Maandag 24/01/2022

InterviewSylvie Kreusch (30)

Sylvie Kreusch brengt haar eerste soloplaat uit: ‘Mijn hond is de man van mijn leven’

Sylvie Kreusch: ‘Ik voel geen voldoening, wat lelijk vloekt met de goede reacties op de plaat. Maar eerlijk: ik word niet gelukkig van succes.’ Beeld Lee Wei Swee
Sylvie Kreusch: ‘Ik voel geen voldoening, wat lelijk vloekt met de goede reacties op de plaat. Maar eerlijk: ik word niet gelukkig van succes.’Beeld Lee Wei Swee

Voor het eerst werd haar hart aan gruzelementen geslagen, maar uit die brokstukken puurde Sylvie Kreusch (30) haar solodebuut. ‘Mijn hond is de man van mijn leven.’

Gunter Van Assche

You know you made a fool out of me’, klinkt het triest op Montbray, het ­debuut van Sylvie Kreusch. In het ­verleden zag en hoorde u haar al in de bands ­Warhaus en Soldier’s Heart, maar vandaag krijgt u een onbelemmerd zicht op haar als solo-artiest. ­Recent werd ze nog verkozen tot Spotify EQUAL-artieste en werd ze geselecteerd om als vrouwelijk talent op een van de grootste billboards van Times Square te schitteren.

BIO • muzikante, model • geboren in 1991 • met culthit ‘African Fire’ werd Kreusch’ band Soldier’s Heart in 2013 opgenomen in StuBru’s De Nieuwe Lichting • sloot zich in 2017 aan bij Warhaus, de band van haar toenmalige vriend Maarten Devoldere • maakte muziek voor modedefilés • solodebuut Montbray komt 5/11 uit

Maar ook in het binnenland zijn er nogal wat loftuitingen. Eerder deze week deed Delphine Lecompte in HUMO nog kond van haar crush op Sylvie Kreusch. De zangeres deed haar denken aan actrice Neve Campbell: ‘Ze bezorgde me kloppende gewaarwordingen in mijn labia toen ze ‘Seedy Tricks’ zong en zwoel en ietwat amfibisch danste met een ongenaakbare stola. Ik val niet op vrouwen, maar voor Neve en Sylvie wil ik eventueel een uitzondering maken.’

Voor de voodoo-achtige sensualiteit van Kreusch valt inderdaad veel te zeggen. Maar wanneer we haar ontmoeten in Hotel O, een designhotel met zicht op de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, vallen we als een blok voor haar straathond Kratje. Die allergie voor alles met een vacht en hartslag? Vergeten we op slag. “Pas wel wat op”, waarschuwt Kreusch. “Hij heeft het eigenlijk niet zo op mannen begrepen.” Het spreekt vast boekdelen over ons innerlijke alfamannetje dat de hond zich anderhalf uur lang onbekommerd naast de interviewer nestelt.

De waarschuwing zegt opmerkelijk genoeg ook veel over haar liefde voor De Man, die op Montbray als een rauwe wonde door de songs heen bloedt. “Kratje is nu de man van mijn leven”, glimlacht Kreusch over haar negenjarige asielhond. “Hij bracht acht jaar van zijn leven door in een kooi in Polen toen ik hem ontmoette, tijdens een van de moeilijkste periodes van mijn leven. We hebben elkaar op het juiste moment gevonden. Ik geloof oprecht in het belang van zulke momenten. Ik geef hem zot veel liefde, we delen zoveel kleine dingen die ons vreugde brengen. Ik zal ook nooit kwaad worden op hem. Daar zou hij alleen maar bang van worden.”

Weerspiegelt de hond het baasje, en vice versa, zoals wel eens gezegd wordt?

“Daarvan ben ik overtuigd. Sinds ik hem heb, kan ik zelf ook weer meer affectie aan andere mensen geven. Hij heeft er misschien wel voor gezorgd dat ik niet depressief of verbitterd raakte. Daar ben ik altijd als de dood voor geweest: om een verbitterde vrouw te worden.”

Look at me now. I’m a redhead and I’m raging’, zingt u in ‘Let It All Burn’. Een roodharige furie schuilt kennelijk wel in u?

“Dat verandert al eens. (lacht) Ik ben iemand die in crises van haarkleur verandert. Op het moment dat ik die song schreef, speelde heel wat woede mee, vandaar. Die nieuwe coupe was ook een antwoord op de blonde Sylvie, de naïeve lolita van vroeger. Zij mocht wel even naar het achterplan verdwijnen na mijn periode bij Warhaus (het soloproject van haar ex Maarten Devoldere, red.). Als ik mezelf vroeger verloren voelde, verfde ik mijn haar ook wel eens roze of blauw. Wanneer ik naar mezelf op zoek moet gaan, kan dat uiterlijk nogal extreme effecten hebben. (lacht)

‘Ik kwam tot het besef dat ‘muze’ een verschrikkelijk voze benaming is. Wat ben ik zélf dan eigenlijk? Letterlijk niets.’ Beeld Lee Wei Swee
‘Ik kwam tot het besef dat ‘muze’ een verschrikkelijk voze benaming is. Wat ben ik zélf dan eigenlijk? Letterlijk niets.’Beeld Lee Wei Swee

“Intussen kunnen Maarten en ik weer door dezelfde deur. Of we opnieuw beste vrienden zijn? Dat is wat overdreven. Maar hij heeft deze plaat al gehoord, en hij vindt ze fantastisch. Dat had ik niet helemaal verwacht, want ik spaar hem niet bepaald in de teksten. Met sommige songs zal hij het ongetwijfeld moeilijker hebben. Maar hij is altijd mijn grootste fan geweest. Eigenlijk is Maarten die gênante moeder die je altijd in de voorrondes van Idool-wedstrijden ziet supporteren. (lacht) Hij heeft alleen maar goede woorden over voor me.”

Er komt wel wat masochisme bij de plaat kijken, voor jullie beiden. U zingt straks elke avond over hartzeer en hij moet dat binnenkort ook elke avond aanhoren wanneer u met Balthazar op tour vertrekt.

“Dat zal wel meevallen. Maar het is inderdaad een pijnlijke plaat. Een dramatisch dagboek, de neerslag van een gitzwarte periode. Met Maarten beleefde ik dan ook mijn eerste lange relatie, iets langer dan vijf jaar. Ik weet niet wat ik erger vond. Dolverliefd zijn, een zware klap moeten incasseren en de grond onder je voeten voelen wegzakken? Of vermoeden dat de liefde misschien al een tijdje op was? Voelen hoe mijn trots werd ontnomen? Of uiteindelijk: de liefde niet langer voelen, maar wel aan de gedachte moeten wennen dat die persoon er niet meer is voor je? Die vijf jaar met Maarten zijn immens intens geweest, en de manier waarop het eindigde, was…” (twijfelt)

Behoorlijk brutaal?

“Ja. Maar daar wil ik niet dieper op ingaan. Ik weiger het ook als één groot drama te zien. Het mooie aan liefdesverdriet is bijvoorbeeld dat je in overlevingsmodus gaat, en dat je soms sterker kan zijn dan je jezelf voorhoudt. Ik toch: ik begon mezelf enorm goed te verzorgen, ging vaak naar buiten en probeerde er zo geweldig mogelijk uit te zien. Ik wilde er absoluut iets góéds uithalen. Het was voor mij alleen geen kwestie van kracht tonen, want vanbinnen wist ik dat ik alles aan het faken was. Het was pure survival.”

De echtgenoot op de huwelijkstaart van uw platenhoes is geen zelfde lot als overlever beschoren. Zijn hoofd moest eraf.

(lacht) “Aanvankelijk zou dat hoofd er op blijven staan. Maar tijdens een dronken avond bedachten de ontwerper en ik voor de grap dat het geestig zou zijn om dat kopje eraf te hakken. Het zag er ook meteen geniaal uit. En grappig! Gruwelijk ook, ja. Maar tegelijk ben ik blij dat we het zo hebben gehouden: de man is dood, maar toch blijft de vrouw zich in een warme omhelzing krampachtig aan hem vasthouden. Qua symboliek kan dat wel tellen.

“De gordijnen op de achtergrond suggereren op hun beurt ook een vagina, wat een sterk beeld én statement vormt. Los daarvan is de hoes ook niet te serieus of zwaar op de hand. Ik vond het even belangrijk wanneer ik een wraaknummer schreef, om genoeg ruimte voor humor toe te laten. Zelfs al betrof het zelfspot. Al was het maar om de toon niet ondraaglijk zwaar te maken. Vandaar dat ik er op sommige momenten los over ga.”

Lana Del Rey hebt u onlangs ook geroemd om haar zelfspot. U zei dat ze zich ook nooit als de sterke vrouw voordoet die boven alles staat. U had het toen net zo goed over uzelf kunnen hebben, niet?

“Is dat zo vreemd? Ik spiegel me aan vrouwen met wie ik het meeste voeling heb. Lana Del Rey is bovendien eerlijk en stelt zich breekbaar op: dat vind ik evengoed een straf feministisch statement. Al spreek ik me net als Lana niet zo graag uit over feminisme. Omdat je te gauw in één kamp wordt geduwd. Lana kreeg heel wat tegenwind omdat ze niet feministisch genóég zou zijn. Maar trek je dan weer wel volop de kaart van het feminisme, is het net alsof je de hele tijd kwaad stampvoetend op de barricades staat. Soms hellen de discussies ook gewoon de verkeerde kant op, wanneer haat tegenover mannen zichtbaar wordt. Anderzijds kun je niet ontkennen dat er heel wat mag veranderen in deze mannenwereld. Vrouwen worden nog vaak niet erg serieus genomen.”

Werd u vroeger ook te gemakkelijk als een lieftallig popje weggezet? Sois belle et tais-toi?

“In het begin wel. Op mijn achttiende kreeg ik telefoons van managers die me de wereld beloofden: we’re gonna make you big. Dan bleek dat ze een legioen songschrijvers en producers wilden inschakelen. Het idee achter hun voorstel: ge zijt een schoon poppeke, maar laat de creatieve mannen nu maar alle werk doen. Je wéét dat zulke types allicht nog naar een resem andere meisjes bellen, in de hoop om een gewillige marionet met een fraai gezichtje te vinden.

“Sindsdien heb ik een groter zelfvertrouwen gekweekt, om me tegen dat bastion te wapenen. Ik werk met heel veel mannen samen, en die nemen mij echt wel serieus. De tijden zijn echt wel aan het veranderen: toen ik met Soldier’s Heart De Nieuwe Lichting op Studio Brussel won, was ik een van de weinige zangeressen in Vlaanderen. Nu kijken steeds minder mensen verrast op wanneer een vrouwelijke muzikant haar eigen songs schrijft.”

Sinds anderhalf jaar zit u ook bij een modellenbureau in Parijs. Op het gevaar af om clichés te herkauwen: die wereld is toch wel minder met de tijd meegegaan?

“Goh… Tegenwoordig zoeken modehuizen vaker meisjes die meer kunnen brengen dan op de catwalk lopen. Tijdens de eerste lockdown móést dat trouwens ook, want er waren doodgewoon geen catwalks. Heel wat huizen zoeken steeds vaker artiesten met een eigen verhaal. Zo kan ik voor campagnes zowel het gezicht zijn, als de muziek maken. Bij Azzaro krijg ik bijvoorbeeld een budget én creatieve vrijheid. Die mensen wisten natuurlijk wel wat ze van me konden verwachten: ze hadden een paar clips gezien, en waren geïnteresseerd in mijn ideeën, in mijn stijl.”

Op de hondenweides van de sociale media trap je al eens in schampere opmerkingen à la ‘Sylvie is een femme fatale, maar ze weet het van zichzelf’. Is dat zo?

“Ik heb dat ook al gelezen. (lacht) My god. Daar kan ik me zelfs niet druk over maken. Die zelfverzekerde vrouw op het podium, dat is een deel van mijn performance, hè. Je kunt toch niet verwachten dat ik met afhangende schoudertjes in een microfoon sta te fezelen? Ik zie mezelf niet als een femme fatale. Wél als iemand die ontzettend theatraal is. Mijn bewegingen zijn zoals mijn emoties… groots.” (lacht)

Bij onze eerste ontmoetingen deed dat theatrale kantje me aan Oscar and the Wolf denken. In het dagelijkse leven lijkt u net als Max Colombie voortdurend met uw hoofd in de wolken te lopen, bedeesd te spreken.

“Naast het podium ben ik inderdaad nogal timide. Als kind was ik ook altijd een dromer. En een vat vol angsten. School? Dat was één groot conflict. Ik verlamde wanneer leraars iets van me verwachtten, en dagdromen lag hen ook al niet, dus die waren voortdurend kwaad op me. Ik vermijd het liefst conflicten, maar hoe doe je dat op de schoolbanken? Door te spijbelen, natuurlijk. Op de kunstacademie werd het er niet beter op. Er werd me vlakaf gezegd dat ik er beter de brui aan zou geven. Dat heb ik dan ook maar gedaan. School heeft me nooit gelegen, maar er was gelukkig een alternatief: plankenkoorts heb ik niet. Als kind deed ik er alles aan om voor een publiek te staan.”

Waarom?

(lacht nerveus) “Wat je écht wilt vragen, is waarom ik zoveel behoefte aan aandacht heb? Om bevestiging gaat het me echt niet, heb ik gemerkt. Dat haal ik al uit de muziek die ik maak, de songs die ik tot een goed einde kan brengen. Ik haal geen bevestiging uit het applaus achteraf, of uit likes op Facebook en Instagram. Dat klinkt ondankbaar, maar het doet me… níéts.”

Zelfs niet wanneer die op een dag zouden uitblijven?

“Zo’n systeem van likes had er beter nooit toe gedaan. Nu zit ik mee in die wedstrijd van opbod, dat hoeft echt niet voor mij. Het hoogtepunt is voor mij achter de rug wanneer mijn werk gedaan is. Alles daarna? Awkward. In het dagelijkse leven weet ik zelden hoe ik me een houding moet geven wanneer iemand me complimenten geeft. Hoe moet ik dan reageren, wat moet ik zeggen? (denkt na) Dat klinkt een beetje triestig, hè?”

Een beetje. Hebt u het gevoel dat u voortdurend in beweging moet blijven om trots op uzelf te kunnen blijven?

“Ik vermoed dat. Het is nu alweer een hele tijd geleden dat ik nog iets heb geschreven, en dat maakt me niet bepaald gelukkig. Ik voel vandaag geen voldoening, wat lelijk vloekt met de goede reacties die ik ondertussen krijg op de plaat die ik uitbreng. Voor alle duidelijkheid: niemand hoeft ineens met lieve woorden te stoppen. (lacht) Onbewust zal ik het misschien wel nodig hebben, maar als ik eerlijk ben voor mezelf, word ik niet gelukkig van succes.”

In de clip van ‘Let It All Burn’ zegt u: ‘The only reason why I will go this far, the only reason why I did it after all, was all to be praised by a rock and roll star.’ Een boutade, maar klopt dat ook voor een deel? Had je die bevestiging van een rockster nodig?

(zucht) “Nu klinkt het alsof de relatie met Maarten zo oppervlakkig was.”

Het leek me eerder een coming-of-age-uitspraak. Indertijd werd u voortdurend als zijn muze in Warhaus opgevoerd. Op deze soloplaat laat u verstaan dat u veel meer uit het leven wilt halen.

“Klopt. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik het eerst wel comfortabel vond om de muze van Maarten genoemd te worden. Zalig om zoveel te kunnen betekenen voor iemand die zo creatief is, dacht ik toen. Maar een jaar of twee geleden kwam ik tot het besef dat ‘muze’ eigenlijk een verschrikkelijk voze benaming is. Wat ben ik zélf dan eigenlijk? Letterlijk niets. Als muze staat je leven in het teken van iemand anders’ genie. Dat idee alleen is pervers, en denigrerend.”

'Als ik me perfect gelukkig voel, heb ik geen zin om creatief bezig te zijn. Ik heb dan zelfs geen inspiratie.' Beeld Lee Wei Swee
'Als ik me perfect gelukkig voel, heb ik geen zin om creatief bezig te zijn. Ik heb dan zelfs geen inspiratie.'Beeld Lee Wei Swee

Maarten noemde Balthazars ‘You Won’t Come Around’ communicerende vaten met jouw ‘Wild Love’. In het eerste zingt hij ‘I’m in love / And it’s hurting me it’s not with you’ en uw song noemde hij een minzaam relaas van hoe u met zijn polyamoreuze escapades omging.

“Grappig dat hij juist die song aanhaalt, want die song schreef ik juist níét bewust met hem in het achterhoofd. Hij heeft zich dat nummer achteraf toegeëigend door er een antwoord voor Balthazar op te bedenken. Ik schreef de song terwijl ik mezelf voorhield dat alles goed ging tussen ons. Maar het kan kloppen wat hij zegt: ik toonde me erg geduldig in de liefde, en zette mijn eigen noden wat te gemakkelijk opzij.

“Misschien ben ik soms iets te empathisch, waardoor ik vergeet wat ik zelf wil. Dat was trouwens niet alleen zo bij hem, het is een gewoonte. Maar ik wil daar niet te veel bij stilstaan. Voor je het weet klink je verbitterd en daarvoor zie ik te veel schoonheid in naïviteit. In mijn ogen is iedereen goed van aard. Het grootste probleem: heel wat mensen hebben te veel fucking issues, en dat maakt zoveel kapot. En soms sleuren ze je mee in die waanzin.”

De plaat klinkt af en toe ook wat manisch.

“Die gevoelens horen toch bij een liefdesbreuk? De ene dag wil je sterven, de andere dag krabbel je moeizaam op, en een andere dag voel je je manisch en onbreekbaar. Het was trouwens geen bewuste keuze om deze plaat aan alle aspecten van een gebroken hart op te hangen. De meesten teksten ontstaan bij mij uit kinderlijk gebrabbel. Af en toe komt er dan een zin of een paar woorden duidelijker naar voren.

“Puur op buikgevoel werk ik. Rond die woorden begin ik dan de lyrics te schrijven. Dat werkt heel therapeutisch voor me, al zoek ik op die manier natuurlijk wel vaak de miserie op. (grinnikt) Het is géén Eternal Sunshine of the Spotless Mind, waarin alleen de vergetelheid troost biedt.”

Op deze plaat zingt u wel ‘Am I really free now / That I am losing all your memories / All of our memories’. Zou u het overwegen om te doen zoals de personages in die film? Alle herinneringen aan een mislukte relatie uitwissen?

“Dat vraag ik me vaak af. Telkens als ik diep zat, had ik misschien geen twee keer moeten nadenken. Maar ik geloof dat het erger is om geen liefde gekend te hebben dan liefde kwijt te raken. Een extra struikelblok: als ik me perfect gelukkig voel, heb ik geen zin om creatief bezig te zijn. Ik heb dan zelfs geen inspiratie. Op deze plaat schreef ik brieven naar mezelf als troost. Maar ook om mezelf in raad bij te staan. Ik kan iedereen met verdriet aanraden om brieven te schrijven. Maar ook om die achteraf naar niemand op te sturen. (lacht) De héél cringy, beschamende of al te persoonlijke confessies heb ik ook wel voor mezelf gehouden.”

Het gewichtigste vraagstuk om mee te eindigen: waar dankt Kratje zijn naam aan?

(lacht) “In het asiel heette hij Socrates. Nogal zwaar op de hand, hè. Hij kan soms wel heel wijs uit zijn ogen kijken, als een oude ziel. Maar dan nog zag ik mezelf niet steeds Socrates roepen op straat. Kratje en Kreusch klonken ook beter samen.”

Over uw familienaam gesproken: grootvader Kreusch was een wijnboer in de Dordogne. En uw moeder houdt het hotel open waar we nu samen zitten. Een familie van ondernemers, dus.

“Bij mij is dat toch niet het geval, hoor. Het zal mogelijk wat zielig klinken, maar het blijft me altijd weer verbazen dat ik zoveel zaken heb verwezenlijkt terwijl ik zo lui ben. Een ondernemer is er aan mij niet verloren gegaan.

“En in alle eerlijkheid: mijn moeder is vooral een zotte doos. Ze keek al bijna tegen haar pensioen aan toen ze zes jaar geleden dit designhotel begon. Ik heb hier trouwens ook nog gewerkt, tot aan de lockdown. En toen ik nog niet in Antwerpen woonde, bleef ik er soms in een kamertje slapen dat niet voor de gasten bedoeld was. Een klein Harry Potter-kamertje, zonder ramen. Er was niets meer dan een matras en een pianootje, en ik had het romantische idee opgevat dat ik er zou kunnen schrijven. Kwam niets van in huis. Ik wilde telkens zo snel mogelijk weer naar buiten. (lacht)

“In Montbray lukte dat veel beter. Ik verbleef er in een 16de-eeuwse boerderij. De plaat werd genoemd naar dat pastorale dorpje in Normandië waar ik het leeuwendeel van de plaat heb bedacht. Vandaar dat die naam zo passend leek. Drie maanden heb ik er tijdens de lockdown gezeten, en ik moet zeggen: er zijn minder magische plaatsen om in quarantaine te zijn.”

Montbray verschijnt op 5/11 bij Sony.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234