Woensdag 28/09/2022

InterviewSylvia Huang

Violist Sylvia Huang gaat op zoek naar haar eigen klank bij De Munt

Sylvia Huang in 2019. Ze keert terug naar België: ‘Ik vind opera fascinerend omdat alle kunstvormen erin samenkomen.’ Beeld BELGA
Sylvia Huang in 2019. Ze keert terug naar België: ‘Ik vind opera fascinerend omdat alle kunstvormen erin samenkomen.’Beeld BELGA

Ze is een natuurtalent dat zich niet de wet laat voorschrijven. En dus keert Sylvia Huang na acht jaar het Concertgebouworkest in Amsterdam terug naar België, om de eerste viool te spelen bij De Munt in Brussel. ‘Ik dacht, waarom niet?’

Merlijn Kerkhof

De auditie van violist Sylvia Huang (28) moet tot de meest gedenkwaardige uit de geschiedenis van het Concertgebouworkest behoren. 20 was ze pas. Naar het conservatorium was ze niet geweest. Twee jaar had ze bij de tweede violen gespeeld bij het Nationaal Orkest van België, en toen de vacature voor tutti-speler bij de eerste violen van het bekendste symfonieorkest van Nederland voorbijkwam, dacht ze: waarom niet?

Na de eerste ronde, tien minuten spelen achter een gordijn, was ze overtuigd dat ze het toch niet zou worden. Ze nam de trein terug naar Brussel. Daar kreeg ze het telefoontje: of ze alsjeblieft de volgende ronde wilde spelen. Natuurlijk kreeg ze de job.

Na acht jaar geeft ze die droombaan op. Vanaf volgend seizoen is Huang concertmeester (de aanvoerder van de eerste violen en de belangrijkste vertegenwoordiger van het orkest) in het Brusselse operahuis De Munt.

In een vaas in haar Amsterdamse appartement staat een verwelkt boeket dat heel mooi moet zijn geweest, maar waarvan voor de leek al niet meer is vast te stellen uit welke bloemen het is opgebouwd. “Gekregen van mijn collega’s, dat was heel lief”, zegt Huang. Ze ontving ze bij de laatste repetitie, niet zoals vaak bij een afscheid op het podium van het Concertgebouw, een eer die gepensioneerd paukenist Nick Woud bij hun laatste optreden wel ten deel viel. “Ja…” Weemoedige blik. “Het maakt niet uit.”

Er is nogal wat gebeurd in die acht jaar. De pandemie, natuurlijk. Ze maakte een bekroonde cd met werk van mede-Belgen Ysaÿe en Lekeu. Ze zag een chef-dirigent komen en worden weggestuurd na beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Haar favoriete dirigent leek de opvolger te worden, maar kwam toch niet. Ondertussen rees haar ster zodanig dat je je afvroeg waarom ze nog in relatieve anonimiteit als tutti-speler in een orkest plaats zou nemen, ook al was het dan in dat prestigieuze Concertgebouworkest.

Koningin Elisabethwedstrijd

In 2019 deed ze mee aan de Koningin Elisabethwedstrijd, het omvangrijkste concours ter wereld op het gebied van de klassieke muziek. Geen gebruikelijke stap voor iemand die al een baan heeft en met een afbreukrisico bovendien. Maar weer was er die gedachte: waarom niet? Tijdens het concours bleek wel dat ze ook als solist genoeg te vertellen had. Ze bereikte de finale, waarin ze op innemende wijze, met zilverachtige klank het Vioolconcert van Dvorák speelde. Ze veroverde er vele harten van televisiekijkers mee. En de publieksprijs.

Nog zo’n bijzonderheid: ze werd gevraagd om te soleren bij het Concertgebouworkest, iets wat in de hiërarchische organisatie nooit voorkomt; als een ‘eigen’ violist al soleert, is het de concertmeester. Fluitend, stijlgetrouw en zeldzaam elegant ging ze door het Vierde vioolconcert van Mozart.

“Ik had nooit gedacht dat dit zou gebeuren. Normaal gesproken staan daar mensen als Janine Jansen (gevierd Nederlandse soliste, red.), het leek onmogelijk voor mij. Het was heel bijzonder omdat ik iedereen om me heen kende, dat maakte het extra spannend. Het was een enorme eer. Ik vond het alleen jammer dat er door covid geen publiek bij mocht zijn.”

Waarom ga je weg?

“Het is natuurlijk een fantastisch orkest, alles is luxe, we spelen in de prachtigste zalen. Maar ik ben op een punt in mijn leven aangekomen dat ik meer tijd nodig heb voor mijn eigen dingen. Ik heb hier niet genoeg vrijheid. Als tutti-speler heb je het super druk, als je er nog iets naast wil doen, is dat bijna niet te combineren. Ik had een 80-procentbaan, minder uren maken mocht niet. Ik wil me ontwikkelen, meer kamermuziek spelen, meer soleren. Dat kan niet hier.

“Wat er eigenlijk is gebeurd: na de Elisabethwedstrijd had ik een sabbatical aangevraagd. Ik kreeg veel verzoeken voor optredens. Maar die aanvraag werd niet gehonoreerd: pas als je zeven jaar in het orkest zit, mag je een sabbatical voor een halfjaar. De directie heeft een soort arrangement gemaakt en de deal was: ik neem ontslag en een jaar later, als ik dat wil, moet ik voor april bevestigen dat ik terug wil, en dan mag ik terug in het orkest. Dat was dus in het seizoen 2019-2020. Dat was dus super. Maar toen covid kwam, werd het écht een sabbatical. Toen was ik heel blij dat ik terug kon in het orkest.

“Het was een raar jaar. Want toen er wel weer concerten waren toegestaan, moest ik mijn werk bij het orkest met al die uitgestelde optredens combineren. In mijn ‘vrije week’ speelde ik dan drie programma’s en meldde ik me maandag weer bij het orkest. Het was zoveel dat ik dacht: oké, dit wordt moeilijk.

null Beeld ID / Ivan Put
Beeld ID / Ivan Put

“Mijn zevende seizoen kwam eraan, dus ik zei: dan wil ik nu graag die zes maanden verlof aanvragen. Maar het management telde die jaren niet bij elkaar op; voor hen was ik dus net in dienst. Dus ik dacht: oké, ik ga weg. Misschien is het een teken: als ik iets anders wil doen, dan is het nu. Ik heb zoveel geleerd, met fantastische dirigenten en solisten gewerkt, die zaal: alles is wow. Maar ik voel dat ik iets nieuws nodig heb.”

Toch zullen er mensen zijn – zeker in Nederland, waar het Concertgebouworkest op handen wordt gedragen – die denken: waarom gaat ze naar De Munt, een minder beroemd orkest?

“Waarom niet? Het is een totaal andere rol, het is ander repertoire. De laatste jaren bij het orkest, dacht ik steeds als ik de planning voor het volgende seizoen zag: o, dit heb ik al gespeeld, en dit ook, en dat ook. Opera is nieuw voor mij, ik wil dat ook proberen. En als concertmeester heb je een halve baan, dus meer tijd voor eigen projecten.

“Als tutti-speler is het je rol om te volgen. Ik wil actiever zijn. Ik heb kamermuziek en solo-optredens nodig om mijn eigen klank te onderhouden.”

Kun je anno 2022 als tutti-speler je medemusici niet een beetje jouw muzikale kant op krijgen als je goede ideeën hebt, en een zekere reputatie hebt opgebouwd?

(Schaterlachend) “Eh… Nee. De realiteit is dat als je in een orkest speelt, je een heel andere violist bent. Ik moet niet denken: ik ben Sylvia en heb mijn klank. Maar: we zijn een groep en ik moet met de anderen mengen. Als ik mezelf hoor, is dat geen goed teken; het is beter om anderen te horen dan jezelf. Je hebt geen ruimte om je ideeën of emotie uit te drukken. Als concertmeester wel. Je hebt invloed op je vioolgroep, maar ook contact met blazers, met de solisten, de dirigent.’

Hoe reageerden je medemusici op je vertrek?

“Ze begrijpen me. Het is jammer dat er zo weinig flexibiliteit is. Al die regels… Ik heb gemengde gevoelens. Ik ben blij, klaar om een nieuw hoofdstuk te beginnen, maar ook heel dankbaar voor alles wat ik heb geleerd.”

Waarom is het De Munt geworden?

“Het was toeval. Ik had wel gehoord dat ze een concertmeester zochten en dat ze audities hadden georganiseerd, maar dat niemand de baan gewonnen had. Ik was geabonneerd op Muvac, een mailing met vacatures voor musici. Ik zag die baan en dacht: waarom niet? Ik had niets te verliezen. Ik was een keer ingevallen als concertmeester daar, bij een symfonisch concert. Dat was mijn eerste ervaring in die rol, het ging goed.

“Ik vind opera fascinerend omdat alle kunstvormen erin samenkomen. En De Munt is heel speciaal voor België. Het is de plek waar de opstand tegen Nederland begon (een uitvoering van Aubers opera ‘De Stomme van Portici’, die gaat over het verzet van Napels tegen de Spanjaarden, was in 1830 het startschot voor anti-Nederlandse rellen, red.). Toen ik 10 was, gaf ik er mijn eerste concert met een orkest. Het is een heel mooi operahuis met mooie producties, een leuk orkest met warme mensen.”

En je vriend speelt er ook in.

“Haha, hoe weet jij dat? Ja, hij is solotrompettist. We hebben elkaar leren kennen in Brussel, gewoon in een bar – ja, dat kan. We hadden veel gezamenlijke vrienden in de orkesten. We zijn nu een jaar samen.”

Lijkt me vervelend als het uitgaat en jullie wel nog samen in een orkest moeten spelen.

“Haha! Nee, hij is the one! Ik ga bij hem wonen. Komt dit allemaal in het artikel? Ik probeer nu een beetje trompet te leren. Ik had geen idee hoe een trompet werkte, ik dacht altijd: hoe kunnen ze zoveel fouten maken als ze maar drie noten moeten spelen? Maar nu heb ik meer empathie. Hij probeerde laatst op zijn beurt de viool uit. Hij zei: o, het is moeilijk! Já, já! Het is héél moeilijk wat wij doen!”

Getalenteerde zus

Sylvia Huang, Franstalig, groeide op in Montigny-le-Tilleul, een plaatsje bij Charleroi. Haar vader, van Chinese afkomst, leerde haar vanaf haar 3de viool spelen. Hij bleef haar belangrijkste leraar, al besloot ze toen ze de baan bij het Concertgebouworkest had, toch maar in deeltijd naar het conservatorium te gaan. Haar Belgische moeder speelt cello en ontfermde zich als docent over Sylvia’s jongere zus Stéphanie (26), die dit jaar in navolging van Sylvia in de finale stond van de cello-editie van de Koningin Elisabethwedstrijd.

Het Concertgebouworkest begint aan een nieuwe periode met aanstaand chef-dirigent Klaus Mäkelä. Vind je het niet jammer dat je dat niet meemaakt?

“Natuurlijk zie je dan programma’s en denk je: jammer dat ik daar niet bij ben. Maar het is niet zo dat ik dan vraag of ik mag remplaçeren (invallen, red.), haha.”

Je was erg fan van de dirigent Andris Nelsons. Die kwam uiteindelijk niet.

“Ja, ik was heel triest. Het was een beetje chaotisch gebeurd. We kregen een e-mail van de directie dat alle onderhandelingen waren gestopt en daarna verlengde hij zijn contracten bij zijn orkesten in Leipzig en Boston en zo. Dus dat was een soort shock. Ik heb nooit begrepen wat er is gebeurd. Toen hij die zomer in 2020 bij ons kwam, zei hij: ik kan niks zeggen, maar ik ben heel blij. Dus gingen we ervan uit dat hij chef zou worden. Maar soms lukken dingen in het leven, soms niet. Iedereen is ook heel blij met Mäkelä.”

Huang met koningin Mathilde tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd in 2019. Beeld Photo News
Huang met koningin Mathilde tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd in 2019.Beeld Photo News

Is het belangrijk, een chef-dirigent?

“Het orkest heeft zonder ook overleefd. Ik weet niet of het echt belangrijk is. Het is goed als je langetermijnprojecten kunt doen met een persoon die goed bij een orkest past, en samen aan de klank kan werken. Maar dan moet het wel de goede zijn.”

Je vond Daniele Gatti niet goed?

“Haha! Ik was geen fan, nee. Ik vond hem nogal dwingend.”

Hoe kijk je terug op de Gatti-affaire (de dirigent werd in 2018 ontslagen bij het Concertgebouworkest na meldingen van ongepast gedrag, red.)?

“Het is zo lang geleden alweer. We hadden geen details. Ik kan me voorstellen dat er rare dingen zijn gebeurd, maar de precieze verhalen zijn nooit met ons gedeeld. In de zomer van 2018 kregen we opeens die mail dat hij weg zou gaan en ik dacht: o, o. Oké. Zijn relatie met het orkest was al niet heel goed, dat heeft zeker niet geholpen, denk ik.”

Je vertrek bij het orkest betekent ook dat je de viool die je in bruikleen hebt, een Landolfi uit 1751, moet inleveren.

“Ja, heel zielig. Ik stel het afscheid zo lang mogelijk uit. Het is zo’n luxe dat het orkest zo’n stichting heeft met zulke goede instrumenten, dat is echt niet overal zo. Gelukkig heb ik een stichting gevonden in België die me aan een ander instrument kan helpen. Ook dat is een nieuw hoofdstuk.”

Tot slot: zien we je nog eens terug als concertmeester bij het Concertgebouworkest?

Weer een schaterlach: “Ik doe niet aan carrièreplanning. Ik leef per dag. Alles is bij mij een beetje geïmproviseerd.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234