Maandag 16/05/2022

Voor u uitgelegdOverheidsfinanciën

Waar de politiek het liefst over zwijgt: al 40 jaar is de staatsschuld torenhoog. Krijgen we later de rekening gepresenteerd?

null Beeld KIUW
Beeld KIUW

‘Het gat in de begroting is er vanzelf gekomen en het zal vanzelf weer verdwijnen’, zei minister van Begroting Guy Mathot (PS) in de jaren tachtig. Veertig jaar later lijkt dat weer het adagium. Tekorten van tientallen miljarden euro’s worden onder de mat geveegd. Krijgen we later de rekening gepresenteerd?

Dimitri Thijskens

De begrotingstekorten zijn de afgelopen tijd wat op het achterplan geraakt. Hoe staat het er eigenlijk mee?

De begroting is het huishoudboekje van de Belgische staat, waarin de inkomsten en de uitgaven worden genoteerd. In 2020 gaven alle overheden samen 270,4 miljard euro uit. Dat werd gebruikt voor het betalen van pensioenen, ziektekosten, lonen van leerkrachten en ambtenaren, onderhoud van wegen en nog veel meer.

Probleem was dat door de coronacrisis de inkomsten slechts 229 miljard euro bedroegen. Logisch, aangezien veel mensen niet konden werken en er dus minder belastinginkomsten waren – samen met de socialezekerheidsbijdragen zijn dat de belangrijkste inkomstenbron van de Belgische overheid. Er was een begrotingstekort van 41,4 miljard euro: de inkomsten volstonden bij lange niet om de uitgaven te dekken.

Omdat de absolute bedragen nogal abstract zijn, wordt het tekort doorgaans uitgedrukt als een percentage van het bruto binnenlands product (bbp), het geheel van wat alle Belgen samen op één jaar produceren. In 2020 was dat 420 miljard euro. En zo kwam het begrotingstekort uit op 9,4 procent. Dat is historisch hoog en was al geleden van de jaren tachtig. Vorig jaar ging het iets beter, maar nog altijd was er een tekort van 5,5 procent.

Is dat dan geen probleem voor de Europese Unie?

In principe waakt de Europese Unie erover dat het begrotingstekort niet de pan uit rijst. In Europa wordt met de euro een gemeenschappelijke munt gebruikt. Als een van de lidstaten onverantwoord met publieke middelen omspringt, kan dat een invloed hebben op alle andere landen. Op dit ogenblik schrijven de Europese regels voor dat de landen geen tekort mogen hebben van meer dan 3 procent en dat de totale staatsschuld niet hoger dan 60 procent van het bbp mag zijn. België zat vorig jaar met 108,2 procent ver boven deze grens.

“Maar in 2020 werden de budgettaire regels van het verdrag van Maastricht opgeschort, via de general escape-clausule. Door de coronapandemie is er niet langer elk jaar een budgettair examen”, legt professor-emeritus publieke economie Wim Moesen (KU Leuven) uit. Hij is een van de autoriteiten als het gaat over de overheidsfinanciën.

“En er hangen wijzigingen in de lucht. De Europese Commissie heeft een brede bevraging gedaan bij denktanks, drukkingsgroepen en andere middenveldorganisaties omdat er nogal veel kritiek was op de bestaande regels. Het was een one size fits all, waarbij iedereen in hetzelfde broekpak werd gestopt. Bovendien waren er geen echte sancties als de lidstaten toch hun boekje te buiten gingen.”

Intussen zijn de resultaten van die bevraging bekend. “De belangrijkste bekommernis was dat de publieke investeringen overeind gehouden moeten worden”, zegt Moesen nog, die zelf ook een bijdrage leverde aan de bevraging.

“Onder andere naar aanleiding van de energietransitie en de digitalisering zijn er enorme investeringen nodig op Europees niveau. Ik sta daar volledig achter. Ik pleit al veel langer voor de gouden financieringsregel: lenen kan wel voor publieke investeringen, maar niet voor recurrente uitgaven zoals de pensioenen en de lonen van de ambtenaren. Bijvoorbeeld het Oosterweel-project of de investeringen in duurzame energie zouden zo buiten de begroting gehouden kunnen worden. Het is het ouderwetse principe van de goede huisvader: die gaat ook niet lenen om op vakantie te gaan, maar wel om een huis te kopen.”

“Dat is inderdaad een goed idee”, vindt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen. “Maar in België zal ons dat op begrotingsvlak niet echt veel helpen, omdat we nu bij de landen zitten die de minste investeringen doen in de hele Europese Unie. Die zitten nu dus al niet overdreven in onze begroting. Het is een keuze die de Belgische politici in het verleden gemaakt hebben om investeringen uit te stellen en te kiezen voor recurrente uitgaven. Om het met een boutade te zeggen: bruggen betogen niet, werklozen en gepensioneerden wel.”

Zijn er in het verleden fouten gemaakt? Hoe is dat begrotingsprobleem er in de eerste plaats gekomen?

België deed het na de Tweede Wereldoorlog uitstekend en zat toen rond de 60 procent staatsschuld ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp). Daarmee zou ons land nu bij de beste leerlingen van de Europese klas zitten.

“Tot 1975 werd een dubbele begroting opgesteld, met een luik voor de gewone verrichtingen en een investeringsluik”, zegt Moesen. “Minister van Begroting Gaston Eyskens (CVP) zag er sterk op toe dat er niet geleend werd voor de gewone werkingskosten, maar enkel voor investeringen. Na de eerste oliecrisis in 1973 is het uit de hand beginnen te lopen en was een kostelijke herstructurering nodig van een aantal nationale sectoren, zoals die van steenkool en staal. De beleidsmakers vonden dat zo gênant dat ze alle uitgaven maar op een hoop gegooid hebben.”

Dat leidde vooral tijdens de periode 1979 tot 1983 tot ontsporingen, onder andere door de politieke instabiliteit met zes verschillende regeringen. De staatsschuld schoot als een raket de hoogte in met een stijging van 66 naar 106 procent. Het is de erfenis van die korte periode die we nu nog altijd meedragen, blijkt uit een essay van professor Ferdi De Ville (UGent) voor de progressieve denktank Minerva. Het was niet alleen slecht beleid met veel te hoge tekorten maar vooral ook veel pech, die nog een extra versnelling op de schulden zette.

Als je gaat lenen, betaal je rente op die lening. Dat geldt ook voor de overheid. Net op het moment dat België zulke grote tekorten opbouwde, lag die rente met 8 procent historisch hoog. En zo werd dat tekort een sneeuwbal die niet meer tegen te houden was. Op een bepaald moment ging liefst 11 procent van de begroting naar het betalen van de staatsschuld. Vanaf de jaren negentig heeft België wel enorme inspanningen gedaan om het probleem aan te pakken, om te kunnen toetreden tot de euro. Zo daalde onze schuld van 138 procent in 1993 naar 87 procent in 2007. Dat kon, omdat de economie goed draaide en de rente naar 4 procent daalde.

Er kwam weer wat ademruimte. Maar sindsdien kregen we achtereenvolgens te maken met de bankencrisis (2008), de soevereiniteitscrisis (2011), de coronapandemie (2020) en de oorlog in Oekraïne (2022). Het zijn dus in belangrijke mate externe factoren die ertoe geleid hebben dat de staatsschuld toch weer opgelopen is naar 108 procent. Die vijf fatale jaren dragen we zo nog altijd mee.

Wat zijn de gevolgen als die schuld blijft toenemen? Moeten we er ons überhaupt veel zorgen over maken?

Op dit moment eigenlijk niet. Intussen is de rente die België moet betalen op de schuld teruggevallen naar 1,66 procent. Er kan dus bijna voor niks geleend worden. En zolang dat percentage lager ligt dan de economische groei neemt de staatsschuld automatisch af, een omgekeerde sneeuwbal.

De inflatie versterkt dat effect nog. Dat lijkt vreemd, maar dat is het niet. Onze lonen stijgen fors omdat ze automatisch geïndexeerd worden. En dus komen er meer belastinginkomsten binnen. De schulden die in het verleden gemaakt zijn, wegen zo minder zwaar door op het budget.

Maar er zijn een aantal belangrijke ‘maars’. In de eerste plaats valt de economische groei stilaan terug door de oorlog in Oekraïne, die blijft aanslepen. Anderzijds heeft de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zopas beslist om de rente te verhogen. De tijd van gratis geld lenen lijkt dus definitief voorbij. Het zal niet meer lang duren voordat ook de Europese Centrale Bank gelijkaardige maatregelen neemt.

Voor de 548,7 miljard euro aan schulden die we nu al hebben – 47.744 euro voor elke Belg –, verandert er niks, omdat deze zijn afgesloten aan vaste tarieven. Je kunt het vergelijken met een hypothecaire lening met een vaste rentevoet. Bovendien heeft het Agentschap van de Schuld beslist om de duurtijd van deze leningen over een langere duur te spreiden, zodat België jaarlijks een kleiner bedrag moet afbetalen. In 2020 ging het over 10 miljard euro, ongeveer 2 procent van het bbp. Ter vergelijking: op hun hoogtepunt bedroegen deze rentelasten liefst 11,2 procent van het bbp.

Nieuwe schulden die we afsluiten, zullen wél duurder worden. Bij een lineaire stijging van de rente met 1 procentpunt vanaf maart 2022 zouden de rentelasten dit jaar 400 miljoen euro hoger zijn en volgend jaar 1 miljard, blijkt uit een simulatie van het Agentschap van de Schuld. Dat meldde De Tijd donderdag. De rentelasten stijgen dan met 5 miljard euro in 2027.

En dat is het grote probleem. Zelfs als de oorlog in Oekraïne snel voorbij zou zijn, komen er heel wat nieuwe facturen op ons af. Daarbij moet vooral gedacht worden aan de vergrijzing.

“We moeten dringend werk maken van een grondige pensioenhervorming”, zegt Marjan Maes, docent en onderzoeker pensioenstelsels aan de KU Leuven. “Het is een illusie te denken dat de jongeren de volledige last kunnen dragen van die vergrijzing. Vroeger waren er vijf actieven voor één gepensioneerde, tegen 2050 zullen dat er twee zijn. Dat legt een enorme druk op de mensen die aan het werk zijn. De studiecommissie vergrijzing heeft berekend dat die kosten door recente beleidsmaatregelen nog zullen stijgen tot 2050, terwijl voor de financiering niets voorzien is.

“Integendeel, er wordt nu zelfs voor gepleit de pensioenleeftijd weer te verlagen. In Italië, Spanje en Griekenland hebben ze jaren geleden al pensioenhervormingen geïmplementeerd, die de effectieve uittredeleeftijd met ongeveer vier jaar verhogen en op die manier de vergrijzingsuitgaven doen dalen.”

Dreigt ons land in een Griekenland-scenario terecht te komen? Moeten we vrezen voor een faillissement?

“Nee, zeker niet”, is Van Craeynest duidelijk. “België is een spaarland, de fundamentals zijn hier helemaal anders dan in Griekenland. Maar we moeten het natuurlijk niet gaan opzoeken, een beetje budgettaire discipline is niet te veel gevraagd.”

De internationale markten hebben momenteel ook nog altijd voldoende vertrouwen dat België aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Bij de ratingbureaus, die een inschatting maken van de kredietwaardigheid van een land, zit België nog steeds in de hoogste regionen. “Er wordt vooral gekeken naar de houdbaarheid van de overheidsschuld”, vult Moesen aan. “Zo is het belangrijk aan te geven hoe je die wilt stabiliseren en naar beneden krijgen.”

Hoe kan er iets aan die situatie gedaan worden?

Er zijn een aantal pistes die gevolgd kunnen worden om de staatsschuld binnen de perken te houden. Aan de ene kant kan er geprobeerd worden de inkomsten te stimuleren. Zo werd er de afgelopen weken gepleit voor een rijkentaks. “Dat is een heel algemeen begrip”, geeft professor sociaal-economische wetenschappen Ive Marx (UAntwerpen) aan. “Er zijn trouwens al heel wat belastingen op vermogen: successierechten, de aankoop van woningen en effectentaksen.

“Er valt wel iets te zeggen voor een meerwaardebelasting. België is er vrij uniek in dat mensen die rijk worden door de aangroei van aandelen geen belastingen betalen. Maar om eerlijk te zijn, denk ik dat er momenteel zeer weinig draagvlak is voor bijkomende belastingen. België zit nu al met een enorm groot overheidsbeslag.”

Een andere piste is het bevorderen van de economische groei. “Er moeten gewoon meer mensen aan het werk”, zegt Van Craeynest. “Door te streven naar 80 procent werkzaamheidsgraad heb je een bredere basis om de welvaartsstaat te financieren. Iedereen zegt het wel, maar er komen geen maatregelen. Vanzelf zullen we er niet geraken.

“We moeten bepaalde groepen die nu minder aan de bak komen, zoals mensen met een migratieachtergrond en laaggeschoolden, ook naar de arbeidsmarkt zien toe te leiden. Dat kan bijvoorbeeld door de flexibiliteit te verhogen. In België is het vaak zo dat je fulltime werkt of helemaal niet. Gedeeltelijk werken, gecombineerd met een beperkte uitkering, zou bijvoorbeeld een oplossing zijn. En we moeten de mensen langer aan het werk zien te houden.”

Zowel aan de ontvangsten- als aan de uitgavenkant zijn budgettaire baten te boeken, vindt professor Moesen. “Er moet een grondige fiscale hervorming komen om de koterijen aan te pakken. Door de grote coalitieregeringen in ons land is de structuur zodanig dat verschillende lobbygroepen allemaal een beetje bediend moeten worden. Dat leidt tot een enorme uitholling van ons fiscaal systeem, met allerlei aftrekken, vrijstellingen en ristorno’s. Daar moet het mes in gezet worden, om de aanslagvoeten te verlagen en arbeid algemeen minder te belasten. Wat minder bekend is, is dat ons land ook grossiert in allerlei subsidies, veel meer dan in onze buurlanden. Ook in die subsidiestokerij moet ingegrepen worden.”

Er ligt dus veel werk op de plank. Is de kans groot dat dit snel wordt aangepakt? Is er voldoende sense of urgency?

“België excelleert in aanmodderen en daarmee vertel ik niks nieuws”, zegt Marx. “Maar als het echt moet, dan zijn er wel correctiemechanismen. Die zorgen ervoor dat ons land altijd wel behoorlijk blijft functioneren. De politiek zoekt hier steeds de marges op van waarmee ze kunnen wegraken zonder echt het vertrouwen te verliezen van de markten en investeerders. Maar ik zie niet meteen grote hervormingen gebeuren voor de verkiezingen in 2024.”

Van Craeynest sluit zich daarbij aan. “Het politieke debat is helemaal vastgeroest. Niets hield de regering tegen om nu te werken aan een grondige pensioen- en fiscale hervorming. Daar heeft de coronapandemie of de oorlog in Oekraïne toch niks mee te maken? Daarachter moet je je dan ook niet verschuilen. Op een bepaald moment zal de druk zo hard toenemen dat we wel zullen moeten handelen. Maar door dat uitstelgedrag zal het dan net meer pijn doen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234