Woensdag 17/08/2022

InterviewAustin Butler

‘Ik wil hem vermenselijken, ik wil wat toevoegen aan zijn erfenis’: Austin Butler schittert als de King

Austin Butler speelt de King in de nieuwe film 'Elvis'. Beeld rv
Austin Butler speelt de King in de nieuwe film 'Elvis'.Beeld rv

Volgens Hollywood zou Austin Butler wel eens een grote ster kunnen worden. Maar de charismatische acteur voelt de druk, want de risicovolle film Elvis zal vallen of staan met zijn performance.

Brooks Barnes

“Ben je klaar om te vliegen?” Die vraag wordt gesteld in het begin van Elvis, de nieuwste koortsdroom van Baz Luhrmann. Het is midden fifties en Tom Parker – nepkolonel, wannabe-talentmanager en mogelijke psychopaat – zit naast een verlegen nobody genaamd Elvis Presley. Ze zijn net in een reuzenrad gestapt op de kermis in Mississippi en de pafferige Parker vraagt aan zijn ritgenootje of hij beroemd wil worden, ongeacht wat het kost.

“Ja, meneer.” Op een zeurderige toon voegt Elvis eraan toe: “Ik ben er klaar voor.” Net dan begint het reuzenrad weer te draaien, als ware het een teken van God.

Onlangs speelde een gelijkaardige versie van deze scène, of toch zeker van dezelfde discussie, zich af in het echt. Met Austin Butler, die de titelrol vertolkt in Elvis, als de verlegen nobody die klaar is om erin te vliegen.

In 2019 werden in Hollywood veel wenkbrauwen opgetrokken toen Butler, en niet Harry Styles of Ansel Elgort, de rol van Elvis beet kreeg. De film Elvis, waarvoor een giga budget werd uitgetrokken, vraagt nu eenmaal om een zingende, heupswingende, iconische en energieke persoon. Butler had zich nog niet echt bewezen: de meeste van zijn ervaring betrof lowbudget-tienerseries. Maar toen de opnames van Elvis van start gingen in Australië (met serieuze vertraging door de pandemie) begonnen geruchten vanop de set zich te verspreiden in de filmwereld. Deze slungelige Butler met lage stem kan misschien wel the real deal zijn.

Toen Warner Bros. vorige maand begon met Elvis te vertonen aan insiders binnen de filmindustrie, gingen veel genodigden naar huis met vlinders in buik voor Butler. De dertigjarige acteur deed hen denken aan Brad Pitt aan het begin van zijn carrière. Een emotionele Lisa Marie Presley, Elvis’ dochter, flapte eruit: “Als Austin Butler geen Academy Award wint, dan eet ik mijn schoen op.”

Kortom, Hollywood heeft besloten dat Butler klaarstaat om een ster te worden, misschien zelfs wel een superster. Tom Hanks, Leonardo DiCaprio en Denzel Washington hebben Butler al geadviseerd en lobbyen achter de schermen voor hem. Denis Villeneuve heeft Butler onlangs gecast als de slechterik in Dune: Part Two. (Hij is ondertussen ook gestart met een intensieve cursus messengevechten voor die rol.) Butler zal ook een hoofdrol spelen in Masters of the Air, een oorlogssaga van Tom Hanks en Steven Spielberg voor Apple TV+.

null Beeld rv
Beeld rv

“Austin maakt nu dat ‘klaar om te vliegen’-moment mee. Ik weet dat omdat we samen naar het Met Gala zijn geweest”, zegt Luhrmann. “Zodra we op de rode loper verschenen, begonnen er zelfs fans te kermen. Niet gewoon gillen, maar kermen. Ik heb dat geluid nog maar één keer ervoor gehoord. Dat was toen voor een jonge acteur genaamd Leo.” Hij verwijst naar DiCaprio in het tijdperk voor Titanic, toen hij harten veroverde met Luhrmanns Romeo en Julia (1996).

De vraag is of Butler klaar is om de wereld over te nemen, mocht het lukken, en of hij dat wel echt wil.

Wanneer we elkaar in mei spreken in Beverly Hills, California, is Butler te laat. Hij was in een paparazzihinderlaag gesukkeld toen hij terugkwam van Starbucks.

“Ik ben aan het proberen te leren omgaan met dit nieuwe gebrek aan privacy”, zei hij. “Het kan echt ongemakkelijk zijn.” Tot nu toe waren de paparazzi eerder geïnteresseerd in zijn vriendinnen. Butler was negen jaar samen met de actrice Vanessa Hudgens. In 2020 gingen ze uiteen en nu is hij aan het daten met het model Kaia Gerber.

Peinzend (of zelfs nerveus) krabt hij aan het blonde plukje haar op zijn kin. “Ik was een erg verlegen en angstig kind. Zo erg dat ik op restaurant tegen mijn moeder fluisterde wat ik wilde eten zodat zij het kon bestellen”, zei Butler. “En ik ben nog steeds erg verlegen.”

Butler toont me een kleine tattoo op zijn pols van het getal 27. Het was het geluksgetal van zijn moeder, legt hij uit. Ze stierf aan kanker in 2014, toen hij 23 was. “Ze was mijn beste vriendin”, zei de acteur. “Ze noemde 27 haar ‘goddelijke getal’. Telkens als ze het getal zag, had ze het gevoel dat God over haar waakte.

We zitten in een zetel in het Beverly Wilshire, een luxehotel waar Elvis leefde in de sixties, toen hij zijn nikkel afdraaide in goedkope komische musicals voor MGM en Paramount. Butler, die 1 meter 80 is, daagt op in een gebreide trui, een baggy zwarte broek en laarzen. Ondanks zijn zogenaamde verlegenheid is het duidelijk dat hij een aantrekkingskracht heeft waarover enkel de grootste filmsterren beschikken. Alles lijkt anders wanneer hij een kamer binnenwandelt. Je voelt meteen een diepe connectie met hem, hoewel dat een illusie is.

Butler vertelt over de opname van een uitdagende scene in Elvis. Je hoort voornamelijk de zangstem van Butler in de flamboyante biografische musical. Butler moest voor de enscenering van de King zijn televisiecomeback in 1968 de nummers ‘Hound Dog’ en ‘Jailhouse Rock’ brengen voor de ogen van bewonderende fans. “Voor ik moest opgaan waren mijn handen aan het zweten en voelde ik me wat slap. Het was een make-or-breakmoment in Elvis’ carrière, maar het voelde ook als een make-or-breakmoment voor mij”, vertelde hij. “Maar dan begonnen de opnames.”

null Beeld rv
Beeld rv

Butler leunt naar voren en vertelt verder met een twinkel in zijn blauwe ogen: “Ik zag dat de mensen voor het podium enthousiast werden”, zei hij. “Het was alsof ik in hun ziel kon kijken. Plots werd het een uitwisseling van energie. Het draaide plots niet meer om één individu, maar het werd iets groots.”

Ik raap mijn servet op en begin ermee te wapperen. “Hoe oud was je toen je ontdekte dat je dat effect had op mensen”, vraag ik, wegkwijnend in kalverliefde. Butler begint betekenisvol te giechelen.

Charmes en uiterlijk – talent even erbuiten gelaten – zijn zelfs in Hollywood niet alles. Kijk maar naar Taylor Kitsch, ooit een it-acteur die snel verscheen (Friday Night Lights), maar even snel verdween (Battleship, John Carter). Alex Pettyfer, Zac Efron, Garrett Hedlund en Armie Hammer hadden om verschillende redenen allemaal even groot als Brad Pitt kunnen worden, maar geen van hen slaagde erin. Hollywood heeft tien jaar (tevergeefs) geprobeerd om Miles Teller te lanceren, onlangs nog als sidekick voor Tom Cruise in Top Gun: Maverick. (Net als Elgort en Styles heeft Teller ook net naast de rol van Elvis gegrepen.)

Maar Butler moet nog even zijn weg zoeken in de gladde wegen van de filmindustrie vooraleer hij Michael B. Jordan, Robert Pattinson en Timothée Chalamet mag vervoegen in de echte culturele gelederen.

“Beroemd zijn op zich interesseert me niet”, vertelt Butler. “Maar ik wil werken met grote artiesten en verhalen vertellen die ik zelf wil brengen. Beroemdheid geeft je die vrijheid, denk ik, ondanks de nadelen die het met zich meebrengt. Maar neem je het slechte er niet bij als de rest goed is?” Na deze vraag moet hij even naar woorden zoeken.

Warner Bros. is alle marketingtrucjes uit de kast aan het halen om een succes te maken van Elvis. Zo nam producer Gail Berman, die tien jaar pushte om de film te maken, de prent mee naar Cannes voor een opzichte wereldpremière. Elvis is vanaf 22 juni te zien in de Belgische zalen.

Gelijkaardige films – die mikken op een ouder, verfijnder publiek dat niets heeft met superhelden – sukkelen met een tegenvallende ticketverkoop, deels door de aanhoudende covidpandemie. Streamingdiensten kennen daarentegen grote successen.

Het prijskaartje van Elvis, voor de productie en de lancering van de film, liep op tot zo’n 150 miljoen dollar, maar naast dat hoge bedrag speelt de film met nog meer risico’s. De acteerprestatie van Tom Hanks, bijvoorbeeld, zou het publiek verdeeld kunnen achterlaten. Hij speelt een rol die minder bij zijn aard past: de gemene Colonel Parker. Daarvoor kruipt hij in een fatsuit en spreekt hij met een overdreven Nederlands accent. Toen de eerste trailer van Elvis in februari uitkwam, kreeg Hanks veel kritiek. Zijn accent zou ‘te gek voor woorden’ zijn. Iemand anders beschreef het als “Henry Kissinger die doet alsof hij afkomstig is van New Orleans”. De echte Parker was geboren in Nederland, maar deed alsof hij van West-Virginia kwam.

De vraag moet worden gesteld: is Elvis niet een beetje stoffig om de held te zijn van een mogelijke zomerblockbuster? Wie ouder is dan zestig, zal hem herinneren als de golden oldie, maar hoe zit het met de jongere generatie? Op dit moment, 45 jaar na zijn dood, is hij naar de achtergrond verdreven. Zijn briljantheid op muzikaal vlak en de immense omvang van zijn repertoire worden overschaduwd in een zee van slechte imitators en kitscherige hebbedingetjes op eBay.

Dat alles verhoogt de druk voor Butler enkel nog meer. “Ik wil dat iedereen dol is op de film – natuurlijk – maar de druk die ik voel is eigenlijk een eerbetoon aan Elvis”, zegt Butler. “Ik wil hem vermenselijken. Wat toevoegen aan zijn erfenis en misschien – hopelijk – zelfs van wat zijn erfenis redden”. De positieve reactie van Lisa Marie Presley “deed de tranen in mijn ogen springen”, aldus Butler. Haar moeder Priscilla looft ook de prestatie van de jonge acteur. Nadat ze de film gezien had, postte ze “WOW!!!” op Facebook. (De familie Presley was niet betrokken bij het maken van de film.)

Luhrmann had nog nooit van Austin Butler gehoord toen het castingsproces voor Elvis begon. Om te bewijzen dat hij kon zingen, stuurde Butler een video-opname in. “Eerst had ik op mijn slaapkamer geprobeerd om ‘Love Me Tender’ te zingen,” vertelt Butler, “maar toen ik de opname bekeek, zakte de moed mij in de schoenen. Het was zo levenloos. Het leek alsof het thuishoorde in een wassenbeeldenmuseum. Ik was aan het proberen om Elvis’ typische trekjes na te doen, maar het leek gewoon niet spontaan.”

Hij liet het een dag of twee bezinken. “Toen had ik een vreselijke nachtmerrie”, zegt hij. “Ik droomde dat mijn moeder leefde, maar dat ze opnieuw aan het sterven was. Toen ik wakker werd, was ik vreselijk bedroefd. Mijn verdriet was overweldigend. En dan besefte ik plots dat Elvis, die ook zijn moeder verloor toen hij 23 was, gelijkaardige momenten als ik gehad moet hebben. Misschien zelfs een gelijkaardige droom.”

Butler ging, nog steeds in zijn badjas, achter de piano zitten en filmde zichzelf wanneer hij ‘Unchained Melody’, een van de liedje die hij geoefend heeft, zong. “Maar in de plaats van te zingen voor een romantische partner, zong ik voor mijn moeder”, zegt de acteur.

Hij stuurde het filmpje – opgenomen in slechts één take – naar Luhrmann. Enkele dagen later werd Butler, die in Los Angeles woont, ontboden om naar het huis van de regisseur in New York te komen. “Vanaf het eerste moment was hij gevoelig, spiritueel, vriendelijk en gewoon briljant”, zegt Luhrmann.

Butler had op dat moment de rol nog niet beet. Maar dat veranderde wanneer Luhrmann hem vroeg om enkele Elvis-hits te zingen zoals ‘Suspicious Minds’, ‘Don’t Be Cruel’ en ‘Heartbreak Hotel’. Butler moest ook stukken van het script naspelen. “Hij kon zo goed een zuidelijk accent nadoen”, zegt Luhrmann. “Ik weet nog dat ik een van de crewleden vroeg: ‘Vanwaar in Texas komt hij?’ En ze me antwoordden: ‘Nee hoor, hij is van Anaheim’ (een stadje in Californië, red.).”

Butler, die nog steeds spreekt met de typische nasale Elvis-stem, groeide op vlak bij Disneyland. Zijn vader David zit in de vastgoedsector en zijn moeder Lori werkte van thuis uit als onthaalmoeder. Hoewel zijn oudere zus een populaire cheerleader was, was Butler eerder een huismus. Hij leerde zichzelf piano en gitaar spelen, hij skatete op een zelfgemaakte ramp in de tuin en was geobsedeerd door films van James Dean en Marlon Brando. “James Dean heeft gewoon zo’n fantastische, dierlijke spontaniteit die me in vervoering brengt en fascineert”, verklaart Butler.

Butler startte met acteerlessen in het begin van zijn tienerjaren. “Ik weet nog dat ik als twaalfjarige het script van Pulp Fiction had afgeprint. Ik oefende dan hardop in de auto terwijl mijn moeder me naar de les bracht”, lacht hij.

Toen hij 20 was, was zijn cv al goed gevuld met kinderseries (Zoey 101, Sharpay’s Fabulous Adventure) en schakelde hij over op tienerrolletjes (The Carrie Diaries, Arrow). Tegen zijn vierentwintigste had Butler al meegespeeld in enkele onafhankelijke films. “Maar mijn carrière stond op een erg laag pitje”, zegt hij.

Zijn doorbraak kwam er in 2018: met zijn acteerprestatie in de Broadway-reproductie van The Iceman Cometh trok hij de aandacht van enkele critici en sterrenproducer Denzel Washington. Die drong aan bij de William Morris Agency om in contact te komen met Butler. Ongeveer op hetzelfde tijdstip kreeg Butler een kleine maar toch merkbare rol vast in Quentin Tarantino’s Once Upon a Time… in Hollywood. Hij vertolkt de rol van Charles Manson-volger Tex Watson.

Washington hielp ook om Luhrmann te overtuigen om Butler een kans te geven. “Denzel Washington belde me – ik had hem nog nooit ontmoet, ik kende hem helemaal niet. Hij zei me: ‘Kijk, ik weet dat je overweegt om samen te werken met Austin Butler. Ik wil je vertellen dat ik net het podium met hem heb gedeeld en dat ik nog nooit een acteur heb gezien met een werkattitude als de zijne’”, zegt Luhrmann. Washington wil verder niet meer reageren op deze uitspraak.

Butler was inderdaad net zoals Washington hem beschreven had, zegt producer Berman. De acteur bereidde zich voor op de rol met obsessieve research: hij baande zijn weg door de Graceland-archieven, werkte samen met een bewegingscoach om te leren swingen met zijn heupen (het geheim zit blijkbaar in de knieën), luisterde naar het volledige repertoire van Elvis in chronologische volgorde en behing de muren van zijn appartement met foto’s, quotes en een tijdlijn van Elvis’ leven. (Om te ontspannen ging Butler naar buiten voor een strandwandeling, leerde hij Frans en begon hij met pottenbakken.)

“Op momenten was ik bang”, geeft Butler toe. “Kan ik dit wel? Ga ik op mijn gezicht gaan? Of ontmaskerd worden als een oplichter? Maar dan werd ik gewoon aan de angst, tot het punt dat ik kon zeggen: ‘Ik weet dat ik angstig ben, maar dat zal me niet tegenhouden.’”

© The New York Times

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234