles maar moest ondergaan, had ik als Turks meisje in mijn jeugd al veel te vaak gehoord.”

U bent dan uiteindelijk bij de N-VA beland.

“Ik had de politiek eigenlijk al verlaten toen ik voor Doorbraak begon te schrijven. Maar Theo Francken merkte mijn stukken op en nam contact met me op. Ik heb hem bezocht op zijn kabinet en zo ging de bal aan het rollen. Theo is een zeer attente en correcte man. Ik weet dat hij op Twitter een ander imago heeft, maar hij is hoffelijk en aangenaam. Het is Zuhal Demir die mij uiteindelijk naar haar kabinet heeft gehaald als adviseur, toen ze nog federaal staatssecretaris voor Gelijke Kansen was. Daar heb ik achter de schermen veel geleerd, en ik werkte aan een dossier over Turkije en Diyanet en zo.”

U zat ook in de gemeenteraad van Hasselt.

“Ja, maar daar ben ik uitgestapt. Ik wilde helemaal onafhankelijk zijn om mijn boek te schrijven. Politiek is niets voor mij. Ik had gerust tot 2024 in de gemeenteraad kunnen blijven zitten, en elke maand 700 euro opstrijken, maar dat zou niet goed aangevoeld hebben. Zuhal Demir heeft mij ook voorgesteld om op haar Vlaamse kabinet te komen werken, maar ik ken helemaal niets van energie, dus dat aanbod heb ik afgeslagen. Ik voel mij goed als verpleegster, de zorg is mijn roeping.”

‘Een kind absorbeert alles. Ik ben het absoluut niet eens met pedagogen die ijveren voor les in de moedertaal. Daar geloof ik niet in.’ Beeld Joris Casaer
‘Een kind absorbeert alles. Ik ben het absoluut niet eens met pedagogen die ijveren voor les in de moedertaal. Daar geloof ik niet in.’Beeld Joris Casaer

U hebt covid twee jaar lang meegemaakt.

“Iets minder lang. Ik ben in 2017 begonnen als verpleegkundige, maar ben er dan twee jaar tussenuit geweest. Bij het begin van de tweede golf ben ik pas naar de zorg teruggekeerd. Niet op de covidafdeling, maar bij mensen met vergevorderde kankers. Daar heb ik de veerkracht van de mens in volle glorie gezien. Dat heeft mij mee gevormd en gekneed. Dat heeft mijn identiteit als vrij individu de voorbije jaren gesterkt.”

Bent u zelf besmet geweest?

“Twee keer. Een eerste keer tijdens de eerste golf. En dan een tweede keer in maart dit jaar, in het ziekenhuis – door een patiënt met een zeer vochtige hoest: ik was zeer goed beschermd, maar wist dat het zover was toen ik het meemaakte. Vandaag hebben we nog altijd een aantal covidpatiënten. Het blijft maar duren. Vaak worden ze trouwens in het ziekenhuis besmet.”

Door wie?

“Door het bezoek. Door hun familie. Dat vind ik nog het meest verbijsterende. Mensen die een ziek familielid bezoeken, denken er zelfs niet aan om goede voorzorgen te nemen, door onder meer een goed masker te dragen. Ik begrijp dat mensen de maskers en andere maatregelen beu zijn, maar denk alstublieft eens aan de patiënten. Vaak gaat het om kankerpatiënten die erg ziek zijn, voortdurend misselijk van de chemo – en dan krijgen die mensen er nog een covidbesmetting bovenop. We moeten uiteraard niet naar Chinese toestanden, maar het gebrek aan voorzorgen frustreert mij momenteel wel.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234