Zaterdag 27/11/2021

AchtergrondLezen

Lees eens Willem Elsschot voor aan uw puber

Els Aerts met haar zoon Fin (13). Beiden hebben plezier in het dagelijkse leesritueel. ‘Fantastisch om met taal een nieuwe wereld te openen.’ Beeld Tim Dirven
Els Aerts met haar zoon Fin (13). Beiden hebben plezier in het dagelijkse leesritueel. ‘Fantastisch om met taal een nieuwe wereld te openen.’Beeld Tim Dirven

Op voorlezen staat geen leeftijd en toch klappen veel ouders het boek definitief dicht wanneer een kind ‘oud genoeg’ is. Hoe blijft zo’n moment spannend genoeg voor een puber?

Kan een kind niet beter zelf lezen?

Els Aerts heeft er hoorbaar plezier in, als ze vertelt over het dagelijkse ritueel met haar zoon Fin (13). “Nadat ik een hoofdstuk heb voorgelezen, doe ik het licht uit en de deur toe. Dan hoor ik hem het licht weer aanknippen en verder lezen. Deze ochtend zat de bladwijzer een hoofdstuk verder.” Dus ja, Fin leest zelf én graag. Toch is zijn moeder niet van plan om er na 71.175 minuten - zo berekende Aerts haar voorleestijd bij benadering - de brui aan te geven.

Hoeft ook niet, zegt hoogleraar taalkunde Kris Van den Branden (KU Leuven). Integendeel. “Er zijn geen studies die aantonen dat de voordelen van voorlezen plots stoppen.” Voorlezen verruimt de woordenschat en verhoogt de leessnelheid van de luisteraar, voedt de honger ook naar meer verhalen. “Zo beland je in een positieve spiraal naar later toe. Wie goed geletterd is, is vaker succesvol in het hoger onderwijs.”

Op de site van de Voorleesweek, op dit moment aan de gang, vind je niet toevallig tips voor boeken tot de leeftijd van 15 jaar, zegt coördinator Tine Kuypers (Iedereen Leest). “Het blijft een kans om eens een ander of wat moeilijker verhaal aan te bieden.” Vaak bestaat er namelijk een kloof tussen de interesse van een kind en de materie waar die zich al door kan ploegen, ook als het wat ouder is. “En het verbindende blijft belangrijk, de band tussen ouder en kind.”

Voor Brenda Froyen is het een echt familiemoment, elke avond voorlezen aan haar drie zonen Jip (13), Zen (11) en Lon (9) terwijl haar man “horizontaal op de vloer” ligt. “Vaak is dat verhaal een aanzet om met elkaar te beginnen babbelen, over dingen die aan de keukentafel niet ter sprake komen. Dat is zo fijn.”

Waarom stoppen ouders dan met voorlezen?

“Bij Jip, de oudste, voel je soms al dat hij wat tegensputtert, vaak omdat er die avond niet in ‘zijn’ kamer wordt voorgelezen”, zegt Froyen. “Maar ook dan zegt hij: ‘Ik luister wel mee, maar vanuit mijn eigen bed.’”

Uit de voorleespeiling die Iedereen Leest vorig jaar afnam, blijkt alvast dat het initiatief om niet meer voor te lezen vooral van de ouder komt. ‘Omdat mijn kind(eren) daar te oud voor is/zijn geworden', antwoordden zeven op de tien ouders. Geen tijd hebben om voor te lezen, speelde maar bij een op de tien ouders een rol.

Hoewel leeftijd dus geen factor is, geeft het wel de doorslag. Terwijl 90 procent van de ouders in de bevraging voorleest aan kleuter, is dat in de lagere school nog 58 procent en in het secundair slechts 6 procent.

Het is nooit te laat om de handschoen weer op te nemen, weet Marcel Vanthilt sinds vorig jaar. De weerzin bij zijn zoon Arthur (15) om het verplichte leesvoer in het derde middelaar aan te vatten, zette hem aan tot een deal: “Als ik twee boeken mag kiezen uit de lijst, lees ik ze zelf voor.”

Vanthilt koos voor bestofte klassiekers, Kaas (Willem Elsschot) en De Witte (Ernest Claes), maar het ging “wonderwel”. Achteraf deden ze tijdens de lockdown zelf een ‘Kaasroute’ - het boek speelt zich af in ’Antwerpen. “Ik merk dat het zijn angst voor het witte blad, om niet te kunnen swipen, toch wat heeft weggewerkt. Ik wilde zijn schoolboeken dit jaar opnieuw voorlezen. ‘Nee nee, ik doe het nu zelf wel’, zei hij meteen.”

Voorlezen is in die zin ook niet enkel iets voor ouders, zegt Van den Branden, maar evengoed voor oudere broers en zussen, of zelfs leerkrachten in het secundair. “Het hoeft niet altijd een volledig boek te zijn. In de les Nederlands zou je een eerste hoofdstuk kunnen voorlezen, om jongeren al een beetje te teasen.”

Moet dat bij een tiener nog met stemmetjes?

Met de leeftijd verandert ook de literatuur. Prenten vervagen, de tekst gaat primeren en die kleine wordt steeds assertiever. “Mijn kinderen zijn best kritisch, ze kiezen mee en als het niet aanslaat, lezen we het niet uit”, zegt Froyen. Aerts zag de momenten ook evolueren, van luisteren naar “elk om beurt een zinnetje lezen” naar opnieuw enkel luisteren.

Ze doen beiden nog steeds stemmetjes. Als Froyen er een hoge, nasale ‘mooi’ uitperst, dan zeggen haar kinderen meteen ‘Dat is Prutje!’, een boek van Pieter Koolwijk waar ze verslingerd aan zijn. “Ze hebben niet altijd door dat ik dat heb bedacht. Zo blaas je personages echt leven in.” Evengoed kan het zonder franjes. “In Kaas zit tempo genoeg om het interessant te houden”, zegt Vanthilt.

Volgens Tine Kuypers start alles met een goed boek en enthousiasme. “Intonatie helpt natuurlijk, maar je hoeft er geen toneelstuk van te maken. Dat horen we soms wel als drempel: ‘Ik kan niet zo goed stemmetjes’.”

Ook ouders die de taal niet machtig zijn, ervaren die drempels volgens haar soms. “Het draait ook om intimiteit en leesplezier, niet enkel om Nederlands vlekkeloos overbrengen”, zegt Kuypers. In de thuistaal voorlezen, is trouwens evengoed leespromotie, zegt Van den Branden. Volgens hem hoef je jongeren evenwel niet te pamperen. “Ze hebben een grote weetgierigheid, lees dus gerust ook non-fictie voor.”

Aerts leest momenteel voor uit de spannende Alex Rider-serie en Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon, typisch zo’n boek waar ook een volwassene van geniet. “Een boek over een jongen met autisme en priemgetallen, dat zich in Engeland afspeelt. Ik vind het fantastisch om met taal een nieuwe wereld te openen.”

De Voorleesweek loopt dit jaar van 20 tot 28 november.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234