Dinsdag 18/01/2022

InterviewGrond

‘In plaats van er een scenario over te schrijven waren we beter een begrafenisonderneming gestart’

 Wannes Cappelle, Zouzou Ben Chikha en Dries Heyneman Beeld © Stefaan Temmerman
Wannes Cappelle, Zouzou Ben Chikha en Dries HeynemanBeeld © Stefaan Temmerman

Wannes Cappelle, Dries Heyneman en Zouzou Ben Chikha werkten voor het eerst samen op de set van Bevergem. Ondertussen ruilden ze de West-Vlaamse klei voor Marokkaanse aarde, wat resulteerde in het scenario voor de televisiereeks Grond. ‘We wilden iets maken waar over de gemeenschappen heen mee gelachen kan worden.’

Pieter Dumon

“Na Bevergem heb ik gezworen dat ik nooit nog een televisiereeks zou maken. Zo’n project neemt op een gegeven moment je hele leven over. Dat wou ik niet meer. Ik wil me als muzikant op mijn muziek concentreren.” Voor Wannes Cappelle, frontman van Het Zesde Metaal, was het een uitgemaakte zaak: zijn carrière als televisiemaker zou na één - weliswaar bejubelde - reeks een stille dood sterven. (lacht) “Maar toen kwam Zouzou langs met zijn ‘ideetje’.”

Dat ideetje bleek zo onweerstaanbaar dat Cappelle zich op vraag van Zouzou Ben Chikha toch weer engageerde als scenarist in bijberoep. Ook acteur en comedian Dries Heyneman werd aan boord gehesen. Onder impuls van dat trio groeide het aanvankelijke ‘ideetje’ uit tot Grond, een reeks die momenteel op Play4 te zien is. Daarin draait alles om een Marokkaanse familie begrafenisondernemers die zich heeft gespecialiseerd in het repatriëren van overleden landgenoten naar hun thuisland. Een solide business die evenwel niet tot de verbeelding spreekt van Smile, de jongste telg van de familie. Hij wil de boel omgooien en beslist om niet langer doden naar Marokko te brengen, maar om voortaan Marokkaanse grond naar België over te vliegen.

Dat ongebruikelijke businessmodel is de vrucht van Ben Chikha’s denkwerk zo blijkt. “Ik heb ooit een artikel gelezen over een Turkse moeder die op weg naar België is tegengehouden met het lijk van haar dochtertje in de koffer van haar auto. Bleek dat om een kind te gaan dat een jaar eerder was overleden. Onder druk van de vader was het meisje, volgens de traditie, in Turkije begraven. Maar de moeder wou haar dochter liever dicht bij haar en is ten einde raad haar lichaam gaan opgraven. Dat verhaal zat nog in mijn hoofd toen het op een familiefeest plots ging over sterven en alles wat daar bij komt kijken. Toen bleek dat mijn ouders ervan uitgingen dat ik in Tunesië, hun thuisland, zou begraven worden. Tot grote verbazing van mijn vrouw en kinderen die dat heel wat minder vanzelfsprekend vonden. Op zoek naar een oplossing voor dat soort problemen kwam ik uit bij het compromis à la Belge dat Smile in Grond in de praktijk probeert te brengen.”

Hebben jullie onderzocht of het overvliegen van Marokkaanse aarde om er hier mensen in te begraven effectief een businessmodel zou kunnen zijn?

Cappelle: “Niet echt eigenlijk. Misschien zal achteraf blijken dat we in plaats van een scenario te schrijven beter met een begrafenisonderneming waren gestart.”

Ben Chikha: “We hebben tijdens het schrijven met heel wat mensen over dat idee gepraat en altijd was de reactie dezelfde. In eerste instantie vonden ze het grond-verhaal hilarisch, maar bijna altijd kwam de opmerking ‘misschien zit er wel een business in’.”

Heyneman: “Binnen de joodse gemeenschap bijvoorbeeld is het wel de traditie dat mensen begraven worden met een zakje grond uit het beloofde land onder hun hoofd.”

Cappelle: “En er zijn ook een aantal Ieren die grond naar Amerika hebben gebracht om er daar Ierse migranten in te begraven.”

Ben Chikha: “Maar die zijn moeten stoppen omdat er in die Ierse grond beestjes zaten die ze in Amerika liever niet hadden.”

Heyneman: “Maar eigenlijk heeft de grond op zich er niets mee te maken. Het is vooral een zaak van traditie. En ook de concessies spelen een rol. Wanneer je hier iemand begraaft is dat een eindig ding, terwijl in Marokko een graf in principe voor de eeuwigheid is. Al duurt die eeuwigheid meestal ook maar tot een projectontwikkelaar op de plaats van dat kerkhof een flatgebouw neer wil planten.”

Is het niet moeilijk een verhaal te schrijven rond Marokkaanse begrafenistradities wanneer je daar geen voeling mee hebt?

Cappelle: “Ik ben inderdaad niet thuis in dat Marokkaanse gegeven. Maar wat ik wel herkende was de vraag: ‘Waar is mijn thuis?’. Al word ik daar op een totaal andere manier mee geconfronteerd. Ik heb als West-Vlaming zestien jaar in Antwerpen gewoond om daarna uiteindelijk toch terug te keren naar mijn roots. En ook al wil je dat eigenlijk niet toegeven, dat voelt toch anders. Al is het maar omdat je in de doe-het-zelf-zaak niet om een materiaalkoffer maar om een alaambak kan vragen. Ook dat begrafenisvraagstuk is trouwens bij ons thuis al op tafel gekomen. Mijn vrouw is IJslandse en ik heb daar onlangs samen met haar het kerkhof bezocht waar ze begraven wil worden. Als het ooit zo ver komt zal ook dat consequenties hebben. Al was het maar omdat het betekent dat ook ik na mijn dood naar IJsland zal moeten. Want ik wil wel naast mijn vrouw begraven worden.”

In de reeks wordt het plan van Smile binnen de Marokkaanse gemeenschap niet meteen op gejuich onthaald. Hebben jullie schrik voor negatieve reacties?

Ben Chikha: “Neen, de Noord-Afrikaanse gemeenschap heeft een goed ontwikkeld gevoel voor humor. Alleen is er amper de kans om dat te demonstreren. Wanneer mensen van Noord-Afrikaanse origine in de media worden opgevoerd, gaat het bijna altijd om zware onderwerpen: religie, racisme, discriminatie… Dat zijn allemaal dingen die wij in Grond bewust vermeden hebben. We wilden een tegenwicht bieden voor al die zwaarte, een beetje zuurstof in het debat brengen. We hopen dat Grond iets wordt waar over de gemeenschappen heen mee gelachen kan worden.”

Heyneman: “Telkens als je bij ons iemand met een andere huidskleur op tv ziet, moet het automatisch over racisme gaan. Maar waarom? In Nederland is dat helemaal anders. Wanneer het daar in een talkshow over hartaandoeningen gaat en er zit een Marokkaanse chirurg aan tafel, zullen ze die echt niet vragen naar de situatie in zijn thuisland. Mijn vrouw heeft Marokkaanse roots, ik weet dat er problemen binnen die gemeenschap zijn, maar dat betekent toch niet dat het daar over moet gaan telkens als iemand van Marokkaanse origine in beeld verschijnt?”

Grond is niet alleen op Play4 maar ook op Netflix te zien. Hopen jullie internationaal potten te breken?

Ben Chikha: “Tuurlijk, maar niet zozeer om daar zelf mee uit te pakken. Ik hoop vooral dat de inhoud van de reeks iets teweegbrengt. Dat het andere mensen kan inspireren. Ik maak al vijfentwintig jaar theater rond dit soort thema’s. Nu kan ik hopelijk mijn verhaal ook eens brengen voor een ruimer publiek, dat niet naar het theater gaat. En dat mijn familie in Tunesië kan zien waar ik zoal mee bezig ben, is natuurlijk leuk meegenomen.”

Heyneman: “En wat als ze Grond niet goed vinden?”

Ben Chikha: “Dat maakt eigenlijk niets uit. Gewoon het idee dat mijn familie in Tunesië voor de tv zit te kijken naar iets wat wij hier gemaakt hebben, vind ik al fantastisch. Ik heb trouwens al een paar fragmenten laten zien in Tunesië, ze vonden het hilarisch. Noord-Afrikaanse humor leunt dicht aan bij onze West-Vlaamse humor.”

Cappelle: “Ik weet niet of ons gevoel voor humor persé West-Vlaams is.”

Heyneman: “Het zit vooral in de positie die je inneemt. West-Vlamingen hebben altijd de neiging zich nederig op te stellen.”

Cappelle: “Veel van wat we schrijven vertrekt inderdaad vanuit die underdogpositie.”

Ben Chikha: “Daar zit de link met Noord-Afrikaanse humor. Ook daar zit heel veel zelfspot in. Het is een soort overlevingsmechanisme.”

Heyneman: “Als iedereen met je lacht kan je jezelf maar beter niet te serieus nemen. Anders komt het niet goed, vrees ik.”

De eerste twee afleveringen van Grond zijn geregisseerd door Adil El Arbi en Billal Fallah. Hoe zijn jullie bij hen terecht gekomen?

Ben Chikha: “Ik heb deze reeks nooit willen maken voor het Canvas-publiek. Grond moest iets worden voor een breed publiek. En het was onze uitdrukkelijke ambitie om ook de Marokkaanse gemeenschap te bereiken. Dan kom je al snel bij Adil en Billal terecht. Hun naam zal er sowieso voor zorgen dat er heel wat mensen uit de Marokkaanse gemeenschap naar Grond kijken.

Cappelle: “Voor mij was het eerste gesprek met Adil cruciaal. Toen we ons idee uit de doeken deden, zei hij meteen: ‘Dat voelt als mijn verhaal’.”

Ben Chikha: “Net als onze hoofdpersonages zweven Adil en Billal een beetje tussen traditie en een Westerse levensstijl. Ze begrijpen de emoties en de gevoeligheden rond ons verhaal. Het lag voor de hand dat we bij hen belandden. Dat vonden de andere regisseurs waar we mee hebben gepraat trouwens ook. ‘Gasten, ga toch gewoon naar Adil en Billal’, was de reactie wanneer we ons project voorstelden.”

Ondertussen nam de Hollywood-carrière van Adil en Billal een steeds hogere vlucht. Kregen jullie na het zoveelste jubelbericht geen schrik dat ze niet meer naar Brussel af zouden willen zakken?

Cappelle: “Het was dubbel. Natuurlijk hoop je dat wat ze daar doen een succes wordt. Dat kan immers ook afstralen op Grond. Maar dan moet je ze hier wel nog achter de camera krijgen natuurlijk.”

Ben Chikha: “We hebben er wel altijd rekening mee gehouden dat we alsnog naar een andere regisseur zouden moeten zoeken.”

Heyneman: “Hun succes in Amerika heeft er wel voor gezorgd dat wij ook eens in Los Angeles zijn geraakt.”

Cappelle: “Er moest dringend over de scenario’s gepraat worden en zij konden niet naar hier komen, dus hebben wij het vliegtuig naar L.A. genomen. (lacht) Héél ambetant. Maar het kon niet anders.”

Ben Chikha: “Ik weet nu ondertussen wel dat L.A. niets voor mij is.”

Heyneman: “Eigenlijk is dat gewoon de Boomsesteenweg. Maar dan met beter weer.”

Ben Chikha: “Het was wel interessant om eens te zien hoe het er daar aan toe gaat. Bad Boys was toen nog niet uitgekomen en Adil en Billal stonden onder enorm veel druk. Bij zo’n film gaat het plots over honderden miljoenen.”

Heyneman: “Ik herinner me vooral die avond dat we met Will Smith naar die stripteasebar zijn gegaan. Maar daar mochten we niets over zeggen zeker?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234