Donderdag 18/08/2022

InterviewBoeken

Libris-winnaar Mariken Heitman: ‘Alleen als ik in mijn eentje ben, ben ik niet in de war’

Mariken Heitman: ‘De vervelende verwachtingen die men heeft van vrouwen: doe eens leuk, lach aardig, kleed je zus of zo. Ik heb daar last van.' Beeld  Pauline Niks
Mariken Heitman: ‘De vervelende verwachtingen die men heeft van vrouwen: doe eens leuk, lach aardig, kleed je zus of zo. Ik heb daar last van.'Beeld Pauline Niks

De Nederlandse schrijver Mariken Heitman kreeg de Librisprijs voor Wormmaan, haar roman over twee vrouwen die buiten de norm vallen. Net als zij. ‘Mijn verhaal is niet hét verhaal over identiteit en gender. Hoe meer perspectieven, hoe beter.’

Laura de Jong

Tot nu toe is 2022 een topjaar voor Mariken Heitman (39). Ze verhuisde van een piepklein appartement naar een ruime bovenwoning. Ze trouwde in januari met haar vriendin. En in mei won ze de Libris Literatuurprijs voor haar roman Wormmaan.

Het boek gaat over zaadveredelaar Elke, die met een vergeten erwtenras naar de Wadden trekt om zichzelf opnieuw uit te vinden. Ze wil de erwt terugbrengen naar zijn wilde kern, naar de oervorm. Parallel vertelt Heitman het verhaal van Ra, een zonderlinge figuur die 9.000 jaar geleden leefde en landbouw introduceert in een primitieve gemeenschap. Net als Elke wordt Ra voor een man aangezien en lijkt nergens bij te passen.

Deze roman over de manier waarop de natuur – en dus ook de mens – gevormd wordt, getuigt volgens de jury van “een groot intellect en literair meesterschap”. En: “In een tijd waarin het hokjesdenken welig tiert, toont Wormmaan dat de beste antwoorden op het identiteitsvraagstuk zijn zoals onze identiteit zelf: meerlagig.”

Heitman schenkt ontspannen twee glazen water in. Op tafel staan de laatste paar vazen met uitgebloeide felicitatieboeketten. De uitvergrote cheque met het prijzengeld van 50.000 euro ligt scheef achter de bank.

U werd live op tv uitgeroepen tot Libris-­winnaar. Had u het verwacht of was het een totale verrassing?

“Ik was stiknerveus. Als je bent genomineerd, kun je je er niet aan onttrekken dat je hoopt dat je gaat winnen. Je wordt meegenomen in de gekte.

“Als ik eerlijk ben, zag ik wel overal tekenen. Maar dat hebben de andere genomineerden misschien ook gehad. Zo zat ik op een handige plek ten opzichte van het podium. En de camera stond op mij gericht.

“Ik zat tegenover mijn redacteur aan tafel. Toen juryvoorzitter Ahmed Aboutaleb (burgemeester van Rotterdam, red.) in zijn aankondiging iets zei over voorouders, zag ik de ogen van mijn redacteur uitpuilen. Zo van: het zou kunnen.”

En toen werd uw naam genoemd.

“Ja, dan stopt het denken. Het is zo overweldigend. Ik liep naar het podium en had het gevoel dat ik in een film speelde. Het was een gekke, rare, fantastische situatie. Je loopt daar als kersverse winnaar. Maar je loopt daar ook als het kind dat je ooit was en de puber die je ooit was. Die lopen allemaal met je mee. Al die mensen ben je nog steeds.”

Heitman groeide op in Rheden, een dorp bij Arnhem. Iedere dag fietste ze langs de maïsvelden naar school. Later studeerde ze biologie en volgde ze een agrarische opleiding. Tegenwoordig geeft ze, naast het schrijven, moestuincursussen aan volwassenen.

Hebt u altijd al schrijver willen worden?

“Ik wilde boer of schrijver worden. Nu heb ik beide sporen bewandeld en blijken ze elkaar te versterken.”

Hoe doen ze dat dan?

“De natuur zie ik als mijn stof. Je hebt de woorden, dat is je werkelijke stof, maar hoe ik de natuur ervaar, is de stof waarmee ik denk, zoals een kleermaker stof nodig heeft om een pak te maken. Ik kan me via de natuur uitdrukken.”

Koos u daarom voor de studie biologie?

“Ja, die studie was een verademing. De middelbare school vond ik niet leuk, vooral de eerste vier jaren waren zwaar. Ik had het gevoel dat ik in veel dingen niet kon meekomen. Mijn geaardheid was op dat moment niet duidelijk. In je puberteit is het belangrijk dat je je seksualiteit ontdekt en dat dat vreugde oplevert. Bij mij was dat het tegenovergestelde. Al sinds ik jong ben, is mijn genderexpressie anders en daar kon ik me niet goed toe verhouden. Ik lag er wat buiten.

“Tijdens mijn studie kwam ik in een omgeving terecht met gelijkgestemden en kon ik eindelijk de diepte in. Van het studeren bloeide ik op. Eigenlijk wilde ik vooral chimpansees observeren. Ik heb niet veel voorbeelden, maar Jane Goodall (Engelse antropoloog die een tijd tussen mensapen leefde, red.) is er een, ik bestudeerde als kind fotoboeken van haar tussen de apen. Tijdens mijn afstuderen heb ik een jaar lang chimpansees geobserveerd in Burgers’ Zoo in Arnhem. De eerste dag denk je nog dat ze allemaal hetzelfde zijn: zwart en van hetzelfde formaat. Maar binnen een maand herken je ze aan hun rug of schouders. En weet je wie ruzie heeft gehad met wie, wie ‘verliefd’ is op wie. Het wordt een soap. Je ziet ook steeds meer gelijkenissen met de mens.”

Over De wateraap, uw debuut, zei u in een ­interview dat het een ontdekkingstocht was. Geldt dat ook voor Wormmaan?

“Op een andere manier. Bij het schrijven van De wateraap was ik, samen met mijn hoofd­persoon, nog aan het uitvinden hoe gender zich verhoudt tot wie je bent en hoe je in de wereld staat. In Wormmaan is dat bekend en zoek ik meer naar welke factoren er allemaal meespelen.

‘In je puberteit is het belangrijk dat je je seksualiteit ontdekt en dat dat vreugde oplevert. Bij mij was dat het tegenovergestelde.’ Beeld  Pauline Niks
‘In je puberteit is het belangrijk dat je je seksualiteit ontdekt en dat dat vreugde oplevert. Bij mij was dat het tegenovergestelde.’Beeld Pauline Niks

“Wat mij triggerde, is dat mensen met een minder genormeerde genderidentiteit – trans­gender, non-binair of mensen zoals ik, die daar op eigen wijze een weg in zoeken maar net wat buiten de norm vallen – vaak als ‘in de war’ worden bestempeld. Een voorbeeld dat ook in mijn boek terugkomt: de homeopaat die mij korrels gaf. Toen ik de naam thuis googelde, bleken het korrels tegen genderverwarring te zijn.

“Maar als ik in mijn eentje ben, ben ik niet in de war. Ik weet wie ik ben. De verwarring treedt pas op als ik de maatschappij intrek. Daar voel ik boosheid over, een gevoel van onrecht. En dat is ook de denkfout die ik probeer te laten zien, want het is een rare omkering. We zijn iets als de norm gaan hanteren en vervolgens is iedereen die erbuiten valt in de war. Dat heb ik willen aankaarten.”

U zegt dat u buiten de norm valt, maar wat ­bedoelt u daar precies mee?

“Ik voldoe niet aan het klassieke vrouwbeeld. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik naar een openbaar toilet ga en erop word gewezen dat het een vrouwentoilet is. Dat is niet erg, ik raak zelf ook weleens in verwarring van mensen. En het is misschien begrijpelijk, want het is deels een keuze: ik kan er in zekere zin voor kiezen om er vrouwelijker uit te zien, dan heb ik al dat ongemak niet. Maar liever rek ik het begrip op van wie we als vrouw zien.”

Zouden we dan helemaal moeten stoppen met categoriseren?

“Nee, want dat indelen is menselijk. Mijn hoofdpersonage doet het zelf ook. Een dominee die ze ontmoet, bestempelt ze bijvoorbeeld als vrouwelijke vrouw. Ik vind dat een belangrijk stukje in het boek, want daarmee laat ik zien dat zij geen haar beter is. Dit is wat mensen doen. We willen iets begrijpen over de wereld en daarbij helpt het te categoriseren. Biologen zijn daar ook goed in. Carl Linnaeus (Zweeds arts, plantkundige en zoöloog, 1707-1778, red.) begon er al mee. We worden er ook wijzer van om te weten wie familie van wie is en dat die dan zo is geëvolueerd. Maar nadat we de categorieën hebben gemaakt, vergeten we dat er ook tussencategorieën zijn. De norm is leidend geworden in ons denken, zelfs in hoe we kijken.”

Een zin die vaak terugkomt in Wormmaan is: ‘Ik tors haar altijd met me mee, de vrouw die ik nooit werd.’ Geldt dat ook voor u?

“Jazeker. Ik denk ook niet dat je daar helemaal van af raakt. Zij is de geïnternaliseerde stem van wat er wordt verlangd van een vrouw. En dan vooral de vervelende verwachtingen: doe eens leuk, lach aardig, kleed je zus of zo. Ik denk dat veel vrouwen daar geen last van hebben, of een beetje of op een andere manier. Maar mijn hoofdpersoon Elke heeft er wel last van en ik persoonlijk ook.”

De boosheid waarover u het net had, lees ik niet in Wormmaan. Het is geen boos boek.

“Dat klopt. Ook als ik boos ben, wil ik het winnen op intellectuele gronden en niet op emotie. Ik ben geen activist, mijn weg is anders. Volgens mij zit er een denkfout in de maatschappij. Omdat ik ook graag nadenk, wil ik die liever blootleggen dan boosheid tonen.

“Ik voel me ook niet bekneld in deze wereld. Ik heb genoeg bestaansrecht. Als ik enorm zou lijden, zou ik daarover hebben geschreven. Maar dat is niet aan de hand.”

De Libris-jury schreef: ‘Wormmaan is een verbluffend rijke ideeënroman die lijkt te draaien rond de gedachte dat de mensheid blind is voor de eigen vormingskracht.’ Is dat wat u betreft ook de kern?

“Ja, al had ik het van tevoren nog niet zo helder in mijn hoofd. Ik voorvoelde een parallel tussen hoe we met gender omgaan en onze vingerafdruk op de natuur. Dat we vergeten zijn dat we zelf zo’n vormende invloed hebben. Door het schrijven heb ik helderder gekregen hoe die parallellen werken en met elkaar samenspelen.”

Hebt u een voorbeeld van zo’n parallel?

“Denk aan de eerste boeren die in de prehistorie het graan hebben gedomesticeerd. Dat ging niet in één generatie, daar gingen meerdere generaties overheen. En intussen kreeg het graan steeds meer eigenschappen die mensen prettig vonden. Maar honderden jaren later waren de boeren vergeten dat hun voorouders zo’n vormende invloed hadden gehad. Zij zagen alleen dat geweldige graan en de overvloed. Die moeten hebben gedacht dat ze uitverkoren waren.

‘We zijn iets als de norm gaan hanteren en vervolgens is iedereen die erbuiten valt in de war. Dat heb ik willen aankaarten.’ Beeld  Pauline Niks
‘We zijn iets als de norm gaan hanteren en vervolgens is iedereen die erbuiten valt in de war. Dat heb ik willen aankaarten.’Beeld Pauline Niks

“Dit voorbeeld kun je ook doortrekken naar het construct van vrouw-zijn, want dat is ook aan evolutie onderhevig. We zijn vergeten dat we zelf hebben verzonnen hoe je eruit moet zien en het als een natuurlijkheid gaan beschouwen. Terwijl we een flink deel ervan – heus niet alles – zelf hebben bedacht. Nu leggen we die zelfbedachte blauwdruk over iedere vrouw. En als ze er niet aan voldoet, zeggen we: je valt erbuiten, wat is er mis met je? En we doen het op zo veel vlakken: we maken iets en vergeten dat we het hebben gemaakt. En vervolgens mag niemand er meer aan tornen.”

Vindt u dat iedereen zich met de gender­discussie moet bezighouden?

“Ja, maar ik heb er ook vrede mee als dat niet gebeurt. Want ik ben me ervan bewust dat ik er veel mee bezig ben en dat het voor mij belangrijk is. Ik heb geprobeerd het voor iedereen belangrijk te maken, maar het is ook goed als dat niet zo is. Ik maak me ook niet druk over bepaalde zaken waarover anderen zich druk maken. Maar ik geloof zeker dat onze omgang met gender iets zegt over hoe we zijn. Daarom vind ik het interessant en is het ook groter dan alleen mijn persoonlijke verhaal van het meisje dat geen jurkje aan wilde.”

In NRC zei u: ‘Ik heb niet zo veel met de term non-binair.’

“Ik noem mezelf niet non-binair. Ik vind het moeilijk om hierover te praten, omdat ik het idee heb dat ik mensen afval die dat begrip met veel pijn en moeite hebben bevochten. Dat wil ik absoluut niet. Ik denk dat het belangrijk is dat de term er nu is. En dat mensen die zich zo identificeren, meer ruimte krijgen.”

Merkt u dat er zaken aan het veranderen zijn op het gebied van gender­identiteit?

“Ja, er is veel aan de gang. Het is niet zo dat ik uit de achterhoede kom met mijn ideeën. Hoe meer perspectieven, hoe beter. Schrijvers als Marieke Lucas Rijneveld, Tobi Lakmaker en Valentijn Hoogenkamp doen ook allemaal een duit in het zakje. En zij vertellen allemaal een ander verhaal dan ik. Dat hebben we nodig, want mijn verhaal over identiteit en gender is niet hét verhaal. Als je er als lezer echt iets over wilt weten, moet je al die boeken lezen. Dan kom je tot een genuanceerd beeld. Ik heb niet de ambitie om ieders ideeën over gender te veranderen.”

Mariken Heitman, Wormmaan, Atlas Contact, 224 p., 21,99 euro.

WIE IS MARIKEN HEITMAN?

* Mariken Heitman (Rheden, 1983) studeerde biologie in Utrecht en werkte een aantal jaar als tuinder in de biologische groenteteelt.

* Eerder doceerde ze op een middelbare landbouwschool. Inmiddels geeft ze les in moestuinieren aan volwassenen in Utrecht.

* In januari 2019 verscheen haar debuut De wateraap, dat genomineerd werd voor de Jan Wolkers Prijs en de Bronzen Uil, en op de shortlist stond van de Anton Wachterprijs.

* Haar tweede roman Wormmaan, die in augustus 2021 verscheen, werd op 9 mei bekroond met de Libris Literatuurprijs, voor de beste Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234