Maandag 04/07/2022

InterviewNiña Weijers

Niña Weijers: ‘Ik ben op een choquerende manier fatsoenlijk’

Niña Weijers: ‘Ik wil niet tonen: kijk eens hoe onbeschoft ik ben. Het is een zoekend boek, ik zie vaak alle kanten van een verhaal.’ Beeld Hilde Harshagen
Niña Weijers: ‘Ik wil niet tonen: kijk eens hoe onbeschoft ik ben. Het is een zoekend boek, ik zie vaak alle kanten van een verhaal.’Beeld Hilde Harshagen

‘Schrijven is altijd een ontsnapping aan de voorzichtige persoon die ik ben.’ In Zelf doen, een bundeling van columns en essays, onderzoekt Niña Weijers (34) de wereld en zichzelf. ‘Je gaat mee in mijn gedachten, en af en toe denk ik: rotwijf.’

Julie Cafmeyer

Het lezen van Niña Weijers’ nieuwe boek lijkt wel energie op te wekken. Elke gedachte en gebeurtenis is interessant in haar wereld. Ze denkt na, ziet haar ervaringen in een groter plaatje en puurt daarvoor ook uit de talloze boeken die ze las. Vaak lezen we een verlangen naar een vlucht, naar een ander leven. Of lezen we dat verkeerd?

“Mijn uitgever vroeg me al een tijdje om iets te doen met de stukken die ik de afgelopen jaren schreef”, zegt Weijers. “Ik heb dat lang afgehouden, ik vond het lui. Columnbundels zijn vaak al gedateerd zodra je ze openslaat. Er was ook een soort van onwil, ik wilde niet onder ogen komen wat ik de afgelopen jaren had geschreven.

BIO * geboren in 1987 in Nijmegen * Nederlandse schrijver en columnist * debuteerde met korte verhalen en essays * publiceerde in 2014 haar debuutroman De consequenties * schreef in 2019 Kamers, antikamers * heeft een relatie met schrijver Arnon Grunberg, met wie ze een kind heeft

“Maar toen ik zwanger was, voelde ik de urgentie om iets te doen met de stukken. Mijn zoontje werd geboren, plots was het duidelijk dat een bepaalde periode was afgesloten. Wat gebeurt er als een twintiger, een dertiger wordt? Inmiddels ben ik 34, heb ik een relatie en een kindje. En ja, dat verlangen naar dat wegglippen heb ik nog steeds. Een ongedurigheid, een onrust die ik bij het schrijven aanzet omdat ik dat een interessant gevoel vind.”

Om je stukken dramatischer te maken?

“Ja, gelukzaligheid is vaak minder interessant. De momenten dat ik me verloren voel, doen me schrijven, dan verbeeld ik vluchtroutes. Soms voel ik zelfs een verlangen naar verlorenheid.”

Maar je leven verandert wel als je moeder wordt?

“Als je een kindje hebt, ben je op een heel concrete manier minder in je eentje. In je eentje kun je de hele tijd bepalen waar je heengaat en waar je blijft. Nu ben ik meer gebonden. Ik zit aan iemand vast. Ja, het is wel een andere fase in mijn leven.”

De meeste stukken in het boek spelen zich af vóór het moederschap, voor je relatie. Je beschrijft daarin de eenzaamheid, en je haat-liefdeverhouding met het alleen zijn. Ik herken dat. Als ik te veel alleen ben, wil ik daar soms gillend van wegrennen. Langs de andere kant denk ik: stel dat ik op een dag een kind en een lief heb, ga ik dat alleen zijn dan niet missen?

“Ja, dat had ik ook. Om die reden ben ik lang ambigu geweest over de vraag of ik wel een kind wilde. Maar het grappige is: angsten komen altijd op een andere manier uit, of ze komen niet uit. Het is natuurlijk heel klassiek om een kind te krijgen en je vorige leven te missen. Daar was ik ook bang voor, dat ik een bepaalde autonomie zou missen. Het valt allemaal heel erg mee.”

In het stuk ‘Pollepel’ schrijf je over hoe je jezelf met een pollepel krabt, en in een onbedaarlijk snikken uitbarst. Was dat zo’n moment dat je gek werd van ­eenzaamheid?

“In dat stuk kom ik erachter dat ik het beeld dat ik altijd van mezelf had er een van alleen zijn was. Ik had wel relaties, maar ik wilde nooit samenwonen; ik moest mijn eigen ruimte hebben. Maar wat ik verstond onder alleen zijn, was nooit écht alleen. De muren van mijn huis waren poreus. Altijd waren mijn vrienden om de hoek. Eigenlijk zijn je vrienden en geliefden altijd in je leven, en ook dichtbij. Er is natuurlijk een verschil tussen zelfverkozen alleen zijn of alleen zijn tegen wil en dank.”

Misschien versta ik onder ‘alleen zijn’: niet het traditionele plan man-huis-kind volgen.

“Ja, in heel veel van mijn stukken zit er een voortdurende worsteling met dat traditionele plan. Wat is burgerlijkheid? Wat is vrijheid? Wanneer heb je een beperkt leven? Wanneer heb je een vrij leven? Gaandeweg kom ik erachter dat de gedachte aan burgerlijkheid al een burgerlijke gedachte op zich is. Als je zegt ‘het is superburgerlijk om een kind en een heteroseksuele relatie te hebben’, is dat dus een burgerlijke uitspraak. Alsof burgerlijkheid in vaststaande grootheden zit.

“Ik heb me altijd opgetrokken aan het boek De argonauten van Maggie Nelson. In dat boek beschrijft en onderzoekt de auteur de relatie met haar genderfluïde geliefde en haar zoon. Het was een groot inzicht dat het stichten van een gezin ook een daad van verzet kan zijn. Een gezin als avontuur in plaats van een burgerlijke stap. Het gaat meer om je gedachten. Je kunt nog zo wild en bohemien leven als je wilt, als je gedachten burgerlijk zijn, vind ik dat je alsnog een burgerlijk leven leidt.”

Trekt dat je ook aan in de literatuur, personages die niet in het gareel passen? Over het werk van Shirley Jackson schrijf je: ‘Haar boeken zijn queer as folk. Haar vrouwen ontsnappen voortdurend aan hokjes, zijn soms onverhuld gay en hun ervaring is eerst en vooral geworteld in het lichaam, dat springt, rent, danst, eet, zich verbergt, ­dingen stuksmijt en de absolute afgrond van doodsangst ondergaat.’

“Ja, Shirley Jackson had iets volkomen eigen, ze schreef tegen alle stromen in. In haar tijd werd ze niet zo gewaardeerd, ze paste nergens in. Feministen konden niets met haar, ze zagen het als ­genre-fictie. Voor de anderen was ze een heks. Ze is weggezet.”

Over hedendaagse schrijvers als Ottessa Moshfegh, Sally Rooney en Carmen Maria Machado schrijf je dat ze te perfect in hun tijd passen, dat hun wildheid en originaliteit soms wat geaffecteerd en geleend aanvoelen.

“Ja, het stoort me dat ze nergens écht uit de bocht vliegen. Moshfegh creëert personages die schaamteloos unlikeable zijn. Haar werk wordt neergezet als taboedoorbrekend, ‘kijk deze vrouw eens onaangenaam zijn’. Ik vind ze op een heel brave manier onaangenaam. Het heeft iets gedoseerd. Het is moeilijker om personages te creëren van wie mensen denken: ik heb geen idee wat ik hiermee aan moet.

‘Russische schrijvers hebben echt iets op het spel gezet. Wij doen dat hier niet meer. Literatuur is onschadelijk geworden.’ Beeld Hilde Harshagen
‘Russische schrijvers hebben echt iets op het spel gezet. Wij doen dat hier niet meer. Literatuur is onschadelijk geworden.’Beeld Hilde Harshagen

“Het werk van Machado is een beetje gothic, een beetje horror, maar eigenlijk is het een ode aan Shirley Jackson. Nu wordt Jackson omarmd, net zoals queerness wordt omarmd omdat het een soort containerbegrip is dat vrijheid biedt. Maar je schrijft eigenlijk nergens tegen in.”

Probeer je wel ergens tegen in te schrijven?

“Het is natuurlijk niet omdat ik er kritiek op heb, dat ik het zelf wel doe. Maar ik hou niet van romans die zeggen: ‘dit is een feministische roman, hier gaan we iedereen mee bevrijden of mee in het gezicht slaan. Deze vrouw scheldt en vloekt!’ Als de schrijver een programma heeft, wordt het problematisch. Ik vind het interessanter als de brutaliteit gewoon gebeurt, onverwacht, als het onderdeel is van iemands schrijven.”

Ik denk aan een stuk waarin je je ergert aan de overbezorgde moeder van een kind waar je per ongeluk op botst. ‘Rotwijf’, denk je.

“Ja, je zit in mijn hoofd. Je gaat mee in mijn gedachten, en af en toe denk ik: rotwijf. Maar het is niet mijn programma, het is mijn bedoeling niet om te tonen: kijk eens hoe onbeschoft ik ben. Het is een zoekend boek, het wikt en weegt. Ik zie vaak alle kanten van een verhaal. Ik ben niet van de hele harde opiniestukken, maar dat heeft ook een contrast nodig. Het is mijn verantwoordelijkheid om over bepaalde dingen stellig te zijn. Als schrijver moet ik soms zeggen wat ik goed vind, en wat niet. Dat hoort erbij. Niet zo van: de literatuur is al zo zielig, we omarmen alles. Dan maak je het echt dood.

“En dat is wat ik vaak zie gebeuren. Alles is goed, en het moet troost bieden, en je moet er door in slaap gewiegd worden, en het moet een verzachting van ieders leed zijn, en vooral niet echt gevaarlijk.”

Over onze zelfhulpcultuur schrijf je: ‘Veel vaker, bijvoorbeeld wanneer ik niet op zelfhulpstukken googel, wil ik iets lezen wat mijn blik niet hopeloos op mijn kwetsbare ego doet richten. Iets wat me niet efficiënter en gestroomlijnder maakt maar weerbarstiger, strijdbaarder, kritischer dan ik was.’ Ik betrap mezelf erop dat ik nog veel te braaf ben, bang ben om een bitch te zijn als ik doe wat niet mag.

“Dat je toch in het gareel blijft omdat je bang bent hoe de buitenwereld je ziet?”

Een soort van angst voor die brutaliteit, dat wanneer je dingen anders doet, alles ontploft.

“Ja, dat herken ik wel. In mijn persoonlijke leven ben ik omzichtig, helemaal niet confronterend.

“Ik ben heel bang voor ruzies, vooral met vrienden, dan denk ik dat ze me allemaal voor altijd gaan verlaten. In het schrijven vind ik steeds meer een plek waar dat wegvalt. Ik vind schrijven bevrijdend omdat ik niet hoef te zijn wie ik in het dagelijkse leven ben. Schrijven is altijd een ontsnapping geweest aan de voorzichtige persoon die ik ben. Ik ben op een choquerende manier fatsoenlijk. Dat is een laffe kant van mezelf. Dat ik denk: ben ik voor het goede fatsoen nu weer zo veel aan het laten?”

Interessant dat je door het schrijven die ruimte kunt creëren.

“Schrijven is voor mij altijd de enige plek geweest waar ik me echt kan uitdrukken. Toch kan ik de angst nog wel voelen als iets gepubliceerd wordt. In een van mijn columns voor De Groene Amsterdammer viel ik een literaire organisatie aan. Ik zou meedoen aan een event rond Russische literatuur. De oorlog in Oekraïne was een week bezig en ik kreeg een mail dat ze het geen fijne timing vonden om een ode te brengen aan de Russische literatuur. Dat vond ik heel dom. En dan ben ik daar best uitgesproken over.

“Ik had dat project niet eens aan de oorlog van Poetin gekoppeld. Het was niet eens in me opgekomen dat het afgezegd kon worden. Waarom had ik daar geen moment aan gedacht? Omdat Russische literatuur bij uitstek geen staatsliteratuur is. Russische schrijvers hebben heel wat doorstaan, door allerlei censuur en goelags. Zij hebben echt iets op het spel gezet. Wij zetten hier nooit meer iets op het spel voor de literatuur. Literatuur is onschadelijk geworden. Het is zo makkelijk om te zeggen: we doen het niet want literatuur is niet belangrijk.

“Die stilte vind ik pijnlijk. Is dat dan het beste antwoord dat je kunt geven? Je kunt ook zeggen: dit is nu aan de hand en we moeten hier iets mee. Dat mis ik vaak, die spirit. Er moet toch iets blijven bestaan dat het leven de moeite waard maakt?

“Zelf was ik als columnist in de war toen de oorlog uitbrak. Ik wist niet of ik er over kon schrijven. Ik was bang dat ik er niets zinnigs over te zeggen had.

“In mijn dagelijks leven neem ik vaak beslissingen uit angst. Het is een opdracht aan mezelf om het in mijn schrijven niet te doen. Niet dat ik vind dat iedereen per se geëngageerd moet zijn. Als je over je basilicumplant wilt schrijven, ook goed. Maar doe het dan.

“Toen de oorlog uitbrak, belde de krant. Ik dacht: what the fuck moet ik daarover schrijven? In tweede instantie dacht ik: het enige wat ik doe, is schrijven. Ik ben geen oorlogsexpert, ik pretendeer dat ook niet te zijn, maar ik ben wel een schrijver. Dat maakt zo’n oorlog toch duidelijk. Een urgentie die wél in dat schrijven zit.”

Wat is die urgentie dan?

“Schrijven is een manier om gedachten te ordenen, er achter te komen dat je heus wel ergens een mening over hebt, ook al ben je geen expert. Dat is ook zo typisch vrouwen: ik ben geen expert.

‘Het idee van een foute man is een heel seksistische gedachte, alsof er per definitie een foute man is en dat die in elke situatie fout is. Is die foute man dan voor iedereen fout?’ Beeld Hilde Harshagen
‘Het idee van een foute man is een heel seksistische gedachte, alsof er per definitie een foute man is en dat die in elke situatie fout is. Is die foute man dan voor iedereen fout?’Beeld Hilde Harshagen

“Ik verplicht mezelf om ergens goed over na te denken. Niet dat alles daardoor even geslaagd is. Toch is schrijven de enige manier om dingen te verwerken. Je wordt gedwongen tot precisie, vage gedachten worden in zinnen omgezet.”

Is dat je engagement?

“Een deel van de bundel heb ik ‘aan de rand van de afgrond’ genoemd. We leven in overvloed, maar we leven tegelijk ook aan de rand. Hoe verhoud je je tot een wereld waarin je ontzettend geprivilegieerd bent? Langs de andere kant is het ondenkbaar dat ik ooit een huis zal kopen, terwijl het voor de generatie van mijn ouders evident was.

“Er is overvloed, en toch is er ook een raar soort tekort.”

Dan komen we terug bij de zelfhulp. In een extreem geprivilegieerde wereld zijn mensen geobsedeerd om alles juist te doen. Juist eten, juist sporten, juiste maten voor het juiste lijf, een juiste relatie.

“Ja, ik schreef een stuk over het boek Against Everything van Mark Greif. Dat boek raad ik echt aan. Hij gaat de hele tijd in tegen een basis van wat ‘normaal’ is. ‘Normaal’ is misschien leuk in een therapiesessie, maar daarbuiten wil je toch ook de vrijheid nemen om ongezond te leven op wat voor manier dan ook? Ook kunst moet vrij zijn van therapeutisering, vind ik. Ik snap best dat mensen af en toe behoefte hebben aan een zelfhulpboek. Maar zodra het dwingende gedachtegoed van zelfhulp doordringt in alle facetten van het leven, wordt alles heel naar.”

Je haalt psychotherapeut Esther Perel twee keer aan in je boek. Ik kon er niet achterkomen wat je van haar vond. Ik vroeg haar ooit eens wat de remedie was als je het gevoel hebt dat je op ‘foute mannen’ valt. Ze zei dat vrouwen die op foute mannen vallen een typisch voorbeeld van vrouwelijke narcisten zijn omdat ze denken dat zij hem wél kunnen veranderen. Is dat wat jij onder ‘therapeutisering’ verstaat?

“Het idee van een foute man is een heel seksistische gedachte, alsof er per definitie een foute man is en dat die in elke situatie fout is. Is die foute man dan voor iedereen fout? Waarom zou een vrouw trouwens niet op een foute man mogen vallen? Alsof een vrouw verschoond kan zijn van ‘fout zijn’. Het vreemde bij Esther Perel is dat iedereen haar als een goeroe ziet. Wat zegt dat over ons, hoe we naar de dingen kijken? Ik las onlangs een interview met haar. De journalist, duidelijk een fan, zag het interview als een uitgelezen kans om geanalyseerd te worden. Dat is eigenlijk geen journalistiek.

“Het is veelzeggend over deze tijd dat de mensen die wij wijsheid toedichten allemaal psychologen zijn. Damiaan Denys, Dirk De Wachter, Paul Verhaeghe. Niet dat ik het slecht vind, maar het is wel interessant dat wij zoveel in het therapeutische zoeken. Misschien was dat vroeger wel meer in het filosofische? Maar goed, Esther Perel is uiteindelijk een relatietherapeut.”

In het stuk ‘Dieren’ schrijf je: ‘Wat betekent het dat ik me soms een wereld voorstel zonder mensen en daar niet angstig maar rustig van word?’

“Soms heb ik verlangens waarvan ik weet dat ze nergens op slaan. De illusie dat als ik in een hutje in de natuur ga zitten, herboren word. Het aantrekkelijke idee om een nieuw leven te beginnen, terwijl je heel goed weet dat je alles altijd meesleept.

“Het boek Pilgrim at Tinker Creek van Annie Dillard vond ik fantastisch. Zij doet helemaal niet zalvend over de natuur als contrast van het stedelijke. Zij laat in alle facetten zien hoe meedogenloos, onzinnig en gruwelijk het leven en de natuur is. En dat is ook prachtig.”

Het idee van herboren worden en het vinden van je ware zelf is dus overschat? Af en toe een inzicht is al best oké?

“Ja, en vaak is het inzicht niet per se interessant, maar alle manieren waarop je dat inzicht probeert te omzeilen. Alle oplossingen, alle omwegen die je vindt om iets niet te hoeven. Daar worden hele levens rond ingericht. De bochten waar je je inwringt om bepaalde dingen niet te doen. Zelfmisleiding is een groot onderdeel van hoe je uiteindelijk leeft. Goed, op een gegeven moment moet je ermee ophouden. Maar tot op zekere hoogte is het prima om tegen jezelf te liegen. De beste romans gaan vaak over mensen die blind zijn voor hun tekortkomingen. Blind zijn voor hoe je zelf in elkaar zit. De dingen die je niet krijgt opgelost, dat is de bron waar kunst uit voortkomt. Als je alles keurig oplost, wat doe je dan nog?”

Niña Weijers, Zelf doen, Atlas Contact, 336 p., 22,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234