Donderdag 20/01/2022

RecensieBoeken

Toen de Eiffeltoren bijna bij het schroot lag, en andere verhalen in twee nieuwe Parijsboeken

Parijs, 1944, Place de la Concorde. Een foto van de illustere Henri Cartier-Bresson. Beeld ©Henri Cartier-Bresson © Fonda
Parijs, 1944, Place de la Concorde. Een foto van de illustere Henri Cartier-Bresson.Beeld ©Henri Cartier-Bresson © Fonda

Twee doorgewinterde Parijsgidsen besloten los van elkaar een boek te schrijven waarin ze hun passie en kennis over de lichtstad uitventen. Hoe wekken Dirk Velghe en Alec van der Horst Parijs tot leven? Smeuïge petites histoires zijn in elk geval troef.

Dirk Leyman

“Parijs is een mer à boire, dat is wat het was. En ik drink nog altijd”, zo liet Simon Vinkenoog zich ooit ontvallen over Parijs, waar hij in de jaren 1950 woonde. Een kwinkslag, maar toch. Parijs is onuitputtelijk. En wie er eenmaal aan verslingerd raakt, blijft zich als een dronkeman laven aan de verhalen van de lichtstad, die op elke straathoek te grabbel liggen.

Nogal wat essayisten gaan de laatste jaren loeren achter de coulissen van de gepolijste Parijsmythes, verankerd in ons collectief geheugen. Er is meer, véél meer dan het Parijs van oh-la-la, les années folles en instantromantiek op de Seinebruggen. Er zit nog steeds gruis en groezeligheid achter het afgeborstelde Parijs, ten prooi aan ‘museumificatie’, gentrificatie en façadisme. Auteurs als Andrew Hussey (Parijs. De verborgen geschiedenis) en Luc Sante (Het andere Parijs) zetten daarbij de toon.

Parijs blijft schrijverspennen voltijds in beweging zetten – kijk naar het recente, breed bezongen Gare du Nord van Eric Min – en de lockdown gaf daarbij nog een extra zetje. Nu glimmen er alweer twee lijvige boeken op onze leestafel, waarin gepoogd wordt om respectievelijk ‘de ziel’ en de filosofische sleutelrol te doorgronden van de Franse hoofdstad.

In het luxueus uitgegeven De ziel van Parijs negeert Dirk Velghe welbewust het voorgekauwde, reeds uitentreuren beschreven Parijs. Hij richt de spots op de unusual suspects, en spit verhalen boven van ‘vrouwen en mannen met onwaarschijnlijke lotgevallen’, zoals actrice Arletty, Manets naaktmodel Victorine Meurent of de beulendynastie Sanson. Vooral de duistere oorlogsjaren én revolutionair geweld spoken veelvuldig door de pagina’s.

De Franse actrice Arletty in 'Les enfants du paradis' (1945). Beeld
De Franse actrice Arletty in 'Les enfants du paradis' (1945).

Dat een mediabons als Velghe, oprichter van Vacature en voorzitter van de raad van bestuur van Mediafin, zich aan het schrijven waagt, mag verbazing wekken. Dat is het al veel minder als je weet dat hij via zijn blog Mirakelhof al jaren Parijse wetenswaardigheden verzamelt en fel gesmaakte stadsrondleidingen op poten zet. Uit De ziel van Parijs straalt in ieder geval passie én een onstilbare honger naar markante, ja, zelfs smeuïge petites histoires op.

Drieeënveertig verhalen van erg uiteenlopend allooi verzamelde Velghe, niet zozeer chronologisch maar wél geclusterd volgens een aantal wijken op linker- en rechteroever. Met zijn 560 dichtbedrukte pagina’s is De ziel van Parijs, ondanks de instructieve kaarten, toch geen wandelboek om in de tas mee te sjouwen. De klemtoon ligt op gekroonde hoofden, misdaadverhalen of saga’s uit de ondergrond, vaak ook lieden die van hun voetstuk vallen, met slechts af en toe een zijpadje naar de kunstwereld zoals de ‘rode periode’ van Pablo Picasso of een doorleefd portret van nachtelijk-Parijs-fotograaf Brassaï (van wie een beroemde foto op de cover prijkt).

Met verkneukelend plezier schrijft Velghe over de ‘grandes horizontales’, luxeprostituees die een ‘verticale klim op de sociale ladders’ maakten. Hij wekt discrete maisons closes als Le Sphinx en de One-Two-Two tot leven, waar ook geestelijke hooggeplaatsten en gekroonde hoofden kind aan huis waren, of leidt ons door het Palais Royal, ooit een ‘openluchtbordeel’. Of wist u dat de Eiffeltoren door oplichter Victor Lustig ooit bijna aan schroothandelaren werd verpatst?

Velghe neemt ons mee naar de wondermooie Salle Labrouste, waar Lenin zijn voeten warmde en zijn revolutionaire pen bijsleep, maar zijn wielercarrière begroef. Of hij schrijft over het amper drie uur durende ‘veroveringsbezoek’ van Adolf Hitler op 23 juni 1940, waarbij de Führer bijna in katzwijm viel voor de schoonheid van de Opera Garnier. En was ‘de alles vertimmerende bever’ Georges-Eugène Haussmann met zijn nietsontziende stratenplan nu in feite de moordenaar van de ziel van Parijs of juist de redder?

Ontluisterend (én nogal hijgerig) is ongetwijfeld het hoofdstuk over politiek overlevingskunstenaar François Mitterrand, ‘Mytherrand’, die ooit een moordaanslag op zichzelf in scène zou hebben gezet.

De ziel van Parijs laat een ietwat overladen indruk na. Temeer omdat er ook nogal wat voetnoten opduiken en Velghe zijn verhalen met een scheepslading Franse frases doorspekt. Dat staat chic maar stremt ook weleens het vertelritme. Maar zijn voelbare enthousiasme en didactisch talent – Bart Van Loo is niet veraf – maakt veel goed. Het resulteert in een onderhoudend, breed geschakeerd én goed geresearcht boek, voorzien van een prima register en bibliografie. Of hij de ziel van Parijs betrapt? De stad is eerder zijn canvas. Maar Velghe toont Parijs wel als een wervelend, immer onrustig organisme waar zovele wonderlijke levens de geschiedenis kleurden, met verf, met bloed én met inkt.

‘Stad van ideeën’: veel zijsprongen

De Nederlander Alec van der Horst hanteert een ingetogener aanpak en bekijkt Parijs door het prisma van de wijsbegeerte. Maar zijn boek Stad van ideeën bevat veel zijsprongen. Dat maakt zijn Parijse expedities er niet altijd bevattelijker op. De sinds 1998 in Parijs wonende Van der Hors, sjokte er als stadsgids met groepen kunstliefhebbers door musea en straten. Tot hij tijdens de lockdown dus plots zonder broodwinning kwam te zitten. Zo rees het plan om zijn kennis over Parijs én fascinatie met filosofie tot een boek om te smeden.

Je merkt hoe Van der Horst met de structuur van Stad van ideeën worstelt én met de immense hoeveelheid informatie die hij verhapstukt. Is dit een soort encyclopedisch filosofiehandboek, een bespiegeling over het westerse gedachtegoed of toch in eerste instantie een Parijsboek? Hij wil synthese aanbrengen (‘De wereld lijkt veranderd te zijn in los zand dat alle richtingen op waait’, schrijft hij) maar freewheelt richting Egypte of Athene, of vertelt over Duitse filosofen en Amerikaanse kunstenaars of over stadsplanning.

Le Procope, het oudste café van Parijs. Beeld rv
Le Procope, het oudste café van Parijs.Beeld rv

Af en toe leest dit boek als Parijs voor beginners. In de inleiding legt hij ons geduldig het verschil uit tussen de Rive Gauche en de Rive Droite, aan de hand van de bekende boutade: à la Rive Gauche on pense, à la Rive Droite on dépense. Dat Parijs ooit het epicentrum van de filosofie was, staat buiten kijf, betoogt Van der Horst. Welke andere stad heeft zoveel straten en pleinen die naar filosofen zijn vernoemd – van de boulevard Voltaire tot de place Henri Bergson?

Van der Horst heeft vooral een boon voor het klassieke Parijs: het Louvre beschouwt hij als zijn belangrijkste uitvalsbasis, zodanig zelfs dat hij gaat opsommen wat er in bepaalde zalen te zien is, alsof hij zijn gidsfiches bovenhaalt.

In de hoofdstukken over de middeleeuwen of later, wanneer hij bijvoorbeeld filosofische kopstukken als Montaigne, Descartes en Pascal opvoert, voelt Van der Horst zich met zijn synthetiserende aanpak duidelijk het best in zijn sas. Daar maakt hij de belofte van anekdote én soepel ingevlochten kennis waar, ook met goed gekozen topografische indicaties. Zijn lofrede op bijvoorbeeld Le Procope, het eerste, bijna mondaine café als laboratorium van de verlichting, is uitvoerig. Ook over Diderot, Voltaire en Rousseau frist hij ons geheugen deskundig op.

Maar ook stedenbouwkundige ingrepen hadden verregaande ideologische conseqenties, zoals de drastische metamorfoses van stadsvernieuwer baron Haussmann – hij weer – ‘die met zijn brede boulevards en opruiming van alle volkswijken, elke revolutionair elan in de kiem smoorde’ en het moderne Parijs vormgaf.

Voorts waren de passages, de overdekte winkelgalerijen waarvan de Galerie Vivienne en Galerie Choiseul nu de bekendste zijn, cruciaal als eerste uithangborden van het kapitalisme in wat toen nog een ‘smerige, stinkende stad zonder stoepen’ was. Het waren de enige plekken ‘waar je een aangename wandeling kon maken zonder tot aan je enkels weg te zakken in de drek.’ Filosoof Walter Benjamin – buitensporig gefascineerd door de passages – zag hoe in de passages, met hun grote concentratie winkels, het ‘shoppen’ en het warenkapitalisme werden geboren.

Het Centre Georges Pompidou in Parijs. Alec van der Horst verfoeit het gebouw. Beeld AFP
Het Centre Georges Pompidou in Parijs. Alec van der Horst verfoeit het gebouw.Beeld AFP

Van der Horsts toon is zakelijker als hij zich tot de filosofie verhoudt. Maar als hij moderne architectuur of recente artistieke evoluties op de hak neemt, gaat hij de mist in. Storend is de wel erg bekrompen kijk op hedendaagse kunst die hij hanteert. Hij noemt de ontwikkelingen in de voorbij honderdvijftig jaar zelfs ‘een vuurwerk van doodlopende wegen’. Zijn afkeer van het Centre Pompidou is groot: ‘(…) Niemand, geen enkele kunstenaar, roept op om het oubollige Centre Pompidou plat te branden (en het Louvre en het Musée d’Orsay te laten staan), terwijl daar toch zeker iets voor te zeggen valt.’ Volgens Van der Horst is ‘Parijs een van de mooiste steden ter wereld, juist omdat het grotendeels aan de sloophamer van de twintigste-eeuwse architecten en stadsplanners wist te ontsnappen.’

Ronduit vijandig staat hij tegenover nieuwlichters, alsof een stad een steriel, onwrikbaar universum is. Een openminded filosoof beseft nochtans dat ook Parijs altijd maar weer ongeduldig vibreert én verpopt. En zo frisse nieuwe ideeën genereert.

Dirk Velghe, De ziel van Parijs, uitgeverij Hannibal Books, 559 p., 39,95 euro. Beeld rv
Dirk Velghe, De ziel van Parijs, uitgeverij Hannibal Books, 559 p., 39,95 euro.Beeld rv
Alec van der Horst, Stad van ideeën, uitgeverij Ten Have, 360 p., 29,99 euro. Beeld rv
Alec van der Horst, Stad van ideeën, uitgeverij Ten Have, 360 p., 29,99 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234