Woensdag 17/08/2022

InterviewPlacebo

Placebo: ‘Ik heb de helft van mijn leven in deze band gezeten. Zelfs als ik ervan weg zou willen, ik zou het niet kunnen’

Placebo op TW Classic Beeld © Stefaan Temmerman
Placebo op TW ClassicBeeld © Stefaan Temmerman

Placebo, dus. De Britse band wordt vaak verguisd door zelfverklaarde kenners – vooral vanwege de snerpende strot van frontman Brian Molko – maar geloof ons vrij: op TW Classic hadden ze afgelopen zaterdag hun plaats met radiohits als ‘The Bitter End’ en ‘Special K’, netjes ingebed tussen nummer uit hun jongste album ‘Never Let Me Go’.

Katia Vlerick

We schrijven dinsdag 29 maart 2022. Negen jaar na Loud Like Love heeft Placebo dan toch weer een nieuwe plaat gebaard. Never Let Me Go, hun achtste, is gemaakt volgens het klassieke recept van de groep: donkere indierock met een zwak voor Depeche Mode, met dit keer nét iets meer focus op synths. Stefan Olsdal, de boomlange bassist, staat ons te woord in Hotel Amigo in Brussel. Een gezonnebrilde Molko zoeft me voorbij in de gang: hij wil liefst meteen gaan soundchecken.

Het is van 2018 geleden dat jullie nog live gespeeld hebben. Hoe is het om weer op de planken te staan?

Olsdal: “Spannend. Als je zo lang niet meer hebt opgetreden, voel je het ene moment natuurlijk pure opwinding en denk je het volgende: mijn God, ik sta hier als versteend! Wat moet ik doen?! (lacht)

“In 2016 hadden we, om onze twintigste verjaardag te vieren, de verzamelaar A Place for Us to Dream uitgebracht. Maar de bijbehorende tournee zou drie jaar duren, en op het einde werd het een worsteling. Met het leven in die tourbubbel, met de gedachte elke avond dezelfde oude nummers te moeten spelen, en bij uitbreiding met de allesbepalende plaats van Placebo in mijn leven. Ik was toe aan een pauze. Een lánge.”

Wat heb je tijdens die pauze zoal gedaan?

“Gewoon: geleefd. Een boomhut gebouwd bij mijn ouders in Zweden, een huis gekocht met mijn vriend… Ook Brian moest er even tussenuit.

“Op een dag belde hij me: ‘Laten we samen een koffie gaan drinken!’ En terwijl we van die koffie aan het slurpen waren: ‘Laten we een plaat maken!’ (lacht)

Heb je meteen toegestemd?

“Ja. Vanwege Brians aanstekelijke enthousiasme, maar ook omdat Placebo in mijn DNA zit. Ik heb de helft van mijn leven in deze band gezeten, hè. Zelfs als ik ervan weg zou willen, ik zou het niet kunnen.”

DEMO’S VOOR DAVID

Eén van jullie nieuwe songs, ‘Happy Birthday in the Sky’, lijkt geïnspireerd door sterfgevallen in jullie directe omgeving.

“In elk liedje op Never Let Me Go zit wel een verhaal dat voortkomt uit persoonlijke ervaringen. En inderdaad, er was een periode dat we de ene vriend na de andere verloren. Ook dat hoort bij ouder worden, natuurlijk.”

Eén van die vrienden was David Bowie, aan wie jullie veel te danken hebben. Hij vroeg jullie al om in zijn voorprogramma te spelen toen jullie titelloze debuut nog moest verschijnen.

“Eerst was Morrissey de supportact op Davids ‘Outside Tour’, maar die besloot op een nacht dat hij er geen zin meer in had en maakte rechtsomkeert. Wij hadden dezelfde agent als hij, en die man heeft hem onze democassette toegespeeld: ‘Luister eens naar these little kids.’ En zo kwam het dat David Bowie de helft te horen kreeg van wat onze eerste plaat zou worden: ‘Nancy Boy’ stond op die cassette, ‘Teenage Angst’, ‘36 Degrees’…

“Algauw volgde het telefoontje: ‘Willen jullie vanavond opwarmen voor David Bowie in Italië?’”

Dank je wel, Morrissey!

“Inderdaad. (lacht) Na onze eerste soundcheck kwam David ons persoonlijk begroeten. Eén uitspraak van hem herinner ik me nog haarscherp: ‘Stefan,’ zei hij tegen me, ‘je moet meer zingen.’ Ik moet eerlijk zeggen dat ik dacht: gaat een oude man me nu zeggen wat ik moet doen?! Het heeft me tot deze plaat gekost om zijn raad echt ter harte te nemen. Om mijn trots terzijde te schuiven en te zeggen: ‘Oké, David, ik zal doen wat je me hebt gezegd. Ik zal meer zingen.’”

Never Let Me Go is een erg synthgerichte plaat geworden. De synthesizers in ‘Beautiful James’ lijken zelfs verdacht veel op die in ‘Jump’ van Van Halen.

“Ik pleit schuldig! Brian en ik zijn kinderen van de jaren 80, het gouden tijdperk van de synths. Nieuwe technologieën begonnen de productie van platen te domineren, wat leidde tot avant-garde bij David Bowie en Kate Bush – maar dus ook tot platte commercie, zoals bij Van Halen.

“Ach, op onze leeftijd heb je als muzikant al zoveel invloeden geabsorbeerd, ook onbewust, dat je ze op een dag als vanzelf weer uitbraakt. (lacht)

‘Hugz’ schreef Brian nadat hij een aflevering van de sciencefictionserie Doctor Who had gezien waarin hoofdrolspeler Peter Capaldi zegt: ‘A hug is just another way of hiding your face.’ Wat te weinig mensen weten: de begintune van Doctor Who geldt als een vroege mijlpaal in de synthmuziek én werd gecomponeerd door een vrouw, Delia Derbyshire.

“Ja! Delia Derbyshire werkte bij de Radiophonic Workshop van de BBC toen ze die begintune maakte. In 1963 was dat. Vorig jaar heeft Hannah Peel een mooie plaat uitgebracht om haar muzikale nalatenschap te eren: Fir Wave. En er is ook een gewéldige documentaire over Delia en andere pionierende vrouwen in de elektronische muziek: Sisters with Transistors. Die docu werd me getipt door een goede vriendin, de Britse geluidskunstenaar Caroline Devine.

“Goed dat die vergeten vrouwen eindelijk het respect krijgen dat ze verdienen.”

null Beeld Kerrang
Beeld Kerrang

DE NIEUWE PUNK

De thema’s die jullie in jullie doorbraaksingle ‘Nancy Boy’ aankaartten – genderverwarring, biseksualiteit, androgynie – stonden in 1997 haaks op de dominante britpopcultuur. Vandaag lijken ze de jongerencultuur te beheersen. Hoe kijk jij daartegen aan?

“Ooit hielp muziek jongeren om hun identiteit vorm te geven, omdat ze de grenzen verlegde, omdat ze choqueerde. Die tijd is voorbij. Vandaag zeggen jongeren via hun genderidentiteit: ‘Dit ben ik.’ Ik denk oprecht dat we daarmee de nieuwe punk beleven. Maar het is nu ook weer niet zo dat ze die identiteit massaal aan het herbekijken zijn. Dat wordt – via de klassieke en de sociale media – overbelicht, denk ik.”

Maar een onderwerp als biseksualiteit is zeker wel bespreekbaarder geworden dan vijfentwintig jaar geleden, toen jullie het in ieder interview met handen en voeten moest uitleggen.

“Ja, de term lgbtq krijgt almaar meer letters: iedereen wil erbij, op basis van zijn genderidentiteit of seksuele oriëntatie. Maar hoelang zal dat blijven duren? Tot het hele alfabet op is?

“Ik droom van een wereld waarin níémand nog een letter nodig heeft. Waarin we ons niet meer druk maken om labels, omdat iedereen gelijk is. En daar zijn we nog lang niet, als je ziet hoe erbarmelijk het met de homorechten gesteld is in landen als Polen of Hongarije.”

We zijn bij de slotvraag aanbeland, Stefan. Vanavond zullen jullie aan het publiek verzoeken om de smartphone af te zetten. Omdat die de beleving verstoort, veronderstel ik, maar mag ik er ook een statement in zien?

“Dat mag je. Onze boodschap is ook: beste mensen, we zijn allemaal té afhankelijk geworden van technologie. Al die gadgets die ons worden verkocht als tijdbesparend en verbindend: ik word er bang van. We worden constant in de gaten gehouden. Onlangs realiseerde ik me dat mijn straat in Londen één van de weinige is zonder cameratoezicht. En thuis heb ik al meegemaakt dat mijn laptop ineens een foto van me nam: ik schrok me rot!

“Het publiek heeft trouwens geen enkel probleem met ons verzoek: de telefoons gaan overal zonder morren uit.”

Never Let Me Go is uit bij PIAS.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234