Donderdag 21/10/2021

InterviewWoody Allen

‘Zo in een schandaal verwikkeld zijn, het gaf wat extra kleur aan mijn leven’

Woody Allen op de set van 'Rifkin's Festival', samen met Wallace Shawn en Elena Anaya.  Beeld Tripictures
Woody Allen op de set van 'Rifkin's Festival', samen met Wallace Shawn en Elena Anaya.Beeld Tripictures

Voor de één is hij een kindermisbruiker, voor de ander nog steeds het komische genie van Annie Hall en co. Het zal Woody Allen zelf worst wezen. Hij blijft gewoon films maken, of toch nog even. Rifkin’s Festival is al zijn 49ste. En misschien wel de voorlaatste.

Het digitale tijdperk is nooit doorgedrongen tot in het appartement van Woody Allen. De New Yorkse filmmaker schrijft er zijn scenario’s nog steeds op een ambachtelijke typmachine. Ook Zoom-interviews, toch zowat de nieuwe norm sinds anderhalf jaar, zijn niet aan Allen besteed. “Ik zou niet weten hoe ik Zoom moet gebruiken, ik heb zelfs geen computer”, vertelt hij ons aan de telefoon – een antiek bakelieten exemplaar, vermoeden we. Het enige dat bij de iconische regisseur van Annie Hall en Manhattan evolueert met de jaren – zij het niet bepaald in de goede richting – is zijn gehoor: “Kan je zeker luid genoeg praten?”, vraagt hij ons met aandrang.

Allen werd in december vorig jaar 85, maar veel vieren was er niet bij. “Vanaf een bepaalde leeftijd vier je je verjaardag niet meer, je rouwt erom”, schampert hij. En sowieso waren grootse feestelijkheden uit den boze door corona. Allen heeft de pandemie in behoorlijk rigoureus isolement doorgebracht, zegt hij. Heeft hij als man op leeftijd veel aan de dood gedacht? “Niet meer dan anders, want ik denk eigenlijk voortdurend aan de dood. De gedachte is altijd heel aanwezig geweest in mijn leven. Al van toen ik klein was. Ik ben dus wel heel voorzichtig met het virus. Ik volg de adviezen: ik draag mijn mondmasker, ik was mijn handen, en ik blijf thuis. Maar weet je, ik ben in de eerste plaats een schrijver, dus ik zit sowieso meestal alleen thuis. Corona of niet. Zo erg vind ik het dus allemaal niet.”

Lukte het u om veel te schrijven tijdens de pandemie?

“Nee, het wilde niet zo vlotten, mijn focus was een hele tijd weg. Voornamelijk omdat de film- en theaterzalen dicht waren. Ik wist niet hoe lang dat zo zou blijven, en daardoor verdween mijn motivatie om te schrijven bijna helemaal. Zou ik pas over enkel jaren weer een film kunnen draaien, of een theaterstuk kunnen maken? Ik heb wel wat geschreven, maar niet met dezelfde drive als wanneer er een deadline aan vasthangt.”

Uw nieuwste film Rifkin’s Festival kon u nog voor de pandemie draaien. In Spanje, twaalf jaar na Vicky Cristina Barcelona. Waarom opnieuw daar?

“Eerlijk gezegd: omdat ze me daar geld wilden geven. Ze (de Spaanse mediagroep Mediapro, die de film produceerde, LT) belden me op en zeiden: ‘We willen dat je hier een film komt maken, wij betalen.’ Die kans kon ik niet laten liggen, want geld vinden is altijd het lastigste deel van filmmaken.”

Is het ook niet gewoon zo dat men in de VS niet meer met u wil samenwerken? Een groot deel van de entertainmentindustrie heeft zich sinds #MeToo van u afgekeerd, omdat uw adoptiedochter Dylan Farrow u er nog steeds van beschuldigt dat u haar op haar zevende seksueel zou hebben misbruikt.

“Oh, nee nee. Ik weet zeker dat ik in de VS nog altijd films zou kunnen maken, het zou geen enkel probleem zijn. In Europa werk ik toch ook nog steeds met Amerikaanse acteurs? In de VS is het vooral moeilijk geworden om genoeg geld op te halen. Dat is nu al vele jaren mijn probleem. Omdat ik in mijn eentje in New York werk, in plaats van in de Hollywood-dynamiek mee te stappen. Ik laat de mensen die me geld geven geen scripts lezen of mee beslissen over de cast. Er zijn maar weinig mensen in de Amerikaanse filmindustrie die dat aanvaarden. Maar ze zijn er wel, dus ik kan blijven werken.”

Diane Keaton and Woody Allen in zijn klassieker 'Annie Hall'.  Beeld Bettmann Archive
Diane Keaton and Woody Allen in zijn klassieker 'Annie Hall'.Beeld Bettmann Archive

Wat vindt u ervan dat sommige acteurs die met u samenwerkten, u nu afvallen? Timothée Chalamet, die de hoofdrol speelde in uw vorige film A Rainy Day in New York, ging enkele maanden na de opnames door het slijk en nam publiekelijk afstand van u.

“Ach, daar ben ik niet zo mee bezig. Die mensen hebben hun redenen, en moeten aan hun pr denken. Als ze bijvoorbeeld in de running zijn voor een Academy Award, willen ze zich ervan verzekeren dat ze volledig politiek correct zijn, en zich indekken tegen elke vorm van kritiek. Dus ik begrijp dat wel, en ik neem het hen niet kwalijk. Ik probeer gewoon voort te doen.”

Amazon blies enkele jaren geleden een deal voor vier films met u op, er was protest bij de publicatie van uw memoires... Hoopt u dat de controverse rond uw persoon ooit nog zal gaan liggen?

“Nee. Zo’n schandaal blijft tot in de eeuwigheid aan je kleven. Het zal nooit meer verdwijnen, denk ik. Zelfs niet na mijn dood. Maar ik heb geluk: ik kan nog altijd films maken, theaterstukken schrijven, gepubliceerd worden... Het heeft me hier en daar wel wat gehinderd, maar uiteindelijk toch geen al te grote schade berokkend. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het wat extra kleur gaf aan mijn leven, zo in een schandaal verwikkeld zijn.”

Terug naar Rifkin’s Festival. Het hoofdpersonage Mort Rifkin, een voormalige docent filmgeschiedenis, ergert zich aan politiek geëngageerde cinema: hij vindt dat dat soort films compleet voorbijgaat aan de grote levensvragen. Dat lijkt te stroken met uw eigen visie: uw films gaan zelden over politieke onderwerpen.

“Juist. Ik vind wel dat politiek en satire heel interessant zijn voor tv, omdat dat dat een heel direct medium is. Daar wil je zien wat er nú aan het gebeuren is. Maar voor films en romans, die minder dicht op de actualiteit zitten, zijn er volgens mij diepere onderwerpen. De laatste jaren was het heel hip om over Donald Trump te schrijven. Maar over een paar weken verdwijnt hij van het toneel (dit interview had plaats vlak voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, LT), en over een jaar is hij geschiedenis. Zo gaat dat met politieke onderwerpen: ze zijn heel opwindend op het moment zelf, maar een paar jaar later denk je er niet meer aan. Net zoals nu niemand nog aan George Bush of Bill Clinton denkt, ook al domineerden ze wel het nieuws toen ze aan de macht waren. Politiek is vluchtig. Andere, meer existentiële problemen daarentegen, blijven relevant. Ze gaan al mee sinds Aeschylus en Sofokles, en liepen via Shakespeare, Tsjechov en Tolstoj door tot in deze eeuw. De problemen waar de oude Grieken mee worstelden, zijn dezelfde als die waar wij vandaag nog altijd mee bezig zijn. Dat vind ik veel interessanter.”

Woody Allen: 'De problemen waar de oude Grieken mee worstelden, zijn dezelfde als die waar wij vandaag nog altijd mee bezig zijn. Dat vind ik veel interessanter dan politiek.' Beeld WireImage
Woody Allen: 'De problemen waar de oude Grieken mee worstelden, zijn dezelfde als die waar wij vandaag nog altijd mee bezig zijn. Dat vind ik veel interessanter dan politiek.'Beeld WireImage

Welk existentieel probleem wou u met Rifkin’s Festival behandelen?

“Niet één specifiek probleem: het is een karakterstudie van een ietwat pretentieuze man, die zichzelf in vraag begint te stellen wanneer hij met zijn vrouw naar een filmfestival in San Sebastián gaat. Hij komt uiteindelijk tot de conclusie dat hij misschien toch niet is wie hij altijd wilde zijn, en krijgt een wat realistischere kijk op zijn leven.”

Hebt u in uw eigen leven ooit zo’n moment beleefd waarop u anders naar uzelf ging kijken?

“Ik heb op een bepaald punt in mijn leven beseft dat ik nooit een grote filmmaker zou worden. En dat ik er maar beter vrede mee kon nemen dat ik hooguit een goede filmmaker zou zijn, of een degelijke. Dat was een jaar of 10, 15 geleden. Ik was aan mijn 35ste of 40ste film toe, en plots bedacht ik me: mijn God, ik heb al zoveel films mogen maken, maar ik heb nog nooit een grote film gemaakt. En nochtans werd ik niet gecensureerd, of gesaboteerd door producers, en had ik altijd artistieke vrijheid. Het kon dus alleen maar aan mezelf liggen.”

Bent u met de jaren een betere of een slechtere filmmaker geworden, vindt u?

“Geen van beide. De ene keer heb ik een geweldig idee, en komt er een goede film van. De andere keer is het idee misschien wat minder, en draait de film ook slechter uit. Dat was in het begin van mijn carrière zo, en zo is het vandaag nog steeds.

Rifkin’s Festival is uw 49ste film. Hebt u al plannen voor nummer 50?

“Ja, ik hoop hem te kunnen draaien zodra deze plaag voorbij is...”

Heeft het getal 50 een speciale betekenis voor u?

“Niet per se. Wat me meer bezighoudt, is dat de filmindustrie de afgelopen tijd heel snel geëvolueerd is naar het uitbrengen van films op het kleine scherm, in plaats van in de bioscoop. Ik weet nog niet precies hoe ik me daarbij voel, ik heb nog niet de tijd gehad om er echt bij stil te staan. Ik hou van het idee dat ik films maak waarvoor mensen naar de cinema gaan. Ik weet niet of het me echt nog zou interesseren om films te maken die men enkel thuis bekijkt. Misschien wel, als ik er eens goed over heb nagedacht, maar misschien ook niet. En in dat geval stop ik ook gewoon met films te maken.”

Dus die 50ste film zou wel eens de laatste kunnen worden?

“Wie weet. Maar ik zou niet helemaal stoppen met werken, natuurlijk. Ik zou blijven schrijven, bijvoorbeeld voor het theater.”

Rifkin’s Festival, vanaf woensdag in de bioscoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234