Zondag 14/08/2022

AchtergrondExpo Louvre

Ooit heersten er zwarte farao’s, Nubiërs, zoals nu in een rijke expositie in het Louvre is te zien

Zeven replica’s van Nubische koningsbeelden. Beeld © TrigonArt Ingenieurbüro / Pawel Wolf Musée du Louvre – Exposition “Pharaon des Deux Terres
Zeven replica’s van Nubische koningsbeelden.Beeld © TrigonArt Ingenieurbüro / Pawel Wolf Musée du Louvre – Exposition “Pharaon des Deux Terres

De tentoonstelling Pharaon des Deux Terres is spectaculair, maar lijdt aan een te eurocentrische blik.

Wieteke van Zeil

Het woord ‘Nubisch’ heeft iets mythisch in de popcultuur. Dat geldt vooral voor de Engelse variant: Nubian. In de Amerikaanse hiphop hoor je het sinds de jaren tachtig van vorige eeuw geregeld. Livin’ good like a Nubian queen should, rapten Salt-N-Pepa. Ook sterren als Beyoncé en Erykah Badu bezongen de Nubiërs, en er was een nog altijd geprezen groep die zich Brand Nubian noemde. In teksten komt naar voren dat een associatie met Nubië een rol speelt bij zwarte bewustwording. Salutation to the nation of the Nubians, is zo’n groet die in meerdere nummers voorkomt, alsof het om een soort moedercultuur gaat. Maar wat is Nubisch, en waarom is het heroïsch?

In het Louvre in Parijs kun je dat nu zien. Nubië is de oude naam voor een groot gebied in het huidige Zuid-Egypte en Noord-Soedan. Een Afrikaanse koningscultuur met een rijkdom aan goud, ivoor, hout en carneool die bijna drie millennia geleden een periode heerste over het hele Nijlgebied, inclusief Egypte. Toen de Nubiërs Egypte veroverden in de 8ste eeuw voor Christus, riepen de koningen zichzelf ook uit tot farao, ‘goddelijk heerser’ over de beide landen Nubië en Egypte.

Die periode wordt de 25ste dynastie van Egypte genoemd. Vijf Nubische farao’s volgden elkaar op en hadden grote invloed op de Egyptische beschaving, ver voordat de Perzen, de Grieken en de Romeinen er voet aan de grond kregen. Dat is het Nubische rijk dat nog altijd tot de verbeelding spreekt, in Afrika en in de diaspora van mensen wier voorouders in slavernij naar andere continenten zijn ontvoerd.

Die geschiedenis wordt uiteengezet met beelden en voorwerpen uit het Louvre en andere grote musea, met digitale reconstructies van de oude heiligdommen en met replica’s. Dat laatste is relatief nieuw: namaakbeelden in musea zijn we niet gewend. Je loopt in de entreehal tegen zo’n machtig beeld aan, van farao Taharqa, met een gouden hoofddeksel en gouden sieraden. Hij was de meest ambitieuze van de Nubische farao’s en creëerde vele heiligdommen langs de Nijl, van Napata (bij de Soedanese stad Karima) tot aan Memphis (nabij het huidige Giza in Egypte). Het beeld is een technisch knappe reconstructie in kwartszand met epoxy en bladgoud, gemaakt op basis van de brokstukken van het granieten beeld dat werd gevonden in Soedan.

Amulet van farao Taharqa. Beeld © CC0 The Metropolitan Museum of Art
Amulet van farao Taharqa.Beeld © CC0 The Metropolitan Museum of Art

Cobra’s

Naast dit glinsterende beeld staat nog een replica: een grote zwarte steen vol hiëroglyfen die verslag doen van de veroveringen en veldtochten van Taharqa’s vader Piankhy. Koning Piankhy (ook Piye genoemd) en diens vader zorgden ervoor dat Egypte onder heerschappij van de Nubiërs kwam. Een bijzondere geschiedenis, aangezien de Nubiërs in de eeuwen daarvoor juist gekoloniseerd waren door Egypte, en hiermee de onderdrukte dus heerser werd.

De volken uit Nubië hadden tijdens de kolonisatie deels de taal, de goden en begraafrituelen overgenomen van de Egyptenaren. Er bestond al lange tijd een wederzijdse menging van culturen. De faraonische cultuur was dus vertrouwd voor de Nubiërs toen ze de macht overnamen. Dat Taharqa zichzelf als farao van beide ‘landen’ zag, kun je zien aan de twee cobra’s op zijn voorhoofd: ze staan symbool voor de beschermgoden van beide gebieden. Egyptische farao’s droegen er één.

Het is opmerkelijk dat het Louvre een tentoonstelling opent met replica’s, en er ook elders in de tentoonstelling replica’s tussen oorspronkelijk opgegraven beelden staan. Wereldwijd is er al decennia discussie over de koloniale geschiedenis van westerse musea en de herkomst van hun spullen. Het Louvre, opgericht na de Franse Revolutie, gaf de blauwdruk voor het natiemuseum als trofeeënkast van toegeëigende voorwerpen uit andere continenten. Vele Europese en Amerikaanse musea volgden dit na. Nu staan de fundamenten van dit museummodel ter discussie.

Eigenaarschap en herkomst zijn onontkoombare thema’s zijn geworden: wie behoren de objecten toe, en wie behoort het verhaal toe? Het westerse museum is aan het dekoloniseren. In tentoonstellingen verandert hierdoor het perspectief merkbaar, iets wat bijvoorbeeld onlangs te zien was in de tentoonstelling over Oceanië in Museum Volkenkunde in het Nederlandse Leiden, waar de kennis en cultuur uit dit gebied uitgangspunt was (niet de Europese ‘ontdekking’ ervan) en hedendaagse kunstenaars reflecteerden op het koloniale verleden van hun gebied.

Steeds vaker worden door musea daadwerkelijk beelden teruggegeven. Zo gaf koning Filip tijdens zijn bezoek aan Congo onlangs een zeldzaam masker terug ‘in bruikleen’, en woedt bij ons ook de discussie over koloniale roofkunt volop. Het Akropolis Museum in Athene wacht nog altijd op de ontbrekende delen van het machtige Parthenon-fries uit de vijfde eeuw voor Christus, die begin 19de eeuw werden meegenomen door Britten. De meeste delen zijn in het British Museum, waar van teruggeven nog geen sprake is, maar Sicilië gaf begin dit jaar wel al een Parthenon-fragment terug.

Ook als teruggeven van objecten complex is, is tenminste het erkennen van de herkomstgeschiedenis essentieel. “Als museum moet je daar zo veel mogelijk over te weten komen. En nog belangrijker: die informatie voor iedereen beschikbaar maken”, zei conservator van het Leidse Museum Volkenkunde en onderzoeker Henrietta Lidchi daarover vorig jaar in de Volkskrant. Er is kortom een paradigmaverschuiving gaande in de museumwereld.

Replica van beeld van Farao Taharqa met gouden hoofddeksel en sieraden. Beeld © TrigonArt Ingenieurbüro / Pawel Wolf
Replica van beeld van Farao Taharqa met gouden hoofddeksel en sieraden.Beeld © TrigonArt Ingenieurbüro / Pawel Wolf

Rijkdom

Dus dat het Louvre een tentoonstelling over de Nubische geschiedenis opent met replica’s van beelden die zich in het Egyptisch Museum in Cairo en het Kerma Museum in Soedan bevinden, is veelbelovend: hier wordt op een nieuwe manier geschiedenis tentoongesteld. Maar dat blijkt gauw afgelopen als je verder loopt. In zaal twee zijn we weer in de 19de eeuw beland en is het perspectief gedraaid.

Daar worden de Europese archeologen die in de 19de eeuw de objecten ontdekten en meenamen met grote portretten geëerd. Droog staat erbij: “Ze kwamen terug met een rijkdom aan materiaal dat de Europese nieuwsgierigheid naar de geografie en antiquiteiten uit dat deel van Afrika bevredigde.” Volgens het Louvre heeft Napoleon met zijn expedities “een revolutie teweeggebracht in onze kennis van de Nijlvallei”. Hier wordt duidelijk: we dienen deze geschiedenis te zien als een Europese vondst. De tentoonstelling krijgt daarmee voor de kijker toch iets van een Europese trofeeënkast.

Het Louvre lijkt op twee perspectieven te hinken, alsof de tentoonstelling een compromis is tussen verschillende belangen en visies. Dat pendelen tussen moderne kennisoverdracht en een sterk eurocentrisch perspectief keert gedurende de tentoonstelling steeds terug.

Terwijl er zoveel interessants te zien is. Een sfinx in klassieke Egyptische stijl met het hoofd van Taharqa bijvoorbeeld, die Afrikaanse gezichtskenmerken heeft. Ook al aanbaden de Nubiërs dezelfde goden, de kunst veranderde onder hun heerschappij wel. De farao’s lieten ook vrouwen als goden uitbeelden, zoals een sfinxbeeld van Sjepenoepet II, de zus van Taharqa, en een beeld van godin Isis met Horus als kind, opgedragen aan haar. Er zijn indrukwekkende sieraden met minuscule details van goden en dieren te zien, servies, meubelornamenten en beelden vol scherpe details in graniet, brons, zilver of felgekleurd faience.

De bezoeker die weinig bekend is met dit onderwerp, kan zich verbazen. Veel mensen leerden op school dat dit soort gedetailleerde hoge kunst pas sinds de Griekse beschaving werd gemaakt, maar dat was een stuk later. De Nubische beschaving gaat hieraan vooraf. Deze beelden stammen van ruim twee millennia voordat de Europese kolonisatie van Afrika en andere continenten begon.

Sfinx van Sjepenoepet II.  Beeld © BPK, Berlin, dist. RMN-Grand Palais / Jürgen Liepe
Sfinx van Sjepenoepet II.Beeld © BPK, Berlin, dist. RMN-Grand Palais / Jürgen Liepe

Graniet

Veel van deze authentieke beelden zijn in bezit van het Louvre en het British Museum sinds de opgravingen in de 19de en vroeg 20ste eeuw, en er zijn bruiklenen uit musea in Soedan en Egypte. Toch is ook een groot deel van de kennis over de Nubische verovering van Egypte pas onlangs ontdekt. Slechts twintig jaar geleden werden restanten van belangrijke tempel- en grafcomplexen en beelden gevonden door archeologen in het huidige Soedan, zoals het bovengenoemde beeld van Taharqa. Zeven grote granieten koningsbeelden werden in 2003 gevonden in de archeologische plaats Doukki-Gel (‘de rode berg’) bij de hedendaagse stad Kerma.

De manshoge koningsbeelden, ooit kapot geslagen door de veroveraars van de Nubiërs, de Assyriërs, zijn spectaculair gereconstrueerd met de modernste technieken, wat in een bijgaande film wordt uitgelegd. Ze dragen Nubische hoofddeksels en dubbele cobra’s, hebben armbanden, sandalen en kettingen van goud en oorbellen van edelstenen. Sommige hebben gouden ogen. Als je voor de zeven beelden staat, waan je je even in een heilige tempel, en belangrijker nog, het voelt als een ontmoeting met de leiders van deze koningscultuur. Dit zijn de koningen uit het oorspronkelijke hof van Napata. Dichterbij kun je nauwelijks komen.

De koningszaal was een waardige afronding van de tentoonstelling geweest, als het museum niet toch nog even een eindzaal had toegevoegd met luid galmende videofragmenten van de 19de-eeuwse Italiaanse opera Aida, die dit jaar 150 jaar bestaat, en de sfeer daarmee hup weer Europa in wordt getrokken. Want tja, de kunstenaars in Italië in de 19de eeuw lieten zich zo inspireren door een geromantiseerde versie van Napoleons veldtochtverslagen.

Edward Said omschreef Verdi’s opera decennia geleden al als oriëntalistisch, met de zwarte Afrikaan als stereotypische Ander en een exotisering van de zwarte vrouw. Zo blijft de boodschap van deze tentoonstelling verwarren tot het einde. Dat is met een geschiedenis die juist in de actualiteit nog zo tot de verbeelding spreekt bij nieuwe generaties nogal zonde.

Dat het Louvre deze tentoonstelling niet aanwendt om de geschiedenis van Nubisch Egypte recht te doen met een veel mondialere bril en vanuit Afrikaans perspectief, is een gemiste kans om het museum te helpen nieuwe bestaansgrond te geven, en een voorbeeldrol te blijven vervullen.

Pharaon des Deux Terres – Farao’s van twee landen, het Afrikaanse verhaal van de koningen van Napata, tot 25 juli in de Napoleonafdeling van Museum het Louvre in Parijs.

Nubisch of Koesjitisch?

De termen Nubisch en Koesjitisch worden soms door elkaar gebruikt. Maar er is een (klein) verschil: Nubië is een geografische regio en een taalgebied, en de Koesjieten waren een volk dat leefde in Nubië. Naast andere volkeren, maar wel als dominante groep. De Nubische farao’s kwamen uit het Koesjitisch koninkrijk. Omdat Nubië de oude naam voor een gebied is, worden mensen in het huidige Noord-Soedan soms nog steeds Nubiërs genoemd.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234