Donderdag 02/12/2021

InterviewNobelprijswinnaar Abdulrazak Gurnah

‘Vluchten is een riskante zaak. Wie gevat wordt, verdwijnt voorgoed’: Nobelprijswinnaar Abdulrazak Gurnah over zijn vertrek uit Zanzibar

Abdulrazak Gurnah. Beeld REUTERS
Abdulrazak Gurnah.Beeld REUTERS

Tanzaniaans auteur Abdulrazak Gurnah won deze week de Nobelprijs Literatuur 2021. De Morgen kon hem in 2005 als enige Belgische krant ooit interviewen. U kunt dat interview hier herlezen.

Abdulrazak Gurnah werd in 1948 geboren op het Tanzaniaanse eiland Zanzibar. In de jaren 60 kwam hij als 18-jarige als vluchteling in het Verenigd Koninkrijk terecht. Tot aan zijn pensioen in 2021 was hij professor Engels en postkoloniale literatuur aan de universiteit van Kent.

Gurnah heeft intussen tien romans op zijn naam staan. Paradise, uit 1994, wordt gezien als zijn doorbraak.

***

Abdulrazak Gurnah (57) werd op dezelfde plek geboren als Freddie Mercury: op Zanzibar, het eiland dat grossiert in verhalen over specerijen, ivoor, slaven en sultans. Even beroemd is Gurnah niet, maar hij heeft wel zeven romans geschreven, waarvan er twee genomineerd werden voor de Booker Prize. Vandaag praat hij in Brussel over zijn werk.

Zevenendertig jaar geleden immigreerde Gurnah naar Groot-Brittannië, weg van het kleine eiland voor de Oost-Afrikaanse kust waar hij opgroeide, een ware smeltkroes van culturen. In de vijftiende en zestiende eeuw meerden Perzische handelaren er aan, later volgden Portugezen en Indiase kooplui en Omani. Nog later maakten de Britten er een protectoraat van. “Als kind denk je natuurlijk niet in termen van verschillende gemeenschappen”, zegt Gurnah, ondertussen prof postkoloniale literatuur in Kent. “Je hoort Arabisch, Gujarati, Farsi en Swahili. Je leert ook welke moskeeën de onze zijn, en welke niet. Maar op de staatsschool zaten we allemaal samen. Met meer volk dan ooit voordien overigens. Het is pas in die jaren vijftig dat het idee echt ingang vond dat onderwijs noodzakelijk is en verheffend. Daarvoor werd het gezien als een plaats waar mensen hun cultuur verloren en foute attitudes kregen. Vooral meisjes moest je er weghouden, wat verklaart waarom mijn moeder en tantes nooit op de schoolbanken zaten.”

Tegelijk ontstonden er politieke partijen, in de aanzet naar de onafhankelijkheid van eind 1963. “Zo kwam de verdeeldheid, die al bestond maar waar nooit over werd gepraat, aan de oppervlakte. De Afrikaanse inwijkelingen versus de Omani-bovenlaag, en de vraag of de sultan eerst weg moest of dat we bovenal van de Britse exploitatie verlost moesten worden.”

Gurnahs familie leeft van de musim, de gunstige winden die schepen uit India en Iran naar de Oost-Afrikaanse kust stuwen en ze enkele maanden later weer meenemen richting Azië. “Mijn vader werkte voor mijn oom, die de goederen van de musimvaarders kocht: gedroogde vis en Perzische dadels.”

Veel meer dan de onafhankelijkheid zelf herinnert Gurnah zich het nieuwsbericht dat hij enkele dagen later hoorde in een café in Dar es Salaam, waar hij en zijn broer op vakantie waren. “Er had een revolutie plaatsgevonden, socialistisch in naam, maar in werkelijkheid was het de installatie van een autoritair regime. Veel mensen werden gearresteerd en mishandeld. Alle privé-bedrijven, zoals dat van mijn familie, werden genationaliseerd. Leraren werden ontslagen en leerlingen moesten op hun zestiende op de lagere school lesgeven. Dat laatste heeft mijn broer en mij ertoe aangezet om te migreren. Er werd immers geen tijdslimiet op dat lesgeven gezet. Aan de ene kant charmeerde dat beroep me wel - daarom geef ik nu zelf ook les - maar tegelijk viel het niet mee om aan mensen les te geven die vaak niet veel jonger dan jezelf waren.”

Vluchten is een riskante zaak. Wie gevat wordt, verdwijnt voorgoed. Vader Gurnah drukt zijn zonen op het hart niemand van hun plannen op de hoogte te stellen. “Bijgevolg hoorde mijn moeder pas van ons vertrek toen we klaarstonden om naar Dar es Salaam te vertrekken. Ik herinner me dat beeld, ze ging zitten toen ze het hoorde. Maar goed, op zo’n moment ben je je als negentienjarige niet bewust van wat dat vertrek betekent. Je denkt aan je reispapieren, aan het geheim, aan hoe het daar zal zijn. Niet aan het definitieve van zo’n beslissing, aan wat het met de familie zal doen.”

Met een toeristenvisum vliegen de Gurnahs van Dar es Salaam naar Londen. In 1968, nauwelijks een paar maanden voor Enoch Powells beroemde speech over de noodzaak van een immigratiestop om de “rivieren van bloed” in de straten van Groot-Brittannië te vermijden. “Dat intense klimaat van vijandigheid jegens buitenlanders had een grotere impact op mij dan The Beatles of het protest tegen de Vietnam-oorlog. Je werd in twee richtingen gereduceerd: door wat de Britten van je maakten en doordat je niet terugkon naar alles wat je bepaald had. Wellicht verklaart dat waarom identiteit en gespletenheid in mijn werk later zo belangrijk zijn geworden. Of het verschil tussen de wereld waarin je fysiek leeft en de mentale, onbereikbare wereld van je afkomst.”

De Gurnahs studeren aan een technisch college in Canterbury en moeten daarna drie jaar werken om in aanmerking te komen voor een studiebeurs voor buitenlanders. “Eerst had ik een baantje in een fabriek, later werkte ik als schoonmaker in een operatiezaal. Zwaar werk. En toch is het in die tijd dat ik begon te schrijven. Om in het reine met mezelf te komen. Heel lang schreef ik zonder dat aan anderen te tonen, uit vrees te worden uitgelachen. In diezelfde periode ben ik van het idee afgestapt om ingenieursstudies te beginnen. Zie je, ik las altijd al graag en veel, maar in Zanzibar hield men je voor dat dat niet nuttig was, dat je iets moest leren waarmee je iets kon bijdragen aan de ontwikkeling van je land. In dat ziekenhuis ben ik me veel bewuster geworden van wie ik was en wat ik niet wilde. Dus ben ik literatuur gaan studeren.”

Pas in 1987 verschijnt Gurnahs debuut, Memory of Departure, na vele weigeringen en wijzigingen. Tegen die tijd was hij ongeveer klaar met zijn tweede boek, Pilgrims Way (1988). “Hoewel schrijven geen jongensdroom van me was, bleef ik, toen ik besefte dat ik niet zomaar ervaringen neerschreef maar aan een roman werkte, hardnekkig zoeken naar een uitgever. Ik vond dat er beslist wat toe te voegen was aan de de hedendaagse literatuur. Terwijl de meeste Afrikaanse schrijvers bijvoorbeeld bezig waren met pan-Afrikanisme, wilde ik het hebben over een kleine, aparte gemeenschap als Zanzibar. Haar koloniale heersers, haar gefragmenteerde identiteit. Kolonialisme, en vooral de erfenis ervan, is me later blijven bezighouden. Aan de ene kant omdat er in de voormalige koloniale mogendheden de neiging bestaat om te vergeten, te verbloemen ook. Maar ook omdat de koloniale manier van denken blijft voortbestaan.”

Toen het regime in Zanzibar in 1984 amnestie verleende aan al wie net als Gurnah was gevlucht, ging de pas afgestudeerde doctorandus literatuur naar zijn geboorteplaats terug. “Ik had zo gevreesd voor de kloof tussen het echte en het imaginaire land, voor wat de herinnering doet met een plek die je zestien jaar lang niet hebt gezien. Maar het tegendeel was waar: het was onmogelijk niet te begrijpen dat dat thuis was. Zelfs mijn oude fiets stond op zijn plaats. Ik heb er diezelfde dag nog op gereden. En na die keer ben ik er vaak geweest, ook al speelde mijn leven zich ondertussen in Groot-Brittannië af. Ik heb er een fantastische job en bovendien ben ik er volwassen geworden. Voor ik kwam, wist ik wat een democratie was, maar ik heb in Groot-Brittannië geleerd wat het is om erin te leven.”

Catherine Vuylsteke, 14 juni 2005

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234