Zaterdag 25/06/2022

Reportage

Zo blie was Nijn nog nooit

Nijntje in Zeeland. Beeld kos
Nijntje in Zeeland.Beeld kos

In amper anderhalf jaar tijd gingen in Nederland meer dan honderdduizend 'Nijntjes' in streektaal over de toonbank. Vooral opa en oma's vallen en masse voor Nijntjes die ineens een heel vertrouwd taaltje spreken.

OLAF TEMPELMAN

Twentse opa Pluus heeft een step gemaakt voor Nijntje: "Op nen dag har opa Pluus wat in mekaar eknooid: hee har veur Nijn nen gleier maakt, zo blie was Nijn nog nooit."

Brabantse opa Pluis is ook voor Nijn bezig geweest in zijn hobbyschuur: "Op 'nen dag zee opa Pluis: ik heb iet vur oe, Nijn. Ik heb vur aow 'ne glijer gemakt. Hallee, riep Nijn, wa fijn."

In Zuid-Limburg heeft Nijn een knutselende bompa: "Op 'ne daag zag bompa Pluis: iech höb get veur diech, Nijn. Iech höb veur diech 'n step gemaak. Hoi hoi, reep Nijn, wat fijn."

Nijn heeft sinds anderhalf jaar ook opa's met wie ze kan converseren in 't Grunnings, in 't Zeêuws, in 't Achterhooks en op zien Dreins. In al die regio's is veel waardering voor de linguïstische integratie van Nederlands beroemdste konijnengeslacht. In amper achttien maanden gingen al meer dan honderdduizend Nijntjes in streektaal over de toonbank.

Steven Sterk, geboren en getogen Fries en brein achter Nijntjes zegetocht in vele regio's, vertelt door het succes verrast te zijn. Op zijn bureau in Gorredijk, tussen Heerenveen en Drachten, liggen Nijntjes die even virtuoos babbelen bij pake en beppe in Stellingwarf als bij bompa en bomma in Mestreech. Bij Sterks uitgeverij Bornmeer had Nijn een aantal jaar geleden al Fries geleerd. Kleintje Pluis verscheen in een vertaling van Sterk zelf als Lytse Pluis. Bornmeer lanceerde in die tijd ook een klassiek geschoolde Nijn. 'Nijntje aan zee' werd door Marleen Mulder kundig in het Latijn vertaald als 'Miffa ad mare'. "Hoi hoi, dat vind ik fijn!" klinkt aan een Romeins strand als "io io, placet mihi!"

Nijntje in Den Haag. Beeld kos
Nijntje in Den Haag.Beeld kos

Nijns uitstapjes naar Friesland en het oude Rome waren een afgesloten hoofdstuk toen Sterk twee jaar geleden het idee kreeg de familie Pluis onder te dompelen in Brabant, in de eerste plaats vanwege het relatief grote aantal boekhandels in die regio. Een vraag die zich vrijwel meteen aandiende, was wélk Brabants Nijn moest praten. Het Fries is een officiële taal, er zijn woorden- en grammaticaboeken. Een algemeen beschaafd Brabants bestaat niet. Zet je Nijn neer in Boxtel, dan praat ze anders dan in Schijndel. Dat vertaler Jos Swanenberg - hoogleraar diversiteit in taal in cultuur in Tilburg - 'keigoed' was in het vinden van een algemeen herkenbare variant, bleek uit het feit dat de 3.000 exemplaren die waren gedrukt van Opa en oma Pluis op z'n Brabants binnen een paar weken weg waren.

Met Brabant aan haar voeten begon Nijn aan een opmars door de noordoostelijke provincies. Ze moest daarbij vaak behoedzaam door taalkundige mijnenvelden manoeuvreren, vertelt Sterk. "Bij streektalen krijg je te maken met puristen. Je hebt dialectverenigingen die elkaar de tent uitvechten. In Drenthe heb je specialisten die elkaar de kop kunnen inslaan." Daarbij: streektalen zijn spreektalen. Over hoe je een woord opschrijft dat iedereen in de mond besloten ligt, kunnen de meningen flink verschillen. Sterk: "Neem alleen het vertalen van gaan. Schrijf je 'gaon' of juist 'goan'? Daar kunnen veldslagen over worden uitgevochten." In Drenthe liep het dankzij het kundige werk van vertaler Hans Smits allemaal goed af. "Ik heb veur je een steppie maokt, Nijn", laat hij Opa Pluus op zien Dreins zeggen.

Nijntje in Friesland. Beeld kos
Nijntje in Friesland.Beeld kos

Het voordeel dat Nijntje heeft in delicate linguistische kwesties, is dat ze niet snel kwaad bloed zet, zegt Sterk. Iemand uit Meppel kan de Drentse Nijn te veel Coevorden vinden, maar haar taaltje klinkt toch vertrouwd genoeg om de harten van vele opa's en oma's te veroveren.

Opa en oma Pluis is in gewoon Nederlands een van de beter lopende Nijntjes. In de streektaal is het een absolute topper. Sterk: "Het zijn niet alleen opa's en oma's die in Nederland de meeste Nijntjes kopen, het zijn ook opa's en oma's die een streektaal vaak nog goed beheersen. Graag geven ze daar nog iets van door. Veel woorden hebben voor hen een emotionele waarde. Laten we niet vergeten dat amper honderd jaar geleden veruit de meeste Nederlanders zich nog in de streektaal uiten."

Ruim een eeuw van nationaal onderwijs heeft het aantal sprekers van streektalen flink doen dalen. Het succes van Achterhookse en Mestreechse Nijntjes vloeit, kun je zeggen, voor een deel voort uit nostalgie. Dat succes past ook in een ontwikkeling die in heel Europa zichtbaar is. In wat een reactie lijkt op zowel de nationale staat als de 'eenheidsworst' van de globalisering, is een zoektocht naar regionale eigenheid op gang gekomen - historisch, folkloristisch, culinair, literair. In Nederland waren boeken in de streektaal lange tijd een marginaal verschijnsel. De laatste jaren openden in heel Nederland kleine uitgeverijen de deuren die zich exclusief op één regio of zelfs op een enkele stad richten. Jip en Janneke boekten onder de naam Jipke en Jannöaken flinke successen in Twente, Suske en Wiske maakten zich de taal der tukkers ook al eigen.

Nijn boekte haar grootste succes tot nog toe in een mooie stad "achter de dùinûh". De 5.000 exemplaren van Nijntje an zei "innut Haags" waren binnen enkele uren weg. Dat was mede dankzij de vertaling van de legendarische, in oktober jongstleden overleden striptekenaar Marnix Rueb, landelijk bekend van Haagse Harry. Ruebs Haagse Nijn gaat "naah de dùinûh ennut stgand" en neemt dan ook een "emmâh" mee. "Wat een fèn boekjûh van Nen", riepen aanwezigen bij de lancering in de Haagse boekhandel Paagman.

Potentiële Amsterdamse en Rotterdamse vertalers mogen zich bij Sterk melden. Het is leuk werk, weet hij als ervaringsdeskundige, maar het is minder makkelijk dan mensen denken. "Het metrum is heel belangrijk. En er staan je maar heel weinig woorden ter beschikking waarmee je veel moet overbrengen."

Nijntje in Groningen. Beeld kos
Nijntje in Groningen.Beeld kos
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234