Maandag 15/08/2022

RecensieBoeken

Twee mannen op een rode tandem

null Beeld AP
Beeld AP

Twee collega’s gaan uit fietsen, zonder zelf te weten waarheen. De nieuwe roman van Rob van Essen is weer aangenaam absurdistisch.

Bo van Houwelingen

Rob van Essen lezen is op reis gaan. Naar een onbekende bestemming in een robot­auto, zoals in De goede zoon, de roman waarmee Van Essen (1963) in 2019 de Libris Literatuurprijs won. Slenteren door parallelle werelden, buitenwijken of andere tijden, in de vorig jaar verschenen verhalenbundel Een man met goede schoenen. Of een fietstocht maken door een landschap dat nog het meest aan een idyllisch modelspoorbaanlandschap doet denken.

In de roman Miniapolis springen we achterop bij de collega’s Wildervanck en Scherpenzeel, die de gewoonte hebben ontwikkeld een fietstochtje te maken voordat ze naar hun werk gaan op het deprimerende bijkantoor van de gemeentelijke dienst. De fietstochten worden steeds langer, tot ze op een dag helemaal niet meer terugkeren. Ze fietsen door, zonder zelf te weten waarheen.

Ondertussen trekt een jongen genaamd Jonathan met zijn moeder te voet door hetzelfde landschap, op zoek naar een groot landhuis met een plat dak. Want op dat dak, zo beweert de moeder, heeft zij vroeger geleefd, daar is Jonathan geboren, voordat hij bij haar werd weggehaald en in een internaat werd gestopt.

Het is Van Essen weer gelukt een licht absurdistisch universum te creëren, waarin doodnormale dingen (een fietstochtje) dat absoluut niet zijn (twee collega’s die elkaar amper kennen dagenlang samen op een rode tandem). Het is een door Van Essen inmiddels beproefd recept: beschrijf het bizarre zo nuchter mogelijk. Als Wildervanck en Scherpenzeel maar door en door blijven fietsen (raar) moeten ze wel een goede uitrusting hebben (logisch), dus schaffen ze onderweg routekaarten, regenpakken en fietstassen aan. Je gaat er gemakkelijk in mee; krankzinnigheden komen nooit pats-boem maar worden er zachtjes bij je ingemasseerd. Dat Van Essen het voor elkaar krijgt dat je tijdens het lezen nooit eens denkt ‘dit is wel érg ongeloofwaardig’, blijft bewonderenswaardig.

Toch heeft Miniapolis niet het bruisende dat Van Essens andere werk kenmerkt. Misschien is het wat te gemoedelijk allemaal, te risicoloos. Wildervanck en Scherpenzeel zijn twee volstrekt ongevaarlijke mannen, iets op leeftijd al, een tikkie eenzaam. De een leest graag detectives, de ander houdt ervan zelfverzonnen aforismen in een notitieboekje te schrijven (‘men moet zijn grenzen kennen, maar het is niet noodzakelijk ze te overschrijden’). Ze hebben zo hun trauma’s - Wildervanck werd vroeger gepest, Scherpenzeels bejaarde ouders stapten samen uit het leven en lieten voor hem alleen een kaartje achter met daarop ‘neem het ons niet kwalijk’ - maar ze gaan hier redelijk lankmoedig mee om.

Sloppenwijken

Iets duisterder is het lijntje van Jonathan en zijn moeder, met de beschrijvingen van het dak waarop zij woonde. Het doet denken aan een sloppenwijk, met een wirwar van bouwsels, geïmproviseerde tentjes en gespannen zeilen. De dakbewoners zijn (nazaten van) ramenwassers en schoorsteenvegers die werken voor de rijke huisbewoners. Vanaf het dak zien ze de mooie miniatuurwereld liggen, wetende dat ze deze waarschijnlijk nooit zullen betreden. Hier heeft Van Essen ongetwijfeld iets maatschappijkritisch mee bedoeld, maar wat precies blijft de vraag. Dat het oneerlijk verdeeld is in de wereld? Allicht.

En zo gaat de reis voort, heuveltje op, heuveltje af. Zoals we van Van Essen gewend zijn is het vaak grappig, soms melancholisch, maar dit keer wel heel mellow. Alsof de schrijver zich ingehouden heeft. Wat staat er eigenlijk op het spel? En voor wie? Met vier personages kun je in potentie vier keer zo veel spanning creëren, maar het lijkt alsof Van Essen een vooraf bepaalde hoeveelheid urgentie te verdelen had. Dat resulteert in wat schriele personages, die nergens echt body krijgen.

De fietstocht doet denken aan het schitterende verhaal ‘Het huis aan de Amstel’ uit Van Essens bundel Hier wonen ook mensen (2014). Daarin beoefenen twee huisgenoten de kunst van het berijden van fietsen waartussen een spinnenweb gesponnen is. Een aardig idee, maar het verhaal maakt indruk om wat erachter zit: het verlangen naar contact, het breekbare van een prille band. In Miniapolis draait het in feite om hetzelfde, maar ditmaal veel minder voelbaar. En daar openbaart zich de valkuil van Van Essens aanpak: als dat diepere gevoel tekortschiet, blijft alleen het geinige idee over.

Rob van Essen, Miniapolis, Atlas Contact, 224 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234