Woensdag 26/01/2022

InterviewTom Waes en Frank Lammers

Tom Waes & Frank Lammers: ‘Wij hebben door poepsimpel geluk het mooiste stukje zon uit de menselijke geschiedenis meegepikt’

'Het feit dat wij zo goed overeenkomen, ook als we elkaar in de haren vliegen, schemert altijd door. Alsof je twee broers ziet bekvechten.' Beeld Johan Jacobs
'Het feit dat wij zo goed overeenkomen, ook als we elkaar in de haren vliegen, schemert altijd door. Alsof je twee broers ziet bekvechten.'Beeld Johan Jacobs

Enige afstandsregels dienen weer in acht te worden genomen en dus zie ik die koekenpan aan de pols van Frank Lammers (49) veelal vergeefs graaien naar de schouder van Tom Waes (52). Wie hen op het scherm ziet, als drugsbaron Ferry Bouman en flik Bob Lemmens, merkt zelfs in de knokpartijen tussen beiden een gloedvolle, niet weg te branden kameraadschap. En in seizoen drie van Undercover moeten ze ook écht de handen in elkaar slaan, teneinde een Turks xtc-netwerk op te rollen. Tom Waes schuift zijn stoel alvast een beetje dichter. Franks koekenpan roert zich. Er wordt gelachen.

Vincent Van Peer

Eindelijk herenigd! Dit voelt aan als Robert De Niro en Al Pacino, de boef en de flik, die elkaar ten langen leste ontmoeten in de film Heat.

Frank Lammers: “Jij weet wel hoe je moet binnenkomen! Al Pacino en Robert De Niro: jáá, dat zijn wij natuurlijk ten voeten uit.”

Tom Waes (lacht): “In seizoen twee hadden we amper scènes samen, dus dit voelde aan als thuiskomen. Wij spelen gezworen vijanden, maar het feit dat we zo goed overeenkomen, ook als we elkaar in de haren vliegen, schemert altijd door – alsof je twee broers ziet bekvechten.”

Frank, heb jij niet even getwijfeld om een knokploeg naar de scenaristen te sturen toen je het scenario voor het tweede seizoen ontving? Je had hoogstens een kleine bijrol.

Lammers: “Die arme stakkers had ik niets meer kunnen aandoen: die lagen te huilen in hun bed, zichzelf voor de kop slaand vanwege hun onvergeeflijke blunder. Gelukkig hebben zij het inmiddels goedgemaakt door de film Ferry te schrijven. Een meesterwerk, moet ik toegeven.

“De trein van Undercover raast onverminderd voort – het eerste seizoen dateert nog maar uit 2019 – en eerst maakte ik me een beetje zorgen of dat allemaal niet te gekunsteld zou worden. Als er één ding vervelend is, dan wel een goeie tv-reeks die het pas een paar seizoenen nádat de houdbaarheidsdatum overschreden is voor bekeken houdt. Maar tot hiertoe vind ik niet dat we daaraan ten prooi vallen. Elk seizoen is anders, met dit keer de gedwongen samenwerking tussen Bob en Ferry. Elke keer dat die twee samen in een auto zitten, weet je dat het kan misgaan. Zo meteen timmert de ene de andere op z’n neus. Dat is wel lekker spelen, natuurlijk.”

Is het ooit echt gebeurd dat de ene de andere, weliswaar per ongeluk, op de neus heeft getimmerd?

Waes: “Nee, wij zijn goeie vechters. In tegenstelling tot Wim Willaert, de fantastische slechterik van vorig seizoen: toen rolden wij met de slappe lach over de grond. Maar Frank is een fysiek wezen, hij weet hoe hij z’n kracht moet gebruiken.”

Lammers: “Je moet gewoon weten waar je ledematen hangen, anders kan ’t slecht uitpakken. In mijn carrière ben ik al neergestoken, geslagen, in de prak geklopt... Maar met Tom is het anders: die sla ik met plezier hele dagen op z’n snuit!”

Waes: “Tijdens vechtscènes draag je doorgaans een harnasje: dáár moet je tegenstrever op mikken. Maar dat is tijdens dit seizoen van Undercover even misgegaan, in een scène waarin enkele flikken me te grazen nemen: elke slag landde ernaast, waardoor ik de dag nadien bont, blauw én paars was.”

Onlangs was er een schietincident op de set van de film Rust, met Alec Baldwin, waarbij de cameraregisseur is doodgeschoten. Snap je hoe zoiets kan?

Waes: “Ik snap daar geen kloten van. Normaal zijn er duizend voorschriften die dat onmogelijk maken. Waarom zou je ook met echte wapens werken?”

Lammers: “Volgens de afspraak mag je werkelijk nooit op iemand mikken, zelfs niet met een fake wapen. En als je je pistool dan toch eens ergens op moet richten, dan staat er een metersdik acryl scherm voor. Op die Rust-set moet echt álles zijn misgegaan wat er maar kan misgaan.

“Het allerergste vond ik het T-shirt dat Donald Trump jr. in typische Trump-stijl heeft laten drukken. Omdat Alec Baldwin vroeger nog persiflages van vader Trumpie heeft gemaakt, liet zijn zoon nu shirts drukken met daarop: ‘Guns don’t kill people, Alec Baldwin kills people.’ Verschrikkelijk broekventje.”

Tom Waes: ‘Ik vind mijn personage Bob niet corrupt. Zijn doel blijft eenduidig: de slechteriken klissen.’ Beeld Johan Jacobs
Tom Waes: ‘Ik vind mijn personage Bob niet corrupt. Zijn doel blijft eenduidig: de slechteriken klissen.’Beeld Johan Jacobs

MAN ZKT VROUW

Undercover is een klassiek verhaal van goed tegen kwaad, maar staan Bob en Ferry na twee seizoenen en één langspeelfilm nog wel zo duidelijk aan weerskanten van die lijn?

Waes: “Een terechte vraag. Ik vind Bob niet corrupt, al denk ik wel dat hij véél meer buiten de lijntjes kleurt dan een echte undercoveragent. Maar zijn doel blijft eenduidig: de slechteriken klissen. In dat opzicht blijf ik hem rechtschapen vinden, en geen crimineel.”

Lammers: “Hé, hé! Laten we even duidelijk stellen: ík, Ferry Bouman, ben hier de good guy! En als het al niet echt zo was, dan vinden de kijkers dat wel. Die hebben altijd buitengewoon veel sympathie gehad voor Ferry. Ook al omdat ik natuurlijk veel sympathieker ben dan Tom Waes (grijnst).

“In allebei onze karakters zit volgens mij voldoende dualiteit. Slecht met goed erin en goed met slecht erin. Als ze dan ook nog eens samen iets voor elkaar moeten zien te krijgen, terwijl ze een pesthekel aan elkaar hebben – en heel soms, onuitgesproken, misschien ook wel níét – dan krijg je vuurwerk. Goeie tv drijft op conflict, en wij hebben conflict voor het rapen als peukjes op een reggaefestival.”

Interessant: aan het begin van dit seizoen zijn Bob en Ferry, die machtige venten, gereduceerd tot schimmen van zichzelf. Bob is een klusjesman die amper rondkomt, Ferry loopt er zielig bij als afwasser. Eigenlijk zijn zij twee ouder wordende venten die merken dat de wereld best ook zónder hen kan. Herkenbaar?

Lammers (bromt): “Je begon goed, met Pacino en De Niro, maar je begint nu toch te slabakken. Nee, dat is een zeer scherpe en terechte constatering. Ik vind het een eigenaardige gewaarwording dat ik tegenwoordig steevast de oudste op de set ben. Gelukkig is Tom er nog.”

Waes: “Daarom dat ik overal Pascal (Braeckman, vaste klankman, red.) mee naartoe sleur: die is al vier keer bompa.”

Lammers: “Dat ouder worden vind ik over de hele lijn een ietwat desoriënterende ervaring, waar ik mij maar moeilijk in kan schikken. (Tot interviewer) Jij bent nog jong, hè. Lul!”

Waes: “Zodra je de 50 voorbij bent, denkt iedereen dat je de wereld niet meer begrijpt, dat die als een racewagen aan je neus voorbijgaat. Maar eigenlijk hangt dat van jezelf af. Op school kende ik jonge mensen die tóén al niet meer mee waren, die zich volop voorbereidden op een bekrompen leven.”

Lammers: “Wij tweeën, wij zijn diep vanbinnen nog 18. Die stiekeme jongensachtigheid is alweer iets dat ons verbindt.”

Waes: “18 is ruim geschat: noem ons gerust kleine kinderen. Ik ben in al die decennia eigenlijk niet veel veranderd. Waarom noemen ze acteren ‘spelen’, denk je?”

Lammers: “Wij zijn bovenmatig geïnteresseerd in wat er allemaal aan de hand is in de wereld. Daarom maakt Tom die reisprogramma’s, vanuit de vraag: hoe zit de vork in de steel? Dát willen wij weten! Ik kan nog altijd geen huis voorbijwandelen zonder me af te vragen wat daar op zolder ligt.

“Ik voel mij niet in de war door wat de jeugd allemaal doet, hoor. Helemaal niet zelfs. Het enige dat me soms opvalt, is dat de jonge garde die discussies toch allemaal wat onhandig voert. Daar word ik weleens een beetje moe van.”

Waes: “Als ik met één ding niet mee ben, dan wel met influencers. Daar kan ik met zúlke ogen naar zitten te kijken. Ik zat onlangs met Mieke (Toms vriendin, red.) in een hip restaurant in Mexico: wij waren de enigen die met elkaar aan het babbelen waren. De rest was zichzelf aan het filmen. Wat zit je daar dan te doen?”

Lammers: “Jonge mensen leren elkaar nu kennen via de telefoon. Dat is toch als boogschieten zonder pijlen?”

Waes: “Daar heb ik geen probleem mee. De mama van Mieke heeft destijds, wellicht toen de uitvinder van Tinder nog niet geboren was, gereageerd op een advertentie in de krant. ‘Man zkt vrouw vr gzlschap.’ Zij zijn twintig jaar samen geweest. Dat is toch mooi?”

Frank Lammers: ‘Ík, Ferry Bouman, ben de good guy! En als het al niet echt zo was, dan vinden de kijkers dat wel. Ook al omdat ik natuurlijk veel sympathieker ben dan Tom Waes.’ Beeld Johan Jacobs
Frank Lammers: ‘Ík, Ferry Bouman, ben de good guy! En als het al niet echt zo was, dan vinden de kijkers dat wel. Ook al omdat ik natuurlijk veel sympathieker ben dan Tom Waes.’Beeld Johan Jacobs

REBELS VUUR

Iets anders: voor Reizen Waes: Nederland ondernam Tom onder meer een tocht door Brabant. Heeft Tom de ziel van jouw streek een beetje weten te vangen?

Lammers: “Tom? Brabant? Wat heeft die daar nou te zoeken? Ik ga toch niet naar die gozer zitten te kijken!”

Waes (lacht): “Je wist er wel van, want je vroeg nog: ‘Wat heb je gedaan in Brabant, de drugslabs bezocht?’ Maar ja, je kunt daar echt niet omheen. Toen wij voor Undercover in Brabant filmden, hoorden we elke dag wel een nieuwsbericht: ‘Drugslab ontdekt’, ‘Zuurvaten in bos gedumpt’, ‘Onthoofde man gevonden’... Als je ziet wat ze daar allemaal uitsteken, denk ik dat ik als undercoveragent 24 uur per dag in mijn broek zou schijten. De politie vond er onlangs een loods met een martelkamer: tandartsstoel, scalpels, snoeischaren... Het kan zomaar gebeuren dat ze je vingers beginnen af te knippen.”

Lammers (wuift weg): “Die tandartsstoel was nooit gebruikt! Maar de regels zijn wel veranderd. Ik heb voor allerlei films met criminelen gesproken, en zij zeggen het ook. Het fatsoen is weg: advocaten, familieleden, journalisten worden zomaar bedreigd en neergekogeld.”

Hoe is de gemiddelde Brabander?

Lammers: “Ik heb ooit, op z’n Tom Waes, een tv-serie gemaakt, De kracht van Brabant, die uitging van de vraag: ‘Wij Brabanders zijn beter dan andere mensen, maar waaróm?’ Dat was naar aanleiding van de Olympische Spelen in Sydney, waar we sporters als Pieter van den Hoogenband en Anky van Grunsven hadden geleverd. Alle noemenswaardige acteurs uit Nederland waren Brabanders, en alle cabaretiers kwamen uit Eindhoven.”

Zeg eens: waarom zijn Brabanders beter dan andere mensen?

Lammers: “Het antwoord werd in aflevering 7 gegeven door de grote filosoof F. Bauer, tevens zanger: ‘Ons geheim is dat wij niet moeilijk doen.’ Dat is het! Wij zeggen op alles ja. Dáárom is bij ons de cd uitgevonden, en wel duizend andere zaken.

“De regio Eindhoven staat bekend als de intelligentste ter wereld: onomstotelijk wetenschappelijk onderzoek bewijst dat. Terwijl ik onze mentale superioriteit kenbaar maakte in dat programma van me, stond aan de overkant van de straat een vent met zijn pens – twee keer zo groot als de mijne – tegen het raam te schudden. Op die pens had hij in het groot ‘PSV EINDHOVEN’ getatoeëerd (lacht). De grote genieën van Brabant.”

Tom, jij bent bezig met een reeks over onze geschiedenis, Het verhaal van Vlaanderen, die eind volgend jaar wordt uitgezonden.

Waes: “Welja, wij brengen het verhaal van de prehistorie tot nu. Acteurs in kostuums spelen delen van de geschiedenis na, terwijl ik er als tijdreiziger tussen loop.”

Bestaat er een risico dat je dat verleden, die glorieuze Vlaamsche historiek, automatisch verheerlijkt? Voor je het weet, gaat er een politicus mee aan de haal.

Waes: “Dat gaan we ons niet laten overkomen.”

Jan Jambon stak al de loftrompet af in het persbericht.

Waes: “De reeks krijgt steun van allerlei partners, waaronder inderdaad de Vlaamse regering. Maar voor de goede orde: wij zijn honderd procent neutraal en onafhankelijk.”

Lammers: “Kun je niet het verhaal vertellen van die ene neanderthaler in de prehistorie waar die van de N-VA allemaal rechtstreeks van afstammen?”

Waes (lacht): “Wist je dat elke mens zo’n 1,5 à 2 procent neanderthaler in zich heeft? Bij sommigen zal het wellicht iets meer zijn.”

Frank Lammers: ‘Wij tweeën zijn diep vanbinnen nog 18.’ 
Tom Waes: ‘18 is ruim geschat: noem ons gerust kleine kinderen.’  Beeld © VRT – NyklyN
Frank Lammers: ‘Wij tweeën zijn diep vanbinnen nog 18.’ Tom Waes: ‘18 is ruim geschat: noem ons gerust kleine kinderen.’Beeld © VRT – NyklyN

EEN KONT VOL BOTER

Ik stel me bij jullie beider jeugd een schelmenroman voor. Wie van jullie beleefde de mooiste kindertijd?

Waes: “Nog iets waarin we op elkaar lijken: we hebben allebei genoten van een superjeugd. Ik ben opgegroeid in Edegem, met jeugdcentrum Het Varken, wat een toepasselijke naam was. Het was pre-Dutroux, dus ik kon op woensdagmiddag mijn BMX nemen en tegen mijn moeder zeggen: ‘Doei!’ Dan reden we tot in Boechout en Hove.”

Lammers: “Ik vermoed dat Tom en ik in de ideale tijd zijn opgegroeid. Er was van alles iets, maar van niets te veel. De excessen van een te grote vrijheid – de uitwassen van de sixties – waren voorbij: ouders kropen niet meer met elkaar in bed, weet je wel? Er was een béétje televisie, op woensdag en op zaterdag. Het enige computerspelletje was Pac-Man. Voor de rest was je buiten aan het voetballen.”

Waes (knikt instemmend)

Lammers: “Het ging goed met de wereld, die muur in Berlijn brokkelde af, Mandela kwam vrij...”

Waes: “En wij dachten: wat voor clown hebben die Amerikanen nu als president? Ronald Reagan, een actéúr! (Denkt na) Nu zijn we wél twee oude venten, hè, die over de gouden dagen lullen?”

Lammers: “Het is de zuivere waarheid! Mijn oudere broer zat met zijn klasgenootjes zo stoned als een garnaal in de klas, maar ik niet. Ik had vrijheid inzake toneel en literatuur. En toen ik van school ging, merkte ik dat het alweer strenger werd: opeens werd er gepraat over ‘kernvakken’. Nee joh, wij hebben door poepsimpel geluk het mooiste stukje zon uit de menselijke geschiedenis meegepikt.”

Jullie zijn avonturiers. Gingen jullie vroeger al op zoek naar het prikkelende, het onverwachte?

Waes: “Ik denk dat mijn wereld pas is opengegaan toen ik 18 was. Daar ben ik blij om, want als ik in mijn apenjaren in Antwerpen had gewoond, dan was het niet goed met mij afgelopen. Dan was ik geen kwajongen, die voor de goede luim al eens een brandblusser leegspoot in de turnzaal, maar crapuul. Opgroeien in een dorp als Edegem heeft mij voor de rest van mijn leven een moreel kompas gegeven. In de grote stad ging het allemaal heel hard en heel snel voor mij.”

Wat zag je dat je nooit eerder gezien had?

Waes: “Alles! Het was de periode van de motorbendes op Vespa’s, van het legendarische studentencafé Alma, van het welig tierende hooliganisme. Als jongen van Edegem keek ik daarnaar vanop afstand, terwijl ik er anders middenin had gezeten.”

Jij ondernam een gelijkaardige tocht, Frank: van Mierlo naar het grote Amsterdam.

Lammers: “Ik dácht dat ik naar de grote stad ging, maar dat bleek niet waar: Amsterdam is best saai. De eerste avond op café kocht ik voor iedereen drank. Zo gaat dat in Brabant: je koopt geen biertje, je koopt een rondje. Maar ik kreeg niks terug. Nou, vond ik vreemd. En om kwart voor één riep die barman: ‘Laatste ronde!’ Vrij snel was ik een beetje teleurgesteld. Het leven in Brabant – en later in Groningen, waar er helemaal nooit iets dichtgaat – is veel bruisender. The city that never sleeps was wat mij betreft niet goed wakker.”

Tom heeft lang moeten zoeken voor hij in het televisiemaken vond wat hij echt wilde doen. Ging het jou makkelijker af?

Lammers: “Jongen, ik heb nog stééds het gevoel dat ik aan het zwerven ben (lacht). Ik ben auditie gaan doen voor de Toneelschool omdat mensen me zeiden dat ik goed kon acteren. Maar ik hoefde geen acteur te worden. Eigenlijk was reizen het enige dat me interesseerde. En plots zijn we dertig jaar verder! Een scheet lang, zo voelt het. Ik heb nooit voor het vak gekozen, ik ben van een helling gesprongen en blijven rollen.”

Zorgt dat voor onrust?

Lammers: “Onrust in de zin van ‘Jezusmina, ik heb mijn leven weggegooid’? (lacht)

Nee, maar je bent nooit van dat ene pad afgeweken. Als Tom een zekere rust heeft gevonden, dan is dat omdat hij eerst honderd dingen heeft gedaan die hem minder goed lagen. Toch?

Waes (knikt): “En ik bén lang heel onrustig geweest. Toen ik als beroepsduiker werkte, deed ik de job op zich graag, maar het bestaan stompte mij af. Ik ben niet dodelijk ongelukkig geweest, maar fuck man... Het is enorm lastig om te weten dat je ergens niet op je plaats bent, zonder ergens anders naartoe te kunnen. Voor tv werken was een verademing.”

Zijn je kinderen even onrustig?

Waes: “Mijn zoon niet: hij heeft een pad gekozen – international business – dat hij bewandelt zonder achterom, naar links of naar rechts te kijken. Hij wéét het. Ik herkende mezelf eerder in mijn twijfelende dochter. Voor haar ben ik lang bang geweest. Ze studeerde marketing, maar ik voelde aan alles dat zij daar niet op haar plaats zat. Toen ze vorig jaar afstudeerde, heb ik haar bij mij gepakt: ‘Doe er nog een jaar bij en kies iets dat je écht wilt doen.’ Ze koos voor advertising. Tijdens haar studie heeft ze niet één keer de campus gezien – alles moest online – maar ze werkt intussen nú al voor een uitstekend reclamebureau. Daar krijg ik nog altijd kippenvel van. Ik kan alleen maar een diepe buiging maken.”

Lammers (mikt zijn koekenpan op Toms schouder): “Goed gevaderd, jongen!”

Frank, grijp jij het leven makkelijk bij het nekvel?

Lammers: “Ach, ik ben een zondagskind: alles wordt mij carrièregewijs in de schoot geworpen. Als ik bijvoorbeeld denk: verdorie, ik zou zelf willen regisseren, dan rinkelt gegarandeerd mijn telefoon en hoor ik iemand zeggen: ‘Ik heb net de rechten voor een boekverfilming gekocht en ik denk dat jíj de geknipte man bent!’ (lacht) Ik kan er mijn klok op gelijkzetten. Ik hoef nog maar aan een musical te denken of húp, daar gaat de gsm!”

Waes: “Van welk merk is die telefoon?”

Lammers: “Kun je er alsjeblieft bij schrijven dat ik het zelf stom vind klinken? Maar zo is het. Ik heb een kont vol boter, jongen!”

Welke raad geef je je kinderen dan? ‘Kies een goeie provider’?

Lammers: “De raad van Tom – ‘Doe wat je graag wilt doen’ – is de beste raad. Je hebt er natuurlijk talent voor nodig. En drive. Ik ben een heel harde werker, die nog in fabrieken heeft gestaan en vijf jaar kranten heeft rondgebracht.

“Ik heb lang bij Campina gewerkt. Toen ik er 25 jaar later terugkwam voor een fotosessie, zaten mijn collega’s er nog steeds: ‘Houdoe, Frank!’ Dat had ik nooit gekund. Ik vertikte het – best een dappere beslissing, me dunkt – om binnen twintig jaar nog steeds op dezelfde barkruk te zitten.”

Is Ferry Bouman een barkruk waarop je het nog wel even uithoudt?

Lammers: “Ja, maar… ik hoor het ook niet graag als iemand het heeft over ‘de rol van mijn leven’. Flikker toch op! Wat moet ik dan doen met de rest van mijn leven?”

Frank Lammers: ‘Ik hoor het niet graag als iemand het heeft over ‘de rol van mijn leven’. Flikker toch op! Wat moet ik dan doen met de rest van mijn leven?’ Beeld Johan Jacobs
Frank Lammers: ‘Ik hoor het niet graag als iemand het heeft over ‘de rol van mijn leven’. Flikker toch op! Wat moet ik dan doen met de rest van mijn leven?’Beeld Johan Jacobs

OPA PREDIKT

Bob heeft dit seizoen een zwangere vriendin. Zou het jullie nog kunnen overkomen?

Waes: “Fuck, nooit van m’n leven meer! Ik ben 52, hè. Ach ja, als je bij een jonge vriendin belandt… Ik héb zo’n kameraad. Hij was ervan overtuigd dat zijn nieuwe lief geen kinderen wilde. Nu zit hij in de pampers (lacht).”

Lammers: “Ik heb ook van die vrienden. Maar zelf zou ik er niet aan dénken.”

Zie je parallellen met Bob als vader?

Waes: “100 procent. Vandaar dat het zo goed marcheerde met Emma (Verlinden, die zijn dochter speelt, red.). Die scènes waren bijna té herkenbaar. Waardoor ik tranen in de ogen kreeg omdat ik in haar mijn dochter begon te zien.”

Het afsluitende zinnetje van seizoen twee luidde: ‘Ik ben zo fier dat gij mijn dochter zijt.’ Zeggen jullie dat voldoende tegen jullie kinderen?

Waes: “Ik heb ’t twee weken geleden, bij de proclamatie van mijn dochter, nog gezegd. Ik heb alles bleitend gefilmd (lacht).”

Lammers: “Mijn dochter schoot vorige week vier doelpunten binnen, het ene nog mooier dan het andere. Dan zeg ik die dag wel honderd keer hoe trots ik ben, en de dag erna ook. Maar je moet oppassen. ‘De jeugd van tegenwoordig’ – predikt opa – is me wat al te gemakzuchtig. Het is de ‘nu nu nu’-generatie, die alles kan bestellen op de telefoon. Terwijl: voor alles wat de moeite waard is in het leven, moet je ook moeite doen.”

Zeggen zij soms dat ze fier zijn op jullie?

Lammers: “Nee, en dat hoeft helemaal niet. Mijn dochter vindt dat ik níét kan acteren. ‘Ik ken jou veel te goed’, zegt ze dan, ‘ik geloof er niks van!’”

Waes: “Die van mij kijken ook niet, en ik vind dat zalig. Isah heeft proberen te kijken naar Undercover, tot aan mijn eerste seksscène met Anna Drijver (lacht). Naar Reizen Waes kijken ze ook niet. Ik vind dat gezond. Laat me thuis maar gewoon papa zijn.”

Franks moeder zei ooit: ‘Tijdens de zwangerschap ben ik eens gevallen: misschien dat-ie daarom een beetje raar is.’

Waes (lacht)

Lammers: “Geweldige uitspraak! Mijn moeder was heel lief. Kijk, ik bén nooit een normaal mens geweest. Ik was altijd bezig, maakte grapjes, stuiterde van hier naar daar... En als ik onvermijdelijk merkte dat het ginder nóg interessanter was, stuiterde ik verder.”

DE EERSTE SCHEET

Frank, klopt het dat jij jouw trouwfeest hebt georganiseerd in café De Skeeve Skaes: de scheve schaats?

Lammers: “Ja, goed hè? Als je dan ooit een keer in de fout gaat, kun je nog altijd zeggen: ‘Ik had ’t toch gezegd?’”

Je hernieuwt elk jaar je huwelijksgeloften. Maar bij jou wil het maar niet lukken om te trouwen, Tom.

Waes: “Ik zou daar eens over moeten praten met Frank. Doe jij dat echt élk jaar?”

Lammers: “Ja, hoor. Soms is het een groot feest. Toen we tien jaar getrouwd waren, zijn we naar Las Vegas gegaan. We trouwden in een kerkje met een loeislechte ABBA-coverband die ik had ingehuurd. Mijn vrouw wist van niks. Extra leuk: de huwelijksnacht mocht ik laten schieten, want we waren toch al tien jaar getrouwd. Ik heb die avond nog een pokertoernooi gewonnen.”

Waes: “‘Mocht ik laten schieten.’ (lacht) Niet moeilijk dat jij je vrouw elk jaar moet geruststellen.”

‘Romantiek is een staat van zijn’, zei je eens, Frank. Geen idee wat je ermee bedoelde.

Lammers: “Ik ook niet! Ach, ik zei het daarnet al: voor alles wat de moeite is in het leven, moet je moeite doen. (Wijst naar Waes) Hij is ook best een romantische jongen, maar hij dóét ’t gewoon niet.”

Waes: “Wie zegt dat?”

Lammers: “Je bent niet getrouwd, toch?”

Waes: “Hm… Dat is een andere kwestie. Ik ben al eens getrouwd geweest, hè.”

Lammers: “En dus heb je er nu geen vertrouwen meer in?”

Waes: “Dat weet ik niet. Er is alleszins een gevoel dat me tegenhoudt.”

Lammers: “Of je bent gewoon te gierig om een feestje te geven.”

Waes (lacht): “Ik ben geen Hollander, hè!”

Frank, over jouw relatie zei je: ‘Wij zijn allebei vurige mensen, willen veel van het leven en kunnen zo opgaan in wat we doen dat er soms minder ruimte is voor de ander.’

Lammers: “Ook daarin vinden Tom en ik elkaar: wij hebben geen vrouw bij wie je 24 uur op 24 moet zitten – dan worden we gek (lacht). Zij zijn heftig, net als wij. Mijn vrouw is tegelijk een goede bewaker van mijn innerlijke rust. Als het écht te veel is, trekt zij aan de bel. Morgen wordt ze 50 en dan ben ik de hele dag thuis (glimlacht).”

Je bent een romanticus, maar ik hoorde je eens vertellen dat je verliefd zijn verschrikkelijk vindt.

Lammers: “Wat een nare conditie! Je bent toch alleen maar bang om haar kwijt te raken? Het is leuk om bij ’r te zijn, maar zelfs dan ben je in die eerste periode alleen maar bezig met ‘goed genoeg zijn’. Bah!”

Waes: “De periode die je beschrijft, weet je wanneer die eindigt? Bij de eerste gedeelde scheet in bed.”

Lammers: “Pfffrrrt! De bezegeling van echte liefde.”

Frank, jij zei ooit dat je je gelukkigste momenten doorbrengt in de dug-out van voetbalclub TOS, waar jij het team van je dochter coacht. Juist?

Lammers: “Niet altijd, want ze zijn ook weleens heel slecht. Maar het is mooi om je kind te coachen. Zij vindt ’t ook nog steeds leuk, ik train die meisjes al negen jaar.”

Waes: “Voor mij zijn de gelukkigste momenten: alles waar een traditie aan vasthangt. Vorige zondag was het Antwerp – Club Brugge, en zo lang als ik het mij kan herinneren, gaan wij voor die wedstrijd eten met een man of tien. En daarna iets drinken. Dán ben ik volmaakt gelukkig. Zo ook: tijdens een eerste nieuwe draaidag van Reizen Waes. Weer in de auto, met diezelfde kleine kinderen die al twintig jaar samen spelen.”

Lammers: “Psst, zeg misschien ook ’ns iets over je gezin.”

Waes: “Natuurlijk! De kerstdagen samen met de kinderen en hun grootouders... Het klinkt klef, maar mij geven die dagen dat gevoel van een warm deken.”

Lammers: “Ook niet te onderschatten: het warme deken zelf! Ik vind het elke avond een féést om naar bed te gaan. Dan kan ik heerlijk tegen m’n vrouw gaan liggen. Ohhhhh, ja! En dan, wanneer ik volledig ontspannen ben...”

Lammers en Waes: “Pfffrrrt!

Lammers (klopt nog één keer op Toms schouder): “Ja, kijk, daarom komen we zo goed overeen, hè.”

Omdat jullie twee dezelfden zijn?

Lammers en Waes (flatulerend af)

Undercover – seizoen 3 - Eén, zondag 21 november, 20.35 - Vanaf 21 november op Netflix

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234