Dinsdag 26/10/2021

AchtergrondMuziek

‘Sad but true’: waarom zo weinig (Metallica-)covers het beluisteren waard zijn

Metallica in 1991, met vanaf links drummer Lars Ulrich, zanger en gitarist James Hetfield, gitarist Kirk Hammett en bassist Jason Newsted. Beeld  Ross Halfin
Metallica in 1991, met vanaf links drummer Lars Ulrich, zanger en gitarist James Hetfield, gitarist Kirk Hammett en bassist Jason Newsted.Beeld Ross Halfin

Dertig jaar na de release van Metallica’s legendarische The Black Album bundelt The Metallica Blacklist ruim vijftig coverversies van songs op die plaat. Vijftig covers: balsem voor de ziel of marteling voor de oren? Want wat maakt een cover het beluisteren waard?

Toen de countryzanger Willie Nelson in 2018 een coveralbum uitbracht met de niet zo originele titel ‘My Way’, werd hij daarover ondervraagd door het blad Variety. Moest dat nou zo nodig, nog een versie van 'My Way’, 'Blue Moon' en 'Summerwind’? Ja, zei Nelson, dat moest zo nodig. “Als een liedje honderd jaar geleden goed was, dan is het nu ook nog goed.”

Daar zit wat in, al valt er ook wat op af te dingen. In de eerste plaats kan een goed lied van vroeger in de huidige tijd zeer misplaatst zijn, omdat de tijden nu eenmaal zijn veranderd. Het vrouwelijke loyaliteitslied ‘Stand By Your Man’ van Tammy Wynette uit 1968 maakt in 2021 waarschijnlijk toch wat minder indruk als het met een stalen gezicht en zonder ironie wordt vertolkt. Een vrouw die haar man steunt, ongeacht wat hij uitvreet? Nu even niet.

Coverbaar materiaal

De songs die Willie Nelson zong op zijn plaat My Way waren bovendien geen typische covers, maar zogeheten standards: de overbekende werken uit het Grote Amerikaanse Liedboek. Die liedjes uit de oertijd van de popmuziek waren destijds bewust als coverbaar materiaal geschreven, voor een zo breed mogelijk gebruik door welke artiest dan ook.

De term ‘cover’, of in de correcte Engelse benaming: ‘cover version’, stamt ook uit die verre popgeschiedenis. De songs die aan de lopende band werden gecomponeerd, in bijvoorbeeld de New Yorkse liedjeschrijverswijk Tin Pan Alley, werden door de opkomende en elkaar beconcurrerende platenmaatschappijen in de eerste helft van de vorige eeuw zo snel mogelijk uitgebracht om een zo groot mogelijk deel van de markt te kunnen bedekken. Oftewel: te coveren.

Maar verder had Nelson gelijk. Een goed lied is een goed lied en dat slijt niet. Je kunt dus begrip opbrengen voor het idee van Metallica om hun titelloze album uit 1991, dat al dertig jaar door het leven gaat als The Black Album, compleet stuk te laten coveren, door drieënvijftig bands en artiesten – van cellist Yo-Yo Ma tot de r&b-zangeres Alessia Cara. Het getuigt van een solide zelfverzekerdheid van Metallica, en die is ook wel terecht: de liedjes op de beroemde plaat zijn goed en stuk voor stuk klassiekers. Maar dat betekent niet dat de covers dat automatisch ook zijn.

The Metallica Blacklist bundelt vijftig Metallica-covers gebracht door evenveel verrassende artiesten uit alle windstreken en muzikale genres. Beeld
The Metallica Blacklist bundelt vijftig Metallica-covers gebracht door evenveel verrassende artiesten uit alle windstreken en muzikale genres.

The Metallica Blacklist is een van de omvangrijkste coverprojecten uit de recente popgeschiedenis, en om die reden een vrolijk muzikaal feest. Maar de ‘zwarte lijst’ is ook ideaal studiemateriaal. Als je als luisteraar zeven versies van ‘Sad But True’ voor je kiezen krijgt en maar liefst twaalf covers van ‘Nothing Else Matters’, dan kun je die vertolkingen eens mooi vergelijken en hopelijk meer te weten komen over het fenomeen van de cover. Wat maakt een cover goed, en wat zijn de valkuilen waar al honderden artiesten met open ogen in zijn getrapt?

De begenadigde coververtolker Neil Tennant van de Britse band Pet Shop Boys zei het eens kraakhelder, toen hij door de BBC werd geïnterviewd over zijn veelgeprezen versie van ‘Always on my Mind’. “Een cover moet klinken als jou. Niet als de originele vertolker.” De Pet Shop Boys gingen de ballade in 1989 uiteraard niet net zo zingen als Elvis Presley in 1972 of – daar heb je hem weer – Willie Nelson in 1982. Ze maakten er een perfect Pet Shop Boys-liedje van, met manische koebellen, stuiterende electropopsynths en de ijle, wat smalende zang van Tennant zelf.

De band trok het nummer volledig naar zich toe en voldeed daarmee aan de belangrijkste voorwaarde voor een goede cover. De bassist en zanger James Johnston van de Schotse rockband Biffy Clyro had het ook al in zijn oren geknoopt, toen hij zich aan Metallica’s ‘Holier Than Thou’ zette. “Je moet natuurlijk niet proberen Metallica eruit te rocken. Je kunt er beter iets van jezelf in stoppen”, vertelde hij over zijn cover tegen de streamingdienst Apple Music.

Het moet voor Metallica een motto zijn geweest toen de band artiesten aanschreef voor het coverproject, dat toch ook wel iets heeft van een onbescheiden zelffelicitatie. Een waslijst van ruim vijftig covers wordt alleen interessant als er echt iets mee gebeurt. Als de nummers dwars door alle denkbare genres glijden, van klassiek tot country, van jazz tot reggae en van Mexicaanse dance tot Mongoolse metal. Dus zocht Metallica artiesten uit een zo breed mogelijke stijlenkabinet, van over de hele wereld – wat natuurlijk ook weer goed is voor de verspreiding van Metallica’s liedwerken over de planeet.

Coverwet: iets toevoegen

Wat gebeurt er met het sinistere ‘Wherever I May Roam’ als de Colombiaanse zanger J Balvin er zijn zonnige reggaeton op loslaat? Kan de betekenis van een lied veranderen omdat het wordt gecoverd? Het is een andere belangrijke coverwet: de interpretatie van een vertolker moet iets toevoegen aan de zeggingskracht, of de lading van een lied een andere kant op laten schieten. Als je het smachtende en hartverscheurende liefdeslied ‘Nothing Else Matters’ op hoempende carnavalsmuziek zet, krijgt alleen de titel al een heel ander gewicht: nothing else matters, niets aan de hand, waar is het bier?

Iedere artiest die een lied wil coveren zou het zich moeten bedenken: wat wil ik ermee vertellen? Dat had de rock- en rootszanger Ryan Adams zich terdege afgevraagd toen hij de gehele plaat 1989 van Taylor Swift coverde in 2015, in exact dezelfde volgorde. Adams werd destijds gekweld door levenspijn en ontwaarde in de muziek van Swift een existentiële hunkering, die de oppervlakkige luisteraar er misschien niet eens zozeer in hoorde. Zijn integrale versie van 1989 gaf een eervolle verdieping aan het werk van Swift, en de zangeres viert de dag van het verschijnen van Adams’ coveralbum naar verluidt als een verjaardag.

Niet meer coveren

Maar bij de covermotivatie loopt het ook vaak mis. Er zijn honderden artiesten, of beginnende artiesten, die meedoen aan talentenshows op tv, die ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen maar weer eens uit de kast trekken om te laten horen dat ook zij een uitstekend stemmetje hebben, net als de beroemdste ‘Hallelujah’-vertolker Jeff Buckley. Maar Buckley had ‘Hallelujah’ in 1994 nu juist al zó goed gecoverd, en met zijn engelenzang een kerkelijke diepgang gegeven, dat hij nieuwe covers eigenlijk voor altijd overbodig had gemaakt.

Net zoals de zanger David Draiman van de metalband Disturbed Paul Simons ‘The Sound of Silence’ zo briljant rockzingend had vereeuwigd dat daarna vrijwel niemand zich meer aan het lied durfde te wagen. Het geldt voor alle definitieve covers uit de popgeschiedenis, die verdere pogingen overbodig hebben gemaakt; van Sinead O’Connors ‘Nothing Compares 2 U’ (oorspronkelijk van Prince) tot Tina Turners ‘Proud Mary’ (eigenlijk van Creedence Clearwater Revival) en uiteraard Whitney Houstons ‘I Will Always Love You’ (origineel van Dolly Parton). Van die liedjes zou iedere zichzelf respecterende artiest af moeten blijven.

Het is, kortom, belangrijk om het juiste lied te kiezen. Een bijna vergeten song uit de jaren tachtig kan meer indruk maken dan een stukgezongen lied als ‘My Way’. Daarom was Buckleys ‘Hallelujah’-keuze ook zo scherp. Het lied was in de uitvoering van Cohen nooit echt grijsgedraaid. Bij Metallica was de keuze natuurlijk beperkt: een van de twaalf songs van de gevierde plaat. Maar voor The Metallica Blacklist mochten de gevraagde artiesten wel zelf een favoriete track aandragen.

Opvallend genoeg koos slechts één band voor het prachtige, maar altijd een tikje ondergewaardeerde ‘Of Wolf and Man’. Alleen de bluegrass- en folkband Goodnight, Texas begreep dat juist zij iets moois van het raadselachtige nummer konden maken. In hun bewerking is ‘Of Wolf and Man’ een mystiek en mijmerend natuurlied geworden, en het valt in ieder geval meer op dan één van die twaalf ‘Nothing Else Matters’-covers.

Toch schuilen er een paar parels bij de reeks vertolkingen van dat waarschijnlijk populairste Metallica-nummer, dat dankzij The Metallica Blacklist nu ook bijna een covercliché is geworden.

DRIE OPMERKELIJKE COVERS

‘Enter Sandman’ – Ghost

Zanger en gitarist James Hetfield van Metallica is groot fan van de occulte Zweedse rockband-met-een-knipoog Ghost. En nu is te horen waarom. ‘Enter Sandman’, de steengoede aftrap van Metallica’s vijfde album, lijkt Ghost op het lijf geschreven. Alles wat Ghost zo goed maakt, wordt hier ingezet om de cover vleugels te geven, van meerstemmige zang die uit een kathedraal lijkt te komen tot een piano die de strakke riff vloeibaar maakt en een rammende gitaarsolo die het nummer ook al zo’n spookhuis-achtige allure geeft. En die horror en irreële kinderangst zat al zo mooi verstopt in het origineel. Een van de sterkste bewerkingen op deze Blacklist.

‘Nothing Else Matters’ – Phoebe Bridgers

In eerste instantie denk je: dit is te makkelijk. De singer-songwriter Phoebe Bridgers zingt ‘Nothing Else Matters’ mistig en broeierig, aan een verdrietige piano, en doet dus denken aan al die honderden covers van rocksongs die de afgelopen jaren op precies dezelfde manier zijn uitgevoerd voor tv-series: een echte soundtrackplaag. Maar deze cover moet even worden uitgezeten, en het liefst herhaaldelijk beluisterd. De details, van fijne tweede stemmen tot het omfloerste pianogeluid, tillen de cover toch op. En de barse drumcomputer in de finale maakt van deze bewerking zelfs een klein spektakel.

‘Wherever I May Roam’ – J Balvin & Metallica

Een paar van de meest geslaagde covers uit de popgeschiedenis lieten de genres prachtig in elkaar overvloeien. Denk aan het rocknummer ‘Walk This Way’ van Aerosmith, dat door Run-DMC de hiphop binnen werd geloodst en dus nieuwe levenskracht werd gegeven. De Colombiaanse reggaetonster J Balvin, een zelfverklaard Metallica-fan, doet zijn best met ‘Wherever I May Roam’. Hij legt scherp rapwerk over het kenmerkende gitaarintro, dat hier dienstdoet als sample. Jammer dat halverwege de track de oorspronkelijke vertolker de boel overneemt, waardoor het mooie werk weer teniet wordt gedaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234