Zaterdag 02/07/2022

InterviewBoeken

Nisrine Mbarki: ‘We denken dat we God zijn. No fucking way’

Nisrine Mbarki: ‘Wat is dat, een moeder? Wat mij betreft niet alleen iemand die je baart. Iemand van wie je leert. Het is saai om maar één moeder te hebben.’ Beeld Hilde Harshagen
Nisrine Mbarki: ‘Wat is dat, een moeder? Wat mij betreft niet alleen iemand die je baart. Iemand van wie je leert. Het is saai om maar één moeder te hebben.’Beeld Hilde Harshagen

In haar eerste dichtbundel Oeverloos gaat de Nederlands-Marokkaanse dichter ­Nisrine Mbarki (°1977) op zoek naar verloren ­oerkrachten. Ze gebruikt daarvoor ­prachtige Nederlandse zinnen, maar ook Arabisch en Frans komen aan bod. ‘Het veiligst voel ik me in een bos. Al die fantastische bomen die je omringen!’

Julie Cafmeyer

‘Ik luister naar mijn botten/ geef me over aan hun gezang.’ Het is een van de prachtzinnen uit de debuutbundel Oeverloos van Nisrine Mbarki. Alle taalregisters trekt ze open om op zoek te gaan naar een magisch land waar die stem tot uiting komt. Mbarki stelt vragen over ecologie en mystiek, onderzoekt herinneringen, probeert contact te maken met de geschiedenis van haar voorouders en de ­natuur. Ze schrijft over een bos vol oeroude ­wezens, over grootmoeders die de aarde te drinken geven voor ze zelf drinken, over ons binnenste dat barst van krioelend leven. Haar bundel lijkt een zoektocht naar een verloren oerkracht.

BIO • Nederlands schrijver, vertaler, programmamaker en docent • geboren in Tilburg in 1977, bracht haar jeugd groten­deels in Marokko door • haar poëzie ver­scheen in o.a. Het Liegend Konijn, Poëzie­krant, Tirade • won in 2003 de El Hizjra Literatuurprijs, voor jonge schrijvers met een biculturele achtergrond • debuutbundel Oeverloos is nu uit

“Die oerkracht heeft te maken met een verbinding die ik voel met mijn omgeving en mijn voorouders. De bundel is opgedragen aan mijn zoon en grootmoeder, de oude en de nieuwe generatie. Maar misschien is de bundel wel een eerbetoon aan al mijn moeders. Ik heb niet het gevoel dat ik één moeder heb.”

Wie zijn jouw andere moeders?

“Ik vind het een bevrijdend idee om het heilige concept van het moederschap los te laten. Mijn moeder is de vrouw die me op de wereld heeft gezet, die me heeft gebaard. Maar mijn grootmoeder heeft me ook opgevoed. Ik woonde bij haar als kind, in Zuid-Marokko. Daar bestond een andere constructie van het gezin en familie. Je tante, je overgrootmoeder of je buurvrouw kon ook je moeder zijn. Niet zoals wij dat hier gewend zijn: dit is je moeder, dus bij haar huil je uit, maak je ruzie, en word je geknuffeld. Nee, je kon kiezen tussen verschillende moederfiguren.

“Ik zie het bos ook als een soort van moeder. Het veiligst voel ik me in een woud. Al die fantastische bomen die me omringen. Dus ja, wat is dat dan, een moeder? Wat mij betreft niet alleen iemand die je baart. Iemand van wie je leert. Het is saai om er maar eentje te hebben.

“Ik denk aan een Arabische zin in de bundel, de vertaling is: ‘Als ik geloofde in het concept van moederschap, waren jullie allemaal mijn moeders.’”

Waarom schreef je die zin in het Arabisch?

“Ergens beschouw ik taal ook als een ouder. Het is begonnen doordat mijn grootmoeder een andere taal sprak. Ik ben in Brabant geboren, mijn eerste taal is Nederlands. Met mijn ouders spreek ik Arabisch.

“Toen ik bij mijn grootmoeder ging leven, ontdekte ik dat haar taal niet één van de twee talen was die ik sprak. Ze sprak Tamazight. Om met haar te communiceren leerde ik een nieuwe taal. En dan had ik tantes die voornamelijk Frans spraken. Al die talen werden een soort onderdeel van mij. Elke taal geeft iets anders, is een opening naar een andere wereld. Elke taal boort iets anders aan in mij, in mijn intuïtie.”

Al de talen die je aanhaalt komen ook voor in je bundel.

“Voor mij is het heel onnatuurlijk om in één taal te spreken en te schrijven. Op het moment dat ik dit boek schreef, wist ik dat al mijn talen een plek moesten krijgen. Als je de betekenis echt wil weten, dan zoek je het op of je vraagt het mij. Ik heb me trouwens nog best ingehouden! Ik dacht: take it easy on the readers. Het is een statement. Dit zijn mijn talen, ik ben meertalig en ik heb het recht op meertaligheid.”

Je schrijft ook over het gebroken huwelijk van je ouders: ‘ze zullen dan ongekende ­dieptes voor elkaar graven/ ze zullen jaren proberen onder hetzelfde dak te ademen/ ze zullen gillend falen en in andere bedden ­slapen/ ze zullen elkaars taal en god oneindig vervloeken.’

“Het is een universeel verhaal, hoe mensen ­verliefd worden, hoe graag ze bij elkaar zijn, en hoe het toch misloopt. Dat gedicht gaat ook over het liefdesverhaal van twee migranten­ouders. Hun dromen waren eindeloos, de ­wereld lag aan hun voeten.

“Toch bleek de werkelijkheid anders te zijn. Ouders zijn tragische wezens, vooral als dingen misgaan. Je kijkt naar twee mensen en denkt: die hebben me gemaakt en daar is iets niet gelukt. En toch worden we zo geboren, dat is vaak het begin. Een man en een vrouw zitten op een terrasje in de zon, drinken een Fanta en zijn verliefd. Twee mensen besluiten met elkaar te gaan, en dat mislukt. Tragisch, hè?

“Voor mij is dat moment tussen mijn ouders een oerbegin.”

Was er een concrete aanleiding voor het schrijven van deze bundel?

“De grap is dat ik al heel lang schrijf, al twintig jaar. Ik had nooit de ruimte en de tijd om te schrijven omdat de realiteit andere dingen van me vroeg. Omdat ik alleen een kind opvoed, omdat ik kostwinner ben, omdat ik mensen in mijn familie heb voor wie ik moest zorgen. Omdat, omdat, omdat. Tijdens corona lag alles stil en dacht ik: nu is er tijd, het juiste moment is gekomen. Toen kwam het er bijna allemaal in één keer uit. Het was alsof alles er al was. De bundel is een soort van heel leven. Ik ben geen twintig of dertig meer.”

Een van de openingscitaten van de bundel komt van de Tibetaanse boeddhistische leraar Longchenpa: ‘Since everything is but an apparition, having nothing to do with good or bad, acceptance or rejection, one may well burst out in laughter.’

“Als vrouw speel je zo veel verschillende rollen dat je niet anders kunt dan heel hard lachen. Het ene moment ben ik een dichter die een ­interview geeft, het ander moment ben ik een alleenstaande moeder, dan ben ik een zus die voor haar familie zorgt, dan ben ik een bestuurder die over tonnen geld moet beslissen voor een club, dan ben ik een kleinkind in de bergen. Die verschillende rollen vragen om veel flexibiliteit als mens. Dat is toch grappig? Als je dat allemaal ziet, kun je niet anders dan heel hard lachen.”

Ondanks de verschillende rollen blijf je op zoek gaan naar een oerkracht. Je schrijft: ‘Jouw gewei is afgezaagd voordat je het je kon herinneren’. Alsof er een bepaalde kracht verloren is gegaan?

“In de bundel schrijf ik ook dat onze grootmoeders woorden begroeven uit angst opgepakt te worden voor hun bokkenpoten. Ik denk dat het om een natuurlijk wezen in je gaat. Je kunt nog zo ‘beschaafd’ of ‘onbeschaafd’ zijn als je wilt, dat natuurlijke wezen zit in ons. Wat gebeurt er als je dat toelaat?”

Er schuilt in de bundel een groot engagement voor onze planeet, en hoe we ermee omgaan. Je schrijft: ‘Tranen van grootmoeders vallen traag/ de gebarsten aarde neemt hun zout op/ daaruit groeien draken­bloed­bomen.’ Het is een mooi beeld dat er uit ­tranen nieuwe dingen ontstaan.

“De manier waarop we met de natuur omgaan vind ik zo bizar en kortzichtig. Wij zijn onderdeel van de natuur. De natuur is niet daar, en wij hier. Hoe hebben we ooit bedacht dat we zonder die natuur kunnen, dat we alles kunnen gebruiken, misbruiken, uitbuiten? De natuur voedt ons. Snappen we dan niet hoe de verhouding ligt?

‘Ouders zijn tragische wezens, vooral als dingen misgaan. Je kijkt naar twee mensen en denkt: die hebben me gemaakt en daar is iets niet gelukt.' Beeld Hilde Harshagen
‘Ouders zijn tragische wezens, vooral als dingen misgaan. Je kijkt naar twee mensen en denkt: die hebben me gemaakt en daar is iets niet gelukt.'Beeld Hilde Harshagen

“Het is zo pijnlijk. Ik wilde het beeld scheppen van een oermoeder die is verbonden met de natuur in de vorm van een boom. De boom komt uit haar, of zij komt uit de boom of uit het zaad, of uit de noten. Het beeld van de vrouw en de boom is één. Het een kan niet zonder het ander bestaan. De illusie dat wij zonder de natuur kunnen, of nog erger meester daarvan zijn, daar kan ik ontzettend kwaad van worden.”

Heeft die verwoesting van de planeet te ­maken met het feit dat we nog steeds in een mannenwereld leven? Je schrijft dat vrouwen de kroon van de wereld zijn, maar dat de wereld nog steeds van mannen is.

“De wereld is vrij mannelijk ingericht. En ja, de wereld is nog steeds best vrouwonvriendelijk. Ik kan niet anders dan vanuit mijn vrouw-zijn schrijven. Naast het vrouwelijke perspectief is het mannelijke perspectief ook aanwezig. Mijn zoon, mijn vader en mijn grootvader zitten er ook in. Tegelijkertijd is er de strijd om als vrouw als volwaardig mens te worden aanzien. Het is van de gekken dat het in deze tijd nog moet, maar zo is het wel.”

Je vader en je grootvader worden als tenger omschreven. Over je grootvader schrijf je dat hij naar verre oorden werd vervoerd om te strijden voor machtige mannen; hij was ­kanonnenvlees in Europa. Je vader verloor als arbeider een halve hand in een textiel­machine. De halve stad is gebouwd met bloed van je voorouders. Is je werk ook een aanklacht?

“Ik geloof niet in schuld, ik geloof dat mensen fouten kunnen maken en dat ze die dingen ook weer moeten rechtzetten. Er is nooit een schuldige of een onschuldige.

“Mijn vader werkte knetterhard in een fabriek en onderhield zijn gezin. Op een dag verloor hij een halve hand in een textielmachine. Ze hebben hem naar het ziekenhuis gebracht, hij heeft een paar weken thuis ziek gezeten en is daarna weer naar het werk gegaan. Ik heb een vader met een verminkte hand, dat zie ik mijn leven lang. Er zit enorm veel in dat beeld, maar daar is niemand schuldig aan. Oordelen is funest, oordelen is vrijwaren van echt zien. Ik kan me geen oordelen veroorloven. Ik wil de wereld zien zoals die in al zijn schoonheid en wreedheid is. Als ik oordeel, gaan er luiken dicht.

“Dat is het voordeel van in verschillende ­landen te leven en meerdere talen te spreken. Ondanks dat wij het Westen als modern zien, en Afrika nog altijd als derde wereld, is het ene niet per se beter of mooier dan het andere. Het verplaatsen door de wereld helpt je om verschillende perspectieven te ontdekken.”

Er lijkt een verlangen in je werk te schuilen om het moderne leven in de stad achter je te laten en de natuur in te trekken? Ik droom er al lang van om naar het laatste oerbos in Europa te gaan, het Bialowieza Park.

“Een deel is beschermd gebied, in een ander deel wordt nog steeds gekapt. In dat gebied is dus al duizenden jaren niets veranderd, fascinerend toch? Nederland en België zijn relatief ­jonge gebieden. Hier vind je geen oude aarde, geen oude wezens, geen oude kennis, geen oude bomen, niets.

“De aarde bepaalt ons denken. Als je in ­Jemen of Zanzibar in de buurt van een baobab woont, begrijp je: die boom is negenhonderd jaar. Dat zijn levende niet-mensen. Wij zijn geneigd om alleen mensen en dieren als ­levenden te bekijken.

“Als je in de bergen woont, begrijp je dat ­bergen al duizend jaar zo zijn. Dat geeft me rust, het idee dat ik een voorbijganger ben. Ik kom en ga, zij blijven. Zolang wij alles nog niet meer verkloten, natuurlijk. Maar ook dan blijven ze, of ze keren terug, of er komt iets anders voor in de plaats.”

In je bundel schrijf je over magische wezens. Geloof je in geesten, in wezens die we niet zien?

“Ja, ik schrijf over mensen die schaaltjes water neerzetten voor wezens die ze niet zien. Het idee dat je rekening houdt met onzichtbare ­wezens vind ik zo mooi.

“En ja, ik geloof daar zeker in. Denk jij dat wij op de hele aarde de enige zijn of waren? Het is zo ontzettend egoïstisch en kortzichtig, de aarde bestond al miljoenen jaren voor wij er waren. Wij bestaan nog maar zo kort en denken dat wij God zijn, no fucking way. Nog niet zo lang geleden bestonden er draken, vliegende draken!

“Wat weten we eigenlijk over deze wereld? De oudste religie die we kennen is vijfduizend jaar oud. Vijfduizend jaar is een oogwenk in tijd en universum. Hoe kun je alles wat daarvoor was niet als echt beschouwen? Daarom schrijf ik over de bokkenpoten en geweien op ­menselijke lichamen. De kennis van de oude wezens zit in ons, maar je moet er wel naar op zoek gaan. Soms kun je het niet lezen, maar wel voelen. Als je naar een oerbos gaat, voel je ­dingen die je niet kunt verklaren.

“Maar goed, op een keer zullen we toch uitsterven. Hopelijk duurt het niet meer zo lang, dan krijgt de aarde de kans om te herstellen en komen de oude wezens misschien terug.”

Nisrine Mbarki, Oeverloos, Pluim, 78 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234