Vrijdag 01/07/2022

InterviewKamagurka

Kamagurka: ‘Eigenlijk ben ik de uitvinder van intermittent fasting’

Kamagurka: ‘Wat het ook was bij mij: ik wilde eigenlijk dat men mij niet begreep.  ­Waarom staat die gast op het podium? Alles in vraag stellen, dat deed ik.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Kamagurka: ‘Wat het ook was bij mij: ik wilde eigenlijk dat men mij niet begreep.  ­Waarom staat die gast op het podium? Alles in vraag stellen, dat deed ik.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Alweer twee dagen geen 65 meer, maar hij blijft ‘als een halvegare’ tekenen, schilderen, exposeren en toeren, zoals nu met Herr Seele. Nee, we zijn nog lang niet van Kamagurka af. ‘Mijn absurdisme is een gigantisch antwoord op oorlogen.’’

Mark Coenen

Een interview met Kamagurka is, op zijn minst, een belevenis. Twee uur hardop denken en hardop lachen. Vanaf het begin zet Luc Zeebroek de toon van het gesprek. Ik ga het opnemen, zeg ik. Als je dat goed vindt? Kama: “Goed, dan ga ik vanaf nu niets meer zeggen. Geen commentaar. (lacht) Wat vraagt u? Dat ben ik vergeten. Leuk idee voor een interview: anderhalf uur niets zeggen.” (schaterlach)

Ik bevind mij voor het interview, waarbij de geïnterviewde bedachtzaam maar honderduit gelukkig wél antwoordt op al mijn vragen, in het hol van Pluto. Het betreft het bijzonder landelijke West-Vlaamse Wingene, waar varkens thuis zijn en waar Kama en zijn vrouw Kathy een moderne villa bewonen die helemaal naar des kunstenaars wensen is opgetrokken: zijn atelier neemt de meeste plaats in.

BIO * cartoonist, theater- en tv-maker, kunstenaar * geboren op 5 mei 1956 in Nieuwpoort, als Luc Zeebroek * begon carrière als cartoonist bij HUMO * maakte radioshow Studio Kafka op StuBru met compagnon de route Herr Seele en tv-shows (Lava, Johnnywood...) * schreef een kindersprookje en twee toneelstukken * bracht meer dan 25 stripboeken uit, van Bert en Bobje tot Cowboy Henk (scenarist) * exposeerde als schilder in Nederland, België en Duitsland * viert zijn 65ste verjaardag met project Kamafront * woont met tweede vrouw Kathy in Wingene, drie kinderen uit eerste huwelijk

Licht stroomt op alle mogelijke wijzen binnen. In de tuin zoemt een grasrobot die nog nooit van ‘Maai Mei Niet’ gehoord heeft. En voor de rest is het er muisstil.

Kama: “Dat is ook niet moeilijk, ik heb iedereen uit de buurt weggejaagd. Vijf tanks volstaan, ik weet niet waarom Poetin daar zo moeilijk over doet. (lacht) Mijn vrouw zei dat ik een atelier voor mezelf nodig had en dat was waar. Het huis past mij, er is heel hard over de lichtinval nagedacht bijvoorbeeld, voor als ik aan het schilderen sla. En onder mijn atelier is een gigantische kelder, voor mijn werken. Het is een soort van archief, maar het is nog niet op orde. Kom daar maar eens voor terug als ik 100 word.”

Hoe voelt het om 66 te worden? Hetzelfde als wanneer je 65 wordt, maar men maakt er minder spel van. Toen Luc vorig jaar 65 werd maakte hij Kamafront, een project dat zich afspeelt in zijn geboortestad Nieuwpoort. Hij deed vijfenzestig interviews: met mensen die hij tegenkwam op straat, maar ook met vrienden en klasgenoten en maakte daarbij filmpjes en tekeningen, die gebundeld werden in een boek en te zien zijn in een tentoonstelling — een fantastische, grappige en typisch kamagurkiaanse flashback naar zijn jeugd, nog tot 22 mei te bezichtigen in Nieuwpoort.

“Ik woonde tot mijn negende in Nieuwpoort, daarna verhuisden we naar Oostende. Daar heb ik twaalf jaar gewoond. En daarna dertig jaar in Gent. En nu wonen we hier.

“Ik kreeg in Nieuwpoort regelmatig straf van de politie. Ik was een jaar of zeven. Aan de grote vaart, waar de riool uitkomt, ging ik spelen. Ik vond dat fantastisch. Broek opgetrokken, schoenen uit. Op een goede dag stonden de flikken te wachten. Ik moest vier bladzijden straf schrijven. ‘Ik mag niet in de riolen spelen.’ De volgende dag af te geven op het commissariaat. Voor de GAS-boetes bestonden de rioolboetes. En ik maar schrijven en mijn moeder kwaad: ik kreeg regelmatig straf van de flikken.

“Toen ik voor Kamafront Jean-Marie interviewde, die samen met zijn ouders boven het commissariaat woonde, zei ie dat hij altijd bang was van de mensen die opgepakt werden en opgesloten zaten. Terwijl ik jaloers op hem was.

“Jean-Marie was de slimste van de klas en is rijkswachter geworden. Hj vertelde dat ze tijdens een dienst eens stopten in een café, om wat pintjes te drinken, en in gesprek raakten met iemand die hen de hele tijd trakteerde. Toen kregen ze een oproep over iemand die een fototoestel gestolen had in Oostende. Dat bleek die gast te zijn die hen trakteerde Ik vroeg: wat heb je toen gedaan? Waarop Jean-Marie zei: ‘Gewoon bluvven drinken, natuurlik’.” (schaterlach)

Dat je al 66 wordt: daar schrok ik toch een ­beetje van.

“Dat is ook niet meer normaal, hè. Over vier jaar ben ik er 70, jij over zes jaar. Guy Mortier wordt volgend jaar 80. Ik weet niet meer exact op welk moment het snel is beginnen gaan. Ik weet wel dat het een hele tijd niet snel ging, het was een tijd zonder tijdsbesef.

“Kees van Kooten kwam ooit langs met een cadeautje voor Sarah, die pas geboren was. We voetbalden wat op een pleintje in de buurt. En ik dacht: die kan toch nog goed bewegen voor een man van 40. (lacht) Daarna is het snel gegaan.

“Ik ben op mijn 19de bij HUMO begonnen en vond dat ik toen met een hele oude man moest werken: dat was Guy Mortier en die was toen 36. (lacht) Leeftijd is ook zo relatief, je kijkt altijd naar je eigen leeftijd en vergelijkt die met anderen, maar dat schuift altijd maar op. Het is een raar concept.”

Ik heb dat met de Rolling Stones: toen ik fan werd was ik 15 en vond ik hen al behoorlijk oud. Nu lijkt het of ze nauwelijks ouder zijn dan ik.

“Terwijl je nu weet dat je nooit bij de Rolling Stones gaat spelen, en je die droom op je twintigste nog wel kon hebben. En Guy zal nooit meer hoofdredacteur van HUMO worden. Ik ken mijn vrouw nu ook al vijftien jaar, we zijn tien jaar getrouwd, die tijd is ook voorbijgevlogen, en nog zijn er mensen die spreken van mijn ‘nieuwe’ vrouw.

“Wolinski (Frans cartoonist, red.) zei ooit op een redactievergadering van Hara-Kiri: je bent zo oud als je over twintig jaar zult zijn. Hij was toen 60, maar zei dat hij 80 was. En op zijn tachtigste is hij doodgeschoten (bij de aanslag op ‘Charlie Hebdo’, red.). Hij zei ooit: on fait un boulot dangereux. Ik verstond dat toen niet, maar het bleek wel zo te zijn. (zucht) Het is ook de tijd die veranderd is: de vrijheid op de redactie was echt onbegrensd, alles kon. Iedereen smeet zijn voorstellen op tafel en daaruit werd een cover gekozen. Het was een opbod in wansmaak en grappigheid.

“Tot er na de publicatie van die Mohammed-cartoons in 2006 grote betogingen waren in Pakistan. Iedereen kwaad, er vielen twaalf doden. Toen beseften we dat die tekeningen door iedereen gezien konden worden, dankzij de sociale media. Met alle gevolgen van dien.

‘Ik kreeg als kind regelmatig straf van de flikken. Dan moest ik vier ­ 
bladzijden ‘Ik mag niet in de riolen spelen’ schrijven.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ik kreeg als kind regelmatig straf van de flikken. Dan moest ik vier ­ bladzijden ‘Ik mag niet in de riolen spelen’ schrijven.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik ben zo grof niet, ik ben veel absurdistischer. Ik was ook een buitenbeentje op die redactie. Ook daar vonden ze mij een rare.” (lacht)

Dikwijls was de grofheid van Charlie Hebdo beter dan de grap, vind ik. In die traditie pas jij niet. Ik ken niemand die tegelijk zo absurd en zo poëtisch is. Ik denk ook dat je dat doet omdat je zo met de hardheid van de wereld kunt omgaan.

(klopt op houten tafel) “Hout vasthouden, ik heb in mijn leven nooit een oorlog meegemaakt, maar ik ben elf jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren in Nieuwpoort en bij ons thuis ging het dikwijls over de oorlog. Ook over de Eerste, trouwens: dat ze pas na vier jaar het verstand hadden om de sluizen open te zetten om de Duitsers tegen te houden: iemand moet mij toch een keer uitleggen waarom dat zo lang geduurd heeft.

“Die verhalen maakten op mij een grote indruk. Mijn ouders en grootouders moesten vluchten, mijn tante Mia was maar 1,40 m omdat ze door een bombardement zo’n trauma had opgelopen dat ze niet meer groeide, de man van een andere tante was blind geworden van het mosterdgas. Mijn absurdisme is een gigantisch antwoord op de oorlog, denk ik.

“Aan oorlog is geen touw vast te knopen. Het gaat over de persoonlijke mening van een halvegare en het absurde idee van het nationalisme, terwijl we samen op één bol zitten waar we niet af kunnen en waarop we moeten samenleven. Nationalisme is een vorm van territoriumdrift die uit het dierenrijk stamt.

“Ik zie dat met de duiven buiten: die maken ook ambras, maar gaan elkaar niet afmaken. Mensen wel, die hebben daar wapens voor. Als ik nu de landkaart neem, zie ik België liggen, en daarnaast Luxemburg en Duitsland en Polen en dan ben je al in Oekraïne! Die oorlog is echt heel dichtbij. Ik hoop alleen dat hij stopt aan de grens met Oekraïne. En Poetin is trouwens al 70, hij begint op een leeftijd waarop Napoleon al lang gestopt was.”

Gelukkig is er geen leger ter wereld dat een 66-jarige zou oproepen om te vechten. En zeker niet iemand die in de jaren 1970 al op hilarische wijze de dans ontsprong.

“Ik was op voorhand al naar een psychiater geweest voor ze mij opriepen. Daar zei ik dat ik graag in het leger wilde, maar dat ik geen geweer wilde maar wel een atoombom wilde gooien. Daar hadden ze niet van terug. (lacht) Toen moest ik naar het Klein Kasteeltje en ben ik op dieet gegaan: ik at alleen nog rijst. Ik woog nog 48 kilo, nu weeg ik er 78. Als ik in bad ging, moest ik dat eerst laten vollopen, anders deed ik mijn knoken pijn.

“Ik had een rugzak vol met rijstballen, nori en gefermenteerde pruimen mee: genoeg voor veertien dagen. Toen men onze longen wilde controleren weigerde ik mijn kleren uit te doen, ik stond volledig aangekleed voor die machine met mijn zak rijst op mijn rug. Ik zei: ik doe alleen mijn kleren uit als jullie dat ook doen! (lacht)

“Toen wist iedereen dat ik een halvegare was. Ik moest meteen naar de psychiater, maar ik zei niets. Vervolgens namen ze me mee naar een andere, Franstalige psychiater, omdat ze dachten dat dat zou helpen. Ik zweeg de hele tijd en als ze mij iets vroegen schopte ik tegen diens bureau. Toen moest ik op de weegschaal en ik mocht onmiddellijk naar huis: 48 kilo, ze waren bang dat ik daar ging doodvallen zeker? Ik ben eigenlijk de uitvinder van intermittent fasting, als je daarover nadenkt: ik at alleen wat rijst en soep en voelde mij daar zeer goed bij.” (lacht)

Dat je een halvegare bent, dat klopt eigenlijk toch? Bien cuit ben je nooit geweest. Altijd halfgaar. Dat is eigenlijk een compliment.

“Dat is waar. Maar ik heb het niet van thuis. Er zijn wel wat andere Zeebroeken met een steekje los, maar mijn ouders waren helemaal zo niet. Mijn ouders waren bang, misschien wel terecht, en ik denk dat ik mij daar instinctief tegen verzet heb.

“Terwijl ik dat zelf ook heb, die angst. Maar hoe banger ik ben, hoe meer ik het gevaar opzoek. Ondanks de schrik. Iets in brand steken. In de riool gaan spelen, spanning opzoeken. Ik was 17 toen er in Oostende een cabaretfestival werd georganiseerd met een vrij podium. Daar won ik de originaliteitsprijs en die was: een optreden, zes maanden later, in het sanatorium van De Haan. Bij de zieke mensen.

Enkele werken die te zien zijn op 'Kamafront’. Beeld rv
Enkele werken die te zien zijn op 'Kamafront’.Beeld rv

“Mijn eerste probleem was dat ik na de voorstelling niet thuis zou raken, want er reden geen trams meer. Dus ben ik mijn rijbewijs gaan halen en reed ik zes maanden later met de auto van mijn vader en een grote L naar De Haan. Ik had acht A4’-tjes volgeschreven die voorgelezen moesten worden door de presentator, die de artiest die ging aankondigen. Ik dus. De zaal zat vol dokters en verpleegsters en patiënten en de presentator begint de tekst te lezen. Ik stond achter hem en had een plastic fluit gemaakt en zat mij af te trekken. (lacht) In 1972! Ik kom op, groet en ga weer weg. Daar stopte het optreden. De adrenaline die ik kreeg, daar kon ik een tijdje mee voort. Het leerde me ook dat je op een podium iets kunt doen zonder altijd naar een applaus te gaan.”

Dat doe jij dan ook niet: je zet de mensen graag op het verkeerde been bij je voorstellingen. Waar sommige mensen dan weer niet tegen kunnen.

“Ik doe dat graag: gewoon gaan, zonder voorbereiding. Dat komt uit Nederland, Wim T. Schippers en Sjef van Oekel deden dat ook. In de gouden jaren 70 waarin je de hele avond naar tv kon kijken. Koot & Bie, Jiskefet: fantastisch. Maar ineens was dat gedaan. Wat het ook was bij mij: ik wilde eigenlijk dat men mij niet begreep. Waarom staat die gast op het podium? Alles in vraag stellen: dat was wat ik deed. En dat doe ik nog altijd.”

Jij hebt mij geleerd dat je over alles iets leuks kunt maken. Zo lees ik sindsdien ook de krant als ik onderwerpen zoek.

“Dat leerde ik bij Hara-Kiri in Parijs. Ik kwam met de trein naar de redactie en had de hele tijd ideeën in het West-Vlaams. Ik kwam op de redactie, nam de krant en dacht meteen in het Frans. Terwijl ik dat helemaal niet goed kon. Ik greep alles aan om een tekening te maken.

“Dat komt ook terug in Kamafront: je kunt van alles een tekening en een grap maken. Het is een kwestie van aandacht, voor bijvoorbeeld een detail, waar je dan verder mee kunt. Het ene brengt het andere mee. Ik geef mijzelf ook opdrachten: ik maak nu een reeks schilderijen waaraan ik van mijzelf maar één uur mag werken.

“Ook Herr Seele kan ongelofelijk snel werken: wij overleggen aan de telefoon voor onze rubriek in HUMO, we pingpongen wat en ’s avonds heeft hij al een tekening klaar, in de stijl van Rubens: nul Photoshop, alles met de hand geschilderd.

“Op een computer werken is zo saai, vind ik, ik trek nog altijd nog graag een lijn op papier. Ik ben niet alleen een cartoonist, ik ben ook een schilder, treed op, heb radio en televisie gemaakt. Telkens als ik iets beu word, doe ik iets anders.”

Radio heb je al heel lang niet meer gedaan. Dat dateert uit mijn tijd bij Studio Brussel, toen ik elke zondag stond te sterven in de studio. Van de zenuwen en van het lachen.

“Ge moest daar de juiste mensen kennen, hè Mark. (lacht) Onze strafste stoot was een uitzending van Studio Kafka over gênante stiltes. Dat was echt niet normaal. Gênante stiltes door de eeuwen heen: Napoleon komt thuis en moet aan Marie-Antoinette zeggen dat hij de oorlog verloren heeft. ‘En vertel eens Napoleon, wat is er gebeurd?’ En dan volgde een minutenlange stilte. De technici raakten in paniek omdat na een tijd stilte de zenders gewoon stoppen met uitzenden, wat een grote ramp zou zijn geweest.

“Die paniek: heerlijk. Men zegt dat er geen taboes meer zijn, maar in media en theater bestaat die nog wel: de gênante stilte.”

Ik herinner mij veel hectiek, monteren tot de laatste seconde. Ik viel toen elke week een kilo af, denk ik.

“Ik reed na de uitzending naar Gent voor mijn judotraining en daar bleek dan ongeveer niemand die uitzendingen te volgen. Maar ik kom nu nog altijd mensen tegen die mij over Studio Kafka aanspreken.

“Het laatste seizoen was met Eddy Wally. Dat was fantastisch, ik nam toen de kinderen mee en Boris spreekt daar nog altijd over. Dan kwam ik rond een uur of elf aan en zat Eddy al klaar in de studio, voor zijn microfoon. Twee uur voor antenne. En dan moest Boris een koffietje gaan halen voor hem. Eén keer was er een probleem: Eddy moest naar Miami. Mie am mie, zei hij. Ik heb dan geprobeerd om Jan Hoet te overtuigen om een uitzending mee te doen. Hoet was toch de Eddy Wally van de kunst? Maar hij vond dat een belediging.” (lacht)

Bart Peeters en Hugo Matthysen doen nu weer een soort Leugenpaleis in het klein voor HUMO: Clement Peerens heeft een podcast.

“Ik vind radio nog altijd veel toffer. We hebben nog even voor Culture Club van Radio 1 wat sketches opgenomen over kunst en cultuur, maar dat was zo far out dat we daar snel mee gestopt zijn. Sketches van zeven minuten: dat kon niet. Terwijl wij wel iets te zeggen hebben over kunst. Ik zou daar graag een radioprogramma over maken: je ziet niet waarover je babbelt en dat is fantastisch. ‘En dan kijken we nu naar een kunstwerk van…’ En dan weer een gênante stilte. (lacht)

“Ik vind radio een fantastisch medium omdat je zoveel kunt suggereren. Als je dat doorkrijgt, is het einde zoek: het is het meest surrealistische medium. Ik vind wel dat het op het moment zelf moet gebeuren; ik hou niet van opgenomen dingen, en dan op een goed moment uitgezonden worden. Je hoort dat veel te weinig op de radio: live humorprogramma’s, ook voor jonge gasten, die zijn er niet meer. Ik wil mijzelf blijven verrassen en probeer dat te doen met elke nieuwe tekening of elke nieuwe schilderij.”

Dat je dat na vijftig jaar nog kunt is toch een wonder?

“Soms is het ook tekenen in wanhoop, hoor. Ik ging zondag wandelen met vrienden en kreeg aan tafel een mail van NRC met de vraag waar mijn tekening bij het hoofdartikel bleef. Dan is het alle hens aan dek: terwijl iedereen aan het drinken is, maak ik dan mijn tekening. Op het moment dat ik het lees denk ik: dat gaat niet gaan. En toch lukt dat altijd. Ik heb ook een schetsboek, waar ik ideeën opschrijf en kleine tekeningen maak. Dikwijls staat dat er in één keer op.

‘Men zegt dat er geen ­taboes meer zijn, maar in media en theater bestaat die nog wel: de gênante stilte. Die ­paniek: heerlijk.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Men zegt dat er geen ­taboes meer zijn, maar in media en theater bestaat die nog wel: de gênante stilte. Die ­paniek: heerlijk.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Nederland is een beetje mijn thuisland. Ik werk er al veertig jaar voor de kranten, we treden er ook vaak op, laatst nog in de Kleine Komedie (Amsterdams theater, red.): staande ovatie. (lacht) Ze hebben ook nog leuke radioprogramma’s: Spijkers met koppen bijvoorbeeld, dat gaat live vanuit café The Florin in Utrecht. Levend publiek, heel veel sfeer, heel geestig.”

Je doet dat ook graag, op een podium staan: ik zie je dan altijd een centimeter groeien.

“Die voorstellingen met Herr Seele (The Return of the Comeback, red.), die zijn zo plezant, ook al omdat je elkaar meer dan veertig jaar kent. En dan zie ik Peter die naast mij staat: dat is echt gelukkig zijn.

“Content zijn omdat hij er is en omdat het weer gebeurt op het podium met een publiek dat heel hard meewerkt. Dat is zo anders als je een tekening maakt. Ik krijg complimenten over tekeningen die ik rats vergeten ben, terwijl ze bij de mensen thuis boven hun bed hangen. We vinden de toer zo leuk dat we doorgaan, we spelen op de Gentse Feesten ook. Twee voorstellingen per dag, dat hebben we geleerd met corona.”

Volgens Harry Mulisch heeft iedereen een absolute leeftijd, die niets te maken heeft met je werkelijke leeftijd. Heb jij dat ook? Je bent 66, maar in absolute termen ben je…

“Honderd. (lacht). En dat wil ik worden ook. Gewoon om mijn moeder te jennen, want die wilde dat niet. Ze stierf dan ook op haar 96ste. Als je 17 zegt, zit je altijd goed, dan begint het leven. Dat is makkelijk.

“De absolute leeftijd is deze die je altijd zou willen zijn en die ligt tussen je 20 en 40, omdat je dan op je fysieke hoogtepunt bent. Maar onze nieuwe show zouden we toen niet gemaakt kunnen hebben, daar hadden we toen de ervaring niet voor. ‘Ik kon wel niets, maar ik heb het allemaal gedaan’: dat mag op mijn grafsteen.” (lacht)

Kama leidt fotograaf Thomas en mij rond in zijn huis: we dalen af naar de gigantische kelder, waar een weelde aan kunst en archief bewaard wordt met een constante temperatuur van 18 graden. Meters mappen met tekeningen, ontelbaar veel schilderijen en schetsboeken en scenario’s. We kijken ons de ogen uit.

Kama geeft mij Verloren inkt, zijn eerste boekje, uit 1973, met tekeningen en teksten van toen hij 17 was. Op de achterflap staat: ‘Deze buitengewoon begaafde zeventienjarige Oostendenaar is een melancholische denker, met een roerende heimwee naar wat was en zal, met een mateloos verlangen naar het onmogelijke. Dankzij zijn tekenkunst kan Luc makkelijk in het absurde vluchten.’

Dat klopt negenenveertig jaar later nog steeds als een bus.

Kamafront in Bezoekerscentrum Westfront in Nieuwpoort is verlengd tot 22 mei 2022. Alle info op kamafront.be

The Return of the Comeback met Herr Seele. Meer info op www.kamagurka.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234